Wiener Symphoniker met Mahlers Symfonie nr. 5, Jan Lisiecki speelt Mozart

Wiener Symphoniker
Omer Meir Wellber dirigent
Jan Lisiecki piano

Ook interessant:
- De werkdag van Jan Lisiecki

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Pianoconcert nr. 21 in C gr.t., KV 467 (1785)
Allegro maestoso
Andante
Allegro vivace assai

pauze ± 20.45 uur

Gustav Mahler (1860-1911)

Symfonie nr. 5 in cis kl.t. (1901-02)
Trauermarsch: In gemessenem Schritt. Streng. Wie ein Kondukt
Stürmisch bewegt: Mit grösster Vehemenz
Scherzo: Kräftig, nicht zu schnell
Adagietto
Rondo – Finale: Allegro – Allegro giocoso. Frisch

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Pianoconcert nr. 21

Door Lonneke Tausch

Als de piano na 73 maten (zo’n twee minuten) het orkest in schuift – met een achtige entree, niet met de prominente inzet van het hoofdthema – reken je er al bijna niet meer op. Evenzogoed had je naar een symfonie zitten luisteren, zo zitten een achtig eerste en een er tweede vervlochten in het orkest voordat de pianosolist zich mengt in het betoog.

Wolfgang Amadeus Mozart bracht zijn Pianoconcert nr. 21 in C groot zelf in première, op 10 maart 1785 op een benefietavond in het Hoftheater in Wenen. Een strooibiljet had een ‘net voltooid forte piano concerto’ beloofd, plús s. Precies die improviseerkunst van Mozart was een van de redenen waarvoor het publiek destijds uitliep. De autograaf van het Pianoconcert nr. 21 is bewaard gebleven, maar daarin is geen enkele solocadens uitgeschreven. Solisten moeten dus hun eigen cadensen spelen, of die van vakgenoten die ze wél hebben genoteerd (onder de bekendste zijn die van Géza Anda (1921-1976) en Radu Lupu (1945-2022)).

Het notenbeeld van het tweede deel is vrij leeg: het geeft de contouren waarbinnen Mozart aan het klavier kon uitblinken. Dit mijmerende zou twee eeuwen later bij een breed publiek bekend worden door de soundtrack van Elvira Madigan (1967), een Zweedse film over het tragische leven van een negentiende-eeuwse koorddanseres, en door de pophit Song Sung Blue (1972) van Neil Diamond waarin Mozarts melancholieke onmiskenbaar terug te horen is. Het contrast met het levendige slotrondo is flink. Het volledige orkest (inclusief , een fluit en paren hobo’s, ten, s en ten) presenteert een springerig hoofdthema. In een spel van vraag en antwoord kaatsen orkest en solist het muzikale materiaal heen en weer, toewerkend naar een opwaartse eindsprint.

Gustav Mahler (1860-1911)

Vijfde symfonie

Door Lonneke Tausch

Nummer 5 is de symfonie waarin Gustav Mahler, nadat hij in de symfonieën 2, 3 en 4 de menselijke stem – koor en/of solo – had toegevoegd, terugkeert naar een puur instrumentale bezetting. Maar dan wel een royale, met ruim (inclusief Holzklapper), vier fluitisten die op een zeker moment allemaal spelen, zes s, vier ten, drie trombones en een bastuba. Van hobo, klarinet en wil Mahler er ieder drie (waar in veel symfonisch werk twee de standaard is), en wat de strijkers betreft: graag in möglichst zahlreicher Besetzung.

Gelukkige omstandigheden

1901 was voor de componist een gelukkig jaar, aldus zijn vriend, Bruno Walter, in zijn boek over Mahler: ‘Hij voelt zich sterk, tegen het leven opgewassen […]. En zo ontstaat de Vijfde symfonie, een werk van kracht, van gezond zelfgevoel, op het leven gericht, qua algehele stemming optimistisch. We bezitten in de Vijfde een meesterwerk, dat zijn schepper toont op het hoogtepunt van zijn leven, zijn kracht, zijn kunnen.’ De eerste drie delen schreef Mahler die zomer in Maiernigg. Daar, te midden van bossen en alpenweiden, in zijn villa-met-componeerhuisje aan de Wörthersee, genoot hij van het werken aan nieuwe muziek. Gedurende het concertseizoen had hij daar in zijn functie als dirigent en directeur van de Wiener Hofoper (de latere Staatsoper) doorgaans de rust niet voor. Diezelfde zomer componeerde hij ook de vijf Rückert-Li­eder en zijn laatste Wunderhorn-lie­d Der Tamboursg’sell, de afscheidsmars van een soldaat waarvan het instrumentale tussenspel te herkennen is in de Trauermarsch van de Vijfde symfonie. In juli sprak Mahler nog over zijn Vijfde als ‘een regelrechte symfonie in vier delen’, maar het zouden vijf delen worden, samengepakt in drie Abteilungen.

Het verloop van de vijf delen

De symfonie begint met een trompetsignaal, verderop vergezeld van dof tromgeroffel, en kent vervolgens – in afwisseling met melancholieke en ook wel verontrustende strijkersmelodieën – nog veel meer kopergeschal. Het veelvuldig opduiken van ritmes en kopersignalen in Mahlers oeuvre is terug te voeren op zijn vroegste muzikale herinneringen: als kind in het Boheemse garnizoensstadje Iglau (nu Jihlava) hoorde hij de militaire kapel spelen en zag hij de soldaten marcheren. 

Gustav Mahler: ‘We horen een mens in het volle daglicht, op het hoogtepunt van zijn leven.’

De marsmuziek in de Vijfde symfonie is die van een begrafenisstoet (Kondukt). In het stormachtige tweede deel laat Mahler elementen uit deze Trauermarsch terugkomen, wat de twee delen een sterke samenhang verleent. Ergens onderweg in het tweede deel schrijft hij zelfs expliciet het voorschrift ‘im Tempo des ersten Satzes, Trauermarsch’. Het tweede deel dooft na een reeks wervelende oplevingen onbeslist uit.

Het symfoniedeel dat het eerste klaar was, was het middendeel. Twee typisch Oostenrijkse dansen, de en de Ländler, liggen aan de basis van dit omvangrijke vol tempo- en karakterwisselingen. Over de prominente hoornsolo merkte Mahler zelf op: ‘We horen een mens in het volle daglicht, op het hoogtepunt van zijn leven.’ Het Scherzo werkt als een omslagpunt tussen de voorgaande, overwegend donkerdere muziek en de laatste Abteilung van de symfonie, waarin licht en levensvreugde definitief de overhand krijgen.

Toen het seizoen 1901/1902 alweer even bezig was ontmoette de inmiddels 41-jarige vrijgezel Mahler in november bij een diner de 22-jarige Alma Maria Schindler – studente en geliefde van de toen dertigjarige componist Alexander von Zemlinsky. Het Adagietto van zijn Vijfde symfonie, het hunkerende vierde deel, zou Mahlers liefdesbrief aan haar worden: hij stuurde haar de bladmuziek zonder begeleidend schrijven.

In het Adagietto hoorde Mengelberg ‘een liefde die geboren wordt’.

De noten zouden haar alles zeggen, zoals ook naar voren komt in de aantekening die de toenmalige chef- van het Concertgebouworkest Willem Mengelberg later maakte in zijn : ‘Zij begreep het en schreef hem terug: ‘Kom maar!’ Beiden hebben mij dit verteld.’ In het Adagietto hoorde Mengelberg dan ook ‘een liefde die geboren wordt’. Op 9 maart 1902 trouwden Gustav en Alma en op 3 november werd hun eerste dochter geboren. Het zou een tumultueus huwelijk blijken, maar vooralsnog deed het Mahler goed om met ‘de mooiste vrouw van Wenen’ te verkeren.

Eerste uitvoeringen

Het Adagietto, voor alleen harp en strijkorkest, gaat attacca (zonder onderbreking) over in de -Finale voor vol orkest; ze zijn door Mahler samen als een Abteilung opgevat. Met de vele ische passages laat hij zien dat hij flink studie gemaakt had van de ’s van Johann Sebastian Bach. Bepalend in dit tri­omfantelijke slotdeel is daarnaast het markante koperkoraal, waarmee Mahler zijn leraar en contrapunt aan het conservatorium Anton Bruckner zal hebben willen eren. Met z’n stralende fanfares overtroeft deze finale glanzend de sombere stemming die in het begin van de symfonie nog overheerste.

Mahler dirigeerde zelf de première van zijn Vijfde symfonie in cis klein, op 18 oktober 1904 bij het Gürzenich-Orchester in Keulen. Hij was zich ervan bewust hoe baanbrekend zijn nieuwste stuk was, want aan Alma schreef hij: ‘Hemeltjelief, wat moet het publiek van deze chaos maken, waarin voortdurend nieuwe werelden worden gecreëerd, die het volgende moment weer te gronde gaan?’ De Nederlandse première klonk in 1905 in Scheveningen door de Berliner Philharmoniker. Het Concertgebouworkest volgde snel: het nam het werk in maart 1906 op het programma. Mahler kwam ervoor over uit Wenen en logeerde, zoals ook bij zijn twee eerdere bezoeken aan Amsterdam, bij de Mengelbergs aan de Van Eeghenstraat 107. Bij de eerste uitvoering van de Vijfde symfonie in Het Concertgebouw stond de componist op de bok, en Mengelberg leidde aansluitend nog zeven concerten; in Amsterdam, maar ook in Rotterdam, Den Haag, Arnhem en Haarlem. Mahler zou de van zijn Vijfde symfonie blijven herzien tot in het jaar van zijn dood.

Biografie

Wiener Philharmoniker, orkest

De Wiener Philharmoniker speelt al meer dan 180 jaar een hoofdrol in de westerse klassieke muziek; mede vanwege zijn uitgesproken ‘Wiener Klang‘ en de wereldwijd uitgezonden Nieuwjaarsconcerten en Sommernachtskonzerte op Schönbrunn behoort het tot de beroemdste orkesten ter wereld.

In 2018 ging de eigen Orchesterakademie van start. 

De Wiener Philharmoniker werd in 1842 opgericht door Otto Nicolai als een vereniging van musici uit de hofopera, en de leden van de Wiener Philharmoniker worden vandaag de dag nog steeds gerekruteerd uit het orkest van de Wiener Staatsoper. Sinds 1860 verzorgt het orkest zijn eigen concertseries, sinds 1870 in de Goldener Saal van thuisbasis de Wiener Musikverein.

Het gezelschap trad voor het eerst buiten Wenen op bij de eerste Salzburger Festspiele in 1877 en is daar sinds 1922 jaarlijks te horen. Richard Strauss stond geregeld op de bok, en Gustav Mahler leidde het eerste buitenlandse concert: in 1900 op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Internationale tournees werden steeds belangrijker en de betrekkingen met Japan zijn zó hecht dat daar zelfs in de pandemiejaren 2020 en 2021 onder speciale maatregelen opgetreden kon worden.

De eerste concerten van de Wiener Philharmoniker in Het Concertgebouw vonden plaats in oktober 1940, als onderdeel van een Weense week. Het laatste optreden, op 12 mei 2023, bestond uit werken van Janáček, Prokofjev en Sjostakovitsj onder leiding van Jakub Hrůša. Rolex is sinds 2008 sponsor van het orkest. 

Omer Meir Wellber, dirigent

Omer Meir Wellber leidt sinds januari 2020 het Teatro Massimo in Palermo en sinds juni 2022 het Toscanini Festival in Parma.

Al sinds 2009 is hij chef- van het Raanana Symphonette Orchestra – waarmee hij in zijn vaderland Israël jaarlijks 70.000 kinderen bereikt – en met ingang van het huidige seizoen is hij muzikaal leider van de Volksoper Wien.

Van 2010 tot 2014 was hij chef- van het Palau de les Arts Reina Sofia in Valencia en van 2018 tot 2022 vaste gastdirigent van de Semper­oper Dresden. Op de BBC Proms 2019 presenteerde hij zich bovendien als nieuwe chef-dirigent van de BBC Philharmonic.

De Israëliër begon zijn opleiding in zijn geboorteplaats Be’er Sheva en studeerde met een beurs van de America-­Israel Cultural Foundation verder (directie en compositie). Direct na zijn afstuderen aan de Jerusalem Music Academy assisteerde hij Daniel Barenboim aan de Berliner Staatsoper Unter den Linden en aan La Scala in Milaan.

Omer Meir Wellber heeft op de bok gestaan bij het Israëlisch Filharmonisch Orkest, het London Philharmonic Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Bayerische Staatsoper, de Wiener Staatsoper en de Metropolitan in New York. Hij speelt piano en en publiceerde in 2019 met Die vier Ohnmachten des Chaim Birkner zijn eerste roman.

In Het Concertgebouw dirigeerde Omer Meir Wellber één keer eerder: het Radio Filharmonisch Orkest in Het Zondag­ochtend Concert van 9 februari 2020.

Jan Lisiecki, piano

Al op zijn vijftiende werd Jan Lisiecki bekroond met een Diapason Découverte voor zijn live-opname van beide soloconcerten van Chopin met Varsovia. In maart 2013 viel de jonge musicus in voor Martha Argerich, in Beethovens Vierde pianoconcert met het Orchestra Mozart en Claudio Abbado. Inmiddels geeft hij over de honderd optredens per jaar.

In seizoen 2024/2025 soleerde hij bij het Boston Symphony Orchestra, het London Philharmonic Orchestra, de Münchner Philharmoniker, het Pittsburgh Symphony Orchestra en de Seattle Symphony – stuk voor stuk gezelschappen waar hij al eerder te gast was geweest. Bovendien was hij artist in residence bij het Toronto Symphony Orchestra en leidde hij in een negentiendelige Beethoventournee de Academy of St Martin in the Fields vanachter het klavier; in Beethovenjaar 2020 hadden ze al samen alle vijf pianoconcerten op cd uitgebracht.

In eerdere seizoenen werd Jan Lisiecki uitgenodigd door de Salzburger Festspiele, de BBC Proms, de New York Philharmonic, The Cleveland Orchestra, het Chicago Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris, het Tonhalle-Orchester Zürich, de Staatskapelle Dresden en de Berliner Philharmoniker. Solo verzorgde de pianist recentelijk s in Carnegie Hall in New York, La Scala in Milaan, het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, het Herbst Theatre in San Francisco, ­­Bozar in Brussel en op het Klavier-Festival Ruhr.

Een duoproject met violiste Julia Fischer bracht hem naar podia in New York, Chicago, Boston, Berlijn, Hamburg en München. In de debuteerde Jan Lisiecki in de zomer van 2019 met Rachmaninoffs Tweede pianoconcert bij het Australian Youth Orchestra; in de gaf hij al in mei 2014 een Chopinrecital. De pianist werd in 2012 benoemd tot UNICEF-gezant voor zijn geboorteland Canada.