Valery Gergiev en het Concertgebouworkest: Die Walküre

Valery Gergiev dirigent
Michael Volle bariton (Wotan) 
Christine Goerke sopraan (Brünnhilde)
Tamara Wilson sopraan (Sieglinde)

Walkuren:
Christiane Kohl sopraan
Allison Oakes sopraan
Dara Hobbs sopraan
Stephanie Houtzeel mezzosopraan
Julia Rutigliano mezzosopraan
Alexandra Petersamer mezzosopraan
Simone Schröder alt
Nadine Weissmann alt
Tjarko van der Pol beeldend kunstenaar

Richard Wagner 1813-1883

Derde bedrijf uit ‘Die Walküre’ (1851-56) 

er is geen pauze, 
einde van het concert
ca. 21.30 uur (9 december)
en ca. 22.15 uur (10 december)
 

Dit concert wordt voorzien van boventiteling, en tijdens het concert zullen er tekeningen van Tjarko van der Pol geprojecteerd worden.
Dit programma maakt deel uit van Serie E en Essentials.

Toelichting

Richard Wagner 1813-1883

Die Walküre

Tekst: Thea Derks

‘Waarom zou de vocale muziek niet even goed als de instrumentale muziek een groot, ernstig genre kunnen vormen, dat met name bij uitvoering door het lichtzinnige zangersvolk evenzeer zou worden gerespecteerd als wat mij betreft bij een symfonie van een orkest geëist wordt? De menselijke stem is er nu eenmaal. Ja, ze is zelfs een aanzienlijk mooier en nobeler klankorgaan dan elk orkestinstrument. Zou men haar niet even zelfstandig kunnen aanwenden?’ 

Veelzeggende vragen die Richard Wagner in 1840 opwierp in zijn essay Eine Pilgerfahrt zu Beethoven. Anders dan zijn voorganger zou hij niet als symfonicus maar als componist furore maken. In zijn muziekdramatische werken zocht Wagner naar nieuwe wegen. 

Hij moest niks hebben van de populaire opera’s van Verdi en andere ­Italiaanse tijdgenoten, waarin de zangers in recitatieven het verhaal vertellen en in ’s hun emoties etaleren. Weliswaar volgen opera’s als Der fliegende ­Holländer (1843) en Lohengrin (1850) nog min of meer het romantische patroon van de ‘nummer-opera’, maar gaandeweg ontwikkelde hij een eigen taal, met als kernbegrip de ‘oneindige ’. 

Hiertoe doet Wagner de aria in de ban en laat hij de voor klassieke melodieën kenmerkende opbouw van een vast aantal maten voor- en nazin los. In plaats daarvan gebruikt hij onregelmatige structuren en laat hij de verschillende onderdelen organisch in elkaar overvloeien, zodat de melodie eindeloos blijft stromen – zo is hij en passant verlost van de hinderlijke applauzen na een aria die de voortgang belemmeren. Om eenheid aan te brengen ontwikkelt hij het leidmotief, een melodisch-harmonische frase die gekoppeld wordt aan bepaalde personages of ideeën, en die vaak ook het ‘onuitspreekbare’ hoorbaar maakt. 

In 1848 maakt hij een prozaschets voor het muziekdrama Die Nibe­lungensage (Mythos) en werkt hij aan het tekstboek voor Siegfrieds Tod. Dit ‘heldenepos’ zal de kiem leggen voor zijn vierdelige operacyclus Der Ring des Nibelungen, waaraan hij zesentwintig jaar zal werken. Wagner baseert zijn in Germaans stafrijm gezette libretto’s op verschillende middeleeuwse Duitse en ­Scandinavische sagen en legenden, met als bekendste het oud-Duitse Nibelungenlied, waaraan hij de centrale tiek ontleent. 

Hij schreef eerst het libretto voor Siegfrieds Tod (later omgedoopt tot Götterdämmerung) en voltooide hiervoor in 1850 ook een muzikale schets. Maar al tijdens het componeren voelt hij de behoefte ook Siegfrieds voorgeschiedenis te vertellen, wat leidt tot een nieuw libretto, Der junge Siegfried (later kortweg Siegfried). In oktober 1851 besluit hij er een cyclus van vier muziekdrama’s van te maken, op te voeren tijdens een ‘Vorabend’ en drie dagen: Das RheingoldDie WalküreDer junge Siegfried en Siegfrieds Tod. De integrale cyclus doopt hij Der Ring des Nibelungen.

Kort gezegd beschrijft deze de eeuwige strijd tussen macht en liefde. Een door de neveling (Nibelung) Alberich gesmede gouden ring geeft de bezitter almacht, mits die bereid is hiervoor de liefde af te zweren. Oppergod Wotan vindt het geen probleem alles en iedereen – zelfs zijn eigen oog – te offeren in ruil voor macht. Hij steelt de ring van Alberich, die hierover onmiddellijk een dodelijke vloek uitspreekt. Hopende deze te doorbreken en toch de macht te behouden, besluit Wotan dat een nobele held de ring moet teruggeven aan de Rijndochters, van wie Alberich het goud stal om de ring te maken. 

Dat kan uiteraard niet goed aflopen. Aan het slot van het vierde en laatste deel, Götterdämmerung, gaat het Walhalla in vlammen op en is de macht van de goden voorgoed gebroken. De aan één oog blinde Wotan heeft het onheil over zichzelf afgeroepen: hij mist zelfinzicht en is niet in staat tot liefde en compassie. Een sleutelrol in de tetralogie speelt Brünnhilde, een van de negen Walkuren die Wotan bij de aardgodin Erda verwekt heeft. Zij is de hoofdpersoon van Die Walküre, waarvan vandaag het derde bedrijf wordt uitgevoerd. 

Wagner voltooide dit muziekdrama in 1856 en speelde het integraal op de ­piano voor aan een aantal genodigden; zelf zong hij de partijen van Siegmund en diens vijand Hunding. De rol van de onverschrokken Brünnhilde bestemde hij voor een sopraan. Deze Walkure is de oogappel van Wotan, niet alleen vanwege haar moed, maar ook omdat ze feilloos zijn gemoed weet te peilen. Geroerd door de liefde tussen de – eveneens door hem verwekte – Siegmund en Sieglinde, neemt zij de tweeling tegen zijn heerszucht in bescherming. 

Brünnhilde stelt liefde tegenover macht, wat zij moet bekopen met het verlies van haar goddelijkheid. Zang en muziek vertellen samen het verhaal, inderdaad als een ‘oneindige ’. De partij van Brünnhilde wisselt razendsnel tussen het allerlaagste en het allerhoogste register, tussen zoetgevooisd gefluister en luide, zelfbewuste aanklacht. Wanneer zij met Sieglinde op haar ros voor Wotan vlucht, klinkt gejaagd, martiaal kopergeschal, het ‘Walkurenmotief’. 

Wotans woede wordt gevangen in driftige donderklanken in een gepunteerd , het ‘onrustmotief’. Als Brünnhilde haar vader bedeesd tegemoet treedt, klinken lieflijke cantilenen van basklarinet en . Gaandeweg wordt ook de toon van Wotan milder, zeker als Brünnhilde hem zelfbewust een spiegel voorhoudt. Aan het slot verraadt het smeltend innige ‘onthoudingsmotief’ hoezeer Wotan lijdt onder zijn eigen rigide wetten, die hem zijn meest geliefde dochter doen verstoten. Zij is de morele winnaar van hun ongelijke strijd.

Die Wälkure

Synopsis

Wat voorafging

De door Wotan verwekte tweeling Siegmund en Sieglinde is al jong van elkaar gescheiden; Sieglinde is uitgehuwelijkt aan Hunding. Op hun trouwdag stootte een vreemdeling (Wotan) het zwaard Nothung diep in de stam van een es. 

Achtervolgd door Hunding zoekt Siegmund zijn toevlucht bij Sieglinde. Ze worden verliefd en slapen met elkaar. Siegmund trekt het zwaard uit de stam, dat hem moet beschermen in het duel met Hunding.

Ondertussen eist Fricka, Wotans echtgenote, dat Siegmund moet boeten voor de incest met zijn zus. Wotan draagt Brünnhilde op Siegmund te laten sneuvelen, maar als zij diens oprechte liefde voor Sieglinde ervaart, besluit ze hem te beschermen. 

Daarop breekt Wotan hoogstpersoonlijk Siegmunds zwaard. Brünnhilde vlucht, de zwangere Sieglinde en de resten van Nothung meevoerend. 

Derde bedrijf

De Walkuren brengen de gesneuvelde helden – Siegmund en Hunding – naar Walhalla. Brünnhilde arriveert als laatste, met Sieglinde. Haar zussen weigeren haar te beschermen, waarop zij de brokstukken van Nothung aan Sieglinde geeft. Ze voorspelt dat haar zoon Siegfried een held zal zijn, die het zwaard weer aaneen zal smeden. 

Sieglinde vlucht en Brünnhilde treedt de woedende Wotan tegemoet. Hij verstoot haar als lid van de godenfamilie en zal haar in een diepe slaap brengen. Degene die haar wekt, zal zij als echtgenote moeten dienen. 

Brünnhilde wijst Wotan erop dat ze slechts zijn innerlijke wens heeft vervuld en smeekt hem haar niet aan een eerloze man te schenken. Daarop belooft hij haar slapende gestalte te omringen met een vlammenzee, die alleen een held zal durven doorschrijden. Met een kus op haar oogleden brengt hij Brünnhilde in slaap.

Thea Derks schreef voor het decembernummer van Preludium een achtergrondartikel over de mythische Walkuren.

Biografie

Michael Volle, bariton

Michael Volle geldt als een van de voornaamste Duitse baritons. Hij kreeg les van de vermaarde zangers Josef Metternich en Rudolf Piernay. Van 1999 tot 2007 werkte hij voor Opernhaus Zürich en van 2007 tot 2011 was hij vast lid van de Bayerische Staatsoper in München, waar hij gestalte gaf aan onder andere de titelrol van Tsjaikovski’s Jevgeni Onjegin, Don Alfonso in Così fan tutte van Mozart en Wolfram in Wagners Tannhäuser.

Bovendien verzorgde Michael Volle gastoptredens in onder meer New York, Londen, Brussel, Parijs en Wenen en tijdens de festivals van Salzburg, Bayreuth en Baden-Baden. Hij werd door Opernwelt verkozen tot ‘Sänger des Jahres 2014’. Hij is ook een toegewijd vertolker, soleert in divers concertrepertoire en werkt regelmatig mee aan tv-, cd- en dvd-opnamen.

Michael Volle is ook een toegewijd liedvertolker, soleert in divers concertrepertoire en werkt regelmatig mee aan tv-, cd- en dvd-opnamen. Onlangs haalde hij het nieuws door, voor een wetenschappelijk onderzoek, een uit WagnerTännhauser te zingen in een MRI-scanner.

Michael Volle soleerde van 2002 tot en met 2005 jaarlijks bij het Koninklijk Concertgebouw-orkest in BachJohannes- en Matthäus-Passion onder leiding van Philippe Herreweghe. In 2016 kwam hij terug om Wotan te vertolken in het derde bedrijf van Wagners Die Walküre onder leiding van Valery Gergiev.

Christine Goerke, sopraan

Christine Goerke studeerde zang in haar geboorteplaats New York. De sopraan treedt op in vooraanstaande huizen wereldwijd, waaronder de Metropolitan Opera in New York, het Royal Opera House Covent Garden in Londen en La Scala in Milaan. Naast e sopraanrollen van Mozart en Händel staan de laatste jaren steeds vaker dramatische Wagner- en Strauss-rollen op haar repertoire.

Zo werd ze in maart 2019 hoog geprezen om haar vertolking van Brünnhilde in Wagners Der Ring des Nibelungen bij de Metropolitan . Daarnaast had ze veel succes met Wagner-­rollen als Kundry in Parsifal, Ortrud in Lohengrin, de titelrollen van Richard StraussElektra en ­dne auf Naxos, ­Puccini’s Turandot, Alice Ford in Verdi’s Falstaff en Ellen Orford in Brittens Peter Grimes.

In 2001 won ze de prestigieuze Richard Tucker Award. In 2015 werd ze door Musical America uitgeroepen tot Vocalist of the Year en in 2017 werd ze geëerd met een Opera News Award. Christine Goerke debuteerde in december 2016 bij het Concertgebouworkest als Brünnhilde in het derde bedrijf van Wagners Die Walküre onder leiding van Valery Gergiev. In september 2018 vertolkte ze Marguerite in Honeggers Jeanne d’Arc au bûcher.

Tamara Wilson, sopraan (Sieglinde)

Tamara Wilson behaalde haar zangdiploma aan de University of Cincinnati en bekwaamde zich verder bij de Houston Grand Studio. De Amerikaanse sopraan veroverde de afgelopen tien jaar de internationale muziekwereld met haar bijdragen aan met name opera’s van Verdi, Mozart, Richard Strauss en Wagner.

Tot de hoogtepunten van haar carrière behoren haar debuut bij de Metropolitan Opera in New York in 2014 in de titelrol van Verdi’s Aïda en haar Londense debuut in 2015 als Donna Leonora in Verdi’s La forza del destino bij English National Opera.

Naast optredens over de hele wereld wijdt Tamara Wilson zich aan concertrepertoire. Recent soleerde zij bijvoorbeeld in Mahlers Achtste symfonie bij het Zweeds Radio onder leiding van Daniel Harding en in Verdi’s Messa da requiem bij het City of Birmingham Symphony Orchestra onder Edward Gardner. De zangeres ontving in 2016 de prestigieuze Richard Tucker Award.

In december 2016 debuteerde ze bij het Concertgebouworkest in het derde bedrijf van Wagners Die Walküre onder leiding van Valery Gergiev.

Tjarko van der Pol, beeldend kunstenaar

De jonge beeldend kunstenaar Tjarko van der Pol, afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, heeft van jongs af aan oog voor detail gehad. ‘Pas als je inzoomt, zie je hoe mooi de dingen zijn gemaakt’, meent hij.

Of hij nu stadsplattegronden voor de Amsterdamse Uitkrant, illustraties voor NRC Handelsblad, zelfontworpen machines in zijn vrije werk, of het complete darmenstelsel voor een wetenschappelijk kinderboek tekent – Van der Pol doet het met toewijding en precisie.

Als een moderne monnik werkt hij aan de totstandkoming van zijn tekeningen en animaties. Behalve in publicaties en live-producties is zijn werk regelmatig tijdens tentoonstellingen te bewonderen.

Tjarko van der Pol werkt in dit project voor het eerst samen met het Koninklijk Concertgebouworkest, waarbij hij het verhaal van Die Walküre van Wagner met tekeningen ondersteunt.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest