Sterrenkwartet rond Leonidas Kavakos speelt Brahms
Leonidas Kavakos viool
Antoine Tamestit altviool
Clemens Hagen cello
Yuja Wang piano
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.10 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Carte Blanche voor Leonidas Kavakos.
Johannes Brahms 1833-1897
Tweede pianokwartet in A gr.t., op. 26 (1861)
Allegro non troppo
Poco adagio
Scherzo. Poco allegro
Finale. Allegro
pauze
Eerste pianokwartet in g kl.t., op. 25 (1861)
Allegro
Intermezzo: Allegro ma non troppo
Andante con moto
Rondo alla zingarese: Presto
Toelichting
Pianokwartetten van Johannes Brahms
tekst: Liesbeth Houtman
Met een koffer vol composities en een hoofd vol dromen vestigde de 29-jarige Johannes Brahms zich in september 1862 in muziekmetropool Wenen. ‘Ik ben verhuisd en woon hier op tien stappen van het Prater en kan mijn wijn drinken waar Beethoven dat placht te doen’, schreef hij enthousiast aan zijn vriend Julius Otto Grimm.
In zijn koffer bevonden zich onder andere twee orkestserenades, pianowerken, eren en kamermuziek, waaronder zijn twee eerste pianokwartetten: het kwartet in g klein, 25 en dat in A groot, opus 26. Beide werken had Brahms het jaar ervoor voltooid in Hamm, een voorstadje van Hamburg.
De eerste ideeën had hij echter al eind jaren vijftig verzameld in Detmold, ten noordwesten van Kassel, waar hij een braaf baantje had in dienst van de plaatselijke vorst. De schetsen van het derde, tevens laatste pianokwartet (in c klein, opus 60) stammen ook uit die tijd, hoewel dat werk pas veel later, in 1875, werd uitgegeven.
De jonge componist huurde in Hamm een kamer van de weduwe Elisabeth Rösing, aan wie hij het Tweede pianokwartet opdroeg. Hoewel de grote stad lonkte, had hij het in Hamm uitstekend naar zijn zin. Hij kon er in alle rust werken, en ontving er vrienden zoals de van oorsprong Hongaarse violist Joseph Joachim en de pianiste en componiste Clara Schumann.
Aan hen legde de altijd onzekere Brahms steevast zijn composities voor. Zo ook de drie pianokwartetten. Pas nadat zijn vrienden er hun goedkeuring aan hadden gegeven durfde hij het aan ze te publiceren.
De monumentale kwartetten 25 en 26 lijken wel een twee-eiige tweeling met totaal verschillende karakters: het eerste hartstochtelijk en onstuimig, het tweede meer ontspannen, maar vol geraffineerde harmonische en motivische details.
Bijna direct na aankomst in Wenen voerde Brahms de werken uit met leden van het Hellmesberger Kwartet, waarbij hij zelf de pianopartij voor zijn rekening nam. ‘Ik speelde zo vrij alsof ik thuis met vrienden zat en het publiek hier is echt een veel grotere stimulans dan bij ons’, schreef Brahms aan zijn ouders in Hamburg.
Naar verluidt wendde de primarius van het kwartet zich na afloop tot Brahms en verklaarde hem spontaan tot Beethovens erfgenaam – een titel waar hij toen apetrots op was maar die hem later veel ergernis zou bezorgen.
Uit 1861
Brahms: Tweede pianokwartet
Met de spitsvondigheden van het omvangrijke Tweede pianokwartet had de Weense bevolking nogal wat moeite. ‘We mogen de componist dankbaar zijn dat hij afsloot met zijn Variaties op een van Händel, zodat de slechte herinneringen aan het werk snel werden uitgewist’, schreef een nukkige recensent na de première in november 1862.
Een dergelijk oordeel klinkt nu wel erg bruut. Joseph Joachim was millder over het werk, nadat hij het grondig had bestudeerd. ‘Innigste zachtheid wisselt af met frisse levenslust’, meende hij. En: ’Wie zoiets schrijft, is edel en goed.’
Onbekommerd laten we ons dus maar meevoeren door de haast orkestrale weelde van het ritmisch spannende eerste deel, de hartverwarmende lyriek van het , de grilligheden van het en de opzwepende, volksdansachtige tiek van de Finale.
uit 1861
Brahms: Eerste pianokwartet
Het Eerste pianokwartet was al in 1861 met Clara Schumann in Hamburg in première gegaan. In Wenen viel het onmiddellijk in de smaak. Zo prezen de critici de symfonische allure en de grote aandacht die Brahms besteedde aan muzikale ontwikkeling.
In het openingsdeel gebruikt hij wel vijf tische gegevens. Met de verwerking ervan schiep hij een van de stormachtigste kamermuziekdelen. In contrast hiermee staat het intieme en tedere Intermezzo dat de plaats inneemt van het traditionele of .
Het werk werd vooral populair door het alla zingarese (‘als zigeunermuziek’). De weemoed en uitbundigheid van dit slotdeel zijn Brahms ingegeven door zijn liefde voor de Hongaarse zigeunermuziek en zijn vriendschap met Joachim.
Biografie
Leonidas Kavakos, viool
Leonidas Kavakos brak internationaal door met het winnen van Sibelius Concours in 1985 en het Paganini Concours in 1988. Sinds die tijd werkt hij met gezelschappen als de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra en het Orchestre Philharmonique de Radio France.
Sinds 2002 is hij een graag geziene gast bij het Concertgebouworkest, waar hij soleerde in een breed repertoire van Saint-Saëns en Tsjaikovski tot Rihm en Dutilleux.
In het seizoen 2014/2015 was hij de eerste artist in residence in de geschiedenis van het orkest. Tijdens Opening Night 2021 op de Dam soleerde hij in werken van Kreisler, Paganini, Mascagni en Ravel, en in oktober en november 2022 was hij met het orkest onder leiding van Daniel Harding in Amsterdam en op tournee te horen in Brahms’ Vioolconcert.
In zijn geboortestad Athene geeft hij jaarlijks druk bezochte masterclasses viool en ensemblespel. Leonidas Kavakos is ook actief als ; zo leidde hij het Budapest Festival Orchestra, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, de New York Philharmonic, de Wiener Symphoniker, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het Israël Filharmonisch Orkest en het Chamber Orchestra of Europe.
Leonidas Kavakos trad regelmatig op met cellist Yo-Yo Ma en pianist Emanuel Ax en rekent onder zijn kamermuziekpartners ook de pianisten Enrico Pace en Yuja Wang. Solo was hij te horen in bijvoorbeeld Bachs ’s en s, die hij ook op cd opnam. Leonidas Kavakos bespeelt de ‘Willemotte’-Stradivarius uit 1734.
Wat vindt Leonidas Kavakos zo bijzonder aan Korngolds Vioolconcert? Lees hier het artikel.
Antoine Tamestit, altviool
Antoine Tamestit studeerde bij Jean Sulem, Jesse Levine en Tabea Zimmermann. Als jonge musicus won hij onder meer het William Primrose Concours in 2001 en de ARD Musikwettbewerb in 2004; in 2008 kreeg hij de Credit Suisse Young Artist Award. De Parijzenaar is een van de weinige wereldwijd bekende solisten op de altviool, en bestrijkt een zeer breed repertoire van de tot het heden.
Zijn grote affiniteit met nieuwe muziek komt tot uiting in vele wereldpremières, zoals die van Jörg Widmanns Altvioolconcert, waarvan de opname met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder Daniel Harding de Premier Award won tijdens de BBC Music Magazine Awards 2019, maar ook Thierry Escaichs La Nuit des chants, Bruno Mantovani’s Concert voor twee altviolen (samen met Tabea Zimmermann) en Olga Neuwirths Remnants of Songs en Weariness Heals Wounds.
Recent soleerde Antoine Tamestit onder meer bij de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic, de Wiener Symphoniker, het Orchestre Philharmonique de Radio France, het Tonhalle-Orchester Zürich en het NHK Symphony Orchestra Tokyo. Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in april 2024 met het Altvioolconcert van Goebaidoelina. Antoine Tamestit opende het seizoen 2025/2026 van het Tanglewood Music Festival met een met violist Leonidas Kavakos, cellist Yo-Yo Ma en pianist Emanuel Ax.
Andere kamermuziekpartners zijn pianiste Yuja Wang, violiste Isabelle Faust, klarinettist Martin Fröst en het Quatuor Ébène. Met Frank Peter Zimmermann en Christian Poltera vormde hij ruim tien jaar het Trio Zimmermann. Antoine Tamestit bespeelt de eerste die Antonio Stradivarius ooit maakte, in 1672.
Clemens Hagen, cello
Clemens Hagen groeide op in Salzburg, als zoon van musici van het Mozarteumorchester. Op zijn achtste werd hij toegelaten tot het Mozarteum en later studeerde hij aan de Musikhochschule in Basel; onder zijn leraren waren Wilfried Tachezi en Heinrich Schiff.
In 1983 beloonde de Wiener Philharmoniker de jonge cellist met twee verschillende prijzen.
Vervolgens maakte hij solodebuten bij onder meer de Wiener Symphoniker, de Berliner Philharmoniker, de Camerata Salzburg, het Chamber Orchestra of Europe, The Cleveland Orchestra, het NHK Symphony Orchestra, Tokyo en het Concertgebouworkest (1997, onder leiding van Nikolaus Harnoncourt).
Clemens Hagen vormde ruim veertig jaar geleden met zijn zus Veronika en zijn broer Lukas het Hagen Quartett (Concertgebouw Prijs 2018), zit sinds 2018/2019 in het Vienna Piano Trio, maakte Beethovenopnames met Paul Gulda en Schumannopnames met Stefan Vladar en speelde kamermuziek met collega’s als Leonidas Kavakos en Yuja Wang ( 2018), Gidon Kremer, Maxim Vengerov, Hélène Grimaud en Leif Ove Andsnes. Sinds 1988 geeft hij les aan het Mozarteum en sinds 2003 maakt hij deel uit van het Lucerne Festival Orchestra.
De cellist bespeelt een instrument van Antonio Stradivari (1698).
Yuja Wang, piano
Yuja Wang studeerde aan het conservatorium in haar geboortestad Peking en in Canada en voltooide haar opleiding bij Gary Graffman aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia. Haar definitieve doorbraak volgde toen ze in 2007 met Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert inviel voor Martha Argerich bij het Boston Symphony Orchestra.
Sindsdien wordt de pianiste uitgenodigd door grote orkesten als die van Philadelphia, Washington en New York, de Sächsische Staatskapelle Dresden, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het City of Birmingham Symphony Orchestra en de Wiener, de Münchner en de Berliner Philharmoniker.
In 2017 riep muziekblad Musical America Yuja Wang uit tot Artist of the Year, in 2021 kreeg ze een Echo Klassik voor haar première-opname van Must the Devil Have all the Good Tunes? van John Adams met de Los Angeles Philharmonic, en in 2024 won ze haar eerste Grammy Award. In San Francisco verzorgde ze in 2022 de wereldpremière van het Derde pianoconcert van Magnus Lindberg, met vervolguitvoeringen in Noord-Amerika en Europa.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Yuja Wang in 2010 met Prokofjevs Derde pianoconcert en ze keerde meermaals terug, de laatste keer afgelopen december met Prokofjevs Tweede pianoconcert onder leiding van Thomas Adès. Kamermuziek speelt de pianiste met onder anderen cellist Gautier Capuçon, klarinettist Andreas Ottensamer en violist Leonidas Kavakos, en solorecitals geeft ze wereldwijd – in de voor het laatst in mei 2022.



