Rising Stars: tijdreis met Trio Catch
Trio Catch:
Boglárka Pecze klarinet
Eva Boesch cello
Sun-Young Nam piano
DE KEUZE VAN KÖLNER PHILHARMONIE, FESTSPIELHAUS BADEN-BADEN, KONZERTHAUS DORTMUND EN LAEISZHALLE ELBPHILHARMONIE HAMBURG
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door: European Concert Hall Organisation; European Culture Programme; Egon Zehnder
John Bull 1562/63-1628
In Nomine XII (arr. M. Illés)
Johannes Maria Staud 1974
nieuw werk (2015)
in opdracht van KölnMusik en Laeiszhalle Elbphilharmonie Hamburg en de European Concert Hall Organisation; met steun van het Programma Cultuur van de Europese Unie
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Klarinettrio in Bes gr.t., op. 11 (1797)
‘Gassenhauer’
Allegro con brio
Adagio
Tema, pria ch’io l’impegno: Allegretto
pauze
John Bull 1562/63-1628
In Nomine VI (arr. M. Illés)
Johannes Brahms 1833-1897
Klarinettrio in a kl.t., op. 114 (1891)
Allegro
Adagio
Andante grazioso
Allegro
Toelichting
John Bull: 1562/63-1628
In Nomine XII en VI (arr. M. Illés)
Het van vanavond zou je kunnen omschrijven als ‘inspiratie’. Want net als Beethoven werd Brahms geïnspireerd door een musicus die hij kende – en ook Stauds werk is op het lijf geschreven van specifieke musici. Daarnaast lieten zowel Beethoven als Illés hun oren hangen naar een collegacomponist. Om met de laatste te beginnen: de twee In Nomines die de Hongaar Márton Illés (1975) bewerkte zijn gebaseerd op John Bulls werken onder die naam. Die zich op zijn beurt oriënteerde op zijn grote voorganger John Taverner. In het Benedictus van Taverners Missa Gloria tibi Trinitatis zit namelijk een op de tekst ‘In nomine Domini’ dat talloze tijdgenoten inspireerde om er instrumentale stukken op te maken. En dat heeft vijf eeuwen later Márton Illés ertoe aangezet om deze renaissancestukken als uitgangspunt te nemen. Ditmaal in wat in Taverners tijd een ‘broken consort’ werd genoemd: een ensemble van verschillende instrumenten – in tegenstelling tot het ‘whole consort’ met instrumenten uit één instrumentenfamilie. Hoewel de piano en de klarinet uit een latere tijd stammen, heeft de oudere wortels. Hij staat nog dichter bij de gamba, en het is dan ook in dat instrument dat de echo’s van Taverner het duidelijkst te horen zijn. Het is juist de polydimensionaliteit, zoals Illés het noemt, die hem zo aanspreekt: enerzijds het gegeven motief, de die zich in lange notenwaarden beweegt, anderzijds de snelle beweeglijke figuraties in de stemmen die eromheen variëren.
Johannes Maria Staud: 1974
Wasserzeichen (Auf die Stimme der weissen Kreide II) (2015)
Het werk van Johannes Maria Staud is zeer recent: op het moment dat deze toelichting geschreven werd moest de eerste noot nog op papier gezet worden. De Oostenrijker Staud studeerde in Wenen en in Berlijn en verwierf al prestigieuze onderscheidingen in onder meer Berlijn en Salzburg. Werk van hem werd uitgevoerd door de Berliner Philharmoniker met Simon Rattle en de Wiener Philharmoniker onder Daniel Barenboim. Ook was hij composer in residence bij het Lucerne Festival, waarvoor hij de Die Antilope schreef. Dat hij de opdracht voor Trio Catch pas laat componeert kan gelegen zijn in het feit dat Staud graag intensief samenwerkt met uitvoerenden. Vanuit een paar schetsen, een vage voorstelling hoe een stuk kan gaan worden, gaat hij de dialoog aan met de musici: ‘Interpretatie is heel belangrijk omdat een musicus iets unieks kan toevoegen aan een stuk. Ik werk altijd nauw samen met de uitvoerenden omdat zij hun instrument beter kennen dan ik – zo leer je altijd wat.’
Ludwig van Beethoven: 1770-1827
Klarinettrio in Bes gr.t., op. 11 ‘Gassenhauer’ (1797)
Van de wisselwerking tussen het Trio Catch en Staud is het misschien niet eens zo’n grote stap naar Beethovens Klarinettrio in Bes groot, 11. Want ook dat werk is geschreven met een bepaalde uitvoerder in het achterhoofd: klarinettist Joseph Beer. Het ontleent zijn bijnaam aan de variaties die het laatste deel vormen. Het waarop Beethoven zijn fantasie botvierde is afkomstig uit een van een destijds beroemde tijdgenoot: Joseph Weigl. Het terzet ‘Pria ch’io l’impegno’ uit diens opera L’amor marinaro, ossia Il corsaro was dermate populair dat tal van componisten erop zouden variëren – zo ging ook Paganini ermee aan de haal in zijn met variaties uit 1828. Vandaar de bijnaam ‘Gassenhauer’, een deuntje dat in de Gasse (steeg) gezongen wordt – wij zouden zeggen: ‘een hit’. Beethovens negen variaties illustreren hoe bedreven hij was in de kunst van het improviseren. Dat blijkt ook uit de confrontatie met collega-pianist Daniel Steibelt. Die daagde Beethoven uit door, kort na de première van opus 11, te improviseren over het Weigl-thema. Beethoven nam de handschoen op, pakte de partij van Steibelts net daarvoor uitgevoerde et, zette die omgekeerd op de pianolessenaar en begon daarover te improviseren. Eerst met één vinger, vervolgens uitlopend in virtuoze omspelingen. Volgens tijdgenoten moet Steibelt razend zijn opgestapt – hij zou sindsdien Beethoven stelselmatig ontlopen hebben. Beethovens variatiereeks over Weigls terzet begint met een variatie voor piano solo, dan volgt er eentje voor cello en klarinet, om pas daarna alle drie instrumenten te presenteren. Tijdgenoten waren niet allemaal even enthousiast over het werk: de Allgemeine Musikalische Zeitung noemde het ‘schwierig und unnaturlich’. Het wordt tegenwoordig ook vaak uitgevoerd met viool in plaats van klarinet en heeft zo een plaats gekregen in de nummering van de ’s.
Johannes Brahms: 1833-1897
Klarinettrio in a kl.t., op. 114 (1891)
Wat bovengenoemde Joseph Beer betekende voor Beethoven, was Richard Mühlfeld voor Johannes Brahms: een klarinetvirtuoos die het beste in de componist boven bracht. Brahms had Mühlfeld in maart 1891 leren kennen in Meiningen. Hij schreef Clara Schumann: ‘Nooit heb je zo’n klarinettist gehoord. Hij is absoluut de beste die ik ken.’ Geen wonder dat Brahms besloot om twee werken voor Mühlfeld te schrijven, te weten het Klarinettrio, op. 114 en het Klarinetkwartet, op. 115. In een
brief van 25 juli 1891 aan barones Heldburg, de vrouw van de hertog van Meiningen, schreef de componist: ‘Ik zou mezelf [...] graag in Meiningen uitnodigen! Het is ditmaal echter niet uit louter egoïsme. Geheel vertrouwelijk permitteer ik me u mede te delen, hoezeer ik voor u gedacht en zelfs gewerkt heb. Het is mij (onder ons gezegd) niet ontgaan hoe zeer u gesteld bent op de hertogelijke kamermusicus en muziekdirecteur Mühlfeld; ik heb veelvuldig met weemoed gezien hoe vaak uw ogen hem tevergeefs zochten op zijn plaats in het orkest. De afgelopen winter was ik in ieder geval ervan getuige hoe hij éénmaal voor het orkest stond (toen hij een concert van Weber speelde), maar nu breng ik hem in uw huiskamer. Hij zal op uw stoel zitten, u kunt zijn bladomslaander zijn en zijn rusten benutten voor de meest vertrouwelijke gesprekken! De rest zal u om het even zijn, maar voor de volledigheid vertel ik u dat ik voor dat doel een en een et geschreven heb waarin hij moet meeblazen en die ik hem ter hand stel.’ In het trio en het kwintet hoor je de meest rijpe Brahms – met deze stukken zette hij een indrukwekkend slotakkoord achter zijn kamermuzikale oeuvre.
Frits de Haen
Biografie
Trio Catch
De leden van Catch ontmoetten elkaar gedurende de tijd dat ze lessen volgden aan de Internationale Ensemble Modern Akademie in Frankfurt. Ze vernoemden hun trio naar de compositie Catch van Thomas Adès. Inmiddels won het in Hamburg gevestigde ensemble een aantal belangrijke onderscheidingen, waaronder de Hermann und Milena Ebel Preis (2012) en de Berenberg Kulturpreis (2014).
Een druk concertschema bracht Catch de afgelopen tijd naar concertzalen in onder andere Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Zwitserland; het trad ook op tijdens onder meer de Internationale Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt. Naast repertoire uit het verleden spelen de musici graag muziek van hedendaagse componisten. Ze werkten intensief samen met bijvoorbeeld Georges Aperghis, Mark Andre, Helmut Lachenmann en Beat Furrer. Van de laatste twee namen ze ook werk op op cd.
Trio Catch geeft les aan de Musikhochschule in Hamburg en verzorgt regelmatig masterclasses. Tijdens het Festival Klangspuren in Schwaz organiseerde het trio een compositieworkshop voor kinderen.
