Riccardo Chailly & Orchestra Filarmonica della Scala: Tsjaikovski en Prokofjev

Orchestra Filarmonica della Scala
Riccardo Chailly dirigent
Emmanuel Tjeknavorian viool

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Lees ook 7 weetjes over operahuis La Scala.

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Symfonie nr. 1 in D gr.t., op. 25 (1916-17) ‘Klassieke’
Allegro
Larghetto
Gavotte
Finale: Molto vivace

Vioolconcert nr. 1 in D gr.t., op. 19 (1917)
Andantino
Scherzo: Vivacissimo
Moderato

pauze ± 20.55 uur

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Symfonie nr. 6 in b kl.t., op. 74 (1893) ‘Pathétique’
Adagio – Allegro non troppo – Andante
Allegro con grazia
Allegro molto vivace
Finale: Adagio lamentoso, Andante

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Sergej Prokofjev (1891-1953)

‘Klassieke’ symfonie

Door Clemens Romijn

Sergej Prokofjev trad tijdens en na zijn studie aan het conservatorium van Sint-Petersburg op als pianist met vooral eigen werk. De enorme drijfkracht van zijn muziek en spel leverde hem de bijnaam ‘de motor’ op. Zijn optredens, waar hij met zijn spitse granieten aanslag de meest ijzingwekkende samenklanken de zaal in slingerde, leidden steevast tot heftige polemieken. Zo werd de première van zijn adembenemende Tweede pianoconcert in 1913 met de 22-jarige componist aan de vleugel een optreden vol sensatie en provocatie, waarbij het verbouwereerde publiek siste en joelde en naar de uitgang stormde. Dergelijke muzikale schandalen waren er veelvuldig in het Rusland van omstreeks de revolutietijd, maar ook elders, zoals bij de première van Le sacre du printemps van Igor Stravinsky in Parijs in hetzelfde jaar.

Na de pre­mière in 1918 van zijn bekende en alom geprezen Eerste symfonie, bijgenaamd ‘Klassieke’, week Prokofjev vanwege de ­Oktoberrevolutie uit naar het buitenland. Na een kort verblijf in Japan leefde en concerteerde hij afwisselend in Europa en de Verenigde Staten, maar vooral in Parijs, waar Sergej Diaghilev en later Serge Lifar Prokofjevs balletten opvoerden. In 1936 keerde Prokofjev definitief terug naar zijn vaderland, uit heimwee, of, zoals hij zelf zei, omdat hij de Russische lucht en de Russische taal zo hevig miste. Hij overleed in 1953, enkele uren na Stalin.

Met zijn ‘Klassieke symfonie’ leverde Prokofjev een levenslustige hommage aan zijn favoriete componist: Joseph Haydn (1732-1809). Prokofjev stelde zich voor dat, wanneer Haydn tot in Prokofjevs tijd was blijven leven, hij wel zijn eigen stijl zou hebben behouden, maar sporadisch wat modernere trekken zou hebben overgenomen. Zoiets is de ‘Klassieke symfonie’ geworden: de oude ‘Papa Haydn’ in een nieuwe jas.

Naar Haydns voorbeeld werkt Prokofjev in het eerste deel twee contrasterende ’s uit. Natuurlijk wel met de voor Prokofjev zo eigen grote melodische sprongen en bijtende samenklanken. Deel twee is meer romantisch dan klassiek getint, en de kekke Gavotte die in Haydns tijd al verouderd was en door hem helemaal niet meer gecomponeerd werd, is een ke stijlimitatie met een knipoog. Misschien dat Prokofjevs Eerste symfonie haar populariteit nog wel het meest te danken heeft aan de enorme wervelwind van de Finale, die bij de première in Petrograd, het toenmalige Sint-­Petersburg, in april 1918 een daverend applaus ontketende.

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Eerste vioolconcert

Door Martijn Voorvelt

Het was een bewogen jaar: 1917. Op veel plaatsen in de wereld heerste politieke onrust en in Rusland barstte de revolutie los. De tsaar werd afgezet en geëxecuteerd en de wereld zou nooit meer dezelfde zijn. Sergej Prokofjev hield zich echter niet zo bezig met politiek. Hij was een succesvol componist en beleefde in 1917 zijn productiefste jaar. In de zomer voltooide hij zowel zijn Eerste symfonie als zijn Eerste vioolconcert. Datzelfde najaar nog zouden beide in première gaan, met de Poolse violist Paul Kochanski als solist in het vioolconcert. Maar de Oktoberrevolutie gooide roet in het eten. Het concert werd uitgesteld. Het jaar daarop verliet Prokofjev zijn land, waarna hij het contact met Kochanski verloor.

David Oistrach zou een onvermoeibaar pleitbezorger worden van Prokofjevs Eerste vioolconcert.

Zes jaar later, na omzwervingen door Amerika en Europa, werd een nieuwe première gepland in Parijs. Maar alweer had Prokofjev de tijdgeest niet mee. Zo was het vinden van een geschikte solist een worsteling nu de wereld zo verdeeld was. Prokofjev was sinds zijn vertrek bij diverse Sovjet-musici uit de gratie geraakt. De violist Bronislav Huberman weigerde zelfs maar een blik op de te werpen. Prokofjev werd gedwongen met minder genoegen te nemen: de concertmeester van de Parijse Opéra, Marcel Darrieux. Een prima violist, maar niet de blikvanger die Prokofjev op het oog had. En dat Igor Stravinsky’s Octet op hetzelfde programma stond, werkte ook al niet in zijn voordeel. Stravinsky, de grote ster aan het Parijse firmament en de lieveling van de avant-garde, zou zelfs debuteren als . Dát was waar de Parijzenaren voor kwamen, hongerig als ze waren naar moderne, nieuwe klanken en spektakel. Zij hadden geen behoefte aan een us vioolconcert met een niet meer dan capabele solist. Prokofjev stond volledig in Stravinsky’s schaduw. Het publiek reageerde lauw en in recensies werd het vioolconcert afgeserveerd als zijnde te eenvoudig, te ouderwets en te romantisch. ‘Kunstmatig en mendelssohniaans’, oordeelde componist Georges Auric.

Gelukkig werd Prokofjevs Eerste viool­concert na de succesvolle Praagse première in 1924 door Joseph Szigeti al snel op waarde geschat. Het seizoen daarop stond het werk op het programma van vele grote violisten, ook in de Sovjet-Unie. David Oistrach zou een onvermoeibaar pleitbezorger worden.

  • Sergej Prokofjev en David Oistrach, jaartal onbekend

Pjotr Tsjaikovski 1840-1893

Zesde symfonie ‘Pathétique’

Door Anneloes Brand

Na de pauze klinkt een van de bekendste werken van Pjotr Tsjaikovski en een van de hoogtepunten van de . De Zesde symfonie in b klein, 74, bijgenaamd ‘Pathetique’, is Tsjaikovski’s laatste symfonie en ook zijn laatste voltooide werk, vol inspiratie geschreven tussen ­februari en augustus 1893. Negen dagen na de première op 28 oktober 1893 in Sint-Petersburg, die hij zelf dirigeerde, stierf de componist.

Tsjaikovski beschouwde de ‘Pathetique’ als zijn beste werk en droeg het op aan zijn geliefde neef Vladimir Davidov (ook wel bekend onder zijn koosnaam ‘Bobyk’). Nog even had hij erover gedacht om het de bijnaam ‘Programmasymfonie’ mee te geven, maar hij realiseerde zich toen dat men nieuwsgierig zou worden naar de achterliggende betekenis, die hij niet wilde prijsgeven: ‘Het verhaal erachter zal voor iedereen een mysterie blijven, laat ze maar raden!’

  • Pjotr Iljitsj Tsjaikovski

Zijn broer Modest beweert de bijnaam ‘Pathetique’ – in de betekenis van ‘vol pathos’, niet ‘meelijwekkend’ – te hebben bedacht. Pjotr was er eerst blij mee, maar bedacht zich later en vroeg uitgever Jurgenson zijn compositie gewoon als Zesde symfonie te publiceren. Uiteindelijk kon Jurgenson de verleiding niet weerstaan de symfonie toch mét bijnaam uit te geven.

Mede door de plotselinge dood van de befaamde componist (waarvan de oorzaak werd vastgesteld als cholera) kwamen de geruchten rond een ‘programma’ op gang: al bij de tweede uitvoering op 18 november 1893 probeerden mensen voortekenen van de dood in de muziek te horen. Ze dachten die te vinden in de geciteerde uit het Russisch-orthodoxe requiem in het openingsdeel en natuurlijk in de ongebruikelijk langzame Finale, met de intense ën aan het begin en de ontroerende noten aan het eind, alsof het licht langzaam uitgaat.

Biografie

Orchestra Filarmonica della Scala, orkest

Het Orchestra Filarmonica della Scala werd in 1982 opgericht door de toenmalig chef- van La Scala, Claudio Abbado, met als doel de muzikale traditie in dit befaamde huis in Milaan van een nieuwe, symfonische dimensie te voorzien. Niet lang daarna gaf het orkest jaarlijks meer dan negentig concerten in eigen huis en maakte het zijn eerste tournees.

Onder de grote dirigenten die meteen vanaf de beginjaren werkten met het orkest waren Leonard Bernstein (laatste keer in 1983), Carlo Maria Giulini (97 concerten in totaal), Riccardo Muti (eerste dirigent van 1987 tot 2005), Giuseppe Sinopoli (gastdirecties tussen 1988 en 1999) en Daniel Barenboim (‘conductor musicale’ van 2011 tot 2015).

Het Orchestra Filarmonica della Scala draagt het oudere symfonisch repertoire een warm hart toe, maar geeft sinds 1998 ook geregeld compositie-opdrachten; zo bracht het nieuwe werken in première van Pascal Dusapin, Peter Eötvös en Salvatore Sciarrino. Het orkest debuteerde in 2007 in de Verenigde Staten, in 2008 in China, maakte tal van succesvolle cd’s en verzorgde in 2013 zijn eerste – inmiddels jaarlijkse – ‘Concerto per Milano’ voor 50.000 toehoorders in de openlucht. Het besteedt veel aandacht aan educatieprogramma’s.

In de Eigen Programmering van Het Concert­gebouw was het Orchestra Filarmonica della Scala één keer eerder te gast: in januari 2019, met werken van Bartók en Moesorgski onder leiding van chef- sinds 2015 Riccardo Chailly.

Hoofdsponsor van het Orchestra Filarmonica della Scala is UniCredit.

Riccardo Chailly, dirigent

Riccardo Chailly was chef- van het Concertgebouworkest tussen 1988 en 2004. Terwijl hij de traditie van de grote romantische werken continueerde, zorgde hij tegelijkertijd voor een verbreding van het repertoire op het gebied van hedendaagse muziek en .

Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot conductor emeritus.

Sinds hij in april 2013 terugkeerde met drie verschillende programma’s, staat Riccardo Chailly opnieuw met regelmaat voor het Concertgebouworkest. De laatste samenwerking dateert van februari 2024, toen Schönbergs Gurre-Lie­der op het programma stond. Van 2005 tot 2016 was de Italiaan chef- van het Gewandhausorchester in Leipzig. Sinds 2015 is hij chef-dirigent van La Scala in Milaan, en sinds januari 2017 artistiek directeur. Dezelfde functie vervult hij sinds 2016 bij het Lucerne Festival Orchestra.

Riccardo Chailly is regelmatig te gast bij de belangrijkste orkesten ter wereld, zoals de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en de New York Philharmonic. leidt hij onder meer bij de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York, de Royal Opera in Londen en de Bayerische Staatsoper in München. Voor zijn meer dan 150 opnames tellende discografie kreeg hij een Gramophone Award, twee Echo Klassiks en de Diapason d’Or als Artist of the Year 2020.

Riccardo ­Chailly werd onderscheiden met de Grand’ Ufficiale della Repubblica Italiana en de zilveren erepenning van de stad Amsterdam. Hij is Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, erelid van de Royal Academy of Music in Londen en ­Cavaliere di Gran Croce van de republiek Italië.

Emmanuel Tjeknavorian, viool

Emmanuel Tjeknavorian werd in Wenen geboren in een muzikale familie, speelt viool vanaf zijn vijfde en studeerde onder meer bij Gerhard Schulz (van het Alban Berg Quartett) aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in zijn geboortestad.

De violist won prijzen van het Internationale Johannes Brahms Concours en het Internationale Fritz Kreisler Concours, en behaalde in 2015 op het Sibelius Concours in Helsinki de tweede prijs en een speciale prijs voor de beste vertolking van Sibelius’ Vioolconcert.

Als solist werd hij uitgenodigd door onder meer de Wiener Symphoniker, het Wiener Kammer­orchester, de Camerata Salzburg, het Orkest van het Mariinski Theater, het Gürzenich Orchester in Keulen en het Gewandhausorchester in Leipzig. Bij de Essener Philharmoniker kreeg hij een ‘Künstlerportrait’ en bij het Württembergisches Kammerorchester Heilbronn was hij als ‘artist in association’ meermaals te gast.

Emmanuel Tjeknavorian bespeelt een instrument van Antonio Stradivari uit 1698. Sinds 2018 betreedt hij ook geregeld als het podium, en zo stonden er directiebeurten in de agenda bij het Tonkünstler-Orchester in Zürich en het Bruckner Orchester Linz. Bij de Oostenrijkse zender Radio Klassik kreeg de musicus in 2017 zijn eigen programma Der Klassik-Tjek.

Zijn Concertgebouwdebuut vond plaats in najaar 2017 met een solorecital als ECHO Rising Star in de .