Rhapsody in Blue door het Concertgebouworkest (19.00 uur)

10 september 2020 – 19.00 uur

Koninklijk Concertgebouworkest
Alan Gilbert dirigent
Stefano Bollani piano

uitleg over het afdrukken van programmaboekjes

George Gershwin (1898-1937)

Cuban Overture (1932)

Catfish Row (1936/37)
symfonische suite uit ‘Porgy and Bess’ (1935)
Catfish Row
Porgy Sings
Fugue
Hurricane
Good Mornin’, Sistuh

Rhapsody in Blue
(1924, instrumentatie Ferde Grofé, versie 1942)

er is geen pauze

Toelichting

Caleidoscopisch New York

Door Martijn Voorvelt

Met muziek van George Gershwin onder leiding van diens stadgenoot Alan Gilbert zoomt het Concertgebouworkest in op New York, een stad waar het Concertgebouworkest van oudsher een band mee heeft. Sinds 1954 heeft het orkest er 58 keer opgetreden. Amsterdam en New York delen een rijke Mahler-traditie; Gustav Mahler was zelfs korte tijd chef- van de New York Philharmonic. Onder zijn opvolgers vinden we zijn grootste Amerikaanse pleitbezorger, Leonard Bernstein, die een belangrijke rol vervulde bij de carrièreswitch van de Amsterdammer Jaap van Zweden: in de jaren 1990 verruilde de toenmalige concertmeester van het Concertgebouworkest zijn viool voor de baton. Nu Van Zweden chef-dirigent is van de New York Philharmonic, treedt deze in de voetsporen van Alan Gilbert, de geboren New Yorker die dit programma leidt.

New York en George Gershwin

Er is geen stad ter wereld waar zo veel muziekstijlen dwars door elkaar lopen als New York. Immigranten van over de hele wereld namen hun muziektradities mee en ontwikkelden die verder – van Engelse en Ierse folk tot joodse eren, van tot Afrikaanse muziekstijlen waaruit zich gospel, blues en jazz ontwikkelden. In het dynamische en caleidoscopische New York sijpelden al die invloeden gedurende de twintigste eeuw de klassieke muziek in.

Aan het begin van die eeuw klitten in Manhattan tientallen commerciële muziekuitgeverijen samen onder de naam Tin Pan Alley. Daar werkte George Gershwin, een jonge joodse songplugger van Russisch-Litouwse afkomst. Nadat hij – mede dankzij de beroemde Broadway-zanger Al Jolson - een grote hit had gescoord met Swanee, klom Gershwin op tot een veelgevraagd songwriter. In 1924 verraste hij de muziekwereld met Rhapsody in Blue, de eerste geslaagde mix van jazz en klassieke muziek. Vanaf dat moment zijn de klassieke muziek, die traditioneel klinkt in het deel van Manhattan dat we ‘uptown’ noemen, en de vele pop-, latin- en jazz-stijlen die zich vooral ‘downtown’ ontwikkelden, steeds meer door elkaar gaan lopen.

Cuban Overture

Na Rhapsody in Blue reeg Gershwin de Broadway-successen aaneen, en met onder meer het Pianoconcert in F groot en An American in Paris op zijn cv kon hij zich al gauw een gearriveerd componist noemen. Toch knaagde het. Hij was origineel en creatief, maar miste techniek, met name op het gebied van en orkestratie. In Parijs had hij Nadia Boulanger en Maurice Ravel om compositielessen gevraagd, maar beiden hadden hem afgewezen omdat het ten koste zou gaan van zijn unieke stijl. In 1932 vond hij in New York een leraar in de Russische componist en wiskundeleraar Joseph Schillinger. Diens theoretische en mathematische benadering, met lessen als ‘Ritmische groepen als resultaat van de interferentie van verschillende gesynchroniseerde periodiciteiten’, had gelukkig geen verdorrend effect op Gershwins stijl. Dat blijkt uit het eerste werk dat hij schreef onder invloed van zijn docent, de Cuban Overture. Deze rumba, waarin de ers Cubaanse instrumenten bespelen, was geïnspireerd door een korte trip naar Havana: ‘Ik heb geprobeerd de Cubaanse s met mijn eigen tische materiaal te combineren.’

De eerste uitvoering vond plaats in het New Yorkse Lewisohn Stadium, een atletiekstadion, voor een uitzinnig 18.000-koppig publiek. Gershwin noemde het ‘de meest opwindende avond die ik ooit heb beleefd’.

Catfish Row

Wordt Porgy and Bess (1935) tegenwoordig beschouwd als een baanbrekende , tijdens Gershwins leven was het geen succes. De componist overspeelde zijn hand, was de teneur. Misschien was zijn eis dat alle belangrijke rollen moesten worden gezongen door gekleurde acteurs nog iets te radicaal. Na de teleurstellende première in New York vonden nog enkele uitvoeringen plaats. In Washington DC waren Afro-Amerikanen aanvankelijk niet welkom in het publiek. Omdat hoofdrolspeler Todd Duncan weigerde onder die condities op te treden, werd er een uitzondering gemaakt – voor het eerst was een gemengd publiek welkom in het National Theatre.

De symfonische die Gershwin samenstelde uit zijn had meer succes. De componist dirigeerde tot aan zijn voortijdige dood alle uitvoeringen zelf, daarna raakte ze in de vergetelheid. Pas in 1958 werd het werk teruggevonden door de secretaresse van Gershwins broer Ira, waarop deze de suite publiceerde onder de naam Catfish Row, om verwarring te vermijden met de al bestaande suite uit Porgy and Bess van Robert Russell Bennett. Gershwins eigen suite toont aan hoe hij zich onder de vleugels van Joseph Schillinger had bekwaamd in compositie en orkestratie: de manier waarop de zwoele van Summertime van het ene instrument naar het andere dwarrelt, of het orkest dromerig door Bess, You Is My Woman Now danst is meesterlijk.

Rhapsody in Blue

In januari 1924 publiceerde de New York Tribune een aankondiging van een concert met nieuwe Amerikaanse muziek. Paul Whiteman zou er met zijn bigband onder meer een nieuw stuk van Gershwin spelen. Die wist van niets, en zat tot over zijn oren in een musical met een strakke deadline. Bij navraag probeerde Whiteman hem toch over te halen: Gershwin hoefde alleen de pianopartij te leveren, Whitemans vaste arrangeur Ferde Grofé zorgde voor de orkestratie.

Zo ontstond binnen enkele dagen Rhapsody in Blue, een pianoconcert en rapsodie in één. Dat het werk met zijn zwoele jazzthema’s en swingende s binnen een losse klassieke opzet iets bijzonders was, zoemde al gauw rond. Tijdens de première op 12 februari 1924, waarbij de 25-jarige Gershwin zelf de pianosolo speelde, was de New Yorkse Aeolian Hall dan ook afgeladen. In het publiek bevonden zich onder anderen de componist/pianist Serge Rachmaninoff, de violist Fritz Kreisler en de Leopold Stokowski. Gershwins Rhapsody in Blue is nog altijd een van de meest populaire werken van de twintigste eeuw en wordt doorgaans uitgevoerd in de orkestversie die Grofé in 1942 vervaardigde.

Lees ook het achtergrondverhaal 'New York: de stad die altijd stroomt'

Biografie

Alan Gilbert, dirigent

Alan Gilbert studeerde aan Harvard University, het Curtis Institute of Music in Philadelphia en de Juilliard School of Music in New York en begon zijn carrière als assistent- bij The Cleveland Orchestra. Sinds september 2019 is hij chef-dirigent van het NDR Elbphilharmonie Orchester in Hamburg, waar hij eerder al meer dan tien jaar vaste gastdirigent was.

Tussen 2009 en 2017 vierde hij successen als music director van de New York Philharmonic. In het verleden was hij chef-dirigent van de Santa Fe en het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Stockholm, waar hij nu eredirigent is.

Als gastdirigent wordt Alan Gilbert uitgenodigd door tal van beroemde orkesten. In recente seizoenen was hij onder meer actief met het Tokyo Metropolitan Symphony Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en de Berliner Philharmoniker.

Wat het genre betreft, gaf hij leiding aan opvoeringen van Schönbergs Moses und Aron in de Dresdner Semperoper en Korngolds Die tote Stadt in het Milanese Teatro alla Scala.

Na zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2003 was hij meerdere malen te gast, zoals in 2017 met werken van Bernstein, Roukens en Sibelius en in september 2020 met een Gershwin-programma.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest