Prokofjev en Knussen bij het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
James Gaffigan dirigent
Leila Josefowicz viool 

pauze ca. 14.45 uur
einde ca. 16.00 uur*

Dit concert maakt deel uit van de series A, Z en F.

*Het programma van 15 december heeft een andere aanvangs- en pauzetijd. 

Theo Verbey 1959

Invitation to a Beheading (2008) 
eerste uitvoering door het Koninklijk Concert­gebouworkest

Oliver Knussen 1952

Vioolconcert, op. 30 (2001-02) 
Recitative
Aria
Gigue

pauze

Sergej Prokofjev 1891-1951

Montagues en Capulets
Julia, het jonge meisje
Gemaskerd bal
Romeo en Julia
De dood van Tybalt 
Romeo en Julia voor het afscheid
Romeo aan het graf van Julia
De dood van Julia
uit ‘Romeo en Julia’ (1935-36)

Toelichting

Theo Verbey 1959

Invitation to a beheading

tekst: Christiane Schima

Het feit dat Theo Verbey met aan de fractale geometrie ontleende getalsverhoudingen werkt, is niet aan zijn muziek te horen. Zulke methodes helpen de componist, zoals hij vaak heeft benadrukt, slechts zijn materiaal te ordenen.

Verbey: ‘Componeren is een non-verbale bezigheid. Je begint met een paar melodische, harmonische ideeën en een globale voorstelling van hoe een stuk moet klinken. De uitdaging bestaat vervolgens daarin een structuur te bedenken, het materiaal als het ware beperkingen op te leggen en van daaruit naar oplossingen te zoeken. Van het grote naar het kleine.’

Ondanks hun moderne klankbeeld zijn Verbeys werken geworteld in de tradities van vele eeuwen muziekgeschiedenis. Zijn composities worden gekenmerkt door toespelingen op historische modellen, een bijzonder gevoel voor dramatische spanningsbogen en muzikale zinsopbouw, en – zo nu en dan – ook het gebruik van klassieke ën.

In 2008 was de première van Verbeys Invitation to a Beheading bij het Radio Filharmonisch Orkest. Het werk is geïnspireerd door Vladimir Nabokovs roman met de Nederlandse titel Uitnodiging voor een onthoofding. Het is een kafkaësk verhaal over een man die om duistere redenen ter dood wordt veroordeeld.

Verbey over zijn werk: ‘Uitnodiging voor een onthoofding is “een viool in een ledige ruimte”. Dit schreef Vladimir Nabokov naar aanleiding van zijn roman uit 1938. Hoofdfiguur is Cincinnatus C., (...) ter dood veroordeeld wegens “ondoorzichtigheid”. Het moment waarop hij terechtgesteld gaat worden, wil men hem niet kenbaar maken.

In het korte orkeststuk dat ik na het lezen van de roman schreef, overheerst een terughoudende, enigszins grimmige toon. In een langzaam tempo wordt een ten grave gedragen. Schimmig tracht dit proces nog wat op te houden, maar het mag allemaal niet baten. Na een enkele orkestrale oprisping komen we weer precies uit waar we begonnen zijn.’

Vioolconcert

tekst: Martijn Voorvelt

De Engelse componist Oliver Knussen, tevens zeer actief als , voelt zich al evenzeer met de muziekgeschiedenis verbonden als Verbey. Ook zijn muziek kenmerkt zich door kleurrijke orkestraties, vaak met een duidelijke knipoog naar Ravel en Stravinsky, en een stevig in de klassiek-romantische traditie verankerde vormtaal.

Bij de wereldpremière van zijn Vioolconcert op 5 april 2002 in Pittsburgh leidde hij zelf het Pittsburgh Symphony Orchestra; de solist was Pinchas Zukerman, aan wie het werk is opgedragen. In 2004 stond het Vioolconcert bij het Koninklijk Concertgebouworkest op het programma: Leila Josefowicz debuteerde ermee bij het orkest. Het wordt beschouwd als een van Knussens meesterwerken en is mede dankzij Josefowicz een repertoirestuk geworden.

Hoewel de drie delen vernoemd zijn naar traditionele muziekvormen uit de , moeten we de titels meer zien als algemene tempo- en sfeerbepalingen. De contrasterende delen gaan zonder onderbreking in elkaar over.

Met een huizenhoge aangehouden vioolnoot boven een klokkenklank wordt de toon gezet: de solist is vanaf het begin bijna continu aanwezig

Met een huizenhoge aangehouden vioolnoot boven een klokkenklank wordt de toon gezet: de solist is vanaf het begin bijna continu aanwezig – alles draait om de capriolen van de soloviool, die een reis aflegt door een zeer gevarieerd klanklandschap.

‘Soms doet de soloviolist denken aan een koorddanser die zich voortbeweegt over een (nogal onstabiel) koord, gespannen tussen de overeenkomstige klanken van de opening en het slot’, aldus Knussen. Inderdaad lijkt de solist door het werk heen te balanceren.

Het beweeglijke Recitative mondt uit in een e, zelfs romantisch aandoende , waarin de solist opklimt tot eenzame hoogten. Met zijn clowneske streken en vaudeville-deuntjes maakt de groots opgezette Gigue de virtuoze concertante circusact compleet. In deze sprankelende finale treedt het orkest meer op de voorgrond.

Sergej Prokofjev 1891-1953

Romeo en Julia

tekst: Aad van der Ven 

Toen Sergej Prokofjev halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw, na een verblijf van veertien jaar in respectievelijk de Verenigde Staten en Frankrijk, zich weer in de Sovjet-Unie vestigde, waren daar de modernistische stormen in de kunstwereld (futurisme, kubisme) al enige tijd uitgewoed.

Kunstenaars en publiek hadden de avant-garde de rug toegekeerd. De alom gepropageerde en geaccepteerde socialistische esthetiek had begrijpelijkheid en een positieve uitstraling als criteria. De traditionele kunst kwam weer op een voetstuk te staan. 

Ook Prokofjevs eigen wilde jaren (Scythische , Tweede pianoconcert, de De vuurengel) waren al geruime tijd voorbij. Steeds duidelijker kwamen zijn e en dramatische kwaliteiten naar voren. Dat geldt zeker voor enkele van zijn beste werken die na zijn terugkeer naar zijn vaderland ontstonden, waaronder de balletmuziek Romeo en Julia, gebaseerd op Shakespeare’s tragedie over de liefde van twee jonge mensen uit vijandige families, die zoveel kunstenaars heeft geïnspireerd. 

Prokofjev schreef de muziek zonder choreograaf, met slechts een scenario als leidraad. Er ontstond een verhalend ballet in de traditie van Leo Delibes en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Niet alleen gebeurtenissen en karakters worden in de muziek uitgebeeld, ook de impulsen en stemmingen van de belangrijkste personages, waarbij leidmotieven herkenning mogelijk maken.

Tegenover de hoog opgestuwde emoties van dit tweetal staat de halsstarrigheid van de vijandige families, weergegeven met martiale ritmen en wrange akkoorden

Net zoals bij het liefdespaar uit Verona de gevoelens een steeds hogere vlucht nemen, zo wint de muzikale uitbeelding geleidelijk aan kracht en intensiteit. Tegenover de hoog opgestuwde emoties van dit tweetal staat de halsstarrigheid van de vijandige families, weergegeven met martiale n en wrange en.

Zowel het Kirov Theater in Leningrad als het Bolsjoi Theater in Moskou twijfelde aanvankelijk aan de uitvoerbaarheid van het omvangrijke ballet. Een beledigde Prokofjev week uit naar de Tsjechische stad Brno. Het succes van de première daar in 1938 was zo uitbundig, dat Kirov en Bolsjoi allebei meenden dat ze niet konden achterblijven en Romeo en Julia alsnog programmeerden.

Daarna stond niets de wereldwijde mf van het ballet meer in de weg. Ook in de concertzaal leeft de muziek voort, want de componist bundelde delen uit de in maar liefst drie concertsuites, waarna diverse en hun eigen selecties maakten.

In het werk als geheel mag dan de nadruk liggen op de tegenstelling liefde/vijandschap, de spanning wordt herhaaldelijk doorbroken door middel van speelse dansen, soms met een enigszins Italiaans coloriet. In de dosering van dit alles toont Prokofjev zich een meester.

Biografie

James Gaffigan, dirigent

James Gaffigan werd geboren in New York en won in 2004 de Sir Georg Solti International Conducting Competition. Van 2006 tot 2009 was hij associate conductor bij het San Francisco Symphony Orchestra, een positie die Michael Tilson Thomas speciaal voor hem creëerde. Daaraan voorafgaand was hij assistent van Franz Welser-Möst bij The Cleveland Orchestra.

Sinds 2011 is James Gaffigan chef- van het Luzerner ­Sinfonieorchester en vaste gastdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Tal van andere orkesten engageerden de Amerikaan, waaronder vorig concertseizoen het BBC Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (debuut) en de orkesten van Los Angeles, San Francisco en Washington.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in december 2017, en in het huidige seizoen staan debuten in zijn agenda bij het Orchestre Symphonique de Montreal, het Melbourne ­Symphony Orchestra en het Zweeds Radio .

Ook voor is James Gaffigan een veelgevraagd . Na eerdere optredens bij bijvoorbeeld de Wiener Staatsoper, het Glyndebourne Festival, het Opernhaus Zürich, de Bayerische Staatsoper in München en de Chicago Lyric Opera debuteerde hij in seizoen 2018/19 aan de San Francisco Opera en aan de Metropolitan Opera in New York. Bij De Nationale Opera leidde James Gaffigan vorig seizoen Gershwins Porgy and Bess.

Leila Josefowicz, viool

De Canadees-Amerikaanse Leila Josefowicz begon op haar derde met vioolspelen; op haar achtste trad ze al op met het Eerste vioolconcert van Bruch. Op gala-avonden stond ze als kindster op het podium naast Ronald Reagan, Andrew Lloyd Webber en andere beroemdheden.

Vanaf haar dertiende studeerde Leila Josefowicz aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia, bij Joseph Brodsky en Jaime Laredo.

Haar eerste cd, met de vioolconcerten van Tsjaikovski en Sibelius, betekende haar internationale doorbraak.

Ze ontpopte zich als een gepassioneerd pleitbezorger van hedendaagse muziek. Ze werkt nauw samen met vooraanstaande componisten als John Adams, Esa-Pekka Salonen, Colin Matthews en Steven Mackey en heeft een groot aantal wereldpremières op haar naam staan.

Met de toekenning van het prestigieuze MacArthur Fellowship in 2008 sloot ze zich aan bij andere prominente wetenschappers, schrijvers en kunstenaars die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de hedendaagse cultuur. In 2018 won ze de gezaghebbende Avery Fisher Prize.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Leila Josefowicz in 2004 met het Vioolconcert van Oliver Knussen. Ze werd teruggevraagd voor Concentric Paths van Thomas Adès in 2011, John Adams’ voor haar en het orkest gecomponeerde Scheherazade.2 in 2015, opnieuw Knussens Vioolconcert in 2017 en Mar’eh van Matthias Pintscher in februari 2018.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest