Pinnock dirigeert Haydn bij het Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Trevor Pinnock dirigent
Beatrice Rana piano
Deze concerten maken deel uit van de serie B.
Het concert van 4 oktober wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op 7 oktober om 14.15 uur via NPO Radio 4.
Meer over dit concert:
Frédéric Chopin (1810-1849)
Eerste pianoconcert in e kl.t., op. 11 (1829-30)
Allegro maestoso
Romanze. Larghetto
Rondo. Vivace
pauze (± 21.00 uur)
Franz Liszt (1811-1886) / John Adams (1947)
The Black Gondola (1998)
arrangement voor (kamer-)orkest van La lugubre gondola II (1882) voor piano
Joseph Haydn (1732-1809)
Symfonie nr. 103 in Es gr.t., ‘Mit dem Paukenwirbel’ (1795)
Adagio – Allegro con spirito
Andante più tosto – Allegretto
Menuetto
Finale: Allegro con spirito
einde (± 22.10 uur)
Toelichting
door Aad van der Ven
Chopin: pianoconcert
Frédéric Chopin is nog geen twintig wanneer hij de laatste hand legt aan zijn twee vrijwel gelijktijdig ontstane pianoconcerten. Zijn talent is in zijn vaderland Polen niet onopgemerkt gebleven. Maar zijn groeiende reputatie en de beklemmende politieke situatie – de toenemende Russische agressie – dragen er toe bij dat emigratie steeds aantrekkelijker lijkt. In september 1831 arriveert hij in Parijs met in zijn koffer onder meer de twee nog niet uitgegeven pianoconcerten. Pianist nummer één, tevens componist, in de Franse hoofdstad is dan de Duitser Friedrich Kalkbrenner (1785-1849).
Ook Chopin, die meent dat hij zelf als concertpianist nog veel kan leren, maakt kennis met deze Kalkbrenner en vraagt hem of hij bij hem les kan krijgen. Dat kan, maar hij krijgt te horen dat hij dan wel aan een periode van minstens drie jaar moet denken. Chopin slaat dit aanbod bij nader inzien af, ook op advies van zijn vrienden die denken dat de extraverte stijl van de ‘Paganini van de piano’ waarschijnlijk niet bij hem zou passen. Zo bleef Chopin de onvervalste schepper van een uit duizenden te herkennen schrijfwijze voor piano: een combinatie van gloed en elegantie. Waarbij muzikale ornamentiek in de vorm van geraffineerde omspelingen en arabesken (sierlijk slingerende motieven) er toe bijdraagt dat de sfeer van aristocratische salons zelden helemaal afwezig is.
Kalkbrenner vat de beslissing van zijn 22 jaar jonge vakbroeder sportief op, tot diens grote opluchting. Chopin besluit daarop zijn Eerste pianoconcert in e klein, wanneer dat twee jaar later wordt gepubliceerd, aan hem op te dragen. Net als zijn andere concert mist dit werk de aan de traditie ‘verplichte’ , normaliter bij uitstek de plaats waar een solist kan uitpakken.
Vermoedelijk was Chopin zich ervan bewust dat de pianist zich hier al zo sterk op de voorgrond bevindt – mede door de bescheiden rol van het orkest – dat het gevaar zou kunnen ontstaan te lang in hetzelfde kringetje rond te draaien. Chopin gaf het tweede deel de titel Romanze en schreef strijkers ‘con sordino’ (met ) voor.
In een van zijn brieven spreekt hij over ‘dromen in het mooie voorjaar, maar wel in de maneschijn’. Voor de finale kon hij het niet stellen zonder een hommage aan zijn vaderland in de vorm van een Poolse dansvorm, een zogenoemde ‘krakowiak’, levendig van karakter, met onregelmatige ritmische en.
Franz Liszt (1811-1886) / John Adams (1947)
Liszt/Adams: The Black Gondola
Door Aad van der Ven
Op handen gedragen door het publiek. Met afgunst bekeken door zijn collega’s. De muzikale carrière van Franz Liszt, als pianist en componist, was één grote zegetocht. En dan toch schreef hij in zijn late jaren een aantal composities vol eenzaamheid en pessimisme, met voor zichzelf sprekende titels als Csárdás macabre, Abschied, Nuages gris, Unstern en La lugubre gondola.
Ze lijken niet bedoeld voor het concertpodium en staan volkomen geïsoleerd in hun tijd. , pianist en componist Reinbert de Leeuw schreef: ‘Met profetische blik wordt in deze muziek een ontwikkeling voorzien waar geen wetten van tonaliteit en daarmee samenhangende muzikale structuur meer gelden.’
De Amerikaanse componist John Adams is geïntrigeerd door in het bijzonder de extreme zelfbeperking van Liszt in zijn laatste levensfase. Een beperking die zich uit in de bescheiden omvang, de karigheid van de textuur en de ongebondenheid van de ; kwaliteiten die vooruitlopen op onder anderen Claude Debussy en Béla Bartók.
Zijn Liszt-orkestratie maakte Adams van de tweede van twee oorspronkelijke pianoversies van La lugubre gondola, die allebei ontstonden in 1882. Ze verbeelden de tocht van een gondel die over de kanalen van Venetië glijdt op weg naar een laatste rustplaats. Liszt zelf heeft later verklaard dat hij een voorgevoel had van de dood van zijn vriend Richard Wagner, die inderdaad een jaar later in deze stad overleed.
Diens stoffelijk overschot werd op deze traditionele wijze vervoerd alvorens te worden overgebracht naar zijn daarvoor gereserveerde laatste rustplaats achter zijn villa Wahnfried in Bayreuth. Aan Wagner refereert ook de muziek zelf, op die momenten dat tastende klanken op de manier van diens Tristan und Isolde in deze muziek van Liszt doordringen.
Meteen al de monotoon draaiende beweging in de onderstemmen suggereert de regelmatige voortgang van de gondel over het water. ën en en blijven als het ware in de lucht hangen, neerwaartse schreden van halve tonen versterken het droefgeestige effect.
De omfloerste orkestratie van John Adams, waarin vooral het lage register van diverse instrumenten wordt aangesproken, draagt bij aan de onvermijdelijke associatie met Dodeneiland van Serge Rachmaninoff. Ook dat van weemoed vervulde symfonische gedicht beeldt een boottocht uit met een laatste rustplaats als eindbestemming.
Joseph Haydn (1732-1809)
Symfonie ‘mit dem Paukenwirbel’
Door Aad van der Ven
Wat over weinig kunstenaars gezegd kan worden gold wel voor Joseph Haydn: zijn muziek was experimenteel en populair tegelijk. En wat misschien nog zeldzamer is binnen zijn beroepsgroep: hij was naast een uitstekend componist ook een dito zakenman. Toen hij eenmaal het livrei van de hofmusicus had uitgetrokken, ontpopte hij zich in Londen als een man van de wereld, uitstekend in staat om voor zichzelf op te komen en zelfs een fortuin te verdienen.
Toen hij in 1791 zijn heil in Engeland zocht had hij al negentig symfonieën geschreven, werken die een wel zeer onconventionele vervlechting van traditionele vormen en frisse ideeën vertonen – klassiek en volks tegelijk. Want Joseph Haydn mocht dan thuis zijn in de kastelen en landhuizen van zijn gewichtige werkgever vorst Paul II Anton Esterházy, zijn oorspronkelijke milieu heeft hij nooit verloochend.
De componist bracht zijn jeugd door in een hoofdzakelijk door arme boeren bevolkt deel van Oostenrijk dat tegenwoordig de Hongaarse en Slowaakse grens raakt. Ontvankelijk als hij was voor de muziek om hem heen, moet hij naar de talrijke rondreizende Hongaarse en Kroatische muzikanten hebben geluisterd.
Ook zijn Symfonie nr. 103, de voorlaatste van zijn twaalf zogenoemde ‘Londense symfonieën’, toont zijn klassieke scholing maar geeft tegelijk zijn belangstelling voor volksmuziek weer. Ernst domineert aanvankelijk, wanneer na een lange roffel – daarnaar verwijst de bijnaam van het werk – lage instrumenten een soort ‘treurmotief’ introduceren. In het hiermee sterk contrasterende, aansluitende con spirito zal deze beginepisode terugkeren, alvorens de meester van de eenvoud overschakelt naar de monterheid van het .
Haydn kon, zo blijkt ook in dit variatiedeel, sierlijker en eleganter zijn dan welke andere componist van zijn tijd ook. Anderzijds komen ook boerse dansritmen tevoorschijn en duiken simpele wijsjes uit zijn geboortestreek op. In het to domineert de Oostenrijkse volksmuziek, compleet met jodelmotieven en Ländler-ritmen, waarbij de klarinet als leider van het ‘dansorkest’ optreedt. De Finale is een en al bravoure.
Biografie
Trevor Pinnock, dirigent
Trevor Pinnock is wereldwijd actief als klavecinist en . Als een van de pioniers op het gebied van de authentieke uitvoeringspraktijk richtte hij in 1972 The English Concert op, waarvan hij tot 2003 artistiek leider was.
Hij gaf soloconcerten in Engeland en Italië en trad op met het Freiburger Barockorchester ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van dat ensemble. Met het Brandenburg Ensemble, dat hij vormde ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag, speelde hij Bachs Brandenburgse concerten.
Trevor Pinnock ondernam tournees door Europa met onder andere de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, het Orchestra of the Age of Enlightenment en de Kammerakademie Potsdam. Hij dirigeerde orkesten als de Wiener en de Berliner Philharmoniker, het Chicago Symphony Orchestra, het Mozarteumorchester Salzburg, het Gewandhausorchester Leipzig, het London Philharmonic Orchestra en het Orchestra Mozart.
Bij de Metropolitan in New York leidde hij Giulio Cesare van Händel. In 1992 werd hij Commander of the Order of the British Empire. Trevor Pinnock is sinds 2008 regelmatig te gast bij het Concertgebouworkest. In oktober 2018 leidde hij het orkest in werken van Haydn, Chopin en Liszt.
Beatrice Rana, piano
Beatrice Rana wordt geprezen om haar muzikale intelligentie en de veelzijdigheid van haar repertoire. Ze studeerde piano bij Benedetto Lupo en compositie bij Marco della Sciucca aan het Nino Rota Conservatorium in Monopoli; haar pianostudie vervolgde ze bij Arie Vardi in Hannover. In 2011 won ze de eerste prijs en alle speciale juryprijzen op het Concours Musical International de Montréal.
In 2013 won ze de tweede prijs en de publieksprijs bij de Van Cliburn International Piano Competition, in 2015 was ze BBC New Generation Artist en het jaar erop kreeg ze een Borletti-Buitoni-beurs. Het jaar 2017 vormde met de succesvolle release van Bachs Goldberg-variaties een mijlpaal in Beatrice Rana’s carrière; ze was Young Artist of the Year bij de Gramophone Awards en Discovery of the Year bij de Edison Awards. Ook haar volgende vijf albums gooiden hoge ogen.
Ze geeft solorecitals op prestigieuze podia en festivals wereldwijd en soleerde bij vrijwel alle belangrijke orkesten ter wereld. In seizoen 2024/2025 was ze artist in residence bij Radio France in Parijs. Sinds 2017 heeft ze haar eigen kamermuziekfestival, Classiche Forme, in haar geboorteplaats Lecce.
In oktober 2018 maakte ze haar debuut bij het Concertgebouworkest met het Eerste pianoconcert van Chopin onder Trevor Pinnock, en in 2020 kwam ze terug met het Eerste pianoconcert van Tsjaikovski onder leiding van Klaus Mäkelä. Ze verving in dat programma pianist Alexander Gavrylyuk. Solorecitals gaf ze in de op 28 januari 2018 (Schumann, Ravel en Stravinsky) en 9 oktober 2022 (Skrjabin, Chopin en Beethoven).
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest


