Pierre-Laurent Aimard bij het Koninklijk Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Vladimir Jurowski dirigent
Pierre-Laurent Aimard piano

Dit concert maakt deel uit van de serie A.

Inleiding

Om 19.15 uur geeft artistiek directeur Joel Ethan Fried een inleiding in de Koorzaal. Harrison Birtwistle verleent zijn medewerking. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (020 671 83 45) of afhalen bij de kassa van Het Concertgebouw (zolang de voorraad strekt). 

Meet the Artists

Direct na het concert spreekt artistiek directeur Joel Ethan Fried in de Spiegelzaal met Vladimir ­Jurowski, Pierre-Laurent Aimard en een orkestmusicus. 

Lees ook het achtergrondverhaal 'Virtuele Volière' over tropische vogelgeluiden in Oiseaux exotiques

In november publiceerde Preludium een interview met Pierre-Laurent Aimard over zijn residency bij het Concertgebouworkest.

Claude Debussy (1862-1918)

Jeux (1912-13)
poème dansé 

Harrison Birtwistle (1934)

Responses: Sweet disorder and the carefully
   careless (2013-14) 
voor piano en orkest
Nederlandse première
 
pauze ± 21.15 uur 

Olivier Messiaen (1908-1992)

Oiseaux exotiques (1955-56)

Maurice Ravel (1875-1937)

La valse (1920) 
poème chorégraphique
Mouvement de Valse viennoise - Un peu plus modéré - Mouvement du début
 
einde ± 22.15 uur

Toelichting

De Franse traditie

Als voormalig student van de befaamde pianiste Yvonne Loriot, muze en echtgenote van Olivier Messiaen, staat Pierre-Laurent Aimard stevig in een Franse traditie. Die gaat terug op Debussy en is ook op niet-Franse componisten van grote invloed geweest, onder wie Harrison Birtwistle.

Nadruk op en , klinkende vieringen van natuur en spiritualiteit, ongekende virtuositeit, het komt allemaal bij elkaar in Aimards spel. Zijn residency bij het Koninklijk Concertgebouworkest in het seizoen 2018/19 sluit hij af met twee duizelingwekkend virtuoze solo-optredens binnen één programma: zowel in Messiaens Oiseaux exotiques als in Birtwistles pianoconcert Responses.  

Kleurrijke klassiekers van de twee vaders van de Franse twintigste-eeuwse muziek, Claude Debussy en Maurice Ravel, omkaderen de concertante werken.

Claude Debussy 1862-1918

Debussy: Jeux

Hoewel Claude Debussy geen liefhebber was van de Ballets Russes – de kostuums en de schandalen die Sergej Diaghilev doelbewust creëerde om zijn voorstellingen te verkopen vond hij maar niks – liet hij zich door de onweerstaanbare impresario toch verleiden om muziek te componeren voor het gezelschap.

In de hete zomer van 1912 weigerde Debussy de muziek-in-wording voor te spelen aan Diaghilev en zijn choreograaf en sterdanser Vaslav Nijinski. ‘Ik wilde niet dat deze barbaren hun neus zouden steken in mijn experimenten,’ schreef hij aan zijn uitgever. Eind augustus begon hij aan de orkestratie.

‘Ik moet voor dit werk een orkest zonder voeten vinden,’ schreef hij aan een collega. ‘Niet dat ze allemaal invalide moeten zijn! Nee! Ik ben op zoek naar die orkestkleur waarbij het lijkt alsof het orkest van achter aangelicht wordt, in Parsifal hoor je daar geweldige voorbeelden van.’

Het ballet over een man en twee vrouwen die elkaar tegenkomen op zoek naar een tennisbal en met elkaar flirten leidde bij de première in het Théâtre du Châtelet eerder tot grote hilariteit dan tot het gewenste schandaal. De bewegingen hadden meer weg van een partijtje golf en de tennisbal had het formaat van een voetbal. Erik Satie schreef zijn satirische recensie alsof hij een nieuwe zomersport becommentarieerde.

De muziek kreeg daardoor nauwelijks aandacht en toen twee weken later Igor Stravinsky’s Le sacre du printemps wel een schandaal veroorzaakte verdween Jeux naar de achtergrond. Debussy’s mozaïek van complexe s was niet minder revolutionair dan Stravinsky’s ballet. Maar Nijinski had volgens Debussy ‘met zijn wrede en barbaarse choreografie de arme ritmes vertrapt als onkruid’.

Harrison Birtwistle 1934

Birtwistle: Responses

Een eeuw later, in de al even hete zomer van 2013, werkte Harrison Birtwistle aan een pianoconcert voor Pierre-Laurent Aimard. Bij gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag kreeg hij de opdracht om een werk te componeren voor de pianist die tien jaar eerder zijn vorige pianoconcert Antiphonies een droomuitvoering had gegeven.

De letterlijke voortgang van de nieuwe compositie dreef de componist soms tot wanhoop. Deze worsteling is inherent aan Birtwistles manier van componeren. Van tevoren staat niets vast, er is geen raamwerk, geen vorm die ingevuld moet worden. Uit de eerste noten volgt de rest van de muziek, als een schilderij dat volgt uit de eerste penseelstreek.

Vervolgens zijn er muzikale fragmenten die een logische plek moeten krijgen, als stenen in een muur. Maar hoe de muziek zich ontwikkelt staat van tevoren niet vast. Elk element reflecteert op wat voorafging of bereidt voor wat komen gaat. In een serie gesprekken met muziekjournalist Fiona Maddocks vertelde Birtwistle: ‘Soms zie ik hoe het verder moet, bijna elk detail van de reis. Aan het begin van de week wist ik precies waar ik heen ging. Maar gisteren kon ik helemaal niet zien wat ik aan het doen was. Als ik afstand neem zie ik het. Als ik er dicht op zit, loop ik vast.’

Birtwistle noemt de wendingen in de voortgang van zijn muziek ‘moves’, als zetten op een schaakbord. Zetten leiden tot onverwachte resultaten. Daarom is Debussy’s Jeux een van zijn favoriete composities. ‘In Jeux doet Debussy nooit wat je verwacht.’ En daarom zijn de heldere inzichten ook altijd van korte duur – het moet altijd anders. Een voorbeeld: piano en orkest delen nooit hetzelfde ­notenmateriaal, zoals bij traditionele soloconcerten. De titel verwijst naar het vraag- en antwoordspel tussen piano en orkest. ‘Als je het stuk hoort, hoor je mijn worsteling niet meer. Het zal heel natuurlijk klinken, alsof elke noot zo vanzelfsprekend na de andere klinkt als een appel die van een boom valt.’

Olivier Messiaen 1908-1992

Messiaen: Oiseaux exotiques

In zijn eigen toelichting op Oiseaux exotiques schrijft Olivier Messiaen hoe belangrijk het is om ook de kleuren van de klanken te horen. De componist had de gave van synesthesie, daardoor hoorde hij muziek ‘in kleur’. Luisteraars zonder deze gave zullen het moeten doen zonder regenbogen van blauw, rood, oranje, groen, violet en paars.

Wel voor iedereen te horen zijn de kleurrijke vogels die elk hun eigen zingen. Messiaen was als kind al gefascineerd door vogelzang en het uze gekwetter heeft altijd een rol gespeeld in zijn composities. Toen een journalist eens vroeg welke musici hem het meest hadden beïnvloed antwoordde hij: ‘De vogels. Ik heb veel naar ze geluisterd, liggend in het gras, met een potlood en notitieboekje in de hand.’

Messiaen volgde in 1952 een stoomcursus bij een vooraanstaand ornitholoog en noteerde vanaf dat moment al zijn waarnemingen nauwkeurig in schriften. Hij ontwikkelde zelfs een muzikaal steno om snelle aantekeningen in het veld te kunnen maken. Met de aanschaf van zes 78-toerenplaten met opnames van Amerikaanse vogels verruimde hij zijn vocabulaire in één klap met 72 nieuwe vogelsoorten.

Ook bezocht hij de volière van Mme Billot in St-Cloud, waar hij vooral erg onder de indruk was van de rode kardinaal (een knalrode vink) en de Aziatische shamalijster. Op een tropische vogeltentoonstelling raakte hij geïnspireerd door onder andere de treurmaina, een tropisch familielid van onze spreeuw. Waar Messiaen in eerdere composities nog een natuurgetrouwe weergave nastreefde, hoor je in Oiseaux exotiques vogels in duet die in de natuur   nooit samenkomen. In een gedroomd vogelconcert heeft de componist het gewonnen van de ornitholoog.

Maurice Ravel 1875-1937

Ravel: La valse

Maurice Ravel was in 1906 begonnen aan een eerbetoon aan Johann Strauss. In eerste instantie noemde hij zijn symfonisch gedicht Wien. De Eerste Wereldoorlog legde het werk echter stil; als vrachtwagenchauffeur diende Ravel aan het front in Verdun.

Hij pakte zijn hommage aan de koning van de pas weer op toen Diaghilev een ballet bestelde. Bij het voorspelen van het werk aan de Russische impresario moet deze gezegd hebben: ‘Ravel, dit is een meesterwerk, maar het is geen ballet. Het is een schilderij van een ballet.’

Later werd druk gespeculeerd over wat Ravel met zijn muziek bedoeld zou kunnen hebben. Zelf zij hij daarover: ‘Sommige mensen hebben in dit werk de uitdrukking van een tragische affaire gehoord; anderen hebben gezegd dat het het einde van het Tweede Keizerrijk verklankt, weer anderen zeiden dat ze het naoorlogse Wenen horen.

Ze hebben het allemaal fout. Zeker, La valse is tragisch, maar in een Griekse betekenis: het draait fataal rond, de verklanking van duizeligheid en van het voluptueuze van de dans tot het punt van uitbarsting.’  

Biografie

Vladimir Jurowski, dirigent

Vladimir Jurowski wordt geprezen om zijn avontuurlijke artistieke koers. Hij studeerde aan het conservatorium in zijn geboortestad Moskou en voltooide zijn studie in Dresden en Berlijn. In 1995 maakte hij zijn internationale debuut op het Wexford Festival (met Rimski-Korsakovs Meinacht), meteen gevolgd door een productie van Verdi’s Nabucco in het Royal House Covent Garden in Londen.

Vladimir Jurowski is chef- en artistiek directeur van het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin (sinds 2017), muziekdirecteur van de Bayerische Staastoper in München (sinds 2021) en conductor emeritus van het London Philharmonic Orchestra, waar hij van 2007 tot en met 2021 aan het roer stond. Ook is hij principal artist van het Orchestra of the Age of Enlightenment.

Voorheen was hij chef-dirigent van de Komische Oper Berlin (1997-2000) en artistiek leider van de Glyndebourne ­Festival O­pera (2001-2013) en stond hij aan het roer van het Russisch Staats Sy­mfonieorkest en het George Enescu Festival. Hij is regelmatig te gast bij orkesten als de Wiener Philharmoniker, de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic, het Chicago Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Gewandhausorchester Leipzig. Als zeer actief dirigent oogstte hij in München successen met onder meer StraussDer Rosenkavalier, De neus van Sjostakovitsj en Penderecki’s Die Teufel von Loudun.

Bij het Concertgebouworkest maakte Vladimir Jurowski zijn debuut in 2006. In 2014 leidde hij onder meer de wereld­première van Michel van der Aa’s Vioolconcert met Janine Jansen als soliste. In juni 2019 dirigeerde hij werken van Birtwistle, Debussy, Messiaen en Ravel.

Pierre-Laurent Aimard, piano

Pierre-Laurent Aimard geldt als een autoriteit op het gebied van de hedendaagse muziek, en werpt ook graag nieuw licht op het oudere repertoire. Hij werd geboren in Lyon en studeerde in Parijs bij Yvonne Loriod en in Londen bij Maria Curcio. De Fransman bouwde nauwe banden op met compo­nisten als György Kurtág, Karlheinz Stockhausen en Elliott Carter en werkte vijftien jaar lang met György Ligeti aan de opnames van diens complete oeuvre.

Voor zijn première-opname van Murails pianoconcert Le Désenchantement du monde met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks kreeg hij een Gramophone Award. Naast zijn vele soloprojecten wordt Pierre-­Laurent Aimard geëngageerd door de belangrijkste orkesten wereldwijd; zo debuteerde hij in 1987 bij het Concert­gebouworkest en was hij er in het seizoen 2018/19 artist in residence. In 2024/2025 vierde de pianist de 150ste verjaardag van Maurice Ravel met onder meer The Philadelphia Orchestra en de Czech Philharmonic.

Ook markeerde hij het eeuwfeest van zijn leermeester en vriend Pierre Boulez – onder meer samen met het Ensemble intercontemporain en in een reeks solorecitals. Andere hoogtepunten waren wereldpremières van ‘…selig ist…’ van Mark Andre op de Donaueschinger Musiktage en van een nieuw werk voor piano vierhandig in Berlijn zij aan zij met componist George Benjamin. Pierre-Laurent Aimard geeft les aan conservatoria in Keulen en Parijs en werd in 2017 geëerd met de Ernst von Siemens Musikpreis.

In zijn vorige in Het Concertgebouw, op 30 januari 2022, klonk de cyclus Vingt regards sur l’Enfant-Jésus van Olivier Messiaen, met wie Pierre-Laurent Aimard al op zijn twaalfde kennismaakte en sindsdien veelvuldig aan diens muziek werkte.

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, ­fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest