Pianotrio Korobeinikov/Gluzman/Moser met Sjostakovitsj, Schubert en Silvestrov
Andrei Korobeinikov piano
Vadim Gluzman viool
Johannes Moser cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Pianotrio’s.
Ook interessant:
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Pianotrio nr. 1 in c kl.t., op. 8 (1923)
[in één deel]
Franz Schubert (1797-1828)
Pianotrio in Bes gr.t., D 898, op. 99 (1827)
Allegro moderato
Andante un poco mosso
Scherzo: Allegro – Trio
Rondo: Allegro vivace
pauze ± 21.05 uur
Arvo Pärt (1935)
Mozart-Adagio (1992)
voor viool, cello en piano
Dmitri Sjostakovitsj
Pianotrio nr. 2 in e kl.t., op. 67 (1944)
Andante – Moderato – Poco più mosso
Allegro con brio
Largo
Allegretto – Adagio
einde ± 22.05 uur
Toelichting
Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)
Eerste pianotrio
Door Sabien van Dale
Dmitri Sjostakovitsj schreef zijn Eerste pianotrio in c klein toen hij amper zeventien jaar oud was. Door de vroege dood van zijn vader moest hij brood op de plank brengen voor zichzelf, zijn twee zussen en zijn moeder. Hij deed dat als pianist in filmhuizen en vaudevilletheaters. Voor de briljante Petersburgse conservatoriumstudent betekende het improviseren en componeren bij films een beproeving. Soms viel hij in slaap in de cinema, maar af en toe slaagde hij erin om tijd te stelen voor zijn eigen aspiraties. Volgens een getuigenis van zijn jongste zus repeteerde hij zijn Eerste pianotrio in de bioscoop als begeleiding voor een film, bijgestaan door zijn vrienden, violist Venyamin Sher en cellist Grigori Pekker. Zo maakten zij zich deze vroege compositie eigen, ongeacht de reacties van het publiek.
Sjostakovitsj droeg het op aan zijn toenmalige verloofde Tatjana Glivenko. Dit compacte, eendelige jeugdwerk bevat al duidelijk de kiem van de ontwrichtende stemmingswisselingen die in zijn latere werken zo frappant naar voren komen. In de uitgerekte melodische frasen, de brutale scherzandostijl en opzettelijk wijde textuur zijn reeds alle essentiële Sjostakovitsj-elementen aanwezig. Men kan zich echter niet van de indruk ontdoen dat deze karakteristieken soms wat onsamenhangend in het rond zijn gestrooid en dat de fijne gradaties van ironie die later het handelsmerk van de componist zouden worden nog ontbreken.
Opvallend is ook de breedvoerige climax net voor het slot, alsof in gigantische letters het einde op het witte doek wordt afgetiteld. De publicatie van dit eerste trio werd pas na de dood van Sjostakovitsj samengesteld uit verschillende onvolledig gebleven handschriften. Zijn leerling Boris Tisjtsjenko vervolledigde de laatste ontbrekende maten.
Franz Schubert (1797-1828)
Schubert: Pianotrio
Door Liesbeth Houtman
In 1827 formeerden violist Ignaz Schuppanzigh en cellist Josef Linke, leden van het beroemde Schuppanzigh Kwartet, samen met pianist Carl Maria von Bocklet een ensemble. Het was vermoedelijk het eerste vaste piano uit de muziekgeschiedenis. Voor deze virtuoze musici componeerde Franz Schubert later dat jaar zijn twee monumentale ’s: het Pianotrio in Bes groot, D 898 en het Pianotrio in Es groot, D 929. De werken lijken wel een eeneiige tweeling die uit eenzelfde diepe inspiratie is ontstaan.
In het Trio in Bes groot neemt Schubert ons mee naar een zonovergoten landschap. ‘Eén blik op Schuberts Trio en de problemen van ons menselijk bestaan verdwijnen en de hele wereld wordt weer fris en sprankelend,’ schreef Schumann.
De jubelende openingsmelodie zet onmiddellijk de toon van dit blijmoedige werk, waarin Schubert een enorme rijkdom aan melodische, ritmische en harmonische invallen etaleert. Zelfs de melancholie van het is vederlicht. Tegelijkertijd speelt de componist met de vorm en neemt hij ons regelmatig bij de neus. Zo maakt hij bij de reprise van het hoofdthema in het openingsdeel drie keer een ‘valse start’ voordat hij de juiste te pakken heeft. En anders dan gebruikelijk keert het thema van het slotdeel in steeds een andere gedaante terug. De hiervan ontleende Schubert aan zijn Skolie, D 306 uit 1815, waarvan de beginregels luiden: ‘Lasst im Morgenstrahl des Mai’n / Uns der Blume Leben freun, / Eh’ ihr Duft entweichet!’ (Laat ons in de heldere meimorgen / Genieten van het korte leven van de bloemen, / Voordat hun geurigheid verdwijnt!). Carpe diem, lijkt de componist ons te willen zeggen.
Arvo Pärt (1935)
Pärt: Mozart-Adagio
Door Martijn Voorvelt
Door zijn sinds 1976 consequent doorgevoerde eigen stijl en compositietechniek is Arvo Pärt doorgaans onmiddellijk herkenbaar. Het Mozart- is een vreemde eend in de bijt: de meeste noten in dit werk voor zijn immers niet van Pärt zelf, maar van Wolfgang Amadeus Mozart. Het gehele langzame tweede deel van diens Pianosonate in F groot, KV 280 (1775) wordt gespeeld, geen noot wordt gemist. De Est voegt daar zijn eigen bedachtzame, delicate noten aan toe, soms ongemerkt, alsof hij binnen in de muziek stilletjes in een hoekje zit mee te genieten. Het werk gaat ieder idee van tegenstelling uit de weg: de stijlen van Mozart en Pärt worden tot een organische eenheid gesmeed, waarbij het oorspronkelijke introverte Adagio door toevoeging van viool en niet alleen een groter kleurenspectrum krijgt, maar ook een tragischer lading.
Mozart-Adagio is opgedragen aan de vooraanstaande Russische violist Oleg Kagan (1946–1990), een goede vriend van de componist wiens plotselinge dood voor hem een grote schok betekende. ‘Ik beschouwde hem als een van de beste Mozart-interpreten op de viool. Daarom besloot ik hem een laatste groet te brengen met een compositie die doordrongen is van de klank van zijn geliefde Mozart.’
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Tweede pianotrio
In december 1943, in volle oorlogstijd en als door een apocalyptische duisternis bevangen, begon Sjostakovitsj de eerste schetsen van zijn Tweede . Hij droeg het werk op aan de nagedachtenis van zijn beste vriend, de musicoloog Ivan Sollertinsky, die begin 1944 stierf aan een hartaanval.
Sjostakovitsj kon de onafgewerkte nog aan Sollertinsky voorleggen maar deze stierf kort daarop. Monumentaal is hoe hij zijn persoonlijke verdriet overstijgt en de vierdelige compositie laat uitgroeien tot een hallucinant klaaglied voor de slachtoffers van de Holocaust.
Het Rode Leger rukte in het voorjaar van 1944 op tegen nazi-Duitsland en pas toen onthulde de horror uit de concentratiekampen zich aan de Russische bevolking. Tegen die achtergrond vond de eerste uitvoering van dit pianotrio plaats op 14 november 1944, in een bevrijd maar fysiek en emotioneel verwoest Leningrad.
Twee leden van het Beethoven Kwartet waren samen met Sjostakovitsj de uitvoerders die het - één voor één in ontrafelden. Eerst de verminkte, toegeknepen stem van de , bang fluisterend in het hoge register, dan de viool, diep in de laagste snaar, en ten slotte de waardige ernst van de piano.
Het tempo krijgt vaste grond in een iets snellere moderato-passage. Dezelfde transformeert in een tweede thema dat de canonbeweging in gelijke richting volgt.
De melodie van een ‘freylekhs’, een joods bruiloftslied, is de thematische rode draad die vreugde en tragiek verbindt in een macabere dans
Het veel kortere con brio is een : losgeslagen humor in jachtige pas. Daarna klinkt het Largo bedrieglijk windstil. achtige en van de piano worden de -bas van een uitzichtloze passacaglia.
Viool en cello bewegen als schimmige gestalten die houvast zoeken. Een -hartslag kondigt naadloos het laatste deel aan. De melodie van een ‘freylekhs’, een joods bruiloftslied, is de thematische rode draad die vreugde en tragiek verbindt in een macabere dans. De vruchteloze energiestroom vindt aan het slot vermoeid troost in de herhaling van de laatste maten van het Largo.
Biografie
Andrei Korobeinikov, piano
Andrei Korobeinikov kreeg pianoles vanaf zijn vijfde. Op zijn zeventiende voltooide hij zijn studie rechten en op zijn negentiende studeerde hij cum laude af aan het conservatorium van Moskou, om zijn opleiding te vervolgen aan het Royal College of Music in Londen.
Hij won de eerste prijs van de Scriabin International Piano Competition (2004) en de tweede en de publieksprijs van de Los Angeles Rachmaninoff International Piano Competition (2005). Inmiddels verzorgde de pianist soloprogramma’s – vaak combinaties met poëzie en literatuur – op podia als het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, La Scala in Milaan, de Suntory Hall in Tokio, het Wiener en het Berliner Konzerthaus, het Mariinski Theater in Sint-Petersburg, het Washington Performing Arts Center, de Tonhalle in Zürich en Wigmore Hall in Londen.
Als solist werd hij uitgenodigd door bijvoorbeeld de orkesten van Dresden, Bremen en Johannesburg, het Boedapest Festival Orkest, het Orchestre National de France en Kremerata Baltica. Met het Lahti Symphony Orchestra nam hij de twee pianoconcerten van Sjostakovitsj op.
In de debuteerde Andrei Korobeinikov in 2014 met het Radio Filharmonisch Orkest. In de zomerprogrammering van 2017 gaf hij een solorecital in de en in februari 2018 keerde hij daar terug in kamermuziek met onder anderen hoboïst Alexei Ogrintchouk en cellist Johannes Moser.
Voor hun cd met muziek van Rachmaninoff en Prokofiev kregen Andrei Korobeinikov en Johannes Moser een Diapason d’Or.
Vadim Gluzman, viool
De Israëlische violist Vadim Gluzman soleerde bij gezelschappen als de Berliner Philharmoniker, de orkesten van Boston, Chicago en Cleveland, het London Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris en het Concertgebouworkest (2018) en werkte met en als Riccardo Chailly, Christoph von Dohnányi, Hannu Lintu, Tugan Sokhiev en Michael Tilson Thomas.
Hij introduceerde nieuwe werken van Sofia Goebaidoelina, Giya Kancheli, Moritz Eggert, Elena Firsova, Lera Auerbach en Pēteris Vasks bij het publiek.
Voor zijn cd-opnames won de violist een Diapason d’Or de l’Année, de Editor’s Choice van Gramophone en een Choc de Classica Award, en The Strad en BBC Music Magazine riepen albums van hem uit tot cd van de maand.
Als concertmeester leidde Vadim Gluzman concerten van het Moscow Virtuosi Chamber Orchestra, het Franz Liszt Chamber Orchestra en het ProMusica Chamber Orchestra in Columbus, Ohio; bij dit laatste orkest is hij creative partner.
Hij speelt geregeld op de festivals van Ravinia, Tanglewood, Grant Park en Colmar en was in 2011 oprichter van het North Shore Chamber Music Festival (in Northbrook, ten noorden van Chicago). Vadim Gluzman is artist in residence aan The Peabody Conservatory in Baltimore.
Hij heeft van de Stradivari Society of Chicago de ‘ex-Leopold Auer’-Stradivarius (1690) in bruikleen.
Johannes Moser, cello
De Duits-Canadese cellist Johannes Moser werd geëngageerd door de belangrijke orkesten wereldwijd, waaronder de Berliner Philharmoniker, de orkesten van New York, Los Angeles, Philadelphia, Cleveland en Chicago, het BBC Philharmonic Orchestra (op de Proms), het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Tonhalle Orchester Zürich, het NHK Symphony Orchestra in Tokio en het Concertgebouworkest (2009).
Hij soleerde onder en als Riccardo Muti, Lorin Maazel, Mariss Jansons, Valery Gergiev, Zubin Mehta, Vladimir Jurowski, Pierre Boulez, Paavo Järvi, Yannick Nézet-Séguin en Gustavo Dudamel. Zijn laatste optreden in Het Concertgebouw was in de zomer van 2021 Brahms’ Dubbelconcert met Simone Lamsma en het Residentie Orkest Den Haag onder leiding van Anja Bihlmaier.
Johannes Moser nam de concerten op van Dvořák, Lalo, Elgar, Lutosławski, Dutilleux en Tsjaikovski, en wijdde met pianist Alasdair Beatson ook een album (2019) aan het werk van Felix en Fanny Mendelssohn.
Kamermuziek speelde hij met Emanuel Ax, Joshua Bell, Jonathan Biss, James Ehnes, Leonidas Kavakos, Midori en Menahem Pressler. Johannes Moser was betrokken bij compositie-opdrachten aan Julia Wolfe, Ellen Reid, Elena Firsova en Andrew Norman.
Hij studeerde bij David Geringas, won in 2002 het Tsjaikovski Concours en bespeelt een instrument van Andrea Guarneri (1694) uit een privé-collectie.





