Nederlandse premières bij het Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Peter Eötvös dirigent
Patricia Kopatchinskaja viool
Sol Gabetta cello
Dit concert maakt deel uit van de serie A.
Het concert wordt opgenomen door AVROTROS voor uitzending op zondag 26 mei om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Inleiding
Om 19.15 uur geeft Maarten Beirens een inleiding in de Koorzaal. Michel van der Aa verleent zijn medewerking. Uw gratis kaartje hiervoor kunt u reserveren via de Concertgebouwlijn (020 671 83 45) of afhalen bij de kassa van Het Concertgebouw (zolang de voorraad strekt).
Meet the Artists
Direct na afloop spreekt artistiek directeur Joel Ethan Fried in de Spiegelzaal met Peter Eötvös, Patricia Kopatchinskaja, Sol Gabetta en een orkestmusicus.
Lees ook het interview met Michel van der AA: Dubbelconcert voor verwante solisten
peter eötvös (1944)
Alle vittime senza nome (2016)
in drie delen
Nederlandse première
michel van der aa (1970)
akin (2019)
voor viool, cello en orkest
in twee delen
Nederlandse première, geschreven in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest en de Kölner Philharmonie/Acht Brücken; financieel ondersteund door het Fonds Podiumkunsten
pauze ± 21.10 uur
witold lutosławski (1913-1994)
Concert voor orkest (1950-54)
Intrada
Capriccio notturno e Arioso
Passacaglia, Toccata e Corale
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Peter Eötvös 1944
Alle vittime senza nome
Door Maarten Beirens
Toen Peter Eötvös in 2016 een gezamenlijke opdracht kreeg van de vier grootste Italiaanse orkesten, koos hij ervoor om het orkestwerk in kwestie te verbinden met de humanitaire tragedie die zich op dat moment in volle hevigheid op de Middellandse Zee afspeelde.
De dagelijkse nieuwsbeelden van Afrikaanse en Midden-Oosterse vluchtelingen, opeengepakt in nauwelijks zeewaardige vaartuigen die de gevaren van de zee trotseren in de flinterdunne hoop het vasteland te bereiken, inspireerden Eötvös om de tragische – en vaak noodlottige – ervaringen van deze mensen in zijn compositie centraal te plaatsten.
Het zijn de naamloze slachtoffers – ‘vittime senza nome’ – die hier geëerd worden, maar toch hoedt Eötvös zich ervoor zijn werk een ‘requiem’ te noemen, naar eigen zeggen uit respect voor de diverse religieuze achtergronden van de naamloze slachtoffers in kwestie.
Van de tedere soloviool die het werk inzet tot de eenzame uitstervende noten van de aan het slot pendelt het werk tussen intieme solopassages en grotere orkestrale momenten, alsof de componist heel nadrukkelijk het individu tegenover de verschrikkingen plaatst die hij ontvlucht en die hij – in gammele bootjes op de Middellandse Zee – al vluchtend ook tegemoet snelt.
Eötvös zelf spreekt in dit verband van verschillen in massa: het contrast dat hij in de televisiebeelden zag tussen de individuele gezichten van de vluchtelingen en de dichte massa mensen die bij elkaar geperst zat in bootjes. Het lag voor de hand dat te vertalen naar verschillen in orkestrale textuur.
Het werk bestaat uit drie titelloze delen, waarbinnen telkens segmenten met verschillend karakter elkaar afwisselen. Een wrange sfeer is nooit ver, vooral in de achtige momenten in het eerste en tweede deel, waar de groteske uitvergroting van de muzikale gestes even aan de late György Ligeti doet denken.
In het derde deel neemt bezinnend materiaal de overhand, met een achtig , de terugkeer van de elegische vioolsolo, maar ook jachtige polyritmische passages.
Als componist- weet Eötvös ook bijzonder treffende, geraffineerde kleurcombinaties uit het orkest te halen, zoals die van een solo met koebellen in het tweede deel.
Michel van der Aa 1970
akin
Centraal in akin, te vertalen als ‘verwant’, van Michel van der Aa staat het idee van energie, gevat in een dynamische interactie tussen de twee solisten en het orkest. Van der Aa heeft zijn reputatie in belangrijke mate te danken aan zijn werk met muziektheater en vernieuwende multimediaprojecten. De sporen daarvan schemeren ook door in een abstract, concertant werk als dit, in de quasi dramaturgische opbouw en een gevoel voor theatrale impact.
De solisten worden protagonisten, ze delen materiaal met elkaar en met het orkest en worden zo elkaars alter ego’s. Evenzeer loopt materiaal vast in herhalende loops die bruusk worden afgebroken of wordt materiaal in de woorden van de componist ‘aangevallen’ door contrasterend materiaal. Allemaal zijn het in wezen theatrale aspecten die muzikale intensiteit koppelen aan een dramatische expressie.
Michel van der Aa schreef het werk specifiek voor de talenten van violiste Patricia Kopatchinskaja en celliste Sol Gabetta, in wie hij naast hun technische kwaliteiten vooral de kwaliteiten als performer herkent. Daarnaast voelt hij zich verwant met hun vermogen om wars van allerlei traditionele genre-afbakeningen steeds vol intensiteit de kern van de muziek op te zoeken.
Het werk bestaat uit twee delen, waarvan de componist het tweede beschrijft als een ‘soort hogedrukpan’: de spanning die in het eerste deel geleidelijk wordt opgevoerd bereikt in het tweede deel een kookpunt. Het werk begint contemplatief, met lange melodische lijnen die steeds meer in elkaar verstrikt raken, waardoor geleidelijk aan de spanning opgevoerd wordt.
Dit legt de basis voor het tweede deel, waarin voortdurend een zo hoog mogelijke energie wordt vastgehouden. Alleen op momenten dat die energie te hoog wordt, of de muziek lijkt te stokken in uitzichtloze loops, zijn er plotse onderbrekingen, wat de componist vergelijkt met het ontsnappingsventiel van een hogedrukpan, waarna de muzikale actie al snel weer het kookpunt opzoekt.
Een bijzondere rol in dit werk is weggelegd voor drie ers. Zij spelen in verschillende lagen, die andere tempo’s suggereren, als vliegwieltjes in een mechaniek die allemaal op andere snelheden ronddraaien. Van der Aa legt op die manier een polyritmische gelaagdheid onder de oppervlakte van de muziek, waarbij telkens een van die lagen naar de oppervlakte schuift en ook weer kan verdwijnen. Zo bouwt hij een veelgelaagde textuur, die de compositie een caleidoscopische indruk verleent.
Het Koninklijk Concertgebouworkest verzorgt op donderdag 9 mei de wereldpremière van akin in Keulen, in het kader van het festival Acht Brücken.
Witold Lutosławski 1913-1994
Concert voor orkest
Met zijn Concert voor orkest had Witold Lutosławski een wat ambigue relatie. Geschreven aan het begin van zijn carrière, als reactie op de ban die hem na zijn al te modern geachte Eerste symfonie had getroffen, past het werk helemaal in de neoklassieke, gematigd-modernistische stijl die zoveel componisten op dat moment hanteerden.
De combinatie van klassieke vormen met een grootse symfonische schriftuur en de verwerking van Poolse folkloristische elementen suggereren dat op vele vlakken Béla Bartóks gelijknamige werk (dat slechts elf jaar eerder werd gecreëerd) een inspirerend model kan zijn geweest voor de jonge Lutosławski.
Naarmate hij echter in de daaropvolgende jaren in werken als Jeux Venitiens (1961) en het Strijkkwartet (1964) steeds meer opschoof naar radicalere avant-gardistische elementen – Polen was in de jaren 1960 veel toleranter naar muzikale vernieuwingen dan de andere landen van het toenmalige Oostblok – nam Lutosławski afstand van de ‘naïeve’ folkloristische stijl van het Concert voor orkest. Niettemin blijft het één van zijn meest gespeelde orkestwerken.
Zoals in veel neoklassieke werken gebeurt, gebruikt Lutosławski in het werk vormen uit de . Het werk bestaat uit drie delen: na een tweedelige ouverture (Intrada) volgt het -achtige notturno, dat onderbroken wordt door een us Arioso. Het slotdeel is drieledig: het bestaat uit een Passacaglia, een Toccata en ten slotte een majestueus . Die barokke vormen worden gecombineerd met melodieën die uit Poolse volksmuziek zijn afgeleid.
De traditionele vormen en herkenbare melodieën worden echter gecombineerd met vreemde elementen: onverwachte en, dwarse ritmische details en destabiliserende en. Nergens blijkt dat duidelijker dan aan het begin van het werk, waar een harde, dreunende puls in de een verbeten, grimmige sfeer aan de muziek geeft, die wat aan Sjostakovitsj doet denken.
De wervelende energie van het Capriccio en de flitsende Toccata in het slotdeel bieden een tegenwicht voor het sombere eerste deel, waarna Lutosławski afsluit met de plechtige grootsheid van het koraal. Daarin krijgen de Poolse traditionele melodieën een mfantelijke glans mee.
Biografie
Sol Gabetta, cello
Sol Gabetta begon haar studie in Buenos es en Madrid en zette haar opleiding voort bij David Geringas aan de Hochschule für Musik in Berlijn. In 2004 vestigde ze haar naam definitief door het winnen van de Credit Suisse Young Artist Award en een aansluitend optreden met de Wiener Philharmoniker.
Inmiddels is de Argentijnse celliste van Frans-Russische afkomst onder meer gelauwerd met een Grammy Award, vijf keer een Echo Klassik en de Herbert von Karajan Preis.
Componisten als Peteris Vasks en Wolfgang Rihm droegen nieuw werk aan haar op. Sol Gabetta trad onder meer op met de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het BBC Symphony Orchestra (Proms), het Orchestre National de France en de Los Angeles Philharmonic.
Na recente residencies bij het Wiener Konzerthaus, de Bamberger Symphoniker en het Orchestre Philharmonique de Radio France is ze in het huidige seizoen focus artist bij het Tonhalle-Orchester Zürich en artist in residence in zowel het Konzerthaus Dortmund als Bozar in Brussel. De celliste is oprichter en artistiek leider van het Solsberg Festival in Zwitserland en geeft sinds 2005 les aan de Musik-Akademie Basel.
Sol Gabetta was sinds 2011 meermaals te gast bij het Concertgebouworkest, zoals in mei 2019 met het dubbelconcert akin dat Michel van der Aa schreef voor haar en violiste Patricia Kopatchinskaja, en in januari 2023 met Blochs Schelomo onder leiding van Klaus Mäkelä. Sol Gabetta bespeelt een van Matteo Goffriller (Venetië, 1730).
Patricia Kopatchinskaja, viool
Patricia Kopatchinskaja werd geboren in Moldavië en studeerde aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen. De veelzijdige violiste gebruikt ook regelmatig haar stem, verwerkt theatrale elementen in haar optredens en componeert onder de naam PatKop. Naast solorecitals speelt ze kamermuziek met bijvoorbeeld cellist Nicolas Altstaedt, pianiste Polina Leschenko en gambist Laurence Dreyfus.
Bij zowel Camerata Bern als het SWR Symphonieorchester is ze artistiek partner, en in 2025 was ze artist in residence bij het Klarafestival. Patricia Kopatchinskaja ondernam tournees met het Orchestre Philharmonique du Luxembourg en Gustavo Gimeno en met de Wiener Symphoniker en musicAeterna, beide onder leiding van Teodor Currentzis.
Eerder dit seizoen was ze in de Verenigde Staten met de New York Philharmonic en het London Philharmonic Orchestra. Nieuwe muziek noemt ze haar ‘levensader’: ze verzorgt premières van vele hedendaagse componisten en werkte samen met Peter Eötvös, Heinz Holliger, György Kurtág en Esa-Pekka Salonen.
Bij haar Concertgebouworkestdebuut in mei 2019 voerde ze Van der Aa’s dubbelconcert akin uit met celliste Sol Gabetta. Bij haar vorige optreden in de , op 30 april 2023, speelde Patricia Kopatchinskaja met het Concertgebouworkest Ligeti’s Vioolconcert (inclusief een eigen ), dat ze eerder opnam met de Berliner Phiharmoniker. Actueel is haar The Peace Project, dat met muziek van de tot heden reflecteert op eeuwen van existentieel lijden en angst veroorzaakt door oorlog.
Peter Eötvös, dirigent
De Hongaarse componist en Peter Eötvös werd geboren in 1944 en overleed op 24 maart 2024. Hij werd beschouwd als een van de meest vooraanstaande en invloedrijke musici van onze tijd. Eötvös was een veelgevraagd gastdirigent bij belangrijke orkesten en gezelschappen en vervulde door de jaren heen diverse vaste dirigentschappen, zoals bij het Radio Kamer Orkest.
Op uitnodiging van Pierre Boulez dirigeerde hij het eerste concert van het instituut IRCAM in Parijs, waarna hij tot 1991 artistiek leider van het Ensemble intercontemporain was.
Peter Eötvös componeerde ’s, kamermuziek, soloconcerten en vele andere werken, veelal voor bekende musici van over de hele wereld, en won talloze compositieprijzen.
Hij richtte in 1991 het International Eötvös Institute en in 2004 de Eötvös Contemporary Music Foundation op voor de begeleiding van jonge componisten en en, en gaf vele masterclasses en colleges.
Sinds 1997 dirigeerde Peter Eötvös meerdere keren het Koninklijk Concertgebouworkest. Daarbij stonden onder meer vier van zijn eigen werken op de programma’s; twee daarvan – CAP-KO en Multiversum – waren opdrachtwerken. In oktober 2017 leidde hij onder meer de wereldpremière van Multiversum tijdens het eerste concert van het Concertgebouworkest in de Hamburgse Elbphilharmonie, gevolgd door uitvoeringen in Keulen, Brussel, Boedapest en Amsterdam.
Bij de laatste samenwerking in mei 2019 dirigeerde Eötvös het Concertgebouworkest in zijn eigen Alla vittime senza nome, de wereldpremière van Michel van der Aa’s akin en Lutoslawski’s Concert voor orkest.


