Mozarts Requiem met Philippe Herreweghe en Collegium Vocale Gent

Orchestre des Champs-Elysées
Collegium Vocale Gent
Philippe Herreweghe dirigent
Mari Eriksmoen sopraan
Eva Zaïcik mezzosopraan
Ilker Arcayürek tenor
Samuel Hasselhorn bas

Dit concert maakt deel uit van de serie Onsterfelijke Noten.

Dit concert wordt voorzien van boventiteling. 

Ook interessant:
- Het requiem door de eeuwen heen
- Hoe hield Mozart zijn hoofd boven water?

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Symfonie nr. 35 in D gr.t., KV 385 ‘Haffner’ (1782)
Allegro con spirito
Andante
Menuetto
Finale: Presto

pauze ± 20.40 uur

Wolfgang Amadeus Mozart

Requiem in d kl.t., KV 626 (1791)
Introitus: Requiem
Kyrie
Sequens: Dies irae – Tuba mirum – Rex tremendae – Recordare – Confutatis – Lacrimosa
Offertorium: Domine Jesu – Hostias
Sanctus
Benedictus
Agnus Dei
Communio: Lux aeterna

einde ± 22.10 uur

Toelichting

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

'Haffner'-symfonie

Door Clemens Romijn

1781 is een historisch jaartal in de muziekgeschiedenis. Dat was het jaar dat Wolfgang Amadeus Mozart voorgoed zijn geboorteplaats Salzburg verliet. In de muzikale wereldstad Wenen zou hij de resterende tien jaar van zijn korte leven doorbrengen. Hij trouwde er met Constanze Weber, stichtte een gezin en componeerde er zijn bekendste en beste pianoconcerten, symfonieën, strijkkwartetten, zijn ’s Die Entführung aus dem Serail, Le nozze di Figaro, Don ­Giovanni, Così fan tutte, Die Zauberflöte en La ­clemenza di Tito, en ten slotte zijn ­Requiem. In Wenen vonden de historische ontmoetingen plaats met de componisten Christoph Willibald Gluck, Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven. Een link tussen Salzburg en Wenen wordt gevormd door de Symfonie nr. 35 in D groot, KV 385.

Toen Mozart in 1782 voor concerten in Wenen een symfonie nodig had, liet hij zich vanuit Salzburg een opsturen die hij zes jaar eerder ook al in grote haast voor een feestelijke gelegenheid van de familie Haffner had geschreven. Van de serenade schrapte hij de openingsmars en een tweede . Verder voegde hij fluiten en klarinetten toe aan de bezetting. Het resultaat: de ‘Haffner’-symfonie. Ze vormt het stralende begin van de indrukwekkende reeks van zes late symfonieën. Net als zijn oude mentor Haydn gebruikt Mozart in het eerste deel geen contrasterend tweede , maar haalt hij alle sferen en tegenstellingen met isch vernuft uit een en hetzelfde thema. Misschien dat het bevallige nog het meest herinnert aan zijn serenade-herkomst. Voor de wervelende Finale heeft Mozart een van Osmin uit Die Entführung aus dem Serail geleend en in verrassend vele nieuwe jassen gestoken.

Interessant is het concertprogramma waarin de symfonie haar première beleefde in augustus 1782. Eerst klonken de eerste drie delen van de ‘Haffner’-symfonie, vervolgens een , het Dertiende pianoconcert, KV 415, een en aria, twee delen uit de KV 320, het Vijfde pianoconcert, KV 175, een aria, een en twee variatiereeksen, een recitatief en een plus het laatste deel van de ‘Haffner’-symfonie. Waarlijk een mara­thonprogramma, maar destijds zeer gebruikelijk.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

requiem

Door Lonneke Tausch

Bij monde van een onherkenbare boodschapper bestelde in juli 1791 een anonieme rijkaard die net weduwnaar was geworden – ruim 170 jaar later ontmaskerd als de kunstminnende Franz Graf Wa­lsegg zu Stuppach – voor vijftig dukaten een dodenmis bij Wolfgang Amadeus Mozart. Deze begon er niet meteen aan: de familie Mozart moest eerst naar Praag voor de kroning van Leopold II tot koning van Bohemen. Bij die gelegenheid zou La clemenza di Tito in première gaan, en onderweg moest Mozart aan die nog de laatste hand leggen. Zijn leerling Franz Xaver Süssmayr reisde mee in de koets om de recitatieven te schrijven. In Praag componeerde Mozart het Klarinetconcert in A groot, KV 622 voor Anton Stadler, een bevriend klarinettist. Terug in Wenen, eind september, leidde hij de première van Die Zauberflöte, die zoveel succes had dat er in oktober nog twintig herhalingen volgden. Ondertussen kon het Requiem niet langer wachten.

Aan zijn vriend en librettist Lorenzo da Ponte schreef Mozart in die dagen: ‘Ik voel het, mijn toestand zegt het mij; mijn laatste uur heeft geslagen. Ik zal moeten sterven. […] Ik moet nu eindigen om aan mijn zwanenzang te werken, die ik niet onvoltooid mag laten.’ Er bestaat twijfel over de authenticiteit van deze brief, maar het staat vast dat depressies, koortsen en wanen de componist steeds heviger kwelden. Op 4 december 1791 kwamen er drie vrienden aan zijn ziekbed om delen van het Requiem tot klinken te brengen; Mozart zong zelf de altpartij. Die nacht stierf hij, volgens het officiële overlijdensbericht aan ‘hitziges Friesel Fieber’ – een reumatische ontstekingskoorts.

Van zijn vocale werken noteerde Mozart vaak in eerste instantie de zangpartijen en de instrumentale baslijn, met spaarzame aanduidingen van verdere strijkers- en blazerspartijen. Van zijn Requiem waren het Introitus en het Kyrie zo goed als af. De Sequens en het Offertorium waren in een kladversie achtergelaten en moesten nog worden uitgewerkt en geïnstrumenteerd. Deel hiervan was het Lacrimosa; de eerste acht maten daarvan zijn de laatste noten die uit Mozarts pen waren gevloeid. Het einde van Mozarts dodenmis, vanaf het Sanctus, ontbrak nog volledig.

Mozarts weduwe Constanze gaf Franz Jakob Freystädtler en Joseph Leopold Eybler de opdracht haar mans werk te completeren, maar zij gaven het al spoedig op. Vervolgens maakte Süssmayr het Requiem af; met hem zou Mozart de muziek uitgebreid hebben besproken. In de loop der tijd heeft Süssmayr de nodige kritiek moeten verduren en het blijft her en der gissen waar Mozart stopt en Süssmayr begint. Dat neemt niet weg dat hij een aangrijpende dodenmis heeft afgeleverd, die klonk bij de begrafenissen van onder anderen Haydn, Beethoven en Chopin.

Het Requiem in d klein, KV 626 is helemaal gedacht vanuit een koor­structuur: ook de solisten zingen nauwelijks alleen, maar meestal in kwartetverband in afwisseling met het koor. Tekstschildering komt veelvuldig voor, zoals de keuze voor een trombonesolo in het Tuba mirum, de fiere puncteringen in het Rex tremendae, de vurige begeleidingspatronen en de beklemmende koperakkoorden in het Confutatis, de zuchtende strijkers in het Lacrimosa en de ‘vallende’ motieven op ‘ne cadant in obscurum’ (‘opdat zij niet in het duister vallen’) in het Offertorium. In de tische passages van het ­Requiem is de erfenis van Johann Sebastian Bach nooit ver weg; neem alleen al de indrukwekkende openingsmaten en het rijke Kyrie.

Als Mozart langer had mogen leven, had hij dan de nog verrijkt met fluiten en hobo’s, de opvallende afwezigen in het orkest? En zou de componist zelf ook, zoals eerder in zijn missen KV 220 en KV 317, in de Communio hebben teruggegrepen naar de muziek van het begin? Dit was in ieder geval Süssmayrs oplossing om aan het einde van het Requiem nog eens ­Mozarts eigen noten te laten klinken.

Biografie

Collegium Vocale Gent, koor

Collegium ­Vocale Gent werd in 1970 opgericht op initiatief van Philippe Herreweghe. Het koor paste als een van de eerste de nieuwe inzichten inzake de uitvoering van muziek toe op vocale muziek. Deze tekstgerichte aanpak zorgde voor een transparant klank­idioom. Collegium Vocale Gent is uitgegroeid tot een flexibel ensemble met een repertoire uit verschillende stijlperiodes.

Voor elk project wordt een geoptimaliseerde bezetting bijeengebracht. Het koor werkt met het eigen barokorkest en met gespecialiseerde gezelschappen als het Orchestre des Champs-Elysées, het Freiburger ­Barockorchester of de Akademie für Alte Musik Berlin, maar ook met symfonische orkesten als het Antwerp Symphony Orchestra en het Chamber Orchestra of Europe.

Het koor geniet de steun van de Vlaamse Gemeenschap en de stad Gent, en was van 2011 tot 2013 ambassadeur van de Europese Unie. Sinds 2017 organiseert het koor in Toscane het zomerfestival Collegium Vocale Crete Senesi.

In Het Concert­gebouw was Collegium Vocale Gent voor het laatst te beluisteren op 24 augustus 2022 in een uitvoering van Die Schöp­fung van Haydn met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Philippe Herreweghe.

Orchestre des Champs-Elysées, orkest

In 1991 nam Philippe Herreweghe samen met Alain Durel, directeur van het Théâtre des Champs-­Elysées in Parijs, het initiatief tot de oprichting van een nieuw orkest dat was toegewijd aan het uitvoeren van repertoire van grofweg Haydn tot ­Debussy met gebruikmaking van instrumenten zoals die werden bespeeld in de tijd van de componisten zelf.

Dit orkest werd voor langere tijd huisorkest van zowel het ­Théâtre des Champs-­Elysées als van Bozar in Brussel. Het gezelschap is geregeld in Het Concertgebouw te gast – voor het laatst op 22 november 2022 met Philippe Herreweghe en soliste Isabelle Faust – en treedt ook op in zalen als het Gewandhaus in Leipzig, de Musikverein in Wenen, de Alte Oper in Frankfurt, het Barbican Centre in Londen en het Lincoln Center in New York.

Ook tourde het door Japan, Korea, China en Australië. Philippe Herreweghe is chef-, en als gastdirigenten werden onder anderen Daniel Harding, Christian Zacharias, Louis Langrée, Heinz Holliger, Christophe Coin en René Jacobs uitgenodigd.

Het Orchestre des Champs-­Elysées onderhoudt een sterke band met Collegium Vocale Gent, het koor waarmee het ook veel vocaal repertoire op cd uitbracht.

Philippe Herreweghe, dirigent

Philippe Herreweghe combineerde in zijn geboorteplaats Gent zijn universitaire studie (geneeskunde en psychiatrie) met een conservatorium­opleiding piano. Al in die jaren begon hij met dirigeren en in 1970 richtte hij Collegium Vocale Gent op. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten zijn uitzonderlijke benaderingswijze op en nodigden hem uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bachs.

Philippe Herreweghe groeide uit tot een van de bekendste oudemuziek­en, en zou zijn repertoire gestaag uitbreiden naar de symfonische . Hij was oprichter van La Chapelle Royale (1977, Franse muziek uit de zeventiende eeuw), het Orchestre des Champs-Elysées (1991, romantisch en preromantisch repertoire op originele instrumenten) en zijn eigen Italiaanse festival Collegium Vocale Crete Senesi (2001). Met een discografie van meer dan 120 titels begon de dirigent in 2010 zijn eigen label (PHI).

Sinds 1997 is Philippe Herreweghe bovendien eredirigent van het Antwerp Symphony Orchestra. Als gastdirigent stond hij voor het Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Mahler Chamber Orchestra, het Scottisch Chamber Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en verschillende Amerikaanse gezelschappen. Het vorige optreden van Philippe Herreweghe in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 21 november 2023 met Mozarts ‘Haffner’-symfonie en Requiem door zijn eigen gezelschappen Collegium Vocale Gent en Orchestre des Champs-­Élysées.

Mari Eriksmoen, sopraan

Na haar studie aan de ­muziekacademie van Oslo, het Conservatoire National Superieur in Parijs en de -­academie van Kopenhagen werd Mari Eriksmoen in 2010 door het Theater an der Wien uitgenodigd als Zerbinetta in dne auf Naxos van Richard Strauss. Ze zong daar onder meer Mozarts Da Ponte-opera’s met Nikolaus Harnoncourt.

De afgelopen seizoenen zong de sopraan operarollen tijdens de festivals van Aix-en-Provence en Glyndebourne, en in het Opernhaus Zürich, De Natio­nale Opera, de BBC Proms, de Bayerische Staatsoper, La Scala in Milaan en de Komische Oper Berlin.

Mari Eriksmoen werkte met Philippe Herreweghe in Schumanns Das Paradies und die Peri bij het Gewandhaus­orchester Leipzig. Bij het Orchestre de Paris soleerde ze in Mahlers Tweede symfonie, bij de Berliner Philharmoniker in Mendelssohns A Midsummer Night’s Dream.

In Het Concertgebouw was Mari Eriksmoen bij het Noord Nederlands Orkest onder Eivind Gullberg Jensen de solist op de slotavond van de VriendenLoterij ZomerConcerten 2023.

Eva Zaïcik, mezzosopraan

Voor Eva Zaïcik was 2018 een belangrijk jaar. Ze kreeg de Revelation Singers Award van de Victoires de la Musique Classique, en won de tweede prijs van de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel en de derde prijs van het concours Voix Nouvelles van Radio France.

Twee jaar eerder had ze haar master behaald aan het Conservatoire National Superieur in Parijs bij Élène Golgevit, waarna ze in 2017 werd geselecteerd voor William Christies Le Jardin des Voix. 

De mezzosopraan werkte verder met Hervé Niquet, Christophe Rousset, Emmanuelle Haïm, René Jacobs, Alain Altinoglu en Raphaël Pichon. Berio’s Folk Songs en Mahlers Kindertotenlieder zong ze met het Mahler Chamber Orchestra en met Philippe Herreweghe werkte ze in Bachs Matthäus-Passion, Beethovens Missa solemnis en Mozarts Requiem. Met Le Consort onder leiding van Justin Taylor heeft Eva Zaïcik een speciale band: ze tourden samen door Europa – zo stonden ze in 2023 ook in Het Concertgebouw – en brachten de cd’s Venez, chère ombre (2018) en Royal Handel (2021) uit, beide bekroond met een Choc de Classica, en het Vivaldi-album Nisi Dominus (2022).

In het huis van Toulouse vertolkte de Franse mezzosopraan onder meer de titelrol in Bizets Carmen en Olga in Tsjaikovski’s Jevgeni Onjegin, in Lille en aan de Berliner Staatsoper maakte ze furore als Venus in Idoménée van Campra.

In het seizoen 2022/2023 maakte Eva Zaïcik haar debuut aan het Theater an der Wien en het Festspielhaus Baden-Baden. In seizoen 2024/2025 zong ze Beethovens Missa solemnis tijdens een Europese tournee met het Balthazar Neumann Ensemble onder Thomas Hengelbrock; ook stonden Bruckners Derde mis in f klein met dezelfde en Händels Dixit Dominus met de Los Angeles Philharmonic onder Emmanuelle Haïm op het programma.

Nadat een invalbeurt in Bachs Matthäus-Passion in maart 2021 werd gedwarsboomd door de pandemie, maakt ze alsnog haar debuut bij het Concertgebouworkest.

Ilker Arcayürek, Tenor

Ilker Arcayürek is geboren in Istanboel en opgegroeid in Wenen. Hij won het concours van de Duitse Hugo Wolf Academie, stond in 2015 in de finale van BBC Cardiff Singer of the World en was BBC Radio 3 New Generation Artist. Op zijn debuutalbum Der Einsame (2017) vertolkte hij Schuberteren met pianist Simon Lepper; Path of Life is hun nieuwste gezamenlijke cd.

Voor het lied heeft de tenor een grote liefde, en hij gaf s op het Edinburgh International Festival, Oxford Lieder, in Wigmore Hall in Londen, op de Schubertiada Vilabertran en tijdens de Innsbrucker Festwochen.

Zijn Amerikaanse debuut in 2019 was in New York (Park Avenue Armory) en San Francisco. Als solist werd Ilker Arcayürek uitgenodigd door de Tokyo Philharmonic, het Radio Sinfonie-Orchester Wien, het Orchestre National de Lyon, het Royal Philharmonic Orchestra, het London Philharmonic Orchestra, Royal Northern en het Radio Filharmonisch Orkest, en hij werkte ook al eerder met Philippe Herreweghe.

Zijn carrière begon Ilker Arcayürek als ensemblelid in Zürich (2009-2013), Klagenfurt (2013-2015) en Nürnberg (2015-2018), waarna hij te gast was bij Santa Fe Opera, het Teatro Real Madrid, de Bayerische Staatsoper, de Volksoper Wien, de Opera Vlaanderen en op de Salzburger Festspiele. In Het Concertgebouw maakte de Turks-­Oostenrijkse zanger vorige maand zijn debuut, met Schuberts Winterreise in de .

Samuel Hasselhorn, bas

Samuel Hasselhorn studeerde in Hannover bij Marina Sandel en in Parijs bij Malcolm Walker. Het winnen van de Koningin Elisabethwedstrijd 2018 zorgde voor een doorbraak in zijn carrière. In het huidige seizoen vertolkt hij aan het Staatstheater Nürnberg, waar hij deel uitmaakt van het vaste zangersensemble, drie titelrollen: in Hindemiths Mathis der Maler, Mozarts Don Giovanni en Debussy’s Pelléas et Mélisande.

Bij de Deutsche Oper Berlin debuteert hij als Wolfram in Wagners Tannhäuser en aan de Staatsoper Berlin in de titelrol van Rossini’s Il barbiere di Siviglia.

Eerder was Samuel Hasselhorn twee jaar verbonden aan het ensemble van de Wiener Staatsoper. Gastengagementen brachten hem op het toneel in Lissabon en Parijs (een geënsceneerde productie van Mahlers er eines fahrenden Gesellen), in de Berliner Staatsoper (Le nozze di Figaro van ­Mozart onder Daniel Barenboim) en in La Scala in Milaan. Afgelopen september verscheen de eerste cd van zijn Schubert 200-­project: Die schöne Müllerin met pianist Ammiel Bushakevitz.

Verder staat hij in Bachs ­Matthäus-Passion in Wenen en in Mahlers Kindertotenlieder in Frankfurt. Hij was te gast in Bozar in Brussel, de Tonhalle in Zürich en Barbican Hall in Londen, en debuteerde bij de Wiener Symphoniker in Brittens War Requiem geleid door Ivor Bolton. In Het Concertgebouw maakt Samuel Hasselhorn zijn debuut.