Mozarts Così fan tutte: Manoj Kamps dirigeert het Orkest van de Achttiende Eeuw
Orkest van de Achttiende Eeuw
Manoj Kamps dirigent
Katharine Dain sopraan (Fiordiligi)
Josy Santos mezzosopraan (Dorabella)
Claron McFadden sopraan (Despina)
Linard Vrielink tenor (Ferrando)
Drew Santini bariton (Guglielmo)
Henk Neven bariton (Don Alfonso)
Lisenka Heijboer Castañón regie
Deze voorstelling wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Interview met Manoj Kamps
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Così fan tutte, KV 588 (1790)
opera buffa in twee bedrijven op een libretto van Lorenzo da Ponte
pauze na het eerste bedrijf
pauze ± 21.00 uur
einde ± 22.50 uur
Toelichting
Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Mozart: Così fan tutte
Door Frits de Haen
Gedurende het grootste deel van zijn leven schreef Wolfgang Amadeus Mozart muziekdramatische werken: op zijn elfde jaar componeerde hij Apollo et Hyacinthus en in 1791 sloot hij dit oeuvre af met Die Zauberflöte en La clemenza di Tito. Toch worden maar enkele van zijn 22 muziekdramatische werken regelmatig uitgevoerd: hieronder zijn zonder enige twijfel de drie Italiaanse opere buffe die hij maakte met librettist Lorenzo da Ponte. In samenwerking met Da Ponte (1749-1838) ontstond in 1786 Le nozze di Figaro, in 1787 Don Giovanni en in 1790 Così fan tutte. Uit een brief aan zijn vader Leopold blijkt dat Wolfgang zijn librettist had leren kennen in het voorjaar van 1783. Da Ponte was voorbestemd voor een kerkelijke carrière, maar kwam er na zijn priesterwijding in 1773 al gauw achter dat die status minder goed te rijmen was met zijn avonturiersnatuur en – vooral – zijn grote belangstelling voor vrouwelijk schoon. Net als zijn vriend Giacomo Casanova.
Op kerkelijk gebied is na het teloorgaan van zijn roeping weinig meer van Da Ponte vernomen; in het genre van de des te meer. Nadat de Oostenrijkse keizer Josef II hem benoemd had tot librettist van het Italiaanse theater schreef Da Ponte libretto’s voor componisten als Antonio Salieri, Antonio Soler en Mozart. Ook de laatste wijst in een brief aan zijn vader op het feit dat Da Ponte nogal in trek was: ‘Hij heeft het op dit moment razend druk met werken voor het theater en moet een heel nieuw libretto voor Salieri maken. Dat zal hem zeker twee maanden kosten. Hij heeft mij beloofd er vervolgens eentje voor mij te maken. Wie weet of hij zijn woord kan houden – of wil! U weet wel dat die Italianen in je gezicht heel aardig zijn! – Genoeg, we kennen ze!’ Mozarts pessimistische geluiden ten spijt vond Da Ponte wel degelijk tijd om een operalibretto te vervaardigen – het werden er zelfs drie.
Ontstaansgeschiedenis
Over het ontstaan van Così fan tutte is bijzonder weinig bekend. Beschikken we in het geval van Le nozze di Figaro en Don Giovanni over duidelijke inspiratiebronnen en komt de ontstaansgeschiedenis van beide opera’s in de geschriften van Da Ponte en Mozart aan bod, over Così fan tutte reppen beiden nauwelijks. Centraal in die opera staat de weddenschap van de oude cynische Don Alfonso met de twee vrienden Guglielmo en Ferrando. Don Alfonso houdt de twee knapen voor dat hun geliefden, de zusjes Fiordiligi en Dorabella, binnen de kortst mogelijke keren voor de charmes van andere mannen kunnen vallen. De twee, verontwaardigd, accepteren de door Don Alfonso voorgestelde weddenschap in de volle overtuiging dat ze die toch winnen.
In opdracht van Alfonso nemen ze zogenaamd afscheid van hun geliefden en gaan naar het front, om spoorslags verkleed terug te keren en zo de dames het hof te maken. Binnen de kortst mogelijke keren gaat Guglielmo aan de haal met Ferrando’s Dorabella en verleidt Ferrando Guglielmo’s Fiordiligi. Aan het eind van de tweede akte – de dames zijn zojuist getrouwd met hun ‘Albanese’ minnaars – keren Guglielmo en Ferrando in hun ware gedaantes terug en komt het dubbelspel uit.
Het van de opera, het op de proef stellen van liefdestrouw, was een oud gegeven. Al in de Oudheid vinden we het thema terug bij Ovidius, in het zevende boek van zijn Metamorphosen, en ook in Ariosto’s Orlando furioso uit 1528 wordt het als uitgangspunt genomen. En natuurlijk kan Da Pontes interesse in het onderwerp niet los gezien worden van de in die tijd zeer populaire briefroman Les liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos uit 1782. Maar wie in Wenen de aanzet gaf tot de keuze van dit thema, blijft onduidelijk. Er is wel gesuggereerd dat de keizer zelf het idee aan de hand zou hebben gedaan en dat het zou zijn gebaseerd op een waar gebeurd intrige tussen twee officieren en hun geliefden, maar daar is geen duidelijke aanwijzing voor. Bovendien kun je je afvragen of het zo waarschijnlijk is dat de op dat moment al zwaar zieke Josef een dergelijke opdracht zou hebben gegeven.
Negentiende eeuw
Così fan tutte beleefde haar première op 26 januari 1790 en werd in de daarop volgende weken vijf maal uitgevoerd. En toen was er stilte, na de dood van de keizer op 20 februari. Così fan tutte zou in de zomer van dat jaar nog een vijftal opvoeringen meemaken, maar toen viel het doek definitief: in Wenen zou het werk niet meer tot klinken komen in de bijna twee jaar dat Mozart nog zou leven. In Praag, Dresden en Amsterdam kwam de wél op de planken, zij het in Duitse vertalingen, als Liebe und Versuchung oder So machen’s die Mädchen. Na Mozarts overlijden kwam de opera zwaar onder vuur te liggen. Al Mozarts eerste biografen beklaagden zich erover dat de componist zijn hemelse muziek aan een dergelijk tekstueel ‘maakwerk’ had verkwanseld, en dat Mozart ongetwijfeld gedwongen moest zijn geweest een dergelijk als onderwerp te nemen.
Ook Ludwig van Beethoven keurde de opera af als te frivool en evenmin kon ze de goedkeuring van Richard Wagner wegdragen. In de loop van de negentiende eeuw poogde men de angel uit het verhaal te halen door allerlei gekuiste tekstvarianten op de planken te brengen, met luchtige titels als Die zwei Tanten aus Mailand, oder die Verkleidungen of Weibertreue oder die Mädchen von Flandern. Ook werden er pastiches van gemaakt, waarbij kwistig leentjebuur werd gespeeld bij schrijvers als William Shakespeare of Pedro Calderón. De reden dat de negentiende eeuw Così fan tutte zo links liet liggen laat zich raden. Het thema van verleiding en ontrouw paste immers niet zo goed in het romantische concept van zichzelf opofferende vrouwen die het operatoneel voor zich opeisten, om het even of ze nu Senta heetten, Violetta of Mimi. En laten we wel wezen: wat Mozart en Da Ponte de luisteraar in Così fan tutte voorschotelen, is in feite een inktzwarte intrige die weinig ruimte laat voor optimisme.
Niet voor niets noemde Nikolaus Harnoncourt het werk het meest trieste in de muziekgeschiedenis. En gelijk heeft hij, de moraal van deze opera buffa is tragisch tot op het bot. Want als de geliefden, na hun louterende beproeving, elkaar opgewekt wederom eeuwige trouw beloven, laat Da Ponte Ferrando en Guglielmo zingen: ‘Te lo credo, gioia bella, ma la prova far non vo’, ofwel: ‘Ik geloof je, mooi zonnetje, maar ik beproef het maar liever niet.’
Klik op de afbeelding hieronder voor een grote versie:
Biografie
Manoj Kamps, dirigent
Manoj Kamps werkt graag samen met regisseur Lisenka Heijboer Castañón sinds hun gezamenlijke FAUST [working title] in 2020 bij De Nationale .
Andere recente hoogtepunten waren The Fairy Queen van Purcell bij De Nederlandse Reisopera, Kamps debuut bij de BBC Philharmonic, concerten met het Nederlands Kamerkoor, het Philharmonia Orchestra en London Sinfonietta
Dit seizoen leidt Manoj Kamps het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Royal Philharmonic Orchestra, Phion en Asko|Schönberg. Bij De Nationale dirigeert hen de wereldpremière van Ellen Reids The Shell Trial, met musici van het Concertgebouworkest in de bak. Manoj Kamps studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag in orkestdirectie (bij Jac van Steen en Kenneth Montgomery), compositie (bij Roderik de Man en Calliope Tsoupaki) en koordirectie (bij Jos van Veldhoven en Jos Vermunt).
Verdere coaching kreeg hen van Daniel Reuss, en ook Reinbert de Leeuw is een belangrijk mentor geweest.
Katharine Dain, sopraan
De Nederlands-Amerikaanse sopraan Katharine Dain studeerde aan Harvard University, de Guildhall School of Music and Drama in Londen en Mannes College of Music in New York. In 2018 debuteerde ze als Konstanze in Mozarts Die Entführung aus dem Serail in Clermont-Ferrand, Avignon, Rouen, Massy en Reims.
Bij De Nationale stond ze in Viviers Kopernikus, en in december 2020 verzorgde ze met het Concertgebouworkest en Antony Hermus de wereldpremière van Notenkrakers’ notulen van Bram Kortekaas. Haar ‘lockdownalbum’ Regards sur l’Infini (Messiaen, Debussy, Delbos, Dutilleux en Saariaho) met pianist Sam Armstrong werd in 2021 bekroond met een Edison voor het beste debuut.
Highlights waren ook een residency bij Tapiola Sinfonietta (2023/2024) en de productie I Have Missed You Forever met Asko|Schönberg voor het Opera Forward Festival 2022. Katharine Dain was te gast op festivals als Wonderfeel, het Holland Festival, het Aldeburgh Festival en het West Cork Chamber Music Festival.
In Het Concertgebouw zong ze eerder bij het Orkest van de Achttiende Eeuw in Beethovens Negende symfonie (2023) en in Mozarts Don Giovanni (2019), Die Zauberflöte/Der Schauspieldirektor (2021) en Così fan tutte (oktober 2022). Ook stond ze in de in 2022 en 2023 in de kerstprogramma’s van het Nederlands Kamerorkest.
Josy Santos, Mezzosopraan
Josy Santos studeerde na haar opleiding in São Paulo aan de Musikhochschule van Frankfurt.
Vanuit de -opleiding aan de Oper Stuttgart vertolkte ze rollen als die van Oberto in Händels Alcina en Cherubino in Mozarts Le nozze di Figaro.
Vervolgens maakte ze twee jaar deel uit van het vaste ensemble van de Staatsoper Hannover, waar ze de rol van Hänsel zong in Humperdincks Hänsel und Gretel en Hermia in Brittens Midsummer Night’s Dream.
De rol van Dorabella in Così fan tutte bracht ze voor het eerst op het podium in 2020/2021 in het Theater Luzern. Ook in haar vaderland Brazilië bleef Josy Santos optreden, bijvoorbeeld als Angelina in Rossini’s La Cenerentola en Tweede Dame in Mozarts Die Zauberflöte.
Met het Braziliaanse orkest NEOJIBA debuteerde ze in Beethovens Negende symfonie. De mezzosopraan werkte met en als Sylvain Cambreling, Ulf Schirmer, Marc Soustrot en Lorenzo Viotti. In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut.
Claron McFadden, Sopraan
In het jaar dat de Amerikaanse zangeres Claron McFadden afstudeerde aan de Eastman School of Music (Rochester, New York), 1984, vestigde ze zich in Nederland. Een jaar later maakte ze onder Ton Koopman haar debuut in L’eroe cinese van Hasse tijdens het Holland Festival.
Ze tourde met William Christie, inclusief debuten in Aix-en-Provence (Rameau) en Londen (Purcells King Arthur).
zong ze ook aan La Scala in Milaan, La Fenice in Venetië en de Bayerische Staatsoper in München, en opvallende engagementen bij De Nationale Opera waren Poulencs Dialogues des Carmélites, Van der Aa’s After Life en in het Opera Forward Festival van afgelopen maart We Are the Lucky Ones van Philip Venables. In Glyndebourne stond ze in de première van Jonathan Dove’s Flight en in de titelrol van Bergs Lulu.
Claron McFadden werkte met Neeme Järvi, Claus Peter Flor, Andrew Davis (BBC Proms), Fabio Biondi, Frans Brüggen en Reinbert de Leeuw en deed projecten met The Nash Ensemble (Grammy-nominatie voor Birtwistles The Woman and the Hare), het Arditti Quartet en Artvark. Ze werd geëngageerd door Asko|Schönberg, het Concertgebouworkest en de orkesten van de MDR en de SWR, maar ook door het dansgezelschap van Alain Platel en het Jazz Orchestra of the Concertgebouw.
De zangeres geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam, ontving de Amsterdamprijs voor de Kunst 2006 en is sinds 2017 lid van de Academie van Kunsten. Eerdere concerten binnen de Spotlight-serie van Claron McFadden dit seizoen waren het familieconcert Kom, we gaan op wereldreis en het American-French Connection.
Linard Vrielink, Tenor
Linard Vrielink studeerde aan de Universität der Künste in Berlijn bij Elisabeth Werres. Hij maakte hij zich vele rollen eigen aan de studio van de Staatsoper Berlin, waar hij werkte met Daniel Barenboim en Marc Minkowski.
Zijn officiële debuut in Berlijn was als Scaramuccio in dne auf Naxos van Richard Strauss.
zong hij ook op de Bregenzer Festspiele (Almaviva in Il barbiere di Siviglia van Rossini) en op het Festival d’Aix-en-Provence (Wagners Tristan und Isolde onder Simon Rattle). Als solist werkte hij meermaals met Thomas Hengelbrock en diens Balthasar Neumann Ensemble, en met Raphaël Pichon en zijn Ensemble Pygmalion maakte hij een Mozart-tournee en -cd.
Onder leiding van Ed Spanjaard zong hij in Saint-Saëns’ Oratorio de Noël bij het Radio Filharmonisch Orkest en van Bach zong hij in de Hohe Messe onder Ivor Bolton en in de Matthaüs-Passion onder Peter Dijkstra. Onlangs stond Linard Vrielink in de in het Rossini-gala van het Nederlands Kamerorkest.
Drew Santini, Bariton
De Canadese bariton Drew Santini, woonachtig in Den Haag, studeerde in New York aan The Juilliard School en de Manhattan School of Music. muziek voerde hij uit met het Freiburger Barockorchester, Gli Angeli Genève, The English Concert en Tafelmusik.
Bij de Nederlandse Bachvereniging nam hij deel aan meer dan 25 afleveringen van All of Bach, een project waarin dat gezelschap het complete oeuvre van Bach online aanbiedt.
Recente hoogtepunten zijn Händels Messiah met de Nieuwe Philharmonie Utrecht en John Blows Venus and Adonis bij Ensemble Masques. Hedendaagse muziek is een andere focus in het repertoire van Drew Martini. Zo nam hij een album op met het collectief Oerknal en stond hij in Menotti’s The Telephone (Nederlandse Reisopera/ Gothenburg) en The Fall of the House of Usher van Philip Glass bij Opera2Day.
Drew Santini is mede-oprichter van het Damask Vocal Quartet en debuteerde afgelopen oktober in Het Concertgebouw in Mozarts Così fan tutte door het Orkest van de Achttiende Eeuw onder Manoj Kamps.
Henk Neven, bas
Henk Neven kreeg een Borletti-Buitoni Trust Fellowship en ontving in 2011 de Nederlandse Muziekprijs. Hij vertolkt hoofdrollen in ’s van Monteverdi tot en met Messiaen bij De Nationale Opera, het Theater an der Wien en in de grote theaters van Berlijn, Parijs, Brussel en Londen.
Bij het Orkest van de Achttiende Eeuw was hij eerder Almaviva in Mozarts Le nozze di Figaro (2015), Publio in La clemenza di Tito (2017), Leporello in Don Giovanni (2019) en Papageno en Puf in de pastiche Der Schauspieldirektor/Die Zauberflöte (2021), maar ook Christus in Bachs Johannes-Passion (2019).
recitals gaf de zanger op de BBC Proms en in Wigmore Hall in Londen, in Het Concertgebouw en op de festivals van Oxford en Leeds.
Hij soleerde bij het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest, de Nederlandse Bachvereniging, het Orchestra of the Age of Enlightenment, Les Talens Lyriques, het Orchestre National de France en de Staatskapelle Berlin.
Lisenka Heijboer Castañón, Regie
Recente successen van de Nederlands-Peruaanse regisseur Lisenka Heijboer Castañón waren haar debuut aan de van Santa Fe als co-regisseur van een nieuwe Tristan und Isolde (Wagner) van Zack Winokur, en de wereldpremière I Have Missed You Forever in het Opera Forward Festival 2022.
Dit seizoen kijkt ze uit naar de première van John Adams’ The Gospel According to the Other Mary voor de Volksoper Wien.
Ze werkte veel samen met regisseur Lotte de Beer en assisteerde Pierre Audi, Krzysztof Warlikowski, Monique Wagemakers en Laurent Pelly. In 2020, hartje corona, vroeg De Nationale haar om een alternatieve seizoensopening te creëren; dat werd Faust [working title].
Lisenka Heijboer Castañón was in 2019/2020 Directing Fellow aan het Vocal Arts Department van The Juilliard School in New York. Voor Opera Zuid co-produceerde ze ter gelegenheid van Beethovens 250ste verjaardag in 2020 de korte film An die Ferne.
Orkest van de Achttiende Eeuw, orkest
Het Orkest van de Achttiende Eeuw verwierf wereldfaam door symfonisch werk uit te voeren op originele instrumenten (of kopieën daarvan) en op een historisch geïnformeerde manier. Het ontstond in 1981 naar een idee van blokfluitist Frans Brüggen, die tot aan zijn dood in 2014 en artistiek leider bleef. Sindsdien werkt het gezelschap met gasten.
De orkestleden spelen internationaal in toonaangevende (kamer)muziekensembles en komen een aantal keer per jaar voor een project bij elkaar. De uitgebreide discografie van het Orkest van de Achttiende Eeuw omvat werken van Purcell, J.S. en C.Ph.E. Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, Chopin en Weber. Met Daniel Reuss en Cappella Amsterdam nam het orkest Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem op.
Na een concertante Così fan tutte van Mozart onder leiding van Ed Spanjaard in 2013 volgden in de onder leiding van Kenneth Montgomery Le nozze di Figaro, La clemenza di Tito, Don Giovanni en een bewerking van Die Zauberflöte/ Der Schauspieldirektor. In mei 2023 verzorgde het orkest in Het Concertgebouw een driedaags Beethoven Festival, in oktober 2023 bracht het opnieuw, nu onder leiding van Manoj Kamps, een productie van Così fan tutte, en in oktober 2024 kwam het met een Mozart-programma met onder meer het Requiem samen met Cappella Amsterdam.










