Mischa Maisky 70! Met Martha Argerich en Janine Jansen

Martha Argerich piano
Janine Jansen viool
Mischa Maisky cello

'Mischa Maisky 70'

pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.15 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Fugro N.V.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Sonate in D gr.t., op. 102 nr. 2 (1815)
voor cello en piano
Allegro con brio
Adagio con molto sentiment d’affetto
Allegro fugato

Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975

Tweede pianotrio in e kl.t., op. 67 (1944)
Andante – Moderato – Poco piu mosso
Allegro con brio
Largo
Allegretto – Adagio

pauze

Robert Schumann 1810-1856

Eerste sonate in a kl.t., op. 105 (1851)
voor viool en piano
Mit leidenschaftlichem Ausdruck
Allegretto
Lebhaft

Felix Mendelssohn 1809-1847

Eerste pianotrio in d kl.t., op. 49 (1839)
Molto allegro ed agitato
Scherzo: Allegro
Andante cantabile
Allegro moderato

Toelichting

1815

Beethoven: Cellosonate

tekst: Martijn Voorvelt

In Beethovens werken voor en piano zong de cello zich geleidelijk verder los van het klavier. In de twee Cellosonates, 102, de enige substantiële werken die Beethoven voltooide in 1815, heeft de cello een gelijkwaardige rol ten opzichte van de piano gekregen. Dit in tegenstelling tot de ondergeschikte, begeleidende rol die het instrument traditioneel kreeg toebedeeld. 

Het was een noviteit die op onbegrip stuitte: de s werden jarenlang beschouwd als originele, maar pretentieuze pianowerken met een onnodig ingewikkelde, opdringerige begeleiding. Dit sloot naadloos aan bij de heersende opinie dat de na 1810 door Beethoven ingeslagen weg een vergissing was.

Zelfs Beethoven-­bewonderaar Adolf Bernhard Marx (1795-1866) schreef naar aanleiding van een uitvoering in 1824 dat deze ‘ongewone’ muziek ‘nauwelijks iemand zal bevallen, noch onder de kenners, noch – en nog veel minder – onder de leken’. Het tweede deel van de  in D groot vond hij ‘een dat verstrikt is in een neerslachtige, bijna overspannen en zieke sfeer’.

Wel gaf Marx toen al toe dat zijn houding tegenover de muziek nog zou kunnen veranderen. Dat gebeurde: in zijn Beethoven-­biografie uit 1859 schreef hij over hetzelfde deel dat het ‘ons van buiten aanspreekt en van binnen de ziel beroert’. Marx wist dat muziek soms tijd nodig heeft om begrepen te worden.

1944

Sjostakovitsj: Tweede pianotrio

tekst: Liesbeth Houtman

Sinds Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in 1881 zijn in a klein, 50 had opgedragen aan de nagedachtenis van Nikolaj Rubinstein, was onder Russische componisten een kleine traditie ontstaan. Niet alleen Serge Rachmaninoff eerde de overleden Tsjaikovski met een pianotrio, ook Dmitri Sjostakovitsj schreef zijn Tweede pianotrio in e klein bij het overlijden van een dierbare: de musicoloog Ivan Sollertinski.

De onverwachte dood van zijn boezemvriend in februari 1944 sloeg bij hem in als een bom. Vrijwel onmiddellijk begon hij aan dit piano-. In de maanden daarna groeide het uit tot veel meer dan een monument voor Sollertinski alleen. De eerste gruwelijke berichten over de Holocaust hadden Rusland bereikt en overschaduwden Sjostakovitsj’ persoonlijke verdriet.

In de openingsmaten laat hij de cellist dan ook niet alleen huilen om het verlies van zijn vriend, maar ook om de waanzin van het Duitse regime. Sjostakovitsj voelde zich verwant met het onderdrukte Joodse volk en zijn rijke cultuur. ‘Joodse muziek lijkt vaak opgewekt, maar is in feite tragisch: het is bijna altijd lachen door je tranen heen.

Die twee lagen moeten er zijn in de muziek’, zei hij eens. In zijn Tweede  wist hij die lagen feilloos te treffen. Zo plaatst hij in het -achtige con brio kanttekeningen bij de schijnbaar onbekommerde vrolijkheid in de vorm van weerspannige en tegendraadse motieven in de piano en .

Het largo uit het Tweede , uitgevoerd door Mischa Maisky, Martha Argerich en Gidon Kremer

Na het intens droevige Largo volgt zonder onderbreking de finale: een grimmige danse macabre die begint met een sarcastische hupse waar een Joodse dansmelodie dwars doorheen snijdt. De spanning wordt opgevoerd totdat de muziek zowel lijkt te huilen, te schreeuwen als te lachen en en klinken als doodskreten. Veelbetekenend besluit Sjostakovitsj het werk met de ijzingwekkende akkoorden waarmee hij het Largo begon. 

1851

Schumann: Eerste sonate

tekst: Floris Don

‘Mit leidenschaftlichem Ausdruck’, staat er boven het openingsdeel van Schumanns Eerste in a klein. Het zou het levensmotto van de maker kunnen zijn. Want als één componist zich op romantische wijze liet meeslepen door zijn gevoels­wereld en daar uiteindelijk ook aan ten onder ging, dan was het Robert Schumann. Zijn van emoties overlopende gemoed kreeg een ‘gepassioneerde uitdrukking’ in de composities die in onvoorspelbare vlagen naar buiten werden gestuwd.

Zo was hij de eerste tien jaar van zijn werkende leven gepreoccupeerd door de piano, volgde in 1840 een eruptie van eren (liefst 138!) en wijdde hij het jaar daarop grotendeels aan orkestrale muziek. Daarna volgde een periode van obsessie met kamermuziek, waarin onder meer drie strijkkwartetten en het geliefde Pianokwintet het licht zagen. Een vioolsonate ontbrak nog; negen jaar later schreef Schumann er meteen twee na elkaar.

De Eerste  ontstond tussen 12 en 16 september 1851 in Düsseldorf. Net als in de Tweede sonate overheerst een somber gemoed (beide werken staan in ) en wordt virtuositeit slechts aangewend om aan oververhitting een uitlaatklep te bieden. Het eerste deel staat in een zesachtste maat. De piano vuurt de viool voortdurend aan met een doorgaande stroom van zestiende noten. Klonk een ooit smachtender dan op het moment dat het openingsmotief als in slow motion terugkeert na de doorwerking?

Na de stormachtige slotmaten biedt het daaropvolgende Allegretto een oase van rust: op een licht geagiteerde centrale episode na is alles kalm en sereen. In de finale, Lebhaft, keert de mineurtoonsoort terug. Het is een sprankelend moto perpetuo, al worden de jes zo vaak her­haald dat het verleidelijk is Schumanns obsessieve kant in de muziek terug te horen.

1839

Mendelssohn: Eerste pianotrio

tekst: Liesbeth Houtman

In een brief aan zijn vriend Ferdinand Hiller schreef Felix Mendelssohn in 1838: ‘Een heel belangrijk soort van pianomuziek waar ik erg dol op ben is het , het kwartet en andere stukken met begeleiding. Het is tegenwoordig een geheel vergeten genre.

Daarom heb ik onlangs die vioolsonate geschreven, en eentje voor , en nu denk ik erover om een paar trio’s te schrijven.’ Het jaar erna voegde hij de daad bij het woord en componeerde hij het Eerste in d klein, 49, zes jaar later gevolgd door het Pianotrio in c klein, opus 66. Wat vorm en inhoud betreft lijken de trio’s wel een tweeling.

De piano kreeg in beide werken de meest gewichtige partij: niet verwonderlijk als je bedenkt dat Mendelssohn een pianist was. 49 is een uitgesproken zangerig en meeslepend werk, vol stuwende ën, sprankelende energie en soms bijna swingende s. Op het breed uitgesponnen openingsdeel volgt een ‘ ohne Worte’.

Viool en zingen hier een teder liefdesduet. Deel drie is een betoverend , dat bevolkt lijkt door elfjes en andere sprookjesachtige wezens, en met een , gebaseerd op drie ’s, sluit Mendelssohn het af. Robert Schumann noemde het stuk met vooruitziende blik ‘het beste trio dat onze tijd heeft voort­gebracht, een werk waarvan onze kleinkinderen en achterkleinkinderen nog zullen genieten’.

Biografie

Martha Argerich, piano

Martha Argerich wordt wereldwijd beschouwd als een van de grootste pianisten van deze tijd. Ze werd geboren in Buenos es en begon met pianospelen toen ze drie was. Op haar achtste maakte ze haar professionele podiumdebuut in pianoconcerten van Mozart en Beethoven

In 1955 emigreerde Martha Argerich naar Europa. Hier was ze leerling van onder anderen Friedrich Gulda. In 1957 won de pianiste, zestien jaar oud, achtereenvolgens het Concours de Genève en de Ferruccio Busoni International Piano Competition. Prijzen van vele andere concoursen volgden.

In de decennia daarna ontwikkelde Martha Argerich een glansrijke carrière. Ze musiceerde met beroemde orkesten en en en trad veelvuldig op als kamermusicus; zo verzorgde ze in januari 2018 in Het Concertgebouw een programma met Janine Jansen en Mischa Maisky. Ze maakte talrijke plaat- en cd-opnamen, die niet zelden werden bekroond met belangrijke prijzen. In 2002 verscheen een documentaire over haar, getiteld Martha Argerich – Evening Talks. In 2021 markeerde Deutsche Grammophon haar tachtigste verjaardag met de release van drie nieuwe albums met eerdere opnames van onder anderen Chopin en Debussy. De Argentijnse pianiste wordt nog altijd door orkesten uitgenodigd en blijft s geven, vaak in duo met bijzondere (oud)studenten die ze ontmoet tijdens internationale festivals en concoursen.

In Het Concertgebouw speelde ze voor het laatst een recital in maart 2019, samen met Stephen Kovacevich. Als solist betrad Martha Argerich in de onder meer het podium met het Concertgebouworkest (voor het laatst in 1998), het San Francisco Symphony Orchestra (2000), het NHK Symphony Orchestra, Tokyo (2001), het Orchestre Philharmonique de Luxembourg (2003) en Philharmonia (2007).

Janine Jansen, viool

In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.

Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-­Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.

recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, ­Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.

De violiste bespeelt de ‘Shumsky-­Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .

Mischa Maisky, cello

Mischa Maisky werd geboren in Riga, Letland, destijds onderdeel van de Sovjet-Unie. Hij studeerde in Riga en Leningrad, bij Mstislav Rostropovich in Moskou en bij Gregor Piatigorsky in Los Angeles. In 1966 won hij het Internationaal Tsjaikovski Concours en in 1973 debuteerde hij in Carnegie Hall in New York.

Een anonieme fan schonk hem een van de Italiaanse bouwer Domenico Montagnana (1686-1750) en sindsdien speelt hij op dit bijzondere instrument. Mischa Maisky soleerde onder en als Leonard Bernstein, Carlo Maria Giulini, Lorin Maazel, Zubin Mehta, Vladimir Ashkenazy, Daniel Barenboim, James Levine, Charles Dutoit, Mariss Jansons, Valery Gergiev en Gustavo Dudamel.

Onder zijn kamermuziekpartners zijn Radu Lupu, Nelson Freire, Evgeny Kissin, Lang Lang, Yuri Bashmet, Maxim Vengerov en Joshua Bell. Cd’s nam hij op met onder meer de Wiener en de Berliner Philharmoniker, het London Symphony Orchestra, het Israël Filharmonisch Orkest, het Orchestre de Paris en het Chamber Orchestra of Europe.

Mischa Maisky's opname van Bachs s voor solo

Een hoogtepunt was het jaar 2000: Mischa Maisky ondernam een meer dan honderd concerten tellende wereldtournee die in het teken stond van Johann Sebastian Bach. Niet voor niets nam hij diens Suites voor solo cello maar liefst drie keer op.

In Het Concertgebouw maakte Mischa Maisky zijn debuut in 1996, met violist Gidon Kremer en pianist Valery Afanassiev. In 2001 speelde hij bij het Koninklijk Concertgebouworkest Brahms’ Dubbelconcert met violist Vadim Repin. In de was Mischa Maisky voor het laatst te beluisteren op 5 november jongstleden, toen hij met het Musikkollegium Winterthur het Eerste celloconcert van Saint-­Saëns speelde in Het Zondagochtend Concert.