Mahlers Das Lied von der Erde met Philippe Herreweghe
Orchestre des Champs-Elysées
Philippe Herreweghe dirigent
Magdalena Kožená mezzosopraan
Andrew Staples tenor
Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.
Ook interessant:
Gustav Mahler (1860-1911)
Das Lied von der Erde (1908)
Das Trinklied vom Jammer der Erde
Der Einsame im Herbst
Von der Jugend
Von der Schönheit
Der Trunkene im Frühling
Der Abschied
er is geen pauze
einde ± 21.15 uur
Toelichting
Gustav Mahler (1860-1911)
Mahler: Das Lied von der Erde
Door Henriëtte Sanders
Das von der Erde werd door Gustav Mahler beschreven als ‘Eine Symphonie für eine Tenor- und eine Alt- (oder Bariton-) Stimme und Orchester’ naar Die chinesische Flöte van de Duitse dichter Hans Bethges. Bethges gedichtenbundel bestond uit bewerkingen van in het Frans vertaalde Chinese teksten uit de achtste eeuw. Mahlers vocale composities bevatten betrekkelijk veel eigen poëzie en Bethges gedichten paste hij aan zijn eigen wensen aan.
Das Lied von der Erde ontstond in 1907/08, waarbij het jaar 1907 getekend werd door voor Mahler ingrijpende, tragische gebeurtenissen. Een vijandige antisemitische campagne in de Weense media noodzaakte hem zijn werkterrein naar Amerika te verplaatsen, zijn oudste dochter stierf en bij hemzelf werd een hartkwaal geconstateerd, waardoor hij zijn geliefde wandelingen in de bergen moest beperken.
Het jaar 1907 werd getekend door voor Mahler ingrijpende, tragische gebeurtenissen.
In Das Lied von der Erde vormen schoonheid, extase en uitbundige bloei van natuur en leven zowel een contrast als een onlosmakelijk verband met vergankelijkheid, afscheid en dood. En even contrasterend als met elkaar verbonden zijn Mahlers muzikale uitdrukkingswijzen voor uitbundige pracht en vreugde en intense tragiek. Als geen ander kon hij dat met orkestklanken vorm geven. De Chinese achtergrond van het werk krijgt muzikale uitdrukking door oriëntaalse elementen, zoals gongtonen en pentatoniek, gedragen door met name grote groepen en uitgebreid – met een grote rol voor het klokkenspel – en twee harpen, die de gongtonen prachtig ‘inkleuren’.
Het signaalachtige beginmotief van Das Trinklied vom Jammer der Erde representeert het appèl op de mens om met wijn en gezang de gedachte aan de kortstondigheid van aardse genietingen te verdrijven. Zoals de dichter zich uit alle macht tegen het besef van vergankelijkheid te weer moet stellen, zo moet de zangstem trachten zich te handhaven tegenover het overweldigende orkest. Angstaanjagende climax is het nachtelijke fantoom van de aap op de graven, wiens schrille jammerkreten de zoetheid van het leven verstoren.
Subtiel gekleurde lijnen van in verfijnd begeleiden het melancholieke Der Einsame im Herbst. Met name de klaaglijke solo’s van hobo en bij ‘Ich weine viel’ zijn bijzonder illustratief. Von der Jugend, het in deze symfonie, staat met de voorafgaande liederen in sterk contrast. De k van dit lied is pentatonisch van aanleg en begint met een boogvorm, zoals die van beeld en spiegelbeeld van de jaden brug in de tekst, die over het water naar het porseleinen paviljoen voert. Het hele lied heeft eveneens een boogvorm.
Een groep jonge ruiters komt langs, geschilderd door vol orkest.
Weerspiegelt het water hier het tafereel van een geanimeerd samenzijn van jonge mannen, in Von der Schönheit gebeurt dit met een scène van mooie meisjes die aan een oever lotusbloemen plukken. De sonore zetting geeft op traditionele wijze pastorale lieflijkheid weer. Een groep jonge ruiters komt langs, geschilderd door vol orkest en martiale figuren. De ruiter met het vurigste paard wordt verlangend nagekeken door een van de meisjes; schoonheid en hartstocht worden hier bezongen. Dan, in Der Trunkene im Frühling, keert iets van de stemming uit Das Trinklied terug. De drinker gaat volledig op in roes na roes en sluit zich af, zelfs voor de opbloei van de lente.
Het lange lied Der Abschied is zowel een afscheid van het leven als een loflied daarop. Het bestaat uit twee gedichten, In Erwartung des Freundes en Der Abschied des Freundes. De gongtonen waarmee beide delen van het lied ingeleid worden, noemde Mahler ‘Grabgeläute’. Tegen een reciterende zangpartij, ‘in erzählendem Ton, ohne Ausdruck’, is het orkest tot kamermuziekachtige proporties gereduceerd. Met de bijzondere timbres van contrafagot, harp, fluit, hobo en basklarinet in het fragment ‘Der Bach singt voller Wohllaut’ schildert het orkest een avondstemming van onwezenlijke pracht en aangrijpende melancholie.
Mahler beschouwde Das Lied von der Erde als zijn meest persoonlijke compositie.
In het slotfragment ‘Die liebe Erde allüberall’ wordt niet meer over mensen gezongen. Ook de ‘Grabgeläute’ zijn verstomd. Wat blijft, zijn de levenskracht en onvergankelijkheid van aarde en kosmos. ‘Das Firmament blaut ewig’ en ‘aufblühn’, woorden uit Das Trinklied, keren hier terug. Niet alleen celesta en mandoline dragen bij aan de rijke orkestrale kleur, maar ook de pure klank van de herhaalde woorden ‘allüberall’ en ‘ewig’. In Der Abschied is veel te horen over Mahlers gedachten over leven, dood en natuur. Hij beschouwde Das Lied von der Erde als zijn meest persoonlijke compositie.
Biografie
Orchestre des Champs-Elysées, orkest
In 1991 nam Philippe Herreweghe samen met Alain Durel, directeur van het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs, het initiatief tot de oprichting van een nieuw orkest dat was toegewijd aan het uitvoeren van repertoire van grofweg Haydn tot Debussy met gebruikmaking van instrumenten zoals die werden bespeeld in de tijd van de componisten zelf.
Dit orkest werd voor langere tijd huisorkest van zowel het Théâtre des Champs-Elysées als van Bozar in Brussel. Het gezelschap is geregeld in Het Concertgebouw te gast – voor het laatst op 22 november 2022 met Philippe Herreweghe en soliste Isabelle Faust – en treedt ook op in zalen als het Gewandhaus in Leipzig, de Musikverein in Wenen, de Alte Oper in Frankfurt, het Barbican Centre in Londen en het Lincoln Center in New York.
Ook tourde het door Japan, Korea, China en Australië. Philippe Herreweghe is chef-, en als gastdirigenten werden onder anderen Daniel Harding, Christian Zacharias, Louis Langrée, Heinz Holliger, Christophe Coin en René Jacobs uitgenodigd.
Het Orchestre des Champs-Elysées onderhoudt een sterke band met Collegium Vocale Gent, het koor waarmee het ook veel vocaal repertoire op cd uitbracht.
Philippe Herreweghe, dirigent
Philippe Herreweghe combineerde in zijn geboorteplaats Gent zijn universitaire studie (geneeskunde en psychiatrie) met een conservatoriumopleiding piano. Al in die jaren begon hij met dirigeren en in 1970 richtte hij Collegium Vocale Gent op. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt merkten zijn uitzonderlijke benaderingswijze op en nodigden hem uit om mee te werken aan hun opnames van de verzamelde Bachs.
Philippe Herreweghe groeide uit tot een van de bekendste oudemuzieken, en zou zijn repertoire gestaag uitbreiden naar de symfonische . Hij was oprichter van La Chapelle Royale (1977, Franse muziek uit de zeventiende eeuw), het Orchestre des Champs-Elysées (1991, romantisch en preromantisch repertoire op originele instrumenten) en zijn eigen Italiaanse festival Collegium Vocale Crete Senesi (2001). Met een discografie van meer dan 120 titels begon de dirigent in 2010 zijn eigen label (PHI).
Sinds 1997 is Philippe Herreweghe bovendien eredirigent van het Antwerp Symphony Orchestra. Als gastdirigent stond hij voor het Concertgebouworkest, het Gewandhausorchester Leipzig, het Mahler Chamber Orchestra, het Scottisch Chamber Orchestra, het Tonhalle-Orchester Zürich en verschillende Amerikaanse gezelschappen. Het vorige optreden van Philippe Herreweghe in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was op 21 november 2023 met Mozarts ‘Haffner’-symfonie en Requiem door zijn eigen gezelschappen Collegium Vocale Gent en Orchestre des Champs-Élysées.
Magdalena Kožená, mezzosopraan
Magdalena Kožená studeerde in haar geboortestad Brno en bij Eva Blahová in Bratislava. Haar grote doorbraak was het winnen van het Internationale Mozart Concours 1995 in Salzburg. Ze maakte een veel geroemd album met Tsjechische eren (Gramophone Solo Vocal Award 2001), was in 2004 volgens Gramophone Artist of the Year en won prijzen als de Echo Klassik, de Record Academy Prize Tokyo en de Diapason d’Or.
Haar recentste cd, Nostalgia, nam ze op met pianist Yefim Bronfman; s gaf ze ook met Daniel Barenboim, Ohad Ben-Ari, Malcolm Martineau, András Schiff en Mitsuko Uchida.
In de oude muziek werkte de zangeres met gespecialiseerde musici als het Venice Baroque Orchestra, Les Musiciens du Louvre, Le Concert d’Astrée en Collegium 1704. Magdalena Kožená soleerde bij gezelschappen als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het London Symphony Orchestra en het Concertgebouworkest en onder leiding van Pierre Boulez, Gustavo Dudamel, John Eliot Gardiner, Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt, Mariss Jansons en Simon Rattle. Op het toneel stond ze tijdens de festivals van Salzburg, Glyndebourne, Luzern en Aix-en-Provence en in de theaters van bijvoorbeeld Berlijn en New York.
Opvallende projecten van de afgelopen tijd waren een programma met bigbandmuziek uit de jaren 1930-40 en een tournee waarin ze Spaanse combineerde met flamenco. In Het Concertgebouw debuteerde Magdalena Kožená in het Vocaal Festival van 2000.
Andrew Staples, tenor
Andrew Staples was koorknaap in St Paul’s Cathedral en lid van het beroemde Choir of King’s College, Cambridge en studeerde aan het Royal College of Music in Londen. De Britse tenor is een veelgevraagde solist in werken van Händel, Mozart en Britten. Ook maakte hij indruk met zijn aandeel in uitvoeringen van Elgars The Dream of Gerontius, Verdi’s Messa da Requiem en Mahlers Das von der Erde.
Hij werkte regelmatig samen met Simon Rattle, Daniel Harding en Yannick Nézet-Séguin, en treedt op met orkesten als de Berliner en de Wiener Philharmoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Orchestra of the Age of Enlightenment, het London Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris en The Philadelphia Orchestra.
Andrew Staples is frequent te gast in het Royal House Covent Garden in Londen, waar hij onder andere Tamino in Mozarts Die Zauberflöte, Narraboth in Richard Strauss’ Salome en Tichon in Janáčeks Kát’a Kabanová vertolkte. Ook de grote operahuizen van Praag, Brussel, Hamburg, Wenen, Chicago en New York engageerden hem, net als de Salzburger Festspiele en het Lucerne Festival. De zanger werkt tevens als operaregisseur en als portretfotograaf.




