Mahler Festival: Fleur Barron, Laurence Kilsby en Julius Drake in Mahler-liederen

Fleur Barron mezzosopraan
Laurence Kilsby tenor
Julius Drake piano 

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Ook interessant:
- Julius Drake over Mahlers liederen
- Baseerde Mahler zijn liederen op zijn eigen leven?

Gustav Mahler (1860-1911)

Lieder und Gesänge uit ‘Des Knaben Wunderhorn’ (1887-90)
Um schlimme Kinder artig zu machen
Ich ging mit Lust durch einen grünen Wald
Aus! Aus!
Starke Einbildungskraft
Zu Straßburg auf der Schanz
Ablösung im Sommer
Selbstgefühl
Nicht wiedersehen!
Scheiden und Meiden 

Kindertotenlieder (1901-04)
Nun will die Sonn’ so hell aufgeh’n
Nun seh’ ich wohl, warum so dunkle Flammen
Wenn dein Mütterlein
Oft denk’ ich, sie sind nur ausgegangen
In diesem Wetter, in diesem Braus 

er is geen pauze
einde ± 14.00 uur

Toelichting

liederen uit 'Des Knaben Wunderhorn'

Door Aad van der Ven

en symfonie, ze zijn in het oeuvre van Gustav Mahler innig met elkaar verbonden. Dat geldt in het bijzonder voor de periode 1880-1900, waarin naast de eerste vier symfonieën de Lieder eines fahrenden Gesellen en de liederen op teksten uit de anthologie Des Knaben Wunderhorn ontstonden. We spreken over Mahlers ‘Wunderhorn-jaren’. De volkse toon van zijn liederen uit die tijd drong ook door in zijn symfonische werken, soms als een verre echo, soms ook in de vorm van een letterlijk citaat. In enkele gevallen werd een lied zelfs in het geheel overgeheveld naar een symfonie (Urlicht, Des Antonius von Padua Fischpredigt, Es sungen drei Engel).

Mahlers selectie uit Des Knaben Wunderhorn laat ook iets van zijn jeugdherinneringen zien. Hij groeide op in de toenmalige Moravische garnizoensstad Iglau (tegenwoordig Jihlava). Daar was hij vertrouwd geraakt met de manier waarop militairen hun muziek ten gehore brachten terwijl zij langs de kazerne marcheerden. De ‘militaire’ teksten in Des Knaben Wunderhorn zijn verre van tri­omfantelijk. Het meest aangrijpende voorbeeld is Revelge (‘Ich muss chieren’) over een dodelijk gewonde tamboer. Een van zijn collega’s wordt in Der Tamboursg’sell wegens desertie ter dood veroordeeld. Soms komen liefdesbetuigingen en militaire muziek bij elkaar, zoals in Wo die schönen en blasen. Dat de bewuste gedichten uitgesproken antimilitaristisch zijn is evident.

In de orkestversies van de liederen uit Des Knaben Wunderhorn heeft ieder lied als het ware zijn eigen orkest: telkens treden andere instrumenten op de voorgrond. Maar ook in de pianoversies verandert het coloriet voortdurend. Later zouden de marsritmes en trompetsignalen bij Mahler in kracht toenemen en de Ländler (Rheinlegendchen), die bij uitstek een dans van het ‘gewone volk’ was, zou gaandeweg haar onschuld verliezen. Bijna alles wat Mahler tot Mahler maakt is in deze liedcyclus al te vinden.

Kindertotenlieder

Door Sabien van Dale

Friedrich Rückert (1788-1866) verwerkte de dood van zijn twee kinderen in meer dan vierhonderd gedichten. Daaruit selecteerde Gustav Mahler er vijf. Hij schreef de eerste drie eren in de zomer van 1901, te Maiernigg. De twee volgende ontstonden tijdens de zomervakantie van 1904. In de periode daartussen trouwde Mahler met Alma Maria Schindler. Op 30 november 1902 schonk zij hem een dochtertje, Maria (‘Putzi’). Mahlers Kindertotenlieder zijn vaak beschouwd als een vooraankondiging van de dood van ‘Putzi’, op 5 juli 1907. Dit komt voornamelijk door Alma’s aanwijzing in haar Erinnerungen und Briefe (1940), waarin zij haar echtgenoot verwijt dat hij door de keuze van de Rückert-gedichten het noodlot tartte. Realistischer is dat Mahler zich uit pure expressieve drang en met een enorm inlevingsvermogen heeft verplaatst in de situatie van een man die het verlies van zijn kinderen moet dragen. Daarvoor is hij onder meer sterk in zijn jeugdherinneringen teruggegaan, met name naar de dood van zijn broer.

  • Gustav Mahler

In Nun will die Sonn’ so hell aufgeh’n onderstreept de stem in het middenregister ingetogen het verpletterende verdriet van de vader. Onrust, onzekerheid en pijnlijke waan kenmerken het tweede , Nun seh’ ich wohl. Het ontroerende Wenn dein Mütterlein stelt de zo menselijke fase van ontkenning centraal. De kinderlijke eenvoud van de vertoont raakpunten met een Moravisch volksliedje. In Oft denk’ ich, sie sind nur ausgegangen verbeeldt de vader zich dat zijn kinderen er slechts op uit getrokken zijn om een lange bergwandeling te maken en nog geen zin hebben om huiswaarts te keren. De slotmaten baden in een allesomvattend, liefdevol licht. Wanhoop en woede voeren de boventoon in het laatste lied. Het beeld van een vernietigend onweer symboliseert het innerlijke proces van de treurende ouder. Met de tederheid van een wiegenlied neemt de hemelse troost ten slotte de overhand.

Biografie

Fleur Barron, mezzosopraan

Fleur Barron behaalde een bachelor literatuurwetenschap aan Columbia University en studeerde af aan de Manhattan School of Music in New York. In 2025 won ze een Grammy voor haar titelrol in Saariaho’s Adriana Mater met het San Francisco Symphony Orchestra onder leiding van Esa-Pekka Salonen.

De afgelopen tijd was er veel Mahler: bij verschillende orkesten debuteerde ze in eren uit Des Knaben Wunderhorn, de Tweede, Derde en Achtste symfonie, de Kindertotenlieder en de Rückert-Lieder. Op de Salzburger Festspiele stond ze in de Peter Sellars-­productie One Morning Turns into an Eternity naar Das Lied von der Erde en tijdens het Mahler Festival in mei 2025 zong ze in de Mahlerliederen met pianist Julius Drake.

Andere recente hoogtepunten waren Cornelia in Händels Giulio Cesare op de Maggio Musicale in Florence, Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea in Aix-en-Provence, George Benjamins Into the Little Hill met de componist als op het Tongyeong Festival, haar debuut bij de New York Philharmonic in de wereldpremière van The Wealth of Nations van David Lang, Mozarts Requiem en Bachs Hohe Messe op uitnodiging van dirigent Nathalie Stutzmann in München en Atlanta en Viviers Wo bist du Licht! en Stravinsky’s Pulcinella met Barbara Hannigan en het London Symphony Orchestra.

Met klarinettist Anthony McGill en pianiste Gloria Chien vormde Fleur Barron het Afiori voor een Amerikaanse kamermuziektournee, en s gaf ze met Kirill Gerstein (Festival Ravel), Julius Drake (Zuid-Korea, Parijs, Wigmore Hall Londen) en Kunal Lahiry (Barcelona).

Met het Australian String Quartet trad ze op tijdens het Helsinki Festival en met het Parker Quartet in de National Sawdust in Brooklyn. De mezzosopraan maakte in april 2023 een dubbel Concertgebouw­debuut: in de Kleine Zaal met Julius Drake en in Het Zondagochtend Concert met het Radio Filharmonisch Orkest.

Laurence Kilsby, tenor

Laurence Kilsby werd genomineerd in de categorie ‘Young Singer’ tijdens de ­International Awards 2023 en won eerste prijzen op drie internationale concoursen: de Wettbewerb ‘Das ’ tijdens de Heidelberger Frühling, de Wigmore Hall/Bollinger International Song Competition en de Cesti Competition tijdens de Innsbrucker Festwochen der Alten Musik.

Met ­pianiste Ella O’Neill bracht hij onlangs zijn debuutalbum ­Awakenings uit.

Laurence Kilsby begon zijn zangcarrière als jongenssopraan bij de Tewkesbury Abbey Schola Cantorum. Later studeerde hij aan het Royal College of Music in Londen en aan het Curtis Institute of Music in ­Philadelphia. Inmiddels maakt de Britse tenor furore op zowel het - en ­concertpodium als in de kunst.

Sinds zijn Concertgebouwdebuut in 2022 in Bachs Johannes-Passion met het Orchestra and Choir of the Age of Enlightenment keerde hij er al drie keer terug, de laatste keer in mei 2025, toen hij tijdens het Mahler Festival in de liederen van Mahler zong met pianist Julius Drake. Laurence Kilsby debuteert bij het Concertgebouworkest.

Julius Drake, piano

Julius Drake geniet een internationale reputatie als een van de beste begeleiders. De Britse pianist werkt samen met vele vooraanstaande zangers, zowel op het podium als in de opnamestudio.

Zijn passie voor het lied leidde tot diverse uitnodigingen om liedseries samen te stellen, onder andere voor Het Concertgebouw, de Londense Wigmore Hall en de BBC.

In de historische Middle Temple Hall in Londen organiseert hij een jaarlijkse reeks, Julius Drake and Friends. Daaraan werken uitstekende vocalisten mee, onder wie Sir Thomas Allen, Véronique Gens, Simon Keenlyside en Felicity Lott.

Julius Drake maakte vele opnamen, onder anderen met Gerard Finley, Ian Bostridge en Christianne Stotijn. Hij werd opgeleid aan de Purcell School en het Royal College of Music in Londen.

Tegenwoordig doceert hij zelf piano/zangbegeleiding aan de Kunstuniversität Graz in Oostenrijk. In december 2022 kreeg Julius Drake de Concertgebouwpenning.