Leonidas Kavakos speelt én dirigeert Bach en Beethoven
Chamber Orchestra of Europe
Leonidas Kavakos viool/dirigent
pauze ca. 21.10 uur
einde ca. 22.25 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Carte Blanche voor Leonidas Kavakos.
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Vioolconcert in d kl.t., BWV 1052R (1717-23?)
Allegro
Adagio
Allegro
Franz Schubert 1797-1828
Vijfde symfonie in Bes gr.t., D 485 (1816)
Allegro
Andante con moto
Menuetto: Allegro molto – Trio
Allegro vivace
pauze
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Derde symfonie in Es gr.t., op. 55 (1803) ‘Eroica’
Allegro con brio
Marcia funebre: Adagio assai
Scherzo: Allegro vivace
Finale: Allegro molto – Poco andante – Presto
Toelichting
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Bach: Vioolconcert in D klein
Door Noortje Zanen
Johann Sebastian Bach schreef belangrijk repertoire voor viool, maar dat hij zelf behalve en klavecimbel ook viool en speelde is wellicht minder bekend. Volgens zijn zoon Carl Philipp Emanuel was Bachs vioolspel ‘helder en indringend’ en ‘zo kon hij het orkest beter leiden dan vanachter het klavecimbel’.
Hij bezat volgens zijn zoon ‘een diepe kennis en begrip’ van het instrument, en dat bewees hij in de eerste plaats in zijn indrukwekkende en complexe s en ’s voor viool solo. Ook het virtuoze Vioolconcert in d klein is een uitstekend voorbeeld. De solopartij zit vol uitdagende passages met lastige dubbelnoten en ’s en het vraag-en-antwoordspel met de overige vioolpartijen is ingenieus.
Het vioolconcert is lastig te dateren. Wellicht stamt het net als de s en ’s en de ‘Brandenburgse’ concerten uit Köthen, van het hof van prins Leopold van Anhalt-Köthen waar Bach werkzaam was van 1717 tot 1723. Het was de enige periode in zijn leven waarin hij in een vrijwel volledig seculiere omgeving verkeerde en waarin hij voornamelijk instrumentale werken componeerde.
Maar het Vioolconcert in d klein zou ook kunnen dateren uit Leipzig, waar Bach naast zijn functie als Thomas-cantor ook vanaf 1730 de leiding had over het plaatselijke Collegium Musicum waarmee hij veel wereldlijke muziek uitvoerde.
Helaas is het manuscript van dit vioolconcert verloren gegaan en bestaat er alleen een bewerking van Bach zelf voor klavecimbel en strijkorkest, onder catalogusnummer BWV 1052. Bach gebruikte deze zelfde muziek ook in zijn Wir müssen durch viel Trübsal, BWV 146 uit 1728. De solopartij wordt in de van deze cantate door de organist gespeeld.
Schubert: Vijfde symfonie
Door Clemens Romijn
Symfonieën van Franz Schubert? Dat brengt onmiddellijk twee werken in herinnering. Allereerst die meest gespeelde en bekendste, de Achtste ‘Onvoltooide’ uit 1822, met maar twee delen. En dan de monumentale Negende symfonie in C groot, bijgenaamd de ‘Grote’, door Robert Schumann ontdekt en geprezen om haar ‘hemelse lengte’.
Beide behoren tot het ijzeren orkestrepertoire. De overige bepaald niet. Tot het eind van de negentiende eeuw hebben die een sluimerend bestaan geleid. Ze werden en worden vaak nog voorzien van het etiket ‘jeugdwerken’, zoals ook de Vijfde uit 1816, het werk van een jongeman van negentien. De algemene teneur van deze symfonie is charme, levendigheid en avontuur. Het lijkt of Schubert zich hier beweegt in de driehoek tussen zijn grote voorbeelden Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart, Carl Maria von Weber en zijn tijdelijke idool Gioacchino Rossini.
Een majesteitelijke langzame opening naar het voorbeeld van de plechtige klankpoorten waarmee Haydn veel van zijn symfonieën begon en ook Schubert zijn Derde, Vierde en Zesde, ontbreekt hier. Na een korte van en eerste violen ontvouwt zich een vraag-en-antwoordspel tussen hoge en lage strijkers. En dat alles zonder stemverheffing en gedragen door een verend .
Met het weglaten van klarinetten, ten en lijkt Schubert rekening gehouden te hebben met de beperkte bezetting van zijn ‘huis-orkest’ en tegelijk een knipoog naar Haydn hebben willen geven. Schubert speelde vele malen diens kwartetten en symfonieën. Eerst in huiselijke kring met vader, broers en vrienden en later in groter verband met het orkest van het Stadt-Konvikt, het instituut waar hij zijn schooljaren doorbracht.
De avontuurlijke doorwerking met zijn fel geaccentueerde en toont Schubert op zijn best, hoewel zijn leraar Antonio Salieri zich bij beluistering waarschijnlijk wel achter de oren gekrabd zal hebben. Het prachtige con moto is het langste van de vier delen en roept herinneringen op aan Mozarts ‘Linzer’ en ‘Praagse’ symfonie en de plechtige priestermars uit Die Zauberflöte.
Het to staat ver af van het van oorsprong galante en in Oostenrijk verplichte modestuk. De toonsoort g klein, harmonische vrijheden en barse en geven de galanterie een wat onherbergzaam karakter. In het contrasterende schijnt een weldadig plattelandszonnetje.
In de finale van de Vijfde symfonie heerst opnieuw de esprit van Haydn. Maar de aanvankelijke vriendelijkheid slaat om in vlagen van Sturm und Drang die door Schuberts vormbeheersing gekanaliseerd en getemperd worden. De ‘Onvoltooide’ is hoorbaar dichtbij.
Beethoven: Derde symfonie 'Eroica'
Door Aad van der Ven
‘Dit werk zal hemel en aarde doen sidderen’, sprak Ferdinand Ries over de Derde symfonie in Es groot van zijn leraar Ludwig van Beethoven, nadat hij in 1804, kort voor de première, een repetitie had bijgewoond.
Hij overdreef nauwelijks. De ‘Eroica’, zoals het werk is gaan heten, behoort inderdaad tot die schaarse composities die de ontwikkeling van de muziek een wending hebben gegeven. Als één illustreert wat Beethoven bedoelde toen hij na het overwinnen van een persoonlijke crisis sprak over de ‘nieuwe wegen’ die hij wilde inslaan, is het wel deze. In dit geval gaat het niet eens zozeer over de taal en de techniek van de muziek, maar om het achterliggende concept. Want we zien hier een symfonie met een buitenmuzikaal idee als uitgangspunt. Niet in de vorm van een nederige lofprijzing, opgedragen aan de Allerhoogste, zoals componisten dat al eeuwenlang hadden gedaan.
Nee, gedecideerd in het weergeven van krachten in de mens zelf. Dat wil in dit geval zeggen een streven naar vrijheid en rechtvaardigheid, in Beethovens visie verpersoonlijkt door Napoleon Bonaparte. Althans in eerste instantie. Bekend is het verhaal over Beethovens ontgoocheling nadat hij gehoord had dat de Franse revolutionair zichzelf tot keizer had gekroond. Nog voordat het werk kon worden uitgegeven, doopte de componist zijn ‘Bonaparte-symfonie’ om tot ‘Heroïsche symfonie, gecomponeerd om de herinnering aan een groot man te eren’. Zo kreeg de ‘Eroica’ geen individuele maar een universele geldigheid.
Dat de componist voor de variaties die het laatste deel vormen als een ontleende aan zijn kort daarvoor gecomponeerde balletmuziek Die Geschöpfe des Prometheus, heeft een bijzondere betekenis. In de Griekse mythologie is Prometheus immers degene die tegen de wil van de oppergod Zeus het vuur naar de aarde brengt. Toch lijkt in deze symfonie het beeld van een onverzettelijke Prometheus niet zozeer in het laatste deel te zijn opgeroepen, maar bovenal in het openingsallegro, met en als bijlslagen en veel dwarse syncopen.
Vergankelijkheid is vervolgens het thema van het tweede deel, een treurmars, maar één zonder zelfmedelijden, eerder trots en soms opstandig. Het vertoont hier en daar een enigszins robuuste humor. Het openingsthema van de Finale is, net als het heroïsche hoofdthema van het eerste deel, gebaseerd op een zigzag-beweging, bestaande uit de noten van een gebroken drieklank. De vraag is of Beethoven deze verbinding met opzet heeft gecreëerd. Hij was in elk geval niet iemand die veel aan het toeval overliet.
Biografie
Leonidas Kavakos, viool
Leonidas Kavakos brak internationaal door met het winnen van Sibelius Concours in 1985 en het Paganini Concours in 1988. Sinds die tijd werkt hij met gezelschappen als de Wiener, de Berliner en de Münchner Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra en het Orchestre Philharmonique de Radio France.
Sinds 2002 is hij een graag geziene gast bij het Concertgebouworkest, waar hij soleerde in een breed repertoire van Saint-Saëns en Tsjaikovski tot Rihm en Dutilleux.
In het seizoen 2014/2015 was hij de eerste artist in residence in de geschiedenis van het orkest. Tijdens Opening Night 2021 op de Dam soleerde hij in werken van Kreisler, Paganini, Mascagni en Ravel, en in oktober en november 2022 was hij met het orkest onder leiding van Daniel Harding in Amsterdam en op tournee te horen in Brahms’ Vioolconcert.
In zijn geboortestad Athene geeft hij jaarlijks druk bezochte masterclasses viool en ensemblespel. Leonidas Kavakos is ook actief als ; zo leidde hij het Budapest Festival Orchestra, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, de New York Philharmonic, de Wiener Symphoniker, het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia, het Israël Filharmonisch Orkest en het Chamber Orchestra of Europe.
Leonidas Kavakos trad regelmatig op met cellist Yo-Yo Ma en pianist Emanuel Ax en rekent onder zijn kamermuziekpartners ook de pianisten Enrico Pace en Yuja Wang. Solo was hij te horen in bijvoorbeeld Bachs ’s en s, die hij ook op cd opnam. Leonidas Kavakos bespeelt de ‘Willemotte’-Stradivarius uit 1734.
Wat vindt Leonidas Kavakos zo bijzonder aan Korngolds Vioolconcert? Lees hier het artikel.
Chamber Orchestra of Europe, orkest
Het Chamber Orchestra of Europe werd in 1981 opgericht door musici die elkaar kenden van het European Union Youth Orchestra; dertien van hen maken tot op heden deel uit van het ongeveer zestig musici tellende ledenbestand. Wijlen de en Claudio Abbado en Nikolaus Harnoncourt drukten een stevig stempel op de ontwikkeling van het orkest.
Het gezelschap speelt tegenwoordig in zalen als de Philharmonie in Parijs, de Kölner Philharmonie, het Festspielhaus in Baden-Baden en de Philharmonie Luxemburg, op het festival van Luzern en incidenteel ook in de Verenigde Staten en het Verre Oosten.
Het Chamber Orchestra of Europe onderhoudt nauwe banden met de ereleden Bernard Haitink, Yannick Nézet-Séguin en András Schiff. In het lopende concertseizoen werkt het samen met musici als Pierre-Laurent Aimard, Janine Jansen, Leonidas Kavakos, Antonio Pappano, Nikolaj Szeps-Znaider en Robin Ticciati.
Het Chamber Orchestra of Europe nam meer dan 250 werken op en werd voor zijn discografie bekroond met onder meer twee Grammy Awards en drie Gramophone Record of the Year Awards. Een deel van de opnames komt uit op het eigen label COE Records. Als onderdeel van een uitgebreid educatief programma werd in 2009 de COE Academy opgericht. Het Chamber Orchestra of Europe wordt ondersteund door de Gatsby Charitable Foundation en door een aantal andere donateurs.
Het vorige optreden van het orkest in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw was in juni 2018 met Leonidas Kavakos, die daarbij optrad als vioolsolist en als .

