Lenneke Ruiten zingt Brahms, Fauré en Debussy
Lenneke Ruiten sopraan
Thom Janssen piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal op Zondagmiddag en wordt voorzien van boventiteling.
Gabriel Fauré (1845-1924)
Clair de lune (1887)
uit ‘Deux mélodies’, op. 46
La Fée aux chansons (1882)
uit ‘Deux chansons’, op. 27
Les Roses d’Ispahan (1884)
uit ‘Quatre mélodies’, op. 39
Notre amour (1879)
uit ‘Trois mélodies’, op. 23
Claude Debussy (1862-1918)
Proses lyriques (1892-93)
De rêve
De grève
De fleurs
De soir
pauze ± 21.00 uur
Johannes Brahms (1833-1897)
Mädchenlied (1878)
uit ‘Sechs Lieder’, op. 85
Mädchenlied (1884)
uit ‘Sieben Lieder’, op. 95
Mädchenlied (1886)
uit ‘Fünf Lieder’, op. 107
Ach, wende diesen Blick (1871)
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 57
Geheimnis (1877)
uit ‘Fünf Gesänge’, op. 71
O kühler Wald (1877)
uit ‘Fünf Gesänge’, op. 72
Die Mainacht (1866)
uit ‘Vier Gesänge’, op. 43
Wie rafft ich mich auf in der Nacht (1864)
uit ‘Lieder und Gesänge’, op. 32
Zigeunerlieder, op. 103 (1887-88)
He, Zigeuner, greife in die Saiten
ein
Hochgetürmte Rimaflut
Wisst ihr, wann mein Kindchen
Lieber Gott, du weisst
Brauner Bursche führt zum Tanze
Röslein dreie in der Reihe
Kommt dir manchmal in den Sinn
Rothe Abendwolken ziehn am
Firmament
einde ± 22.15 uur
Toelichting
Gabriel Fauré (1845-1924)
Liederen
Gedurende een groot deel van zijn leven hield Gabriel Fauré zich bezig met eren: zijn eerste, Le Papillon et la fleur (op een tekst van Victor Hugo) schreef hij op vijftienjarige leeftijd en zijn laatste drie jaar voor zijn dood, in totaal zijn het er zo’n honderd.
Een grote invloed op Faurés ontwikkeling had alles wat hij hoorde tijdens bijeenkomsten van de mede door hem opgerichte Société Nationale de Musique. Ook leerde hij het werk kennen van dichters als Armand Silvestre (1837-1901) en Leconte de Lisle (1818-1894). Van de eerste stammen Notre amour en La Fée aux chansons, de tweede leverde de tekst van Les Roses d’Ispahan.
Van iets latere datum is Clair de lune, op een tekst die al in 1869 gepubliceerd was in de dichtbundel Fêtes galantes, waarmee Paul Verlaine in beeld komt. Volgens pianist Graham Johnson vormt dit lied voor veel mensen de ‘essens van de Franse mélodie’.
Faurés bijdrage aan de Franse liedkunst kan onmogelijk overschat worden, Maurice Ravel oordeelde dat die nu was bevrijd van de Duitse ie. Claude Debussy karakteriseerde Fauré ooit als ‘de meester van de charme, bij wie het spel van deze gracieuze en vloeiende lijnen vergeleken kan worden met de gestiek van een mooie vrouw.’
Claude Debussy (1862-1918)
Proses lyriques
Zowel Fauré als zijn jongere tijdgenoot Claude Debussy werden beïnvloed door het symbolisme. Deze stroming zocht haar heil in een droomwereld en verwierp naturalisme en realisme. De Griekse schrijver Jean Moréas (1856-1910) muntte de naam; hij vond dat het universum een diepere, verborgen realiteit symboliseerde.
Debussy zelf schreef de Proses lyriques, vier teksten die hij ook op muziek zette. Het eerste , ‘De rêve’, roept een mystieke sfeer op; de dromerige piano-’s bieden de perfecte omkransing van de onbereikbare droom uit het verleden die de tekst schildert in betoverende vocale lijnen. Het tweede, ‘De grève’, schildert de zee, maar tegelijkertijd ‘een echt landschap van het koninkrijk Allemond’.
Het waren deze twee teksten die het Parijse magazine Entretiens politiques et littéraires publiceerde in 1892. Het derde deel, het melancholieke ‘De fleurs’, verwijst naar bloemen die de ik-persoon kwellen; Debussy droeg het op aan de vrouw van Ernest Chausson. De cyclus sluit af met ‘De soir’ dat een stadse zondag schildert. Debussy roept tal van kleuren op: goud van de maan, wit zijde, groene zijden jurken, witte kussen, groene landerigheid, blauw van dromen.
Johannes Brahms (1833-1897)
Liederen
De overlevering wil dat Debussy naar Wenen toog om Johannes Brahms te ontmoeten. Ze zouden daar de lunch gebruikt hebben om daarna de graven van Ludwig van Beethoven en Franz Schubert te bezoeken. Het verhaal bleek later een puur verzinsel. Los van de vraag of ze elkaar ooit ontmoetten kun je constateren dat Debussy en Brahms verschillende werelden vertegenwoordigden.
Zocht Debussy het in sluiers, kleuren, in een zoektocht naar het onderbewuste, Brahms vond zijn inspiratie eerder in de volksmuziek. Hij had een voorkeur voor strofische zettingen, die enkel incidenteel plaatsmaakten voor doorgecomponeerde verklankingen. Aan Clara Schumann schreef hij: ‘Het zeilt nu zo’n verkeerde koers dat men zich het ideaal niet sterk genoeg inprenten kan, en dat is het volkslied.’ Toch wijst deze volkse voorkeur geenszins op oppervlakkigheid: ’s als vergankelijkheid en dood oefenden een grote aantrekkingskracht uit. Vaker komen we de nacht tegen, of mijmeringen over donkere wouden.
Brahms zette opvallend veel teksten van ‘Kleinmeister’ op muziek. Meer dan eens is gesteld dat het hem aan onderscheidingsvermogen ontbrak, maar zijn vriend (en de eerste uitgever van Brahms’ volledige werken) Eusebius Mandyczewski beschreef hem als ‘einen der eifrigsten und aufmerksamsten Leser und begeisterten Bücherfreund’.
Brahms componeerde liederen gedurende het grootste deel van zijn leven: tussen zijn 20ste en zijn 63ste (dat was één jaar voor zijn dood) zagen maar liefst 31 collecties het licht. Met in totaal 196 sololiederen en een aantal duetten en ensembles – eerder geschreven liederen gingen helaas verloren. Het van vanmiddag omvat zo’n 23 jaar uit deze indrukwekkende tijdspanne: 32, waaruit Wie rafft ich mich auf in der Nacht klinkt, ontstond in 1864, terwijl de Zigeunerlieder dateren van 1887.
De drie Mädchenlieder zijn volksliederen op tekst van verschillende dichters. Het eerste is Servisch, vertaald door Siegfried Kapper, en focust zich op personen die er niet (meer) zijn, het tweede stamt uit Italië. Het werd vertaald door Paul Heyse en ook hier richt de aandacht zich op de afwezige geliefde. Als derde horen we dan een op tekst van Heyse zelf.
Buiten de ‘echte’ volkse teksten klinken liederen op teksten van Georg Friedrich Daumer, Karl Candidus, Clemens Brentano, Ludwig Hölty, August Graf von Platen en tot slot de Zigeunerlieder, waarvan de Hongaarse teksten werden vertaald door Hugo Conrat. Uit deze collectie, die aanvankelijk was geschreven voor een kwartet van zangstemmen met pianobegeleiding, toonzette Brahms een achttal ook voor één zangstem en piano. Na de première liet Brahms Clara Schumann weten: ‘Het zijn een soort Hongaarse liefdesliederen en, mooi gezongen als ze werden, zou je het luisteren ernaar een genot hebben gevonden.’
door Frits de Haen
Biografie
Lenneke Ruiten, sopraan
Lenneke Ruiten studeerde zang bij Maria Rondèl en Meinard Kraak aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en aan de Bayerische Theaterakademie in München. Ook voltooide ze een opleiding tot fluitist. Op het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch was ze in 2002 meervoudig prijswinnaar.
In concert- en repertoire zong ze onder meer bij de English Baroque Soloists en The Monteverdi Choir, de Akademie für Alte Musik Berlin, de Wiener Philharmoniker en Symphoniker, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Mahler Chamber Orchestra, het Mozarteum Orchester en het Concertgebouw Kamerorkest.
Een grote passie is ook het . Lenneke Ruiten geeft regelmatig liedrecitals met haar vaste duopartner Thom Janssen en in 2023 werd ze bekroond met de prestigieuze Elly Ameling Ring, een onderscheiding voor uitzonderlijke prestaties in het liedrepertoire.
zong de Nederlandse sopraan in operahuizen als het Theater an der Wien, de Scala in Milaan, De Nationale Opera in Amsterdam, De Munt in Brussel en het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs.
Bij het Concertgebouworkest debuteerde Lenneke Ruiten in februari/maart 2024 in Brahms’ Ein deutsches Requiem onder leiding van Dinis Sousa en keerde ze in april 2024 terug met Händels solocantate Il delirio amoroso onder leiding van Emmanuelle Haïm. In mei 2024 en september 2025 soleerde ze in Mozartprogramma’s van PRJCT Amsterdam in de , en in de was ze voor het laatst te gast in mei 2024 met het Ciconia Consort.
Thom Janssen, piano
Thom Janssen studeerde piano bij Jaap Spaanderman, Jan Wijn en Herman Uhlhorn en specialiseerde zich in begeleiding bij Rudolf Jansen, Martin Isepp en Helmut Deutsch. Na zijn studie legde hij zich verder toe op liedbegeleiding: zo studeerde hij aan het Franz-Schubert-Institut in Baden bei Wien, nam hij deel aan de internationale Schubert-masterclass van Robert Holl en werd hij uitgenodigd voor een studie aan de Académie musicale de Villecroze in Zuid-Frankrijk.
Thom Janssen vormt een vast duo met sopraan Lenneke Ruiten, met wie hij liedrecitals geeft en cd’s opneemt. Verder begeleidde hij masterclasses van Elly Ameling, Hans Hotter, Walter Berry en Wolfgang Holzmair. Zelf geeft hij ook regelmatig masterclasses aan lied-duo’s, onder andere bij de Internationale o Reinemann Masterclass in Brussel. Als kamermusicus is de pianist regelmatig te gast op het Delft Chamber Music Festival en het Internationaal Lied Festival Zeist.
Als repetitor is Thom Janssen geregeld betrokken bij solistenrepetities van het Concertgebouworkest en is hij verbonden aan het Nederlands Concertkoor, het Groot Omroepkoor, het Nederlands Kamerkoor en het koor van De Nationale Opera. Zijn vorige optreden in de was op 3 april 2018 een liedrecital samen met Lenneke Ruiten.




