Lang Lang speelt Beethoven met het Concertgebouworkest

Koninklijk Concertgebouworkest
Paavo Järvi dirigent
Lang Lang piano

Deze concerten maken deel uit van de serie B.

Het concert van vrijdag 8 november wordt opgenomen door AVRO­TROS voor uitzending op zondag 10 november om 14.00 uur via NPO Radio 4.

Lees ook het interview met Paavo Järvi: 'Het gaat erom of je samen kunt dansen'

Lees ook het interview met Lang Lang: 'Ik ben niet meer zo gehaast'

Richard Wagner (1813-1883)

Ouverture ‘Tannhäuser’ (versie Dresden, 1845)

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Tweede pianoconcert in Bes gr.t., op. 19 (1787-1801)
Allegro con brio
Adagio
Rondo: Molto allegro
cadensen: Beethoven

pauze ± 21.10 uur

Johannes Brahms (1833-1897)

Vierde symfonie in e kl.t., op. 98 (1884-85)
Allegro non troppo
Andante moderato
Allegro giocoso
Allegro energico e passionato

einde ± 22.20 uur

Toelichting

Richard Wagner 1813-1883

Wagner: Ouverture ‘Tannhäuser’

Door Thea Derks

Richard Wagner componeerde zijn Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg voor het operahuis van Dresden, waar hij kapelmeester was van het hoftheater. In 1845 dirigeerde hij zelf de première, maar daarna bleef hij eraan sleutelen. Toen Napoleon III de opera in 1861 in Parijs liet uitvoeren, voegde Wagner een ballet toe en introduceerde hij Venus als handelend personage.

Tijdens een uitvoering in Wenen veertien jaar later liet hij de ouverture organisch overgaan in de opera zelf. Zijn leven lang bleef hij echter ontevreden en kort voor zijn overlijden zei hij tegen zijn echtgenote Cosima dat de wereld ‘nog mijn Tannhäuser te goed heeft’. In Nederland werd de opera voor het eerst uitgevoerd in 1858.

Tannhäuser vertelt het verhaal van de gelijknamige ridder, die na een jarenlange relatie met Venus terugkeert naar zijn groep van minnezangers. Tijdens een zangwedstrijd om de hand van Elizabeth onthult hij tot aller ontzetting zijn seksuele ervaring.

Hij wordt op pelgrimstocht naar de paus gestuurd, die echter weigert hem te vergeven. Elizabeth sterft van verdriet, waarop ook Tannhäuser dood neerzijgt – en alsnog verlossing vindt.

Het orkest is ruim bezet met onder andere drie fluiten, drie ten, drie trombones en veel . De ouverture geeft in kort bestek een samenvatting van de ’s van de . Zo horen we meteen aan het begin in hout- en het plechtstatige, aan Bach herinnerende gezang van de pelgrims.

Opgewekte motieven in de roepen de broederschap tussen de minnezangers op en broeierige strijkers evoceren de sensuele wereld van Venus. De heroïsche finale benadrukt dat de held zijn verlossing heeft gevonden.

Ludwig van Beethoven 1770-1827

Beethoven: Tweede pianoconcert

Door Liesbeth Houtman

Blijmoedigheid en jeugdig enthousiasme bepalen het klankbeeld van Beethovens Tweede pianoconcert in Bes groot, 19, waaraan de componist waarschijnlijk al rond zijn achttiende was begonnen.

Met dit concert maakte Ludwig van Beethoven, vierentwintig jaar jong en net klaar met zijn studie bij Haydn, op 29 maart 1795 zijn officiële debuut in Wenen. Dat gebeurde tijdens ‘eine grosse musikalische Akademie’ in het Burgtheater, die door de Tonkünstlergesellschaft was georganiseerd ten bate van haar weduwen- en wezenfonds.

De inkt van de was nog nat, en de pianopartij was zelfs nog niet helemaal uitgeschreven, maar dat weerhield Beethoven er niet van om met het werk grote indruk te maken op de toehoorders. Althans, als we afgaan op het oordeel van de Wiener Zeitung die meldde dat de ‘beroemde heer Ludwig van Beethoven de welgemeende bijval van het publiek wist te oogsten’.

Want kritische geluiden waren er ook te horen. Beethovens Tsjechische collega Václav Tomášek bijvoorbeeld, die bij de première aanwezig was, raakte zozeer in de war van Beethovens ‘gedurfde afwijkingen’ van de traditie, dat hij naar eigen zeggen zijn piano dagenlang onaangeroerd liet.

Weliswaar loopt Beethoven in zijn Tweede pianoconcert nog stevig aan de hand van zijn klassieke voorgangers, met name Mozart, maar tegelijkertijd geeft hij blijk van originaliteit en groot vakmanschap. Vooral de openingsmaten door het orkest met de stevige unisonoakkoorden en de bijna abrupte naar de vreemde Des groot wijzen vooruit naar de latere Beethoven.

Typisch Beethoven is ook de afwisseling van martiale ritmiek en tedere lyriek in dit eerste deel. Het voor de pianist zeer veeleisende, zangerige verraadt Beethovens eigen pianistische vaardigheden. Ook in de finale, een speels en meeslepend vol springerige en, krijgt de solist de gelegenheid om te schitteren.

Overigens was Beethoven na die eerste uitvoering nog niet tevreden. Hij herzag het werk ingrijpend, en pas in 1801 stuurde hij de naar zijn uitgever. In de tussentijd had hij één jaar eerder ook zijn Pianoconcert in C groot voltooid, dat net iets eerder als zijn 15 werd gepubliceerd. Vandaar dat zijn feitelijk eerste pianoconcert officieel als het Tweede werd geboekstaafd.

Johannes Brahms (1833-1897)

Brahms: Vierde symfonie

Door Anneloes Brand

Johannes Brahms was zo onder de indruk van de symfonieën van Beethoven, dat hij zich jarenlang niet aan het genre waagde. De eerste symfonische schetsen stammen uit 1854, maar pas in 1876, op 43-jarige leeftijd, voltooide de Weense componist zijn Eerste symfonie.

Toen had hij de smaak te pakken en volgden er nog drie meesterlijke symfonieën. De Vierde wordt wel beschouwd als het hoogtepunt van Brahms’ oeuvre en een staalkaart van zijn symfonische kunnen.

Brahms componeerde zijn Vierde symfonie in e klein tijdens zijn zomerverblijven in Mürzzuschlag (in de bergen halverwege Wenen en Graz) in 1884-85. Na voltooiing uitte hij in een brief aan Hans von Bülow, de van de Meininger Hofkapelle, zijn hoop dat deze de nieuwe symfonie zou uitvoeren.

De componist gaf tevens toe dat hij twijfelde of de Vierde symfonie voor een breed publiek aantrekkelijk was: ‘Ik ben bang dat zij smaakt naar het klimaat hier. De kersen rijpen niet in deze streken; ze zijn niet te eten!’ Von Bülow echter was gecharmeerd van het nieuwe werk: ‘Nummer 4 is gigantisch, een wet op zichzelf, vrij nieuw, ijzersterke persoonlijkheid. Straalt ongeëvenaarde energie uit van de eerste noot tot de laatste.’

Begin oktober nodigde Brahms een select gezelschap uit, onder wie de invloedrijke muziekcriticus Eduard Hanslick en dirigent Hans Richter. Nadat hij samen met collega Ignaz Brüll het eerste deel op piano had voorgespeeld, bleef het akelig stil. De spanning werd enigszins gebroken toen Hanslick opmerkte dat hij ‘het gevoel had een pak slaag te hebben gekregen van twee zeer intelligente mensen’, maar kennelijk liepen de vrienden niet erg warm voor de Vierde symfonie.

Brahms sloeg hun goedbedoelde adviezen in de wind en bracht zijn nieuwe werk op 25 oktober 1885 met de Meininger Hofkapelle in première. Het was een groot succes; het publiek applaudisseerde na elk deel. In de maand erop presenteerde het orkest de compositie op tournee langs diverse Duitse en Nederlandse steden.

Nadat Brahms het eerste deel op piano had voorgespeeld, bleef het akelig stil.

Brahms’ Vierde symfonie begint verrassend: de ‘zuchtende’ violen lijken uit het niets te komen en zetten de toon van het eerste deel. De tragische sfeer maakt hier en daar plaats voor een lichtpuntje – of zoals Brahms’ goede vriendin Clara Schumann het omschreef: ‘Het is alsof men in het voorjaar tussen de bloeiende bloemen ligt, en de ziel om beurten vervuld raakt van vreugde en verdriet.’

Het tweede deel opent met een soort melancholieke fanfare, gevolgd door hartverwarmende, zachtjes begeleide ën in de blazers. In het derde deel, een energiek met aparte s en onverwachte humor, zijn de knipogen naar Beethoven het duidelijkst. Deze vurige dans sloeg zo aan in Brahms’ tijd, dat het publiek dit deel steevast nogmaals wilde horen.

De finale is een ­hommage aan Bach. Opmerkelijk genoeg gebruikte Brahms hier als vorm een chaconne (variaties over een steeds herhaalde baslijn). Hij baseerde het op het slotdeel van Bachs BWV 150, Nach dir, Herr, verlanget mich en liet er wel dertig variaties en een op volgen. Het einde onderstreept de tragiek waar de symfonie mee begon.

Eerste en laatste uitvoering door het Concertgebouworkest

Het Concertgebouworkest speelde de Vierde symfonie voor het eerst onder leiding van Willem Kes op 14 december 1888. Myung-whun Chung dirigeerde de laatste uitvoering op 8 januari 2021. 

Biografie

Paavo Järvi, dirigent

Paavo Järvi studeerde directie in zijn geboorteland Estland, aan het Curtis Institute of Music in Philadelphia en bij Leonard Bernstein in Los Angeles. Sinds het seizoen 2019/2020 is hij chef- van het Tonhalle-­Orchester Zürich. In het verleden had Paavo Järvi vergelijkbare posities bij het NHK Symphony Orchestra in Tokio, het Orchestre de Paris, het hr-Sinfonie­orchester Frankfurt, het Cincinnati Symphony Orchestra en het Malmö ­.

Sinds 2004 is hij artistiek leider van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, en bij het Nationaal Symfonie­orkest van Estland is hij artistiek adviseur. Ieder seizoen sluit de af met een week van uitvoeringen en masterclasses op het Pärnu Music Festival in Estland, dat hij in 2011 heeft opgericht.

Paavo Järvi ontving tal van prijzen en onderscheidingen, waaronder de Orde van de Witte Ster (2013) en de Orde van Verdienste (2021) van de Republiek Estland. Zowel Diapason als Gramophone riepen hem in 2017 uit tot Artist of the Year en in september 2019 werd hij verkozen tot Opu­s Klassik Conductor of the Year. ­Opnamen onder zijn leiding van werken van ­Sibe­lius, Grieg en Tsjaikovksi waren goed voor Grammy Awards.

Als gastdirigent is Paavo Järvi actief met gezelschappen als de Berliner en Wiener Philharmoniker, de Staatskapelle Dresden, het Gewandhausorchester Leipzig en de New York Philharmonic. Sinds zijn debuut bij het Concertgebouworkest in 2004 keerde hij met grote regelmaat terug, zoals in november 2019 voor concerten in Amsterdam en op tournee in Taiwan en Japan. In juni 2023 leidde hij de Ammodo Masterclass Dirigeren. Bij de meest recente samenwerking, in april en mei 2025, stonden werken van Mägi, Saint-Saëns en Stravinsky op het programma.

Lang Lang, piano

Lang Lang won op zijn vijfde het ­pianoconcours van zijn geboortestad Shenyang, ging op zijn negende naar het Centraal Conservatorium in Peking en won op zijn dertiende de International Tchaikovsky Competition for Young Musicians.

Voor verdere studie bij Gary Graffman aan het Curtis Institute of Music verhuisde hij naar Philadelphia, en met een invalbeurt voor André Watts in Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert met het Chicago Symphony Orchestra onder leiding van Christoph Eschenbach brak hij op zijn zeventiende definitief door.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Lang Lang in 2005 met Prokofjevs Derde pianoconcert en was hij voor het laatst te gast in 2019 met Beethovens Tweede pianoconcert; op 10 april 2013 trad hij op tijdens het 125-jarig jubileum van Het Concertgebouw en het Concertgebouworkest.

De pianist verschijnt ook graag in minder klassieke settings: bij Grammy-­uitreikingen speelde hij met Metallica, Pharrell Williams en Herbie Hancock, hij werkt samen met Disney, hij maakte deel uit van de openingsceremonies van de Olympische Spelen 2008 in Peking en het WK Voetbal 2014 in Rio de Janeiro, en vorig jaar luisterde hij de heropening van de Notre-Dame in Parijs op. In 2008 richtte hij zijn Lang Lang International Music Foundation op, en in 2013 werd hij door de Verenigde Naties benoemd als Messenger of Peace met een focus op educatie.

Na solorecitals in 2010, 2014 en 2016 vertolkte Lang Lang in april 2022 in de Bachs Goldberg-variaties. Op 1 juni 2023 soleerde hij bij het Mahler Chamber Orchestra (Beethoven onder leiding van Andris Nelsons) en zijn laatste optreden in Het Concertgebouw was een solorecital op 14 mei 2024 met muziek van Fauré, Robert Schumann en Chopin.