Lahav Shani met Bach en Schönberg bij het Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Lahav Shani dirigent/piano
pauze ca. 20.55 uur
einde ca. 22.15 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie A.
Dit concert wordt opgenomen door Avrotros voor uitzending op zondag 24 juni om 14.00 uur via NPO Radio 4.
Inleiding & Meet the Artists
Om 19.15 uur geeft presentator Hans Haffmans een inleiding in de Koorzaal. Gratis kaartje via 0900 671 83 45 (€ 1 per gesprek) of aan de kassa van Het Concertgebouw. Direct na het concert bent u welkom bij Meet the Artists, deze keer in de Noordfoyer. Artistiek directeur Joel Ethan Fried spreekt met Lahav Shani en een orkestmusicus.
Krzysztof Penderecki 1933
Ciaccona (2005)
in memoriam Giovanni Paulo II
voor strijkorkest
uit ‘Pools Requiem’
Nederlandse première
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Klavierconcert in d kl.t., BWV 1052 (1734, revisie ca. 1738)
Allegro
Adagio
Allegro
pauze
Arnold Schönberg 1874-1951
Pelleas und Melisande, op. 5 (1902-03)
symfonisch gedicht voor orkest naar het toneelstuk van Maurice Materlinck
Toelichting
Krzysztof Penderecki 1933
Penderecki: Ciaccona
Door Thea Derks
In 1961 zette Krzysztof Penderecki in één klap zijn naam op de wereldkaart, met het helse Threnos, een klaagzang ‘voor de slachtoffers van Hiroshima’. Dit avant-gardistische stuk voor strijkorkest geselt de oren met zwaar e samenklanken vol microtonen. Met deze nietsontziende klanken trof de Pool de geestelijke en lichamelijke hel die de atoombom op de Japanse stad in 1945 veroorzaakte in het hart.
Zijn sociale betrokkenheid wortelt in zijn jeugd. Hij groeide op in het zuidoosten van Polen, omringd door Joden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zag hij veel van zijn vrienden vermoord worden of weggevoerd worden naar Treblinka en Auschwitz. Hun lot verklankte hij in meeslepende koorwerken als Lucas Passie (over Auschwitz, 1966) en Agnus Dei (over de opstand in het getto van Warschau, 1981).
In 1980 eerde hij de rebelse vakbond Solidarnosc in het koorwerk Lacrimosa, dat hij opdroeg aan zijn leider Lech Wałesa. Dit aangrijpende stuk vormde het startpunt van zijn grootschalige Pools Requiem voor koor, solisten en orkest, waarvan verschillende delen opgedragen zijn aan helden en slachtoffers uit de Poolse geschiedenis. Het volgt grotendeels de Latijnse tekst van de katholieke requiemmis en ging in 1984 in première, maar werd later herzien en uitgebreid.
De definitieve versie ontstond pas in 2005, toen Penderecki een Ciaccona voor strijkorkest toevoegde. Deze is opgedragen aan Karol Józef Wojtyła, de Poolse pausdie eerder dat jaar was overleden; de ondertitel luidt ‘in memoriam Giovanni Paolo II’. Paus Johannes Paulus II was een grote steunpilaar van Solidarnosc en had stevig bijgedragen aan de val van het communisme en de Sovjet-Unie.
De zeven minuten durende Ciaconna is gebaseerd op de gelijknamige variatietechniek uit de . Tegen herhaalde, grotendeels dalende baslijnen verklanken de hogere strijkers een roerend lamento dat telkens van kleur verschiet. De grootse en en rijke strijkersklank geven het stuk een gepassioneerd en romantisch karakter. Enkele dansante, geplukte passages evoceren de vreugde om de onvermijdelijke overwinning op het communisme.
Johann Sebastian Bach 1685-1750
Bach: Klavierconcert in D Klein
Door Thea Derks
Johann Sebastian Bach werd in eigen tijd in populariteit voorbijgestreefd door zijn tweede zoon, Carl Philipp Emanuel, die het ‘ouderwetse’ verruilde voor de zojuist ontwikkelde leer van de . Pas in de negentiende eeuw kwam een herwaardering op gang, dankzij Fanny en Felix Mendelssohn. Zij organiseerden in 1829 – voor het eerst sinds Bachs dood – een uitvoering van de Matthäus-Passion, die tegenwoordig zo’n beetje geldt als de compositie der composities.
Bach componeerde deze passie in Leipzig, waar hij in 1723 was aangesteld als cantor van de Thomaskirche. Hij componeerde niet alleen elke week een ter opluistering van de dienst, maar leidde ook zangers en musici op. Toch vond hij tijd om een reeks van zeven concerten te componeren, de enige concertcyclus die hij in Leipzig produceerde. Hij schreef hem waarschijnlijk voor het Collegium Musicum waarmee hij twee keer per week concerten gaf in een koffiehuis. Uit deze periode stamt ook zijn populaire Kaffeekantate.
De eerste versie van het Concert in d klein, BWV 1052 voor klavecimbel, strijkorkest en werd in 1734 opgetekend door zijn zoon Carl Philipp Emanuel. Die noteerde echter alleen de orkestpartijen, wellicht omdat hij zelf de solopartij voor zijn rekening nam. Pas vier jaar later zou Bach zelf de integrale versie opnemen in een handschrift met de concerto’s BWV 1052-58.
Algemeen wordt aangenomen dat het een bewerking betreft van een concert dat hij eerder in Köthen of Weimar had gecomponeerd. Vanwege de typische figuraties in de solopartij, bijvoorbeeld het gebruik van open snaren, neemt men aan dat het oorspronkelijk bedoeld was voor viool.
Het concert volgt de gangbare tempoindeling snel – langzaam – snel, met een wervelend als eerste deel. Het strijkorkest heeft symfonische allure en speelt aanstekelijk tikkertje met de solist, die af en toe bijna onbegeleid mag schitteren in een aaneenschakeling van virtuoze loopjes.
Het hierop volgende staat in g klein en is gebouwd op een basso , unisono ingezet door orkest en solist. Na ongeveer een minuut plaatst de solist hier beschouwende, fraai uitgesponnen melodische lijnen tegenover. In het afsluitende derde deel lijkt de solist met zijn uiterst snelle rimtische tiek te willen ontsnappen aan het orkest dat hem al even onstuimig op de hielen zit.
Arnold Schönberg 1874-1951
Schönberg: Pelleas und Melisande
Door Thea Derks
Arnold Schönberg was altijd al erg onder de indruk van Johannes Brahms, maar kreeg gaandeweg bewondering voor de avontuurlijkere Richard Wagner. Zo voltooide hij in 1911 zijn Gurre-er, een wagneriaanse voor solisten, spreekstem, koor en orkest, die vraagt om bijna achthonderd uitvoerenden.
Lees de biografie van Arnold Schönberg
In de periode dat hij dit kolossale werk componeerde, werd Schönberg verliefd op de zus van zijn vriend en leermeester Alexander von Zemlinsky, Mathilde. Ze trouwden in 1901 en verhuisden naar Berlijn, waar Schönberg een baantje had gekregen bij het Cabarett Überbrettl. Hij leerde er ook Richard Strauss kennen, die hij de voltooide delen van zijn Gurre-Lieder toonde.
Strauss was onder de indruk en wees hem op Pelléas et Mélisande van Maurice Maeterlinck. Dit symbolistische toneelstuk verhaalt over een tragische driehoeksverhouding. De oude Golaud treft in zijn kasteeltuin de dolende Melisande, die haar geheugen kwijt lijkt te zijn. Golaud trouwt en bezwangert haar, maar zij wordt verliefd op zijn jongere broer Pelleas. De jaloerse Golaud doodt zijn rivaal, waarna Melisande sterft in het kraambed.
Gabriel Fauré en Jean Sibelius componeerden er eerder al toneelmuziek bij en in 1902 ging in Parijs de Pelléas et Mélisande van Claude Debussy in première. Zonder deze te kennen dacht ook Schönberg aanvankelijk aan een opera, maar uiteindelijk koos hij voor een symfonisch gedicht.
Net als Gurre-er heeft Pelleas und Melisande een grote bezetting, met een 64-koppig strijkorkest, een flinke batterij en een zeer uitgebreide blazerssectie. Het eendelige werk duurt bijna drie kwartier. Waar Debussy inzoomt op de ongrijpbare symbolistische sfeer van het oorspronkelijke toneelstuk, legt Schönberg de nadruk op de onheilspellende tragiek en de spanningsvelden tussen de drie personen.
Net als Debussy zet hij hiertoe leidmotieven in, die als rode draad door het stuk lopen. Zo krijgt Melisande een dalend , dat door drie hobo’s en mooi in elkaar wordt geweven. Golaud wordt gesymboliseerd door martiaal geschal, de jongere Pelleas door kittige ten; een basklarinet vertolkt een noodlotsmotief.
Wanneer Golaud aan het einde zijn broer Pelleas gedood heeft en Melisande sterft, ebt de muziek langzaam weg. Het stuk besluit met e, licht vervormde referenties aan de thema’s van de drie tragische hoofdpersonen. Dankzij de beeldende muziek groeide Pelleas und Melisande uit tot een van Schönbergs populairste en meest uitgevoerde werken.
Biografie
Lahav Shani, dirigent
In juni 2016 maakte Lahav Shani zijn debuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest – als én pianosolist – en twee maanden later volgde de aankondiging van zijn benoeming tot chef-dirigent per september 2018. In seizoen 2020/2021 volgde hij Zubin Mehta op als music director van het Israël Filharmonisch Orkest; in september van dit jaar treedt hij aan als chef-dirigent van de Münchner Philharmoniker.
Zijn engagementen als gastdirigent omvatten optredens met het Koninklijk Concertgebouworkest (juni 2018), de Wiener Philharmoniker, de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, de Filarmonica della Scala, het Orchestre de Paris en de orkesten van Boston, Chicago en Philadelphia.
Na pianolessen in zijn geboortestad Tel Aviv bij Hannah Shalgi en Arie Vardi voltooide Lahav Shani zijn pianostudie bij Fabio Bidini aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, waar hij ook orkestdirectie studeerde bij Christian Ehwald. Tijdens zijn studiejaren was Daniel Barenboim zijn mentor, en het winnen van het Gustav Mahler enconcours 2013 in Bamberg was zijn doorbraak.
Lahav Shani heeft ook een flinke staat van dienst als pianist in kamermuziek: hij treedt regelmatig op tijdens het Verbier Festival en speelde ook op het Festival d’Aix-en-Provence, het Jerusalem Chamber Music Festival en in duo-s met Martha Argerich.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

