Lahav Shani dirigeert Prokofjev en Sjostakovitsj
Dit programma is gewijzigd: Harriet Krijgh wordt vervangen door Julian Steckel
Rotterdams Philharmonisch Orkest
Lahav Shani dirigent
Julian Steckel cello
pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.10 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.
Sergej Prokofjev 1891-1953
Eerste symfonie in D gr.t., op. 25 (1916-17)
‘Klassieke’
Allegro
Larghetto
Gavotte
Finale: Molto vivace
Dmitri Sjostakovitsj 1906-1975
Eerste celloconcert in Es gr.t., op. 107 (1959)
Allegretto
Moderato
Cadenza
Allegro con moto
pauze
Sergej Prokofjev
Vijfde symfonie in Bes gr.t., op. 100 (1944)
Andante
Allegro moderato
Adagio
Allegro giocoso
Toelichting
Sergej Prokofjev 1891-1953
Prokofjev: ‘Klassieke’ symfonie
Door Olga de Kort
In zijn jeugdjaren maakte Sergej Prokofjev er geen geheim van dat hij graag in het centrum van de belangstelling stond, en niet per se alleen muzikaal gezien. Hij droeg modieuze kleren, praatte als kenner over alles wat met nieuwe en onbekende muziek te maken had en genoot van zijn reputatie als enfant terrible van de Russische muziek. Na zijn afstuderen aan het conservatorium van Sint-Petersburg kreeg de jonge componist en pianist de smaak te pakken en deed hij niets liever dan zijn collega’s en het publiek met zijn muziek choqueren.
Hij noteerde in zijn dagboek alle aanvallen van recensenten en negatieve uitspraken van vriend en vijand. Na een paar jaar van dergelijke intensieve choqueer-tactiek besloot Prokofjev te bewijzen dat hij ook in staat was om iets anders te componeren dan alleen ultramoderne muziek. Hij vond de tijd rijp voor de Eerste symfonie, die hij een beetje spottend de ‘Klassieke’ noemde.
Tijdens zijn vakantie in de zomer van 1916 maakte hij de eerste voorbereidende schetsen in de stijl van Joseph Haydn. Hij had geen piano tot zijn beschikking en zag zich genoodzaakt om geheel op zijn muzikale verbeelding te vertrouwen. Prokofjev stak de ‘klassieke’ ’s in een onmiskenbaar twintigste-eeuws jasje en hield dat in alle vier de delen vol. Hij ontkwam er niet aan zijn stempel op de ën, ën en s te drukken, maar hield zich toch keurig aan de klassieke, achttiende-eeuwse orkestbezetting.
Een half jaar na de Oktoberrevolutie dirigeerde de zesentwintigjarige componist de première van zijn ‘Klassieke symfonie’ in Petrograd (zoals Sint-Petersburg toen tijdelijk heette). Toen hij na de uitvoering het verwijt kreeg dat zijn muziek anachronistisch was, voelde hij zich zielsgelukkig. Zelfs in de klassieke vormen was het hem gelukt om voor ophef te zorgen!
Kort daarna verliet Prokofjev Rusland om zijn geluk in achtereenvolgens de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk te beproeven. Bij zijn vertrek in 1918 hield de goedlachse componist de deur echter op een kier door geen kritiek op de nieuwe Sovjetmachthebbers te uiten. Zo had de ouder wordende hemelbestormer nog steeds de kans om terug te keren.
celloconcert van de ‘dooi’
Sjostakovitsj: Eerste celloconcert
In tegenstelling tot Prokofjev had Dmitri Sjostakovitsj nooit de kans gekregen om wat voor echte of spreekwoordelijke deur dan ook dicht te gooien, laat staan die van de Sovjetcomponistenbond. De partijfunctionarissen dwongen hem keer op keer zijn loyaliteit aan de richtlijnen van het sovjetrealisme te bewijzen.
Na de dood van Stalin in 1953 leek de gevestigde kringloop van muzikale ‘zondiging’ en ‘rehabilitatie’ ineens in onbruik te raken. Achttien jaar na de voltooiing van zijn Zevende symfonie, voor het eerst in jaren zonder de angst om zich weer tegen beschuldigingen van muzikale complexiteit, formalisme en subjectivisme te moeten verdedigen, componeerde de opgeluchte Sjostakovitsj het Eerste concert.
In deze periode van relatieve ‘dooi’ in het culturele leven van de Sovjet-Unie werd de componist steeds meer gezien als officiële leider van de sovjetmuziek. Het enthousiasme van de componist was echter van korte duur. Bij zijn eervolle status hoorden namelijk ook onderscheidingen en verplichtingen die net zo benauwend bleken als het angstige bestaan in de Stalin-jaren.
Het Eerste concert werd gecomponeerd voor Mstislav Rostropovitsj (1927-2007), die geen kans voorbij had laten gaan om de componist over zijn droom van een ‘eigen’ concert te vertellen. Bij het zien van de langverwachte was hij zo ingenomen met zijn virtuoze partij met een solocadens van maar liefst 148 maten, dat hij het concert in vier dagen tijd uit het hoofd leerde.
Naast is deze vierdelige compositie scherp en sarcastisch op Sjostakovitsj’ typerende manier. De citaten uit Stalins favoriete Soeliko maakten het concert in 1959 nog gedurfder en veelzeggender dan iemand ooit had kunnen dromen.
Eerbetoon aan overwinnaars
Prokofjev: Vijfde symfonie
Tussen de Eerste en Vijfde symfonie van Prokofjev verstreken veertien jaren. In die tijd verloor Prokofjev niet alleen zijn jeugdige overmoed en wilde haren, hij werd ook een ander mens. Veel voorzichtiger in zijn doen en laten en wars van uiterlijk vertoon. Na zijn definitieve terugkeer naar de Sovjet-Unie in 1936 kreeg de componist voldoende gelegenheid om zijn muzikale ideeën aan ideologische partijrichtlijnen ondergeschikt te leren maken.
Het toegankelijker maken van zijn muzikale taal lukte hem op den duur nog wel, maar zijn muzikale wereld volledig tot welluidende ritmische gezangen reduceren weigerde Prokofjev tot zijn laatste noot. Zeventien jaar lang leed hij onder het onbegrip van de componistenbond, betuigde hij plichtsgetrouw zijn spijt bij de zoveelste kritiek en incasseerde hij zwijgzaam zowel staatspremies als verboden op uitvoeringen.
In de oorlogsjaren kreeg hij eindelijk het gevoel dat hij (veel) meer kon en mocht. Naast zijn drie pianosonates componeerde Prokofjev de Vijfde symfonie, die geen last van donkere gedachten en de tragische sfeer van de oorlogssonates leek te hebben. Alles wat vergankelijk is in deze wereld zette de componist tegenoven het eeuwige, gesymboliseerd door de brede ën van Russische eren en de energie van uitbundige volksfeesten.
Net als ooit bij de Eerste symfonie dirigeerde Prokofjev zelf de première in januari 1945. Het was de laatste keer dat hij als optrad. Na de uitvoering zei hij dat zijn nieuwe werk ‘de grootheid van de menselijke geest’ bezong. Het was zijn eerbetoon aan alle vormen van overwinning. Een jaar later ontving hij de Stalinprijs voor zijn Vijfde, en voegde toe dat hij met deze symfonie uiteindelijk ‘een grote periode in zijn creatieve leven kon afronden’.
Biografie
Lahav Shani, dirigent
In juni 2016 maakte Lahav Shani zijn debuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest – als én pianosolist – en twee maanden later volgde de aankondiging van zijn benoeming tot chef-dirigent per september 2018. In seizoen 2020/2021 volgde hij Zubin Mehta op als music director van het Israël Filharmonisch Orkest; in september van dit jaar treedt hij aan als chef-dirigent van de Münchner Philharmoniker.
Zijn engagementen als gastdirigent omvatten optredens met het Koninklijk Concertgebouworkest (juni 2018), de Wiener Philharmoniker, de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, de Filarmonica della Scala, het Orchestre de Paris en de orkesten van Boston, Chicago en Philadelphia.
Na pianolessen in zijn geboortestad Tel Aviv bij Hannah Shalgi en Arie Vardi voltooide Lahav Shani zijn pianostudie bij Fabio Bidini aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, waar hij ook orkestdirectie studeerde bij Christian Ehwald. Tijdens zijn studiejaren was Daniel Barenboim zijn mentor, en het winnen van het Gustav Mahler enconcours 2013 in Bamberg was zijn doorbraak.
Lahav Shani heeft ook een flinke staat van dienst als pianist in kamermuziek: hij treedt regelmatig op tijdens het Verbier Festival en speelde ook op het Festival d’Aix-en-Provence, het Jerusalem Chamber Music Festival en in duo-s met Martha Argerich.
Rotterdams Philharmonisch Orkest, orkest
Het Rotterdams Philharmonisch Orkest werd opgericht in 1918. Onder Eduard Flipse ontwikkelde het zich vanaf 1930 tot een van de meest prominente Nederlandse orkesten, en met Jean Fournet, Edo de Waart en James Conlon bouwde het in de jaren 1970 en 1980 verder aan zijn internationale reputatie.
De benoeming van Valery Gergiev in 1995 luidde een nieuwe bloeiperiode in, die sinds 2008 werd voortgezet met Yannick Nézet-Séguin.
Hij bleef als eredirigent aan het orkest verbonden toen Lahav Shani per seizoen 2018/2019 chef- werd. Vaste gastdirigent is Tarmo Peltokoski. Naast de concerten in de thuiszaal, Concertgebouw De Doelen, speelt het Rotterdamse gezelschap op vele andere podia in binnen- en buitenland.
Zo heeft het sinds 2010 een residency in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées. Met zijn concerten, educatieve voorstellingen en sociale projecten trekt het Rotterdams Philharmonisch Orkest ieder seizoen 150.000 à 200.000 bezoekers. Het orkest koestert een uitgebreide discografie en voor de heruitgave van historische opnamen initieerde het zijn eigen label Rotterdam Philharmonic Vintage Recordings.
De vorige optredens in de serie Klassieke Meesterweken waren op 6 mei 2024 met Yannick Nézet-Séguin en violist Randall Goosby respectievelijk op 5 april 2025 met Lahav Shani en violiste Clara-Jumi Kang.


