Klaus Mäkelä & Orchestre de Paris: Moesorgski's Schilderijententoonstelling

Orchestre de Paris
Klaus Mäkelä dirigent
Nicolaï Maslenko piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Ook interessant:
- Het interview met Klaus Mäkelä
Moesorgski: Schilderijen van een tentoonstelling

Maurice Ravel (1875-1937)

Ma mère l’Oye, cinq pièces ­enfantines (1908-10, orkestratie 1911)
oorspronkelijk voor piano
vierhandig
Pavane de la Belle au bois
    dormant
Petit Poucet
Laideronnette, impératrice des
    pagodes
Les entretiens de la Belle et de
    la Bête
Le jardin féerique

Igor Stravinsky ­(1882-1971)

Petroesjka (1910-11, revisie 1946-47)
voor orkest en piano
Volksfeest in de carnavalsweek
Bij Petroesjka
Bij de Moor
Volksfeest in de carnavalsweek
    en de dood van Petroesjka

pauze ± 21.05 uur

Modest Moesorgski (1839-1881)

Schilderijen van een tentoonstelling (1874)
in de instrumentatie van Maurice Ravel (1922)
Promenade
Gnomus (De gnoom)
Promenade
Il vecchio castello (Het oude kasteel)
Promenade
Tuileries (Tuilerieën)
Bydlo (Ossenkar)
Promenade
Ballet des poussins dans leurs
    coques (Ballet van de kuikens
    in hun eierschalen)
Samuel Goldenberg und
    Schmuyle
Limoges, le marché (Limoges, de
    markt)
Catacombae, sepulchrum
    Romanum (Catacomben,
    Romeins graf)
Cum mortuis in lingua mortua
   (Met de doden in een dode taal)
La cabane sur des pattes de
    poule (De hut op kippenpoten)
La grande porte de Kiev (De
    grote poort van Kiev)

einde ± 22.15 uur

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Wereldberoemde Symfonieorkesten.

Toelichting

Maurice Ravel (1875-1937)

Ma mère l’Oye

Door Anneloes Brand

Maurice Ravel was niet alleen een verfijnd en origineel componist, maar voelde zich ook enorm aangetrokken tot de kinderwereld. Hij schreef Ma mère l’Oye als vierhandige pianosuite voor Mimie en Jean Godebski, de kinderen van Ida en Cyprien Godebski aan wie Ravel zijn Sonatine had opgedragen. Omdat de de pianokunsten van de kinderen toch wat te boven ging, werd de première verzorgd door Jeanne Leleu en Geneviève Durony (beiden tieners) als onderdeel van het openingsconcert van de Société Musicale Indépendante in de Parijse Salle Gaveau op 20 april 1910. Ravel baseerde de pianosuite, die hij als ondertitel ‘vijf kinderstukjes’ meegaf, op sprookjes van Perrault, D’Aulony en De Beaumont. In september 1908 schreef hij deel 1 en in april 1910 voltooide hij het werk. Het was zo’n succes, dat Ravels uitgever Durand om een orkestversie vroeg en Jacques Rouché, de directeur van het Théâtre des Arts, om een balletpartituur. Ravels vriend Jacques Charlot maakte nog in 1910 een voor solopiano, met goedkeuring van de componist, en in 1911 schreef Ravel een versie voor orkest, die hij vervolgens als basis voor het ballet gebruikte. Uiteindelijk werd de orkestsuite nog populairder dan het origineel voor piano quatre-mains.

Igor Stravinsky (1882-1971)

Petroesjka

Door Michiel Cleij

Mensen zijn door de jaren heen heel handig geworden in het verwerken van parallelle informatiestromen: werken op verschillende beeldschermen tegelijk, of gamen terwijl je belt. Heel nuttig, maar daardoor dreigt je te ontgaan waarom Petroesjka in 1911 zo’n verpletterende indruk maakte. Dit ballet is een Windows-­achtig knip- en plakwerk van verschillende sferen, ën en en. Het is gesitueerd op een Russische dorpskermis – dan zijn zulke buitenissigheden op slag aannemelijk, ook voor het Parijse premièrepubliek. De muziek zapt van het ene tafereel naar het andere, zoomt in en laat tevens horen wat er buiten beeld gebeurt.

Na een weergave van het rumoerige kermisterrein zoomt Stravinsky in op de poppenkraam. Petroesjka (de Russische versie van onze Jan Klaassen) is hopeloos verliefd op de Danseres, maar heeft concurrentie van de Moor. Wanneer hun gekibbel uit de hand loopt, sluit de poppenbaas hen op in hun dozen. Petroesjka moet machteloos toezien hoe de Danseres de Moor verleidt. Aan de dramatische ontknoping gaat een scènewisseling vooraf: opnieuw biedt de muziek een totaalbeeld van de kermis – inclusief een dansende beer – en plots vermengt het poppendrama zich met het tafereel van feestende kermisgangers. Petroejska, uitbrekend, wordt door de Moor achtervolgd en doodgestoken. De politie verschijnt, de poppenbaas argumenteert dat het slachtoffer slechts een pop was – en tot ieders schrik verschijnt plots Petroesjka’s schaterlachende geest boven de kraam; zijn snerpende geschater vult de slotmaten. ‘Die geest’, lichtte Stravinsky toe, ‘toont Petroesjka’s ware aard: hij bespot het publiek omdat het zich heeft laten meeslepen door een houten pop.’

Niemand had het willen missen, getuige het immense succes vanaf de eerste voorstelling van Petroesjka. Stravinsky’s Le sacre du printemps zou twee jaar later meer ophef veroorzaken, maar de ongehoorde harmonische en ritmische vrijheden van Petroesjka lieten meer sporen na bij de jonge garde van dat moment. Zonder dit werk zou het werk van Francis Poulenc, Darius Milhaud, Arthur Honegger en zelfs Maurice Ravel heel anders geklonken hebben. Stravinsky werkte in 1946/47 de balletmuziek om tot een concertstuk met onder meer een uitgebreidere pianopartij.

  • Petroesjka: de mensenmassa op de kermis

Modest Moesorgski 1839-1881

Schilderijen van een tentoonstelling

Door Olga de Kort

De Russische kunstschilder en architect Viktor Hartmann (1834-1873) was tijdens zijn leven slechts bij een kleine kring van collega’s en vrienden bekend. De belangstelling voor zijn genrestukken, ontwerpen en tekeningen groeide echter na een grote postume tentoonstelling, die ook door Modest Moesorgski werd bezocht. Diens pianosuite Schilderijen van een tentoonstelling verbond Hartmanns naam aan een van de meest gespeelde pianocomposities uit de negentiende eeuw. De bekendheid van de tien schetsen is toegenomen door de orkestversie van de Franse componist Maurice Ravel. De werd lange tijd beschouwd als ‘onvertaalbaar’ naar andere instrumentale bezettingen.

  • Modest Moesorgski

Volgens Nikolaj Rimski-Korsakov, een expert op het gebied van orkestratie en de redacteur van de eerste uitgave in 1868, kon geen enkel ander instrument dan de piano de kinderlach van de Tuileries, de opwinding van de markt in Limoges of de geladenheid van de en van Catacomben weergeven. Maurice Ravel durfde het wel. Net als Rimski-Korsakov zelf mengde hij naar hartenlust kleuren en timbres om tot de meest feeërieke symfonische klanken te komen. Als geen ander zou hij het motto van zijn oudere Russische collega – geen ‘uitstekend georkestreerd stuk’ maar ‘een briljante orkestcompositie’ – van zijn eigen handtekening kunnen voorzien. In Schilderijen van een tentoonstelling bereikte Ravel het bijna onmogelijke: de korte genrestukken behielden hun oorspronkelijkheid en de nuances van Moesorgski’s werden door instrumentale vondsten nog sprankelender. Ravels voorbeeld inspireerde meer dan twintig componisten en en tot een eigen orkestrale ‘Schilderijententoonstelling’, maar de ‘orkestcompositie’ van de Fransman blijft tot nu toe de meest gespeelde en geliefde. Ze zorgt er nog steeds voor dat luisteraars nieuwsgierig worden naar de pianoversie van Moesorgski met haar energieke Promenade, explosieve Baba Yaga, groteske Gnomus, het verlaten oude kasteel en het speelse ballet van de kuikentjes. En via hem ook naar de schilderijen van Viktor Hartmann, die de beide componisten de nodige kleuren, s en verhalen verschafte.

Biografie

Orchestre de Paris, orkest

Het Orchestre de Paris, huis­orkest van de Philharmonie de Paris, was pas drie keer eerder in Het Concertgebouw te gast.

In maart 2007 bracht het met toenmalig chef-­ Christoph Eschenbach BerliozSymphonie fantastique en Beethovens Vioolconcert met solist Frank Peter Zimmermann, op 7 maart 2023 leidde de huidige chef-dirigent Klaus Mäkelä de Symphonie fantastique en het Viool­concert van Sibelius met Janine Jansen, en op 4 maart 2025 ­dirigeerde Klaus Mäkelä een programma met Ravel, ­Stravinsky en Moesorgski.

Het orkest kwam in 1967 voort uit de in 1828 opgerichte Société des Concerts du Conservatoire. Op het inauguratieconcert van 14 november 1967 in het Théâtre des Champs-Elysées stond onder andere BerliozSymphonie fantastique op de lessenaars. De eerste muzikaal leider was Charles Munch, en tot het aantreden van Klaus Mäkelä in 2022 bekleedden Herbert von Karajan, Georg Solti, Daniel Barenboim, Semyon Bychkov, Christoph von Dohnányi, Christoph Eschenbach, Paavo Järvi en Daniel Harding die positie.

Met ingang van september 2027 wordt Esa-Pekka Salonen de nieuwe chef-­. Sinds de eerste tournees naar de Sovjet-Unie en Noord-Amerika in 1967-68 en naar Japan in 1970 is het Orchestre de Paris met regelmaat te gast op de grote internationale podia. Op het Festival d’Aix-en-Provence debuteerde het al in 1968, en op de Salzburger Festspiele in 1969. De eerste tournee naar China was in 2004. Sinds de opening van de Philharmonie de Paris in januari 2015 is het Orchestre de Paris van die zaal de hoofdbespeler.

Voor zijn discografie won het gezelschap in 2013 een Grammy Award (Elektra van Richard Strauss onder leiding van Esa-Pekka Salonen). De meest recente release met Klaus Mäkelä, uit najaar 2025, bevat La Valse van Ravel en de Symphonie fantastique van Berlioz.

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.

Nicolaï Maslenko, piano

Nicolaï Maslenko soleerde eerder in programma’s van het Orchestre de Paris, bijvoorbeeld in Les ­noces van Stravinsky, de Turangalîla-­symfonie van Messiaen, De wonderbaarlijke mandarijn van Bartók en het Kammerkonzert van Ligeti. De pianist werkte samen met en en solisten als Christoph Eschenbach, Renée Fleming, Klaus Mäkelä, Maxim Vengerov en Natalia Gutman.

Hij betrad het podium van zalen als de Salle Pleyel en het Maison de la Radio France in Parijs, en was te gast op het Festival Olivier Messiaen in La Meije en het festival s in Par.

Nicolaï Maslenko komt uit Odessa ­(Oekraïne), en behaalde met het duo Double Piano eerste prijzen op de International Piano Duo ­Competition in Rethy (Griekenland) en de Edvard Grieg Internatio­nal Competition in Oslo.

Als begeleider en repetitor werkte hij in een aantal grote huizen, waaronder de Opéra Comique, het Théâtre du Châtelet en het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs, de Opéra national de Lyon, l’Opéra-Théâtre de Rouen, het Bolsjojtheater in Moskou en de Seoul Opera. Ook was hij jarenlang verbonden aan het kamerkoor Acantus van Laurence Equilbey. Naast zijn loopbaan als musicus ontwikkelt Nicolaï Maslenko zich als ­professioneel fotograaf met een specialisatie in ­portretfotografie.