Klaus Mäkelä leidt Concertgebouworkest in Mahlers Zevende
Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent
Dit concert maakt deel uit van de serie B woensdag.
Gustav Mahler (1860-1911)
Symfonie nr. 7 (1904-06)
Langsam – Etwas weniger langsam – Nicht schleppen – Allegro con fuoco
Nachtmusik. Allegro moderato
Scherzo. Schattenhaft
Nachtmusik. Andante amoroso
Rondo – Finale. Tempo I (Allegro ordinario)
er is geen pauze
einde ± 21.40
Toelichting
Gustav Mahler (1860-1911)
Zevende symfonie
Door Rutger Helmers
De Zevende is nooit de populairste van Gustav Mahlers symfonieën geweest. Na de première in 1908, in Praag, waren de reacties nog overwegend positief: de symfonie had zelfs enkele grote bewonderaars, zoals Arnold Schönberg, die Mahler na het horen van de Zevende een brief stuurde waarin hij zijn oudere stadgenoot tot een der klassieken bombardeerde en zich ‘nu werkelijk, volkomen de uwe’ verklaarde. Maar vroege en en pleitbezorgers van Mahler als Bruno Walter, Otto Klemperer en Willem Mengelberg lieten het werk vaak links liggen, en ook binnen de Mahler-revival die in de jaren zestig plaatsvond, was het een ondergeschoven kindje, waardoor het wel bekend is komen te staan als de ‘Assepoester’ van Mahlers oeuvre. In onze 21ste eeuw is er echter een duidelijke herwaardering gaande.
Een reden waarom de Zevende, die Mahler zelf destijds als zijn ‘beste werk’ had aangemerkt, niet overal aansloeg, is ongetwijfeld de verhouding tot zijn vorige symfonie, die deels in dezelfde periode, in de zomer van 1904, was gecomponeerd. Men heeft zich meer dan eens afgevraagd hoe een eventuele boodschap van dit werk, dat de componist zelf als ‘overwegend opgewekt van aard’ omschreef, met happy end en al, te rijmen viel met die van de ‘tragische’ Zesde symfonie, die eindigde met de verpletterende klappen van het lot. Zoals gebruikelijk gaf Mahler geen echt programma om de inhoud te duiden, en wat er wel over de bedoelingen achter het werk is losgelaten, is ook niet helder.
Alma Mahler wist alleen te melden dat haar man voor de twee delen met zogenaamde ‘Nachtmusik’ ‘poëzie van Eichendorff, klaterende fonteinen, Duitse ’ voor ogen had. Elders werd gezegd dat hij inspiratie zou hebben geput uit Rembrandts Nachtwacht, wat Mahler dan weer tegengesproken zou hebben in gesprek met de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock, die constateerde dat zijn Weense collega ook ‘telkens wat anders’ zei.
En dan is er nog de vraag wat deze symfonie te maken heeft met Wagners Die Meistersinger von Nürnberg (1868), waarnaar in het begin van de Finale een nadrukkelijke verwijzing gehoord kan worden (toen Mahler zijn nieuwe werk in 1909 in Amsterdam dirigeerde, liet hij het voorafgaan door Wagners ouverture, dus de gelijkenissen zijn zeker geen toeval).
De Zevende symfonie schreeuwt kortom om interpretatie, en die behoefte heeft de waardering voor de avontuurlijke klanken en vormen die deze symfonie rijk is soms in de weg gestaan. Een definitieve duiding van dit werk, dat zo’n veelheid aan stijlen en stemmingen omvat, zal er misschien wel nooit komen, maar dat hoeft ons er niet van te weerhouden om met Schönberg te zeggen: ‘Welk deel mij het meest beviel? Allemaal!’
De Nacht
De symfonie opent met een langzame inleiding die Mahler naar verluidt als een ‘brul van de natuur’ beschreef. Hier is een glansrol weggelegd voor de tenorhoorn, een instrument dat normaliter niet in het maar in de buitenlucht werd gebruikt. De begeleiding doet aanvankelijk aan een treurmars denken, maar gaat over in een heroïsch , dat een veelvoud aan stijlen en stemmingen omvat, met als stralend middelpunt een verlossend visioen waarin alle wereldse beslommeringen even uit beeld raken.
De middendelen, waarvan er twee als ‘Nachtmusik’ zijn aangemerkt, nemen zonder twijfel een fascinerende plek in binnen Mahlers oeuvre. De eerste Nachtmusik opent met een vraag- en antwoordspel van blazers dat een weidse ruimte schetst, en samen met landelijke dansen, koebellen en vogelzang in de fluitpartijen zou dit een traditioneel, idyllisch plaatje kunnen schetsen; maar de titel herinnert ons eraan dat dit alles zich kennelijk in het duister afspeelt, en de muziek onderstreept dit voortdurend met vervreemdende klanken en wendingen.
Het gaat nog een stapje verder. Mahler markeerde dit deel als ‘schattenhaft’, ‘schimmig’, een karakterisering die zonder meer past bij deze die schippert tussen het groteske en het unheimische.
Het vierde deel geeft vervolgens een minder duistere betekenis aan de term ‘Nachtmusik’: het is een nachtelijke in de trant van de achttiende-eeuwse notturno, ‘onbeschrijflijk bekoorlijk’ volgens Diepenbrock, ‘een liefdesverklaring aan het heelal’. De orkestbezetting bevat, geheel in serenadestijl, onder meer gitaar en mandoline, waarbij het altijd een uitdaging is om deze bij een live-uitvoering niet door de andere instrumenten te laten overstemmen, maar die, wanneer zij geslaagd doorklinken, onmiskenbaar bijdragen aan de betoverende sfeer.
Het circus
Het is de uitbundige Finale die op deze intieme en speelse Nachtmusik volgt die critici in het verleden het meest dwars heeft gezeten. Biograaf Jens Malte Fischer constateerde zelfs dat ‘als dit laatste deel er niet was geweest, Mahlers Zevende symfonie een van de vaste favorieten bij het publiek en de uitvoerders van zijn muziek had kunnen zijn’. De felste criticus, en een bijzonder invloedrijke, was filosoof Theodor Adorno, die dit slotdeel genadeloos afkraakte vanwege de ‘geforceerde vrolijkheid’ en vaststelde dat Mahler nu eenmaal een ‘slechte ja-zegger’ was. Hij was niet de enige luisteraar die er moeite mee had om te geloven in het onverdunde optimisme dat de muziek hier plots uit zou moeten stralen.
Een verfrissende kijk hierop komt van Mahler-onderzoeker Anna Stolz Knecht, die benadrukt dat we deze Finale niet per se als een overwinning-na-de-strijd à la Beethoven hoeven te horen, of juist, zoals ook wel is gesuggereerd, als een parodie daarop. Zij karakteriseert dit deel liever als een ‘circus’, waarmee ze de theatrale overdaad en de bonte afwisseling van pompeuze fanfares met acrobatische bravoure en gracieuze pirouettes prachtig weet te vatten, en waardoor de ouderwetse -vorm, waarin een terugkerend refrein steeds nieuwe ‘nummers’ aankondigt, ineens ook uitstekend op zijn plaats valt.
En het enthousiasme aan het einde van de Zevende symfonie, betoogt ze bovendien, hoeft de tragiek van de Zesde ook helemaal niet te ondermijnen. Het is er alleen een ander, tegendraads antwoord op: ‘De dood lacht ons misschien toe, maar wij kunnen teruglachen, harder, en gewoon door blijven dansen.’
Biografie
Klaus Mäkelä, dirigent
Klaus Mäkelä is muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In seizoen 2027/2028 wordt hij chef- van het Concertgebouworkest; tegelijkertijd begint hij dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra. Van 2020 tot juni 2026 was hij chef-dirigent van de Oslo Philharmonic.
Als gastdirigent stond hij onder meer voor de Berliner en Wiener Philharmoniker en The Cleveland Orchestra. Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met de Oslo Philharmonic onder meer alle symfonieën van Sibelius opnam, met het Orchestre de Paris drie albums met daarop werken van Debussy, Stravinsky, Berlioz en Ravel, en met het Concertgebouworkest Mahlers Achtste symfonie.
Tijdens zijn laatste seizoen in Parijs staan onder meer Berlioz’ Roméo et Juliette, Mahlers Derde en Achtste symfonie en een wereldpremière van Larcher op het programma. Het Concertgebouworkest nodigde Klaus Mäkelä na zijn debuut in september 2020 meermaals opnieuw uit en benoemde hem in 2022 tot toekomstig chef-dirigent. Na zeer succesvolle gezamenlijke tournees in de Verenigde Staten (2024) en Oost-Azië (2025) startte in 2026 een jaarlijkse residency op de Osterfestspiele in Baden-Baden.
Dit seizoen reist Klaus Mäkelä uitgebreid met het Concertgebouworkest door Europa, leidt hij het Annual Gala en staan onder meer Beethovens Missa solemnis, Mahlers Zevende symfonie en een opdrachtwerk van Lindberg op het programma. De Kerstmatinee van 2026 is zijn vijfde sinds 2020. Als cellist treedt Klaus Mäkelä regelmatig op met leden van het Concertgebouworkest, het Orchestre de Paris en het Chicago Symphony Orchestra.
Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 138 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende dirigenten zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest




