Kian Soltani in Prokofjev, Tsjaikovski’s 'Pathétique'

Kian Soltani cello
Luzerner Sinfonieorchester
James Gaffigan dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Jonge Wereldsterren.

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Symfonie-concert in e kl.t., op. 125 (1950-51)
Andante
Allegro giusto
Andante con moto – Allegretto – Allegro marcato

pauze ± 21.00 uur

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Zesde symfonie in b kl.t., op. 74 (1893) ‘Pathétique’
Adagio – Allegro non troppo – Andante
Allegro con grazia
Allegro molto vivace
Finale: Adagio lamentoso, Andante

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Sergej Prokofjev 1891-1953

Prokofjev: Symfonie-concert

Door Michiel Cleij

Als je één kenmerk van Sergej Prokofjev zou moeten noemen is het zijn stilistische grilligheid. Zijn oeuvre bevat evenveel sprookjesachtige elegantie als klanken die uit een hoogovencomplex lijken te komen; soms combineert hij ze zelfs in één stuk. Bij zo’n componist verveel je je niet snel – en áls je er al genoeg van zou krijgen zijn er nog altijd werken als het Symfonie-concert in e klein voor en orkest: volkomen representatief voor de componist, maar zelden uitgevoerd vanwege de extreem virtuoze solopartij.

Het is een laat werk, gecomponeerd toen Prokofjev na twintig Europese jaren weer in Rusland was teruggekeerd. In die nadagen dreigde een volvette sovjetstijl zijn vroegere scherpte soms te verdringen, maar dat is hier niet het geval: Prokofjev koppelt zijn typische wrange k en ritmische felheid aan melodische rijkdom. En dat laatste komt goed van pas bij een solo-instrument dat als geen ander kan zingen en neuriën – en kan grommen, kermen en zelfs fluiten.

Prokofjevs Celloconcert in e klein uit 1938 had noch hemzelf, noch het publiek overtuigd, maar de hoofdthema’s kregen een herkansing in het nieuwe werk. Dergelijk knip- en plakwerk was hij gewend; zijn leven lang noteerde hij muzikale invallen voor later gebruik.

Hoewel de hoofdrol nog steeds voor de cello was weggelegd, verkoos Prokofjev de titel Symfonie-concert: het orkest heeft een assertieve en gelaagde partij en ontstijgt daarmee de rol van begeleider. Maar hij had het ook ‘Drieluik’ (of iets dergelijks) kunnen noemen; de drie delen zouden zelfstandige concertstukjes kunnen zijn en zitten vol sfeer- en tempowisselingen.

  • Serge Prokofjev

Dat het in 1950 voltooide werk een lange aanloop had, blijkt uit deel één: het is qua k en karakter sterk verwant aan het ruim twaalf jaar eerder voltooide ballet Romeo en Julia. Nog contrastrijker is het middendeel, waarin Prokofjev de door diverse brandende hoepels jaagt met flitsend gestuiter dat je eerder van een viool zou verwachten. En tussen de acrobatiek door bloeit er ineens zo’n etherische melodie op die uit een andere wereld lijkt te komen.

Het slotdeel heeft precies het volksliedkarakter waarmee een sovjetcomponist hoge rapportcijfers kon halen – in het begin dan, want al snel vervaagt de grens tussen oprechtheid en ironie. De ingezette deuntjes worden geleidelijk vervormd, gepeperd met ‘foute’ noten en bekogeld door andere instrumentgroepen. Prokofjev was bepaald geen dissident, maar uit dit soort dubbelzinnigheden blijkt dat hij trouwer was aan zijn eigen smaak dan aan de Staat.

Dat dit celloconcert wél een succes werd was vooral te danken aan de toewijding van het toen piepjonge ­cellofenomeen Mstislav Rostropovitsj: die redigeerde Prokofjevs manuscript, maar liet veel helsmoeilijke dubbelgrepen en sprongen intact – en zette daarmee een nieuwe norm voor iedereen die het nog waagde een cello aan te raken.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840-1893

Tsjaikovski: Zesde symfonie, ‘Pathétique’

Door Michiel Cleij

Kort na de voltooiing van zijn Zesde symfonie – de eerste uitvoering moest nog volgen – kreeg Pjotr Iljitsj Tsjaikovski het verzoek een requiem-achtig stuk te schrijven. De componist weigerde beleefd: hij wilde geen twee requiems achter elkaar schrijven, daar kwam zijn bedankbrief aan de opdrachtgever op neer. Het is slechts een van de vele mystificaties die aan de Zesde kleven, versterkt door het feit dat Tsjaikovski kort na de première overleed. Tijdens de eerste uitvoering vertrouwde Tsjaikovski zijn collega Nikolaj Rimski-Korsakov toe dat de symfonie een verborgen programma had, een boodschap die hij niet wilde toelichten.

Zo zette hij zelf een stroom van interpretaties, quasi-historisch giswerk en gefantaseer in gang. Voorvoelde hij zijn naderend einde? De doodsoorzaak werd officieel verklaard als een acute cholera-besmetting – iets wat hij niet kon zien aankomen toen hij acht maanden eerder aan de symfonie begon. Een Russische musicologe opperde in 1980 de mogelijkheid dat Tsjaikovski door een geheim tribunaal tot zelfmoord was aangespoord, op grond van een homoseksuele relatie met een adellijke jongeling – een onwaarschijnlijke, maar opzienbarende theorie die meteen stof leverde voor een nieuwe (Peter Schats Symposion).

  • Pjotr Iljitsj Tsjaikovski

Hoe verleidelijk ook, het gezoek naar achterliggende bedoelingen leidt af van het feit dat het hier om een symfonie gaat: abstracte muziek dus, een orkestraal weefsel dat de componist niet nader wenste toe te lichten. Een symfonie, vond Tsjaikovski, was het ideale vehikel voor de expressie van ‘diepe gevoelens’. Het is echter de vraag hoe letterlijk hij die wilde weergeven. Hij worstelde met zijn kunstenaarschap, angsten, homoseksualiteit en een onfortuinlijk huwelijk; dat verklaart de intensiteit van zijn muziek, maar maakt zijn symfonieën niet anekdotisch.

In de Zesde volgde hij grotendeels het stramien van zijn eerdere symfonieën, met achtereenvolgens een getroebleerde introductie, een peinzend tweede deel en een dansachtig tussenspel. Maar in de Finale doorbreekt Tsjaikovski zijn eigen patroon: ditmaal geen tri­omfantelijke ontknoping, maar een kommervol, gestameld betoog van korte motieven dat langzaam wegsterft. Als je een imposant werk zó verontrustend laat eindigen en vervolgens doodgaat – dan roep je heel wat over je af. Het is (mild uitgedrukt) heel goed mogelijk dat Tsjaikovski nog niet van plan was te sterven en uit haast het glas ongekookte water dronk dat hem een paar dagen later fataal werd. Volgens Tsjaikovski’s broer Modest – die ook de titel ‘Pathétique’ bedacht – reflecteert deze symfonie dan ook niets meer of minder dan het leven zelf, inclusief de algemeen-menselijke vraag: wanneer zou mijn einde komen?

Biografie

Kian Soltani, cello

Kian Soltani werd geboren in Bregenz, in een familie van Perzische musici. Na zijn studie bij Ivan Monighetti aan de Musikakademie Basel – vanaf zijn twaalfde – en later aan de Kronberg Academy en de International Music Academy Liechtenstein won hij in 2013 de Paulo Competition in Helsinki.

In 2017 schreef hij zowel de Leonard Bernstein Award als de Credit Suisse Young Artist Award op zijn naam.

Hij soleerde bij orkesten als de Wiener en de Münchner Philharmoniker, het West Eastern Divan Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en de orkesten van Boston, Chicago, Detroit en Pittsburgh. Hoogepunten in seizoen 2025/2026 zijn optredens met het Mahler Chamber Orchestra, diverse debuten bij toonaangevende orkesten in Europa, Australië en de Verenigde Staten, en twee Europese tournees: als artist in residence met het Iceland Symphony Orchestra en met het WDR Sinfonieorchester.

s en kamermuziekconcerten geeft de cellist wereldwijd, dit seizoen met musici als Renaud Capuçon, Mao Fujita, Andreas Ottensamer, Alessio Bax en Benjamin Grosvenor. In 2024 verscheen zijn nieuwste album Robert Schu­mann, in samenwerking met Camerata Salzburg. Kian Soltani bespeelt de ‘London, ex-Boccherini’-Stradivarius (1694). In 2018 debuteerde hij in de en in 2019 in de in de Rising Stars-serie.

Luzerner Sinfonieorchester, orkest

Het Luzerner Sinfonieorchester werd opgericht in 1805/06, in de ontstaanstijd van bijvoorbeeld Beethovens Vioolconcert. Met zijn geschiedenis die meer dan twee eeuwen teruggaat is het het langst bestaande symfonische gezelschap van Zwitserland.

De formatie heeft als thuisbasis het Kultur- und Kongresszentrum Luzern en verleent op regelmatige basis zijn medewerking aan opvoeringen in het Luzerner Theater. De musici spelen daarnaast vaak op andere Zwitserse en Europese podia en tourden in recente seizoenen onder meer naar China, Japan, Rusland, Colombia, Uruguay en Israël. Schrijfopdrachten gaf het Luzerner Sinfonieorchester aan componisten als Sofia Goebaidoelina, Rodion Sjtsjedrin, Thomas Adès en Wolfgang Rihm, en ook via de eigen orkestacademie houdt het voeling met de huidige tijd.

Het orkest organiseert tal van educatieve evenementen voor de jongere generatie en brengt met diverse participatieprojecten klassieke muziek ook bij mensen die er minder snel mee in aanraking komen. James Gaffigan is sinds 2011/12 chef- van het Luzerner Sinfonieorchester. Hij treedt in de voetsporen van illustere voorgangers als John Axelrod (2004-2009), Marcello Viotti (1987-1992) en Willem Mengelberg (1892-1895).

Het vorige optreden van het orkest in Het Concertgebouw was Het Zondagochtend Concert van 19 november 2017, onder leiding van James Gaffigan en met Vadim Gluzman als solist in Bruchs Eerste vioolconcert.

James Gaffigan, dirigent

James Gaffigan werd geboren in New York en won in 2004 de Sir Georg Solti International Conducting Competition. Van 2006 tot 2009 was hij associate conductor bij het San Francisco Symphony Orchestra, een positie die Michael Tilson Thomas speciaal voor hem creëerde. Daaraan voorafgaand was hij assistent van Franz Welser-Möst bij The Cleveland Orchestra.

Sinds 2011 is James Gaffigan chef- van het Luzerner ­Sinfonieorchester en vaste gastdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Tal van andere orkesten engageerden de Amerikaan, waaronder vorig concertseizoen het BBC Symphony Orchestra, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks (debuut) en de orkesten van Los Angeles, San Francisco en Washington.

Bij het Concertgebouworkest debuteerde hij in december 2017, en in het huidige seizoen staan debuten in zijn agenda bij het Orchestre Symphonique de Montreal, het Melbourne ­Symphony Orchestra en het Zweeds Radio .

Ook voor is James Gaffigan een veelgevraagd . Na eerdere optredens bij bijvoorbeeld de Wiener Staatsoper, het Glyndebourne Festival, het Opernhaus Zürich, de Bayerische Staatsoper in München en de Chicago Lyric Opera debuteerde hij in seizoen 2018/19 aan de San Francisco Opera en aan de Metropolitan Opera in New York. Bij De Nationale Opera leidde James Gaffigan vorig seizoen Gershwins Porgy and Bess.