Kamermuziek op zondagmiddag: Maria & Nathalia Milstein
Maria Milstein viool
Nathalia Milstein piano
'La Sonate de Vinteuil'
er is geen pauze
einde ca. 15.20 uur
Dit concert maakt deel uit van de serie Kamermuziek op Zondagmiddag.
Gabriel Pierné 1863-1937
Sonate, op. 36 (1900)
Allegretto
Allegretto tranquillo
Andante non troppo – Allegro un poco agitato
Claude Debussy 1862-1918
Sonate in g kl.t. (1916-17)
Allegro vivo
Intermède: Fantasque et léger
Finale: Très animé
Camille Saint-Saëns 1835-1921
Eerste sonate in d kl.t., op. 75 (1885)
Allegro agitato
Adagio
Allegretto moderato
Allegro molto
Toelichting
1900
Pierné: Vioolsonate
tekst: Heleen van de Leur
De identiteit van de vioolsonate die Marcel Proust beschrijft in het eerste deel van zijn romancyclus À la recherche du temps perdu is een van de grootste raadsels in de literatuur. Was de muziek een amalgaam van het werk van componisten als Camille Saint-Saëns, Gabriel Fauré of Claude Debussy, dat Proust hoorde in de Parijse salons? Proust schreef het stuk toe aan de denkbeeldige componist Vinteuil. De zusjes Milstein zijn ervan overtuigd dat het om Gabriel Pierné’s gaat.
Gedurende het concertseizoen ging het grootste deel van Gabriel Pierné’s tijd op aan dirigeren, maar in de zomermaanden was hij een redelijk productieve componist, die in bijna alle grote genres wel iets publiceerde.
Door Pierné’s werkzaamheden als weten we dat hij goed bekend was met het werk van zijn Franse tijdgenoten en directe voorgangers. Hij dirigeerde onder andere werken van voorgangers César Franck en Hector Berlioz en van tijdgenoten Claude Debussy, Maurice Ravel en Albert Roussel.
In Pierné’s composities horen we duidelijk dat hij de muziek van deze Franse tijdgenoten goed kende. Hoewel zijn muzikale vormen vaak redelijk klassiek zijn, is hij harmonisch en melodisch vooruitstrevend. Zijn harmonische taal doet denken aan die van Debussy, zijn orkestratietechnieken aan die van Ravel, en de ritmische taal aan die van Roussel.
Pierné’s , 36, zijn enige vioolsonate, is een divers werk met sterk contrasterende delen. Het eerste deel is zowel harmonisch als qua vorm ongrijpbaar en wisselt felle gepuncteerde s af met e passages.
De piano introduceert in eerste instantie steeds de ’s die we daarna in de viool horen, maar tegen het einde van het eerste deel wordt de verhouding tussen viool en piano onduidelijker, en lijken beide instrumenten steeds meer hun eigen plan te trekken.
Na een vurige climax is het langzame tweede deel een welkome adempauze. Het is in al haar aspecten eenvoudiger dan het eerste. De sfeer is gemoedelijk, met volkse en bijna dansbare ën. Het derde deel brengt ons naar weer een nieuwe klankwereld.
De melodieën zijn schertsend, de ritmes ongrijpbaar. Door de vele wisselingen in tempo en karakter lijkt het derde deel in eerste instantie een soort collage te zijn, maar doordat Pierné slim gebruikmaakt van terugkerende motieven blijft het deel toch coherent.
1916-17
Debussy: Sonate
De in g klein is Claude Debussy’s laatst gepubliceerde werk. Het is onderdeel van een project dat hij Six sonates pour instruments divers, par Claude Debussy, musicien français noemde: Zes sonates voor verschillende instrumenten, door Claude Debussy, Frans muzikant.
Debussy stierf echter voordat hij het project kon voltooien. De Sonate in g voor viool en piano is de derde en laatste in de reeks, en komt na de Sonate voor harp, fluit en piano en de Sonate voor en piano. Debussy speelde zelf de pianopartij tijdens de première van het werk, maar het zou zijn laatste publieke optreden worden.
Dat de titel van het project zo sterk benadrukt dat Debussy een Fransman was, is niet gek. In de jaren vóór en tijdens de Eerste Wereldoorlog, of de ‘Grote Oorlog’, was het nationalisme sterk in Frankrijk. Debussy benadrukte zijn ‘Fransheid’ zowel in brieven, die hij steevast signeerde met ‘musicien français’, als in zijn muzikale taal.
In zijn Sonate in g klein gebruikt hij niet de zoals die door vele Duitse en Oostenrijkse componisten werd gebruikt, maar bouwt hij verder op vormen en ideeën van zeventiende- en achttiende-eeuwse Franse componisten, zoals François Couperin, Jean-Marie Leclair en Jean-Philippe Rameau.
Deze Franse invloeden zijn dan ook duidelijk hoorbaar in de Sonate in g klein, vooral in de impressionistische nadruk op sfeer en abstractie in plaats van de meer Duitse vorm en emotie. Het stuk is divers, het eerste deel nu eens verstild, dan weer levendig.
In het tweede deel is de sfeer licht en schertsend, speels zelfs. Het laatste deel is grotendeels pentatonisch (gebaseerd op toonladders van vijf tonen, waarmee Debussy graag een oosterse sfeer schiep) en wisselt tussen verschillende klankwerelden, met onder andere een tango-achtig .
1885
Saint-Saëns: Eerste sonate
Ook Camille Saint-Saëns was een voorvechter van eigentijdse Franse muziek, als tegenhanger voor de vele bekende en veel uitgevoerde Duitse componisten.
Om Franse muziek een platform te bieden richtte hij de Société Nationale de Musique op, die een belangrijke rol vervulde in het Franse muziekleven rond de eeuwwisseling. Hoewel Saint-Saëns erg van hedendaagse muziek hield, was zijn eigen muzikale taal zowel qua vorm als qua conservatief.
De Eerste in d klein is eigenlijk een vierdelig werk, maar wordt uitgevoerd in twee ononderbroken helften. Het eerste deel bestaat uit een dramatisch en een eenvoudiger , beide ritmisch gezien innovatiever dan harmonisch gezien.
De muziek lijkt regelmatig over de maatstrepen heen te zweven, wat ervoor zorgt dat het geregeld kan klinken alsof de viool over de piano heen improviseert. De tweede helft begint speelser, met een verfijnd en humoristisch , en culmineert in een virtuoze finale. De vier diverse segmenten samen kunnen worden gezien als een pleidooi voor de verscheidenheid en de relevantie van – toen – nieuwe Franse muziek.
Biografie
Maria Milstein, viool
Maria Milstein werd geboren in een muziekfamilie in Moskou en groeide op in Frankrijk. In Amsterdam studeerde ze bij Ilya Grubert, in Londen bij David Takeno en aan de Koningin Elisabeth Muziekkapel bij Augustin Dumay. In 2016 ontving ze een Borletti-Buitoni Trust Fellowship en in 2018 de Nederlandse Muziekprijs.
Als lid van het Van Baerle Trio werd ze gelauwerd tijdens het ARD Concours in München (2013), het Vriendenkrans Concours/Het Debuut (2011) en het Lyon Internationaal Kamermuziek Concours (2011); in 2012 kreeg het de Kersjesprijs.
Maria Milstein soleerde bij het Nationaal Orkest van België, Amsterdam Sinfonietta, het Radio Filharmonisch Orkest en – afgelopen zomer – het Jeugdorkest Nederland. Met Phion en Otto Tausk bracht ze begin dit jaar de beide vioolconcerten van Prokofjev uit op cd. Voor opnames met haar Van Baerle Trio en in duo met haar zus Nathalia aan de piano won ze verschillende prijzen. Samen met Mathieu van Bellen richtte de violiste MuziekHaven op, een centrum voor kamermuziek in een historische houten kerk in Zaandam.
Maria Milstein geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en heeft van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds de ‘ex-Herman Krebbers’-Bergonzi (Cremona, ca. 1750) te leen met een strijkstok van Léonard en François-Xavier Tourte (Parijs, ca. 1790).
Nathalia Milstein, piano
Nathalia Milstein werd geboren in Lyon en kreeg haar eerste pianolessen van haar vader, Serguei Milstein, bij wie ze in 2009 ook ging studeren aan het conservatorium van Genève. Ze vervolgde haar opleiding in Berlijn en Basel bij Nelson Goerner en András Schiff. Andere mentoren waren Claudio Martínez Mehner, Daniel Barenboim, Menahem Pressler en Jan Wijn.
In 2015 brak Nathalia Milstein door met het winnen van de Dublin International Piano Competition. Sindsdien was ze te gast op belangrijke podia als het Gewandhaus in Leipzig, Carnegie Hall in New York, Wigmore Hall in Londen en de Pierre Boulez Saal in Berlijn en op festivals als La Roque d’Anthéron, Flâneries Musicales de Reims, La Folle Journée, het New Ross Piano Festival, het Lille Piano Festival en het Zaubersee Festival.
In 2018 maakte de pianiste een veelbesproken debuut bij het Orchestre Philharmonique de Radio France, en meer recent werkte ze met het WDR Sinfonieorchester en het Orchestre de la Suisse Romande. Nathalia Milstein treedt regelmatig op met haar zus, violiste Maria Milstein; het duo debuteerde in de in februari 2018 en bracht twee cd’s uit. Ze presenteerde ook twee solo-albums en nam met het Pražak Quartet muziek op van Smetana.
Als laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd 2025 maakte ze indruk met haar vertolking van het Tweede pianoconcert van Brahms. Nathalia Milstein speelde meermaals in de Kleine Zaal, maar gaf er niet eerder een solorecital.

