Janine Jansen in Sibelius, Mäkelä met Berlioz’ Symphonie fantastique

Janine Jansen viool
Orchestre de Paris
Klaus Mäkelä dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Solisten.

Hoofdsponsor Van Lanschot Kempen biedt bij dit concert een podcast aan. Deze is te beluisteren via concertgebouw.nl. [welke podcast? is er een link?]

Ook interessant:
Janine Jansen over haar werkdag
Maak kennis met dirigent Klaus Mäkelä

Jean Sibelius (1865-1957)

Vioolconcert in d kl.t., op. 47 (1903-05)
Allegro moderato
Adagio di molto
Allegro ma non tanto

pauze ± 20.50 uur

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie fantastique, op. 14 (1830)
épisode de la vie d’un artiste
Rêveries – Passions
Un bal
Scène aux champs
Marche au supplice
Songe d’une nuit du sabbat

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Jean Sibelius (1865-1957)

Vioolconcert

Door Onno Schoonderwoerd

Nadat hij in 1902 de eerste ideeën op papier had gezet, begon Jean Sibelius in 1903 aan zijn Vioolconcert. Volgens Aino Si­belius speelde haar man op dat moment onophoudelijk viool: ‘Hij blijft de hele nacht wakker, speelt vreselijk mooi, hij kan zich niet losrukken van zijn mooie ën – hij heeft zoveel ideeën, het is haast onvoorstelbaar. En alle ’s hebben zoveel potentie, zoveel leven.’

Dat het enige soloconcert dat ­Sibelius ooit schreef juist een vioolconcert betreft, is geen wonder. Vanaf zijn zestiende kreeg hij serieus vioolonderricht, en vier jaar later studeerde hij in Helsinki bij de Russische violist Mitrofan Vasiliev. Hij gaf enige jaren vioolles, speelde kamermuziek en maakte deel uit van verschillende orkesten.

Al snel werd duidelijk dat een echte solocarrière voor Sibelius niet in het verschiet lag. Maar zijn grondige kennis van het instrument kwam hem wel van pas. Tijdens het componeren speelde hij steevast ‘luchtviool’, om de ligging van de melodieën uit te proberen. Toen bevende handen hem het echte vioolspelen in de jaren dertig onmogelijk maakten, maakte hij zich er tegenover een van zijn gasten met een geintje van af: ‘Ik speel niet meer, maar mijn vingers weten het nog niet.’

In Finland – tot 1917 nog onderdeel van het Russische imperium – werd Sibelius gevierd als de grote nationale componist. Hij had inmiddels Finlandia op zijn naam staan, En Saga en de Lemminkäinen-legenden. En zijn vriend, de Robert Kajanus, had ook Sibelius’ onlangs voltooide Tweede symfonie van een patriottisch programma voorzien. De Finse criticus Karl Flodin was daarom teleurgesteld: met het schrijven van een concert zou Sibelius zijn nationale wortels hebben verloochend. Daarmee bracht hij de componist zozeer aan het twijfelen dat die het stuk na de eerste uitvoering terugtrok. Een tweede versie volgde in 1905.

  • Aino en Jean Sibelius op jonge leeftijd

In die tweede versie benadrukte Sibelius, meer dan in de eerste, de eenheid van zijn muzikale gedachten. Maar een wonderlijk stuk bleef het. Hoewel Sibelius zich bewust afkeerde van Brahms’ symfonische concertidee en een echt soloconcert wilde schrijven, voldoet de vorm niet helemaal aan de opzet van een traditioneel virtuozenconcert, vooral niet in het eerste deel. Net zoals in zijn latere symfonieën heeft Sibelius hier al, zij het nog niet met zulke enorme gevolgen, geprobeerd een ononderbroken vorm te ontwerpen, waarin elk moment organisch met het voorgaande verbonden is.

Tegen een haag van strijkerstremolo’s zet de solist in, zonder een orkestrale inleiding af te wachten. De drie ’s die achtereenvolgens worden geëxposeerd – ze worden door kleine solocadensen van elkaar gescheiden – zijn onderling sterk verwant. Dan wijkt Sibelius volledig van het traditionele stramien af; er komt een uitgebreide , nog vóór de doorwerking begint. Sterker nog: de virtuoze episode neemt de functie van de doorwerking en het begin van de reprise volledig over.

Daarna keert pas het oorspronkelijke melodische materiaal terug; Sibelius blijft variëren. Ook in het tweede deel, een e romance vol donkere tonen en wankele en, en het derde, een spetterend virtuoze finale met half folkloristisch dansante, half demonische trekjes, blijft Sibelius voortborduren op een klein aantal basisgegevens, waarvan de meeste al in het eerste deel te horen waren.

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie fantastique

Door Thea Derks

Hoewel Hector Berlioz in eigen tijd weinig voet aan de grond kreeg in Frankrijk – hij dong vier keer vergeefs naar de felbegeerde Prix de Rome – geldt hij tegenwoordig als de belangrijkste Franse componist van zijn tijd.

Berlioz voerde zijn land muzikaal de in en discussieerde over muziek met medevernieuwers als Franz Liszt en Richard Wagner. Hij is het prototype van de gekwelde kunstenaar die in eenzame afzondering zijn lijden sublimeert in muziek.

Literatuur speelde een grote rol in zijn leven en tijdens een uitvoering van Hamlet in 1827 werd hij getroffen door Shakespeares poëtische taalgebruik. Hij werd bovendien smoorverliefd op de Ierse actrice Harriet Smithson die de rol van Ophelia vertolkte. Zij moest echter weinig van hem en zijn muziek hebben en in 1830 componeerde Berlioz zijn ondubbelzinnig autobiografische en baanbrekende orkestwerk Épisodes de la vie d’un artiste, symphonie fantastique en cinq parties.

Weliswaar hadden ook andere ­componisten al verhalende muziek geschreven, maar Berlioz baseerde zijn hele stuk op één expliciet programma. We volgen de held in zijn opvlammende verlangen naar de geliefde, die zich ongrijpbaar toont en wier beeld hij ook tijdens een verblijf op het platteland niet uit zijn hart kan bannen. Hij droomt haar te vermoorden en bekoopt dit met zijn eigen onthoofding, waarop zijn geliefde hem in een woeste heksendans meevoert naar de hel.

Als eerste in de geschiedenis verrijkt ­Berlioz het orkest met harpen, klokken en een bas-ophecleide (tegenwoordig bastuba). Nieuw is ook de ‘idée-fixe’, een voorloper van Wagners leidmotieven. Een smachtende representeert de onbereikbare geliefde en duikt in telkens andere orkestraties op.

Berlioz’ is uiterst vindingrijk. Zo horen we de dreunende gang naar het schavot in met sponzen bespeelde , en verbeelden doffe ’s het wegstuiterende hoofd. Gruizige s, diep grommende contrabassen en schrille klarinetten schetsen de nachtmerrie in het laatste deel. Doodsklokken en het obstinaat herhaalde - voeren ons onverbiddelijk naar het tragische einde.

Biografie

Janine Jansen, viool

In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.

Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-­Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.

recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, ­Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.

De violiste bespeelt de ‘Shumsky-­Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .

Orchestre de Paris, orkest

Het Orchestre de Paris, huis­orkest van de Philharmonie de Paris, was pas drie keer eerder in Het Concertgebouw te gast.

In maart 2007 bracht het met toenmalig chef-­ Christoph Eschenbach BerliozSymphonie fantastique en Beethovens Vioolconcert met solist Frank Peter Zimmermann, op 7 maart 2023 leidde de huidige chef-dirigent Klaus Mäkelä de Symphonie fantastique en het Viool­concert van Sibelius met Janine Jansen, en op 4 maart 2025 ­dirigeerde Klaus Mäkelä een programma met Ravel, ­Stravinsky en Moesorgski.

Het orkest kwam in 1967 voort uit de in 1828 opgerichte Société des Concerts du Conservatoire. Op het inauguratieconcert van 14 november 1967 in het Théâtre des Champs-Elysées stond onder andere BerliozSymphonie fantastique op de lessenaars. De eerste muzikaal leider was Charles Munch, en tot het aantreden van Klaus Mäkelä in 2022 bekleedden Herbert von Karajan, Georg Solti, Daniel Barenboim, Semyon Bychkov, Christoph von Dohnányi, Christoph Eschenbach, Paavo Järvi en Daniel Harding die positie.

Met ingang van september 2027 wordt Esa-Pekka Salonen de nieuwe chef-­. Sinds de eerste tournees naar de Sovjet-Unie en Noord-Amerika in 1967-68 en naar Japan in 1970 is het Orchestre de Paris met regelmaat te gast op de grote internationale podia. Op het Festival d’Aix-en-Provence debuteerde het al in 1968, en op de Salzburger Festspiele in 1969. De eerste tournee naar China was in 2004. Sinds de opening van de Philharmonie de Paris in januari 2015 is het Orchestre de Paris van die zaal de hoofdbespeler.

Voor zijn discografie won het gezelschap in 2013 een Grammy Award (Elektra van Richard Strauss onder leiding van Esa-Pekka Salonen). De meest recente release met Klaus Mäkelä, uit najaar 2025, bevat La Valse van Ravel en de Symphonie fantastique van Berlioz.

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is chef- van de Oslo Philharmonic sinds 2020 en muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In 2022 werd bekendgemaakt dat hij in 2027 de achtste chef-dirigent van het Concertgebouworkest wordt. Tegelijkertijd begint de Fin dan als music director van het Chicago Symphony Orchestra.

Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met het Orchestre de Paris drie albums uitbracht en met het Oslo Filharmonisch Orkest onder meer alle symfonieën van Sibelius en drie symfonieën van Sjostakovitsj opnam. De afgelopen seizoenen reisde de met de Oslo Philharmonic door Oost-Azië en trad hij op in Hamburg, Amsterdam, Parijs en Wenen. Bij het Orchestre de Paris lag de focus op Franse componisten en nieuwe muziek tijdens concerten in heel Europa en op tournee in Azië.

Sinds zijn overtuigende debuut bij het Concertgebouworkest in september 2020 staat Klaus Mäkelä ieder seizoen meerdere keren voor het orkest met een grote variëteit aan programma’s. Seizoen 2025/2026 ging van start met een uitgebreide zomertournee naar onder meer de BBC Proms en de Salzburger Festspiele, in november gevolgd door een tournee door Japan en Zuid-Korea. Afgelopen december leidde Klaus Mäkelä de Kerstmatinee en deze maand start een jaarlijkse residency van het Concertgebouworkest op de Osterfestspiele in Baden-Baden, overgenomen van de Berliner Philharmoniker, het orkest waar Klaus Mäkelä dit seizoen terugkeert als gastdirigent.

Als cellist speelt hij bij gelegenheid samen met leden van het Concertgebouworkest en het ­Orchestre de Paris. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.