Jakub Józef Orliński, il Pomo d’Oro en de Italianen

Jakub Józef Orliński countertenor
il Pomo d’Oro

Dit concert maakt deel uit van de serie Nieuwe Wereldsterren, en wordt voorzien van boventiteling.

Met dank aan de begunstigers van het Fonds Hemelbestormers.

Ook interessant:
- Interview met Jakub Józef Orliński

Claudio Monteverdi (1567-1643)

E pur io torno qui
uit ‘L’incoronazione di Poppea’ (1642)

Voglio di vita uscir (jaartal onbekend)
madrigaal voor sopraan

Biagio Marini (1594-1663)

Passacalio
uit ‘Per ogni sorte di strumento musicale’, op. 22 (1655)

Giulio Caccini (1551-1618)

Amarilli, mia bella
uit ‘Le nuove musiche’ (1601-02)

Girolamo Frescobaldi (1583-1643)

Così mi disprezzate
uit ‘Arie musicali I’ (1630)

Johann Caspar Kerll (1627-1693)

Sonate voor twee violen in F gr.t. (ca. 1680-88)

Barbara Strozzi (1619-1677)

L’amante consolato
uit ‘Cantate, ariette e duetti’, op. 2 (1651)

Francesco Cavalli (1602-1676)

Incomprensibil nume
uit ‘Pompeo Magno’ (1666)

Carlo Pallavicino (ca. 1630-1688)

Sinfonia
uit ‘Demetrio’ (1666)

Giovanni Cesare Netti (1649-1686)

Misero core... Si, si, si scioglia si... Dolcissime catene
uit ‘La Filli’ (1682)

Antonio Sartorio (1630-1680)

La certezza di tua fede
uit ‘Antonino e Pompeiano’ (1677)

Giovanni Cesare Netti

Quanto più la donna invecchia
Son vecchia, patienza
uit ‘L’Adamiro’ (1681)

Adam Jarzębski (ca. 1590-ca. 1648)

Tamburetta
uit ‘Canzoni e concerti’ (1627)

Sebastiano Moratelli (ca. 1640-1706)

Lungi dai nostri cor
uit ‘La faretra smarrita’ (1690)

er is geen pauze

einde ± 21.30 uur

Toelichting

Jakub Józef Orliński, il Pomo d’Oro en de Italianen

Door Hein van Eekert

Dat liefde van alle tijden is, is geen groot geheim. Dat uitingen uit vroeger tijden nog steeds van waarde kunnen zijn, laten Jakub Józef Orliński en het ensemble il Pomo d’Oro ons zien in hun nieuwe programma Beyond, dat vertelt over de blijvende kracht van muziek.

Fundamenten

De drie generaties van de zeventiende eeuw, de eerste periode van de , maakten muziek die de fundamenten legde voor wat de musici van de westerse wereld zouden gaan doen, van componisten van symfonieën tot jazzmusici en singer-songwriters. De tonaliteit verankerde zich: een muziekstuk staat in een vastgestelde . Er ontstaan nieuwe vormen; de vierdelige ouverture tot de Demetrio van Carlo Pallavicino bijvoorbeeld toont het begin van een muzikale ontwikkeling die zal leiden tot de symfonie.

Improvisatie

Tegelijkertijd werd er van musici – zowel solisten als degenen die de begeleidende partijen speelden – verwacht dat ze konden improviseren: een vaardigheid die we in de twintigste en eenentwintigste eeuw vooral terugvinden in de jazz. Die sfeer van wordt ook opgeroepen in Tamburetta van de Poolse homo universalis Adam Jarzębski of de voor twee violen van Johann Caspar Kerll. Die muziek zal de gezongen ’s aaneenrijgen tot een concert dat in zijn sfeer aanleunt tegen wat men doorgaans in een jazz- of popconcert ziet. In de reeks dramatische scènes die voorbij trekt zijn de hoofdlijnen ongelukkige liefde en versmade bewondering. Herkenbare gevoelens die we graag terughoren in muziek.

Monteverdi

In Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea loopt Ottone op de zeer vroege ochtend de opera binnen richting het huis van zijn geliefde Poppea, fantaserend over zijn warme gevoelens. Hij zal echter ontdekken dat zij de nacht heeft doorgebracht met Nerone (keizer Nero). En daar blijft het niet bij: ze heeft de ambitie om keizerin te worden. In Monteverdi’s tijd zullen de mannen in het publiek, met hun maîtresses aan hun zijde, tevreden zijn geweest met de afloop waarin Nerone en Poppea elkaar in de armen sluiten. In onze tijd voelen we meer sympathie voor de smachtende en onder de liefde lijdende Ottone.

Terwijl Ottone zich nog niet bewust is van de ellende die hem te wachten staat, slaat in Monteverdi’s Voglio di vita uscir de wanhoop toe. De held is al zo ver dat hij geen andere uitweg ziet voor zijn onbeantwoorde liefde dan de dood. Dit bezingt hij in een solo waarvan de bepaald wordt door de herhaalde figuren in de begeleiding, die de zanger gelegenheid geven tot een eigen timing en die de indruk wekken van een improvisatie. 

Passacaglia, Strozzi, Cavalli

Biago Marini’s passacaglia – een van oorsprong Spaanse dans met een baslijn waarmee de hogere partijen een dialoog aangaan – brengt ons naar Giulio Caccini’s Amarilli, mia bella, een openhartige liefdesverklaring in vorm waarbij de zanger zingt boven een baspartij met zich herhalende motieven. Caccini gaf in een inleiding bij zijn bundel Le nuove musiche, waar dit lied uit stamt, zelf aan hoe de zanger zijn zanglijn kon versieren om een bepaalde emotie uit te drukken. De passacaglia wordt weer opgepakt in Girolamo Frescobaldi’s Così mi disprezzate, waarin een afgewezen minnaar zijn geliefde dreigt met verlies van schoonheid en eenzelfde, hartverscheurende en vergeefse liefde. In Barbara Strozzi’s L’amante consolato (‘De getrooste minnaar’) lijkt er dan eindelijk hoop te gloren.

Francesco Cavalli’s opera Pompeo ­Magno heeft de Pompeius als hoofdfiguur die aan het begin van Giulio Cesare van Händel vermoord is. Pompeo viert in Pompeo Magno de overwinning op Mithridates van Pontus – de Mitridate uit de gelijknamige opera van Mozart – maar wordt geconfronteerd met een reeks intriges, moordaanslagen en andere uitdagingen, waaronder vermeend verraad door zijn zoon Sesto (Sextus).

  • Poppea

Netti

De ster van Giovanni Cesare Netti, tegenwoordig zelden op de concertprogramma’s, rees tot aanzienlijke hoogten gedurende de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hij was actief in de kerk, als organist en componist: helaas zijn al zijn religieuze werken verloren gegaan. Volgens tijdgenoten getuigden die van veel passie. Diezelfde passie is te horen in zijn acht wereldlijke s en zijn twee ’s: La Filli en L’Adamiro.

La Filli is een studie in incestueuze relaties. Waar Sigmund Freud beweert dat familieleden zich automatisch tot elkaar voelen aangetrokken, zegt de Zweeds-Finse antropoloog Edvard Westermarck het tegenovergestelde: door het taboe op incest zullen familieleden elkaar juist ontwijken. De herder Berillo in Le Filli wordt heen en weer geslingerd tussen die twee standpunten: hij denkt de broer te zijn van Rosetta – die aan het slot van de opera zijn bruid zal worden – en beklaagt zich erover dat de door hem bewonderde Filli – zijn daadwerkelijke zuster – alleen maar oog heeft voor de jager Tirsi, die in werkelijkheid de broer is van Rosetta.

La Filli is een studie in incestueuze relaties

In Netti’s operadebuut L’Adamiro worstelt de oude voedster Crinalba met de liefde. Haar meesteres, de prinses Lindaura, wordt gevangen gehouden door vorst Adamiro van Constantinopel, en zelf is ze in de ban van de dienaar Squiletto. Hij is een gebochelde vrouwenhater die, niet gediend van de avances van de oudere vrouw, aan Crinalba refereert als ‘vieze harpij’ en ‘vleesgeworden lelijkheid’.

Sartorio

Net als Netti maakte de Venetiaan Antonio Sartorio opera’s in een tijd waarin de in opkomst was en de gezongen dialogen, de recitatieven, meer op de achtergrond raakten: een ontwikkeling richting de opera seria van Georg Friedrich Händel en anderen. Sartorio’s ­Antonino e Pompeiano is een tragedie waarin de tiran Antoninus vermoord wordt door de bevrijders van Rome. Pompeianus bezingt in een aria de liefdestrouw, die in haar grootsheid het hart leven kan geven en de dood kan doden.

Moratelli

Beyond eindigt met een componist die de achttiende eeuw bereikte: Sebastiano Moratelli overleed in 1706. De Italiaan bracht zijn werkend leven grotendeels door in dienst van vorsten en de adel. Amor, de liefde zelf, komt aan het woord met een aria uit de opera La faretra smarrita (‘De verloren pijlkoker’) en brengt ons richting de hoogtijdagen van de tijd: terwijl de kwellingen van de liefde onveranderd blijven, zullen Antonio Vivaldi, Georg Friedrich Händel en Johann Sebastian Bach die gaan bezingen op muziek die voortbouwt op de verworvenheden van de eeuw achter hen.

Biografie

Jakub Józef Orliński, countertenor

De Poolse Jakub Józef Orliński won voor zijn eerste album Anima Sacra (2018) meteen al een Klassik, en zijn uitvoering van Vivaldi’s Vedrò con mio diletto op het Festival d’Aix-en-Provence in 2017 is online meer dan vier miljoen keer bekeken.

Datzelfde jaar studeerde hij, na het conservatorium en de -academie van Warschau, af bij Edith Wiens aan The Juilliard School of Music in New York. Zijn tweede cd Facce d’amore (2019) was aanleiding voor een tournee met il Pomo d’Oro.

Jakub Józef Orliński stond in ­Händels Agrippina naast Joyce DiDonato en maakte zijn ­Amerikaanse ­debuut in San Francisco als Armindo in Händels Partenope. In de toonaan­gevende operahuizen van Berlijn, Zürich en Parijs vertolkte hij diverse rollen van Mozart en Händel.

Bij De Nationale Opera in Amsterdam debuteerde hij afgelopen januari met de mannelijke hoofdrol in Händels Semele. De zanger werd geëngageerd door oudemuziekgezelschappen als Les Arts Florissants, de Capella Cracoviensis, Les Musiciens du Louvre, L’Arpeggiata en The English Concert. In de spaar­zame tijd die hij over heeft, treedt Jakub Józef Orliński ook op als breakdancer en model.

Na zijn debuut in de in mei 2022 – met ­pianist Michał Biel – presenteerde hij in de zijn soloprogramma’s Beyond (november 2023, met il Pomo d’Oro) en #LetsBaRock (september 2024).

Lees ook het interview met Jakub Józef Orliński: 'Mijn hele lichaam is mijn instrument'

il Pomo d'Oro, ensemble

De naam van het in 2012 opgerichte oudemuziekgezelschap il Pomo d’Oro refereert aan de gelijknamige van Antonio Cesti uit 1666, een spectaculaire productie aan het hof van keizer Leopold I en Margaretha Theresia van Spanje. Sinds 2016 is Maxim Emelyanychev chef- en sinds 2018 is Francesco Corti vaste gastdirigent; ook concertmeester Zefira Valova leidt regelmatig orkestprojecten.

Het ensemble staat bekend om samenwerkingen met gerenommeerde zangers zoals alt Ann Hallenberg en de en Max Emanuel Cencic en Franco Fagioli, zowel in solorecitals als volledige ’s, uitgevoerd dan wel opgenomen op prestigieuze podia wereldwijd. Recente producties zijn onder meer Wagners Wesendonck-Lie­der met mezzosopraan Joyce DiDonato en Händels Theodora; de opname daarvan won in 2023 de Choral Award van BBC Music Magazine.

Sinds 2023 werkt het ensemble aan een complete opname van Mozarts symfonieën, waarvan de eerste afleveringen inmiddels zijn verschenen. Il Pomo d’Oro verzorgde het Prinsengrachtconcert 2016 en debuteerde dat najaar in de Eigen Programmering van Het Concertgebouw met In War & Peace – Harmony through Music met Joyce DiDonato; de bijbehorende cd won in 2017 een Gramophone Award en de combinatie il Pomo d’Oro en Joyce DiDonato kwam terug in maart 2022 met EDEN. Het meest recente optreden was op 16 december een programma in een slechts vijfkoppige bezetting in de , als onderdeel van de Spotlight-serie van Maxim Emelyanychev.