Jakub Józef Orliński en Michał Biel in liedrecital met Purcell en Händel

Jakub Józef Orliński countertenor
Michał Biel piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Vocaal 2.

Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.

Johann Joseph Fux (1660-1741)

Non t’amo per il ciel
uit ‘Il fonte della salute, aperto dalla grazia nel Calvario’,
K 293 (1716)

Henry Purcell (1659-1695)

Music for a While
uit ‘Oedipus, King of Thebes’, Z 583/2
(1692; arr. M. Tippett/W. Bergmann)

Fairest Isle
The Cold Song
uit ‘King Arthur, or the British Worthy’, Z 628 (1691)

Strike the Viol
uit ‘Come, Ye Sons of Art, away’, Z 323 (1694) ‘Birthday Ode for Queen Mary II’

Henryk Czyz (1923-2003)

Pożegnania (1948) (Afscheid)
Kochałem panią (Ik hield van je)
Na wzgórzach Gruzji (In de heuvels van Georgië)
Ostatni raz (Voor de laatste keer)

Henry Purcell

Your Awful Voice I Hear
uit ‘The Tempest’, Z 631 (1695)

pauze ± 21.00 uur

Henry Purcell

If Music Be the Food of Love, Z 379 (1692)

Mieczysław Karłowicz (1876-1909)

Nie placz nade mna (Huil niet over mij)
Z erotyków (Over erotiek)
Mów do mnie jescze (Praat met me)
Śpi w blaskach nocy (In slaap in de pracht van de nacht) Przed noca wieczna (Voor de eeuwige nacht)
Na spokojnym, ciemnym morzu (Op de kalme, donkere zee)
W wieczorna cisze (In de rust van de avond)
Zaczarowana królewna (De betoverde prinses)
uit ‘Liedboek nr. 2’, op. 3 (1896)

Stanisław Moniuszko (1819-1872)

Łza (Traan)
Przaśniczka (Het weefgetouw)

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Antifoon in d kl.t.: Amen, Alleluja, HWV 269 (1734-41)

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Jakub Józef Orliński en Michał Biel in liedrecital met Purcell en Händel

Door Frits de Haen

De twee componisten die het sterkst in dit zijn vertegenwoordigd, stierven beiden opvallend jong: Purcell werd maar 36 jaar, Karłowicz maar 32. Händel kende een voor zijn tijd respectabele ouderdom, de negentiende-eeuwer ­Moniuszko werd niet erg oud. Daar staat tegenover dat de Oostenrijkse hofcomponist Fux en de twintigste-­eeuwer Czyz beiden de tachtig haalden.

Uit het werk van de zes genoemde componisten stelden Jakub Józef Orliński en pianist Michał Biel een gevarieerd recital samen. Als opening klinkt een uit een vrij onbekend Italiaans – niet alleen in taal maar ook in stijl – passie- van Johann Joseph Fux, dat hij componeerde toen hij nog maar net als kapelmeester in dienst was gekomen aan het Weense hof van Keizer Karel VI.

Omdat de Poolse eren van Henryk Czyz en Stanisław Moniuszko pas op een laat moment aan het programma zijn toegevoegd, komen deze in onderstaande toelichting niet uitgebreid aan de orde.

De drie liederen van Czyz, die vooral carrière maakte als (van onder meer de wereldpremière van Penderecki’s Lukas Passie) en die slechts een klein eigen oeuvre naliet, zijn zettingen van afscheidsgedichten van Alexander Poesjkin. Over de liederen van Moniuszko zegt Orliński zelf dat hij ze graag zingt ‘als eerbetoon aan de vader van de Poolse ’.

Purcell en Händel

Volgens tijdgenoten had Engeland ‘geen groter muzikaal genie gehad’ dan Henry Purcell. Over zijn leven weten we maar weinig. Purcell stamde uit een geslacht van musici, was koorknaap en vervolgens verantwoordelijk voor de koninklijke toets- en blaasinstrumenten. Daarna werd hij stemmer van het van Westminster Abbey en ‘composer-­in-ordinary’ voor gambamuziek. Zoals gezegd stierf hij jong. Volgens sommigen nadat zijn vrouw hem een keer had buitengesloten; de opgelopen onderkoeling zou hem noodlottig zijn geworden. ‘De onovertroffen man trok zich helaas te vroeg terug, zoals hij ook te laat begon’, dichtte de Engelse dichter John Dryden.

Purcell liet een groot aantal liederen na voor één of meer stemmen. Ze genoten in zijn tijd een grote populariteit, zoals moge blijken uit de talloze collecties. De lofzang op de muziek Music for a While toont hoe mooi Purcell in miniatuurformaat de tekst illustreert, bijvoorbeeld met zuchtende motieven op ‘eas’d’, of de korte ‘vallende’ noten op ‘drop’.

Naast sololiederen liet Purcell een groot corpus aan muziek na voor officiële gelegenheden: odes en ‘welcome songs’, zoals die voor Caecilia’s Day of de verjaardag van Queen Mary. En dan is er natuurlijk de theatermuziek: Purcells bijdragen aan John Drydens King Arthur maakten hem op slag beroemd. Volgens Dryden: ‘Eindelijk hebben we een Engelsman gevonden die kan wedijveren met de besten uit het buitenland.’ Fairest Isle eruit werd een van Purcells grootste hits. Een op het oog harmonisch en melodisch wonderlijk eenvoudig , dat zijn weg heeft gevonden naar tal van bloemlezingen.

Zo’n twee decennia na Purcells overlijden streek een Duitser neer in Londen: Georg Friedrich Händel. Van hem klinkt aan het einde van de avond een jubelend Alleluja.

Karłowicz

Met Mieczysław Karłowicz maken we de overstap naar een minder bekende figuur. Karłowicz werd geboren in een adellijke familie, in het toentertijd Litouwse Vizjneva – vandaag de dag in Belarus. Hij gold als een van de meest veelbelovende componisten van zijn generatie, maar overleed voortijdig. De familie verhuisde toen de jongen nog maar zes jaar was naar Heidelberg, na korte tijd naar Praag en weer korte tijd later naar Dresden. Uiteindelijk vestigde Karłowicz zich in 1887 in Warschau, waar hij viool studeerde, naast en . In 1895 verkaste hij naar Berlijn, in de hoop toegelaten te worden tot de vioolklas van Joseph Joachim, maar hij werd er geweigerd. Een tiental jaren later besloot hij ook nog orkestdirectie te gaan studeren, en wel bij de legendarische Arthur Nikisch.

Karłowicz’ brede interesse maakte echter dat hij zich met tal van zaken bezighield, waaronder muziekgeschiedenis, filosofie, psychologie en fysica. Hoezeer met name filosofie hem interesseerde blijkt ook uit zijn lofzang op Arhur Schopenhauer, en uit de mystieke ervaringen die hij opdeed op zijn tochten door het Tatra-gebergte: ‘Als ik op eenzame hoogte ben, op een van de bergtoppen, dan lijkt het of ik oplos in de omgeving. Het denken stopt, ik ben geen individu, en ik voel me omringd door de krachtige, oneindige ademhaling van de eeuwigheid.’ Ook religies uit het Verre Oosten interesseerden hem, met name het boeddhisme.

Karłowicz’ liederen voor zangstem en piano zijn jeugdwerken. 1, 3 en 4 stammen uit het midden van de jaren 1890, onder meer uit de tijd dat hij in Berlijn werd verteerd door heimwee. Uiteindelijk zou het lot hem niet gunstig gezind zijn: in de winter van 1909 werd hij bij het skiën door een lawine overvallen. Helaas ging een deel van zijn oeuvre verloren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mieczysław Karłowicz gold als een van de belangrijkste componisten van ‘Jong Polen’, de groep waartoe ook Karol Szymanowski behoorde. Ze streefden een vermenging na van de nationale traditie met modernistische, wagneriaanse, tendensen.

Biografie

Jakub Józef Orliński, countertenor

De Poolse Jakub Józef Orliński won voor zijn eerste album Anima Sacra (2018) meteen al een Klassik, en zijn uitvoering van Vivaldi’s Vedrò con mio diletto op het Festival d’Aix-en-Provence in 2017 is online meer dan vier miljoen keer bekeken.

Datzelfde jaar studeerde hij, na het conservatorium en de -academie van Warschau, af bij Edith Wiens aan The Juilliard School of Music in New York. Zijn tweede cd Facce d’amore (2019) was aanleiding voor een tournee met il Pomo d’Oro.

Jakub Józef Orliński stond in ­Händels Agrippina naast Joyce DiDonato en maakte zijn ­Amerikaanse ­debuut in San Francisco als Armindo in Händels Partenope. In de toonaan­gevende operahuizen van Berlijn, Zürich en Parijs vertolkte hij diverse rollen van Mozart en Händel.

Bij De Nationale Opera in Amsterdam debuteerde hij afgelopen januari met de mannelijke hoofdrol in Händels Semele. De zanger werd geëngageerd door oudemuziekgezelschappen als Les Arts Florissants, de Capella Cracoviensis, Les Musiciens du Louvre, L’Arpeggiata en The English Concert. In de spaar­zame tijd die hij over heeft, treedt Jakub Józef Orliński ook op als breakdancer en model.

Na zijn debuut in de in mei 2022 – met ­pianist Michał Biel – presenteerde hij in de zijn soloprogramma’s Beyond (november 2023, met il Pomo d’Oro) en #LetsBaRock (september 2024).

Lees ook het interview met Jakub Józef Orliński: 'Mijn hele lichaam is mijn instrument'

Michał Biel, piano

De samenwerkingen die de jonge Poolse pianist Michał Biel aanging brachten hem op presti­gieuze podia als Wigmore Hall in Londen en Carnegie Hall en Alice Tully Hall in New York. Solorecitals gaf hij in bijvoorbeeld de Alte Oper Frankfurt, de Opéra de Lille en het Teatr Wielki (thuisbasis van de Poolse nationale ).

Samen met Jakub Orliński was Michał Biel onder andere te gast op het Verbier Festival, bij Life Victoria Barcelona en het Festival de Lacoste, en was hij te zien en te horen op Medici TV en bij de BBC.

Met de bas Alex Rosen won hij in 2018 de tweede prijs van de Hugo Wolf Wettbewerb in Stuttgart, en als begeleider won hij ook prijzen op onder meer het Stanisław Moniuszko Concours in Warschau en de Grand Prix de l’Opéra in Boekarest.

Als pianobegeleider bekleedde Michał Biel residencies aan de Meistersinger Akademie in Neumarkt en de Juilliard School in New York, en werkte hij meermaals voor het Wratislavia Cantans Festival. Ook coacht de pianist zangers aan de Chautauqua Institution School of Music.

Michał Biel werd opgeleid aan de Karol Szymanowski Academie in Katowice, de Teatr Wielki Academie in Warschau en de Juilliard School of Music in New York.

In Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.