Het mooiste van Verdi door Scala

Orchestra e Coro del Teatro alla Scala
Riccardo Chailly dirigent
Alberto Malazzi instudering koor

Dit concert is voorzien van boventiteling.

Ook interessant:
- De bijzondere bazuinen van Orchestra del Teatro alla Scala
- 7 weetjes over operahuis La Scala

Cori, sinfonie e ballabili

Giuseppe Verdi (1813-1901)

Sinfonia
Gli arredi festivi
Va’, pensiero, sull’ali dorate
uit ‘Nabucco’ (1842)

Gerusalem
O Signore, dal tetto natìo
uit ‘I Lombardi alla prima ­crociata’ (1843)

Preludio
Si ridesti il Leon di Castiglia
uit ‘Ernani’ (1844)

Finale balletto (derde acte, tweede tableau)
uit ‘Don Carlos’ (1867)

Spuntato ecco il dì d’esultanza
uit ‘Don Carlo’ (1884)

pauze ± 21.00 uur

Preludio
Che faceste? Dite su!… S’allontanarono!
Patria oppressa! Il dolce nome
uit ‘Macbeth’ (1847)

Preludio I
Vedi! Le fosche notturne spoglie
uit ‘Il trovatore’ (1853)

Sinfonia
Nella guerra è la follia
uit ‘La forza del destino’ (1862)

Gloria all’Egitto, ad Iside
uit ‘Aida’ (1871)

einde ± 22.20 uur

Allianz is tourneepartner van het Teatro alla Scala.

Toelichting

Giuseppe Verdi 1813-1901

Het mooiste van Verdi: Riccardo Chailly en Orchestra e Coro Teatro alla Scala

Door Frits de Haen

Cori, sinfonie e ballabili – dit programma is een eerbetoon aan Giuseppe Verdi. Beroemde koren als het ‘Slavenkoor’ en het ‘Zigeuner­koor’ onderstrepen de woorden van Emanuele Muzio, dat zijn leraar Verdi in Milaan werd aangeduid als ‘il padre del coro’. Een lange periode van Verdi’s scheppende leven komt aan bod: de vroegste van vanavond, Nabucco, dateert uit de vroege jaren veertig, de omwerking van Don Carlos van ruim veertig jaar later.

Misschien zouden we Verdi niet gekend hebben als er geen Bartolomeo Merelli was geweest. Want het was deze impresario die Verdi, na het enorme echec van Un giorno di regno (1840), overhaalde tóch een blik te werpen in een libretto dat hij bezat. Deze ­Merelli was werkzaam geweest in Varese, Como en Wenen en daarna een belangrijke figuur geworden aan La Scala. Verdi durfde niet te weigeren en nam de tekst over de Babylonische koning Nebukadnezar mee naar huis, weinig gemotiveerd om het bijbelse verhaal op muziek te zetten. ‘Met een ruw gebaar gooide ik het manuscript op de tafel en het bleef rechtop staan. Het blad dat op de tafel zelf terecht kwam was opengevallen. Zonder te weten hóe viel mijn oog op de regel met het vers ‘Va, pensiero, sull’ali dorate’. Ik doorliep de volgende verzen die me diep raakten.’ Een slapeloze nacht volgde; de volgende ochtend zou Verdi het libretto nagenoeg van buiten gekend hebben. Probleem aan dit relaas, hoe mooi ook, is dat het stamt van bijna veertig jaar later. En dat er meerdere versies bestaan, waarin het andere teksten waren die Verdi zouden hebben geïnspireerd. Hoe het ook zij: met dit koordeel dat bekend zou worden als het ‘Slavenkoor’  (waarvan we al een voorecho horen in de van Nabucco) was Verdi’s naam gevestigd.

Met het ‘Slavenkoor’ was Verdi’s naam gevestigd

Sinds Nabucco is Verdi beschouwd als held van het Risorgimento, de beweging die streefde naar de eenwording van het verbrokkelde Italië, al dan niet onder het koningshuis van Savoye. Vandaar een kreet als W VERDI, op muren in Milaan en Venetië: Evviva Vittorio Emanuel Ré D’Italia, én Evviva Verdi. Toch is het de vraag van wanneer Verdi’s politieke aspiraties stammen. De strenge Oostenrijkse censuur had het Nabucco-libretto zonder problemen toegestaan en opvoeringen van de opera veroorzaakten weinig ophef. Evenmin heeft de op Nabucco volgende opera I Lombardi alla prima crociata (1843) een loepzuiver patriottisch karakter, wel wordt de loftrompet gestoken op de weides en meren van Lombardije. Toch zijn I Lombardi noch Ernani (1844) helemaal gespeend van kenmerken die verwijzen naar het Risorgimento; zo prijst de laatste opera de moed van de Leeuw van Castilië die het eerder opnam tegen de Moorse overheersing.

  • Giuseppe Verdi

Ernani wordt traditioneel geasso­cieerd met het begin van de ‘anni di galera’, de galei-jaren zoals Verdi ze zelf later noemde. Zijn groeiende reputatie leverde opdrachten op uit Venetië, Rome, Napels, Florence en ook Parijs en Londen. In werkelijkheid betitelde Verdi een groter aantal jaren als zodanig: ‘Sinds Nabucco heb ik geen uur rust gekend, zogezegd. Zestien jaren van galei.’ Het gaat dan om de periode van 1842 tot 1858, waarin dus ook beroemde krakers vallen als ­Rigoletto, Il trovatore en La traviata. De componist ontplooide een ongelooflijke productiviteit, leverde vaker twee ’s per jaar af, en brak internationaal door. Voor de Parijse Opéra schreef hij Jérusalem (1847), dan een gereviseerde en Franstalige versie van Macbeth, vervolgens Les vêpres sici­liennes (1855) en veel later, in 1867, Don Carlos. Opvallend in de Franse operatraditie zijn de uitgebreidheid en de grootse ensceneringen; het geheel telt vaak wel vijf bedrijven en ballet speelt een belangrijke rol. In zijn ijver om Giacomo Meyerbeer te overtreffen leverde Verdi materiaal voor een opera die niet afgelopen zou zijn voor middernacht – en dat was nog vóórdat hij de balletmuziek componeerde. Al snel sneuvelden diverse onderdelen van dit mag­num , en in 1884 maakte Verdi een Italiaanse versie, Don Carlo, die in La Scala in première ging.

Macbeth beschouwde Verdi als een van de grootste scheppingen van de mensheid

Met de muziek voor Macbeth komen we op Verdi’s grote liefde voor William Shakespeare (1564-1616), van wie hij drie toneelteksten op muziek zette: Macbeth, Otello en als laatste Falstaff – een geplande King Lear kwam nooit van de grond. Macbeth beschouwde Verdi als een van de grootste scheppingen van de mensheid. Aan zijn schoonvader Antonio Barezzi schreef hij dat hij zijn eigen verklanking verkoos ‘boven mijn andere opera’s’. Het in 1847 voltooide werk zou hij een kleine twintig jaar later reviseren voor de Opéra van Parijs: ‘Ik zou verscheidene delen willen verlengen om de opera meer karakter te geven.’ In het onheilspellende ‘Che faceste?’ en ­‘S’allontanarono’ geeft Verdi de heksen een stem, in ‘Patria oppressa’ komen Schotse ballingen aan het woord.

Il trovatore maakt deel uit van Verdi’s ‘trilogia popolare’, drie opera’s (samen met Rigoletto en La traviata) die in de jaren vijftig ontstonden. Met zijn niet bepaald eenvoudige verhaallijn legt Il trovatore het wellicht af tegen de twee andere uit deze periode, maar bepaalde passages zijn tijdloos geworden, waaronder het zigeunerkoor ‘Vedi! Le fosche’. Daarin steken de mannen, hamerend op hun aambeelden, de loftrompet op de ‘zingarelle’, de zigeunervrouwen.

Ook verder van Italië af genoot Verdi grote roem. Voor Sint-Petersburg ontstond La forza del destino, en Caïro werd het decor voor Aida. Al de eerste maten van La forza del destino verwijzen naar het noodlot dat tot gevolg heeft dat Don Alvaro per ongeluk de vader van zijn geliefde Donna Leonora doodt. La forza del destino beleefde zijn eerste uitvoering in 1862. Een klein decennium later gaf de onderkoning van Egypte Verdi de opdracht een opera te schrijven over een oud Egyptisch the­ma, bedoeld voor de opening van het nieuwe operahuis in Caïro. Wereldberoemd werd de Tri­omfmars die de terugkeer begeleidt van de krijger Radames. Hij voert als gevangene de vader mee van Aida, op wie hij heimelijk verliefd is. Vaak wordt Aida gezien als een grootse, monumentale, spektakel­opera maar dat doet geen recht aan de talloze intieme passages in dit meesterwerk. Waarmee overigens niets ten nadele gezegd is van massale scènes als ‘Gloria all’Egitto’, dat dit concert luisterrijk besluit.

Biografie

Orchestra e Coro del Teatro alla Scala

Het huis van Milaan, het Teatro alla Scala, opende zijn deuren in 1778. Opera was groot in Italië, maar het zou nog tot in de negentiende eeuw duren voordat daarnaast ook een traditie in symfonische muziek ontstond.

In de opera fungeerde in eerste instantie de eerste violist als orkestleider, totdat in 1854 Alberto Mazzuccato de bok betrad als met een baton.

Onder zijn legendarische opvolgers waren Franco Faccio (die, tegen Verdi’s opvattingen in, voor het -orkest ook een symfonisch leven propageerde), Leopoldo Mugnone, Edoardo Mascheroni (première Falstaff, 1893) en Arturo Toscanini (die La Scala per 1921/1922 omvormde van een privétheater tot een publieks­podium). Ook internationaal is het prestige van het Orchestra del Teatro alla Scala altijd groot geweest, mede dankzij befaamde en als Victor de Sabata, Wilhelm Furtwängler, Herbert von Karajan, Guido Cantelli, Leonard Bernstein, Gianandrea Gavazzeni, Carlo Maria Giulini, Carlos Kleiber, Claudio ­Abbado, Riccardo Muti, Daniel Barenboim en Riccardo Chailly.

Voor de goede reputatie van het Coro del Teatro alla Scala stonden koorleiders garant als Vittore Veneziani (door Toscanini aangesteld direct na de Tweede Wereldoorlog), Norberto Mola, Roberto Benaglio (bepalend in de jaren 1960-70), Romano Gandolfi (ten tijde van Claudio Abbado) en Giulio Bertola. In de jaren 1990 kwam er met Roberto Gabbiani aandacht voor het moderne (Dallapiccola, ­Petrassi, Penderecki) en het heel oude (Gesualdo) repertoire. In 2021 werd Bruno Casoni opgevolgd door Alberto Malazzi. Het koor telt momen­teel 105 zangers, het orkest heeft 135 leden. Allianz is tourneepartner van het Teatro alla Scala.

Riccardo Chailly, dirigent

Riccardo Chailly was chef- van het Concertgebouworkest tussen 1988 en 2004. Terwijl hij de traditie van de grote romantische werken continueerde, zorgde hij tegelijkertijd voor een verbreding van het repertoire op het gebied van hedendaagse muziek en .

Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot conductor emeritus.

Sinds hij in april 2013 terugkeerde met drie verschillende programma’s, staat Riccardo Chailly opnieuw met regelmaat voor het Concertgebouworkest. De laatste samenwerking dateert van februari 2024, toen Schönbergs Gurre-Lie­der op het programma stond. Van 2005 tot 2016 was de Italiaan chef- van het Gewandhausorchester in Leipzig. Sinds 2015 is hij chef-dirigent van La Scala in Milaan, en sinds januari 2017 artistiek directeur. Dezelfde functie vervult hij sinds 2016 bij het Lucerne Festival Orchestra.

Riccardo Chailly is regelmatig te gast bij de belangrijkste orkesten ter wereld, zoals de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en de New York Philharmonic. leidt hij onder meer bij de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York, de Royal Opera in Londen en de Bayerische Staatsoper in München. Voor zijn meer dan 150 opnames tellende discografie kreeg hij een Gramophone Award, twee Echo Klassiks en de Diapason d’Or als Artist of the Year 2020.

Riccardo ­Chailly werd onderscheiden met de Grand’ Ufficiale della Repubblica Italiana en de zilveren erepenning van de stad Amsterdam. Hij is Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, erelid van de Royal Academy of Music in Londen en ­Cavaliere di Gran Croce van de republiek Italië.