Händels opera Orlando door The English Concert
The English Concert:
Harry Bicket klavecimbel/leiding
Iestyn Davies countertenor (Orlando)
Erin Morley sopraan (Angelica)
Carolyn Sampson sopraan (Dorinda)
Sasha Cooke mezzosopraan (Medoro)
Kyle Ketelsen bas (Zoroastro)
Georg Friedrich Händel 1685-1759
Orlando, HWV 31 (1732)
opera in drie bedrijven op een anoniem libretto
gebaseerd op l’Orlando (1711) van Carlo Sigismondo Capece
naar Ludovico Ariosto’s gedicht Orlando furioso (1516)
pauze na het eerste bedrijf
begin van de pauze ca. 20.30 uur
vervolg programma ca. 20.55 uur
korte stempauze tussen het
tweede en derde bedrijf
einde van het concert ca. 22.40 uur
boventiteling door Jurjen Stekelenburg
Toelichting
Georg Friedrich Händel (1685-1759)
Orlando
- De Orlando is geïnspireerd op Orlando Furioso ('De Razende Roeland'), een heldendicht uit de Renaissance.
- In de opera raakt titelheld Orlando hopeloos verliefd op Angelica, maar zij kiest voor Medoro. Orlando is furieus, en wordt heen en weer geslingerd tussen passie en verstand.
- Componist Georg Friedrich Händel trok volle zalen en hij had altijd topsolisten tot zijn beschikking. Uit 's als 'Fammi combattere' in scène 8 blijkt hoe hoog de lat lag.
Tekst: Clemens Romijn
Tweehonderdzevenenvijftig jaar geleden werd er een Saksische reus begraven in Westminster Abbey in Londen. Hij rust niet ver van Henry Purcell, die ligt aan de voet van het in dezelfde abdijkerk. Na zijn dood in 1759 leefde deze Mister Hendl nog lang voort in Engeland. Hij was dan ook zeer aanwezig geweest in het Engelse muziekleven. De grote componist had vanaf 1711 tot aan zijn dood de Engelse theaters gedomineerd met zijn ’s en oratoria.
Als een kind van zijn tijd was Georg Friedrich Händel gefascineerd door de aangrijpende menselijke drama’s en emoties waarvan de Griekse en Romeinse klassieke mythen, drama’s en gedichten zijn doortrokken. Als theatercomponist in hart en nieren zette hij zich in voor het uitbeelden van de menselijke psychologie, en leverde hij het Londense publiek de geliefde muzikale trekpleisters: lief en leed fascineert, ontroert en verzacht het eigen leven.
De liefdesontboezemingen, klaagzangen of woede-uitbarstingen van gekwetste, wanhopige of verlaten vrouwen en mannen werden door Händel bewust ingebouwd als hoogtepunten van een avondvullende operavoorstelling. En met zijn ongewoon expressieve en virtuoze muziek streefde hij ernaar zijn publiek via voortdurend nieuwe prikkels te boeien en hen met grote gevoelsontladingen mee te sleuren in de meest uiteenlopende affecten. Tegen het eind van de voorstelling wachtte er vaak een catharsis voor personages en publiek door verzoening van het drama en een goede afloop.
Voor de belangrijkste personages engageerde Händel de gevierde prima donna’s en castraten van zijn tijd, die hij vaak persoonlijk ronselde tijdens reizen naar Duitsland en Italië. Margherita Durastanti, Anastasia Robinson, Francesca Cuzzoni en haar rivale Faustina Bordoni, en de castraten Senesino en Farinelli waren de grote sterren aan Händels firmament.
Een dankbare bron voor een handvol opera’s van Händel was het epische meesterwerk uit de Renaissance, Orlando furioso (‘De razende Roeland’) uit 1516 van Ludovico Ariosto (1474-1533). Het leverde componisten eeuwenlang stof voor madrigalen, s en opera’s, onder wie Vivaldi, Steffani, Gluck, Haydn en Rossini. Voor Händel was het de basis van zijn bekendste muzikale drama’s: Rinaldo, Alcina, Ariodante en Orlando. Ze worden gerekend tot de zogenaamde ‘magische opera’s’, met verliefde tovenaressen, demonen, furiën, betoverde ridders, verdwijnende eilanden en andere wonderbaarlijke elementen.
In Orlando voeren de paladijnen (ridders) van Karel de Grote onder leiding van Karels neef Roeland (= Orlando) strijd tegen de Saracenen, de zogenaamde Noord-Afrikaanse ‘barbaren’ die uit zijn op de bezetting van het christelijke Europa. Het oorspronkelijke verhaal van Ariosto was eerder bewerkt tot een libretto door Carlo Sigismondo Capece, dat al door Domenico Scarlatti werd getoonzet. Maar een tot nu toe onbekende bewerker paste dat libretto voor Händels Orlando opnieuw ingrijpend aan tot een psychologische karakterstudie waarin de liefdesrazernij van Orlando centraal staat. Met als gevolg dat Orlando een van Händels meest originele, rijkste en muzikaal meest inventieve opera’s werd. En dat alles geconcentreerd in slechts drie bedrijven en het zeldzaam kleine aantal van vijf personages.
Première
De première vond plaats in het King’s Theatre op 27 januari 1733, met ‘nieuwe kostuums en nieuwe decors’, wat natuurlijk opviel in een tijdperk waarin kostuums en decors constant werden hergebruikt. Hoe vernieuwend ook, Orlando was destijds meer een artistiek succes dan een publiekstrekker. Na elf voorstellingen was het gedaan. Het zou duren tot 1922 eer er weer een opvoering kwam sinds Händels overlijden, namelijk in zijn geboorteplaats Halle. En pas in 1966 klonk Orlando weer op Engelse bodem, in Birmingham, met Anthony Lewis en met Janet Baker in de titelrol.
Händel had voor Orlando een uitstekende cast ter beschikking, met de castraat Senesino als Orlando, Anna Strada del Pò als Angelica, Francesca Bertolli als Medoro, Celeste Gismondi als Dorinda en de diepe bas Antonio Montagnana in de rol van magiër Zoroastro. Vanwege de vele vernieuwingen en slechts beperkte bijdragen van de titelrol nam de beroemde Senesino na deze voorstelling afscheid van Händel. Senesino, de artiestennaam van de mannelijke mezzosopraan Francesco Bernardi (1680-ca. 1750), was na zijn studie in Bologna door Händel in Londen geëngageerd en zong in een groot aantal van diens ’s. Hij werd geroemd om zijn warme donkergekleurde mezzo en zijn fenomenale soepele techniek en feilloze intonatie.
Een waar staaltje van strijdlust in de liefde kon Senesino in Orlando leveren middels de virtuoze Fammi combattere in scène 8 van het tweede bedrijf, het hoogtepunt van zijn rol. Hier kon hij zijn fenomenale zangtechniek etaleren in pittige coloraturen. De held Orlando treurt en zucht niet, beklaagt zich niet om zijn noodlot, maar is woedend omdat Angelica verliefd is op een ander met wie ze er vandoor is. Orlando zweert wraak, ongeacht wat er ook in de weg zal staan. Naar Händels muziek te oordelen lijkt hij veel kans van slagen te hebben.
Een Schotse politicus en advocaat, Sir John Clerk, woonde alle elf voorstellingen van Orlando bij en vond: ‘Nog in mijn hele leven hoorde ik geen beter muziekstuk dan dit, noch een betere uitvoering. De beroemde castraat Senesino was de hoofdvertolker, de rest waren Italianen die allen zeer bekoorlijk zongen en acteerden. Ik was verrast door het aantal instrumentalisten in het orkest, want er waren twee klavecimbels, twee grote contrabassen [...], vier ’s, vier ten, twee hobo’s, een , en daarbij nog vierentwintig violen. Die maakten een verschrikkelijk lawaai waarin de stemmen vaak verdronken. Bij de violen waren twee gebroeders Castrucci die speelden met grote vingervlugheid. Ene Mijnheer Montagnana zong bas met een stem als een kanon.’
Synopsis
De titelheld Orlando raakt hopeloos verliefd op de ‘heidense’ prinses Angelica, die op haar beurt houdt van een andere man, de Afrikaanse prins Medoro. Orlando kan dit niet aanvaarden, raast van woede en wil de twee vermoorden. Intussen is ook Dorinda ongelukkig in de liefde, haar gevoelens voor Medoro worden evenmin beantwoord, maar zij aanvaardt haar situatie gelaten. De magiër Zoroastro weet Orlando ervan te weerhouden Angelica en Medoro te doden en geneest hem van zijn waanzin. Orlando wordt heen en weer geslingerd tussen Amor en (de mythologische goden van Liefde en Oorlog), tussen passie en plicht, tussen dierlijke drift en menselijke ratio. En die laatste overwint uiteindelijk.
Biografie
Harry Bicket, klavecimbel/leiding
Harry Bicket is afkomstig uit Liverpool en studeerde aan de Oxford University en het Royal College of Music in Londen. Sinds 2007 is hij artistiek leider van The English Concert. In 2013 verwierf de Engelsman bovendien een positie als chef- van de Santa Fe .
Als gastdirigent musiceert hij met vele gezelschappen. Zo trad hij voor de vertolking van oratoria en vocaalsymfonisch repertoire op met bijvoorbeeld de New York Philharmonic, het Chicago Symphony Orchestra, het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra, de Hong Kong Philharmonic en het van Tokio. Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest leidde hij uitvoeringen van Bachs Matthäus-Passion.
In het huidige seizoen staat hij onder meer voor het Oslo Filharmonisch Orkest, Royal Northern en het Orchestre Pilharmonique de Radio France. Als dirigent wordt Harry Bicket aangetrokken door bijvoorbeeld English National Opera, de Canadian Opera Company en de operahuizen van Houston, Los Angeles, New York en Chicago.
Iestyn Davies, countertenor
Iestyn Davies zong in het koor van St. John’s College, Cambridge. Nadat hij daar was afgestudeerd als archeoloog en antropoloog begon hij alsnog een zangstudie aan de Royal Academy of Music in Londen, waar hij inmiddels fellow is.
In 2010 won hij de Young Artist Prize van de Royal Philharmonic Society, zijn opnames kregen twee Gramophone Awards en een Grammy, en zijn vertolking van Farinelli in Farinelli & the King op West End – waarmee de zanger ook naar Broadway zal gaan – is genomineerd voor een Olivier Award.
De werd voor ’s van de tot nu uitgenodigd door het Glyndebourne Festival en de operahuizen van Londen, Milaan, Parijs, Bordeaux, Zürich, Houston, Chicago en New York. In George Benjamins Written on Skin stond Iestyn Davies in de Opéra Comique in Parijs en op de festivals van München en Wenen. s gaf hij recentelijk in Carnegie Hall in New York, op het Edinburgh Festival en in Wigmore Hall in Londen.
Bij het Concertgebouworkest zong hij in 2016 in Bachs Magnificat met Iván Fischer en in 2019 in de Johannes-Passion met William Christie, en in de was hij eerder ook te horen met Britten Sinfonia (2011, 2014, 2018) en The English Concert (2016).
Erin Morley, sopraan
Na haar tijd aan Metropolitan ’s Lindemann Young Artist Development Program in New York stond sopraan Erin Morley al meer dan honderd keer op de planken van The Met.
Ze wordt geëngageerd door de Wiener Staatsoper, de Bayerische Staatsoper in München, de Staatsoper Berlin, de Opéra National de Paris, het Teatro alla Scala, Glyndebourne Opera, Covent Garden in Londen en de operahuizen van Santa Fe en Los Angeles.
Op het concertpodium voerde Erin Morley recentelijk Orffs Carmina Burana uit met het Orchestre de Paris (Andrés Orozco-Estrada) en het Boston Symphony Orchestra (Andris Nelsons), het Gloria van Poulenc met het Houston Symphony Orchestra en Beethovens Missa solemnis met het Chicago Symphony Orchestra onder leiding van Riccardo Muti.
recitals gaf de Amerikaanse zangeres in het Kennedy Center in Washington D.C. en Carnegie Hall in New York, voor de Salt Lake City Virtuoso Series en de Philadelphia Chamber Music Society en op het Festival du Lied in Fribourg (Zwitserland).
In haar jeugd speelde Erin Morley viool en piano, en haar zangstudie bracht haar naar de Eastman School of Music, The Juilliard School, het Juilliard Center, de studio van de opera van St. Louis en het Ravinia Festival Steans Institute. Prijzen won ze onder meer op de Jessie Kneisel Lieder Competition (2002) en de Wigmore Hall International Song Competition (2009).
In de maakt Erin Morley haar debuut.
Carolyn Sampson, sopraan
Carolyn Sampson soleerde bij het Freiburger Barockorchester, The English Concert, The Sixteen, het Hallé Orchestra, Britten , het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het Mozarteumorchester Salzburg en de orkesten van San Francisco, Boston, Cincinnati, Philadelphia en Detroit.
Het Concertgebouworkest vroeg haar sinds 2002 meermaals voor Bachs Passionen, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam voor de Johannes-Passion, Mozarts Requiem, Beethovens Missa solemnis en Brahms’ Ein deutsches Requiem en het Bach Collegium Japan voor Mozarts Mis in c klein.
De Britse sopraan werd ook geëngageerd door de bekende huizen en door het Glyndebourne Opera Festival, de BBC Proms, de Salzburger Festspiele, het Mostly Mozart Festival in New York en het Boston Early Music Festival. s geeft ze graag tijdens de festivals van Oxford, Leeds, Saintes en Aldeburgh en op de bekende podia als Wigmore Hall in Londen, het Wiener Konzerthaus, de Alte Oper Frankfurt, deSingel in Antwerpen, Carnegie Hall in New York en de Pierre Boulez Saal in Berlijn.
Haar meest recente recital in de was in december 2022 met pianist Joseph Middleton, haar vorige optreden in de was in november 2024 met PRJCT Amsterdam en Maarten Engeltjes (Vivaldi en Pergolesi).
Sasha Cooke, mezzosopraan
Sasha Cooke was student aan onder meer Rice University in Houston en de Juilliard School of Music in New York. In die stad maakte ze ook deel uit van het Lindemann Young Artist Development Program van de Metropolitan .
Ze groeide uit tot een veelgevraagd zangeres. Sasha Cooke maakte vooral naam met haar bijdragen aan Mahlers symfonieën en orkestliederen en met haar inzet voor eigentijdse muziek. Haar vertolking van Kitty Oppenheimer op de dvd van de Metropolitan Opera-productie van John Adams’ Doctor Atomic werd beloond met een Grammy Award.
Ze oogstte lof met onder meer de wereldpremière van Laura Kaminsky’s As One en de vertolking van Anna in Berlioz’ Les Troyens bij de San Francisco . Sasha Cooke debuteerde in februari 2017 bij het Concertgebouworkest in de Eerste symfonie ‘Jeremiah’ en diverse songs van Bernstein.
Kyle Ketelsen, bas (zoroastro)
Kyle Ketelsen is alumnus van de University of Iowa en Indiana University. Aan het begin van zijn succesvolle carrière won hij een reeks concoursen, waaronder de Metropolitan National Council Auditions en de Opera Index Singing Competition.
Handelsmerk van de zanger is de rol van Escamillo in Bizets Carmen: deze partij zong hij bij onder andere de Bayerische Staatsoper, de Lyric of Chicago en De Nationale Opera in Amsterdam. Voor andere rollen werd Kyle Ketelsen inmiddels uitgenodigd door de operahuizen van bijvoorbeeld New York, Londen, Hamburg en Madrid.
In het huidige seizoen (2015/16) maakt hij zijn debuut bij de Oper Köln. In oratoria en vocaalsymfonisch repertoire soleerde Kyle Ketelsen met gezelschappen als het Colorado Symphony Orchestra, het Baltimore Symphony Orchestra en het San Francisco Symphony Orchestra.
The English Concert
The English Concert bestaat sinds 1973 en werd opgericht door /klavecinist Trevor Pinnock. Hij stond dertig jaar lang aan het hoofd ervan, om in 2003 de muzikaal-artistieke leiding door te geven aan violist Andrew Manze; deze werd in 2007 opgevolgd door Harry Bicket.
Het gezelschap is gespecialiseerd in historisch geïnformeerde uitvoeringen van repertoire uit de en de . Onder de gastdirigenten van The English Concert waren klavecinist Laurence Cummings en violiste Rachel Podger. In de loop der jaren musiceerden ook tal van beroemde zangers met het ensemble, onder wie recentelijk Elizabeth Watts, Sarah Connolly, Joyce DiDonato en Andreas Scholl.
De discografie van The English Concert omvat alleen al onder leiding van Trevor Pinnock meer dan honderd titels; de meest recente albums van het orkest zijn opgenomen met tiste Alison Balsom, sopraan Lucy Crowe respectievelijk mezzosopraan Alice Coote.
The English Concert treedt veelvuldig op, maakte tal van Europese concertreizen en ging ook op tournee naar onder meer China en de Verenigde Staten. Na een succesvolle Radamisto in 2013 vroeg Carnegie Hall The English Concert een serie Händel-’s te verzorgen; Theodora en Alcina volgden in 2014 en Hercules in 2015. Orlando gaat op 13 maart in première in New York.
In Het Concertgebouw was het gezelschap voor het laatst te gast op 27 februari 2005, met werken van Mozart en C.Ph.E. Bach onder leiding van Andrew Manze.






