Alice Coote
Haar carrière bracht Alice Coote van het noorden van Engeland, waar ze op lokale festivals zong en hobo speelde in het Cheshire Youth Orchestra, tot de belangrijkste concert- en podia ter wereld.
s staan centraal in haar muzikale leven. Daarnaast werkte de Engelse mezzosopraan samen met orkesten als het London Symphony Orchestra, de New York Philharmonic, het Orchestra of the Age of Enlightenment en de Kammerphilharmonie Bremen.
Ze werd geprezen voor haar uitvoeringen van werken van Bach, Händel, Mozart, Berlioz, Mahler en Richard Strauss. Als zangeres vertolkte Alice Coote uiteenlopende personages als Carmen in de gelijknamige opera van Bizet, Dorabella in Mozarts Così fan tutte, zowel Poppea als Nerone in Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea en Octavian in Der Rosenkavalier van Richard Strauss.
In 1998 trad Alice Coote voor het eerst op met het Koninklijk Concertgebouworkest, waarbij ze soleerde in Debussy’s La damoiselle élue onder leiding van Esa-Pekka Salonen.