Guy Braunstein speelt Tsjaikovski's Vioolconcert

Noord Nederlands Orkest
Eivind Gullberg Jensen dirigent
Guy Braunstein viool

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

Ook interessant:
- Notenbeeld: Symphonie fantastique 

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Vioolconcert in D gr.t., op. 35 (1878)
Allegro moderato
Canzonetta: Andante
Finale: Allegro vivacissimo

pauze ± 20.55 uur

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie fantastique, op. 14 (1830)
épisode de la vie d’un artiste
Rêveries – Passions
Un bal
Scène aux champs
Marche au supplice
Songe d’une nuit du Sabbat

einde ± 22.05 uur

Toelichting

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Vioolconcert

Door Axel Meijer

Zelden doopte een muziekcriticus zijn kroontjespen zo diep in azijn als Eduard Hanslick in 1881, na de première van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski’s Vioolconcert in D groot: de luisteraar ‘gaat door een hel’; het instrument wordt ‘heen en weer getrokken, uiteengereten en bont en blauw geslagen’. Sterker nog: de muziek doet denken aan ‘ruw gevloek’ en brengt de muziekliefhebber ‘op de verschrikkelijke gedachte dat muziek misschien wel hoorbaar kan stinken’.

Hanslick stond niet alleen in zijn kritiek. Hoewel het publiek bewondering had voor solist Adolph Brodski, werd het concert zelf uitgefloten. En violist Leopold Auer, die het werk eigenlijk voor het eerst zou uitvoeren, stelde een uitvoering steeds weer uit. Dat hij dat deed omdat de vioolpartij hem technisch boven de pet ging, is onwaarschijnlijk – hoe ongelooflijk moeilijk die partij ook is. In een interview uit 1912 vertelde Auer dat hij moeite had met Tsjaikovski’s ‘onviolistische’ solopartij, maar ook dat hij had getwijfeld aan de ‘intrinsieke waarde’ van het werk. Van het uitstel, zei Auer, had hij veel spijt.

  • Pjotr Tsjaiskovski

‘Het concert heeft het ver geschopt en dat is uiteindelijk het belangrijkste. Je maakt het nooit iedereen naar de zin.’ Toch is ook dat laatste behoorlijk gelukt: het werk staat tegenwoordig, samen met de vioolconcerten van Felix Mendelssohn, Johannes Brahms en Max Bruch, in het rijtje van geliefdste en meest uitgevoerde vioolconcerten.

Na een korte orkestinleiding introduceert de viool het hoofdthema. Een virtuoze overgangsfiguur leidt tot het tweede , al even expressief als het eerste. De doorwerking begint met een militante variant, door het orkest, van het hoofdthema. Dit eerste gedeelte, waarin de solist alles geeft om overeind te blijven, illustreert duidelijk Tsjaikovski’s opvatting over soloconcerten: ‘Een kwestie van twee aan elkaar gewaagde tegenstanders’ – geen duet dus, maar een duel.

De titel van het tweede deel, Canzonetta, zegt alles: een eenvoudig , voor viool met orkestbegeleiding. Overigens had Tsjaikovski aanvankelijk een ander langzaam deel geschreven, maar dat verving hij op aanraden van zijn broer. Het oorspronkelijke werd uiteindelijk een Souvenir d’un lieu cher, voor viool en piano. De Finale is een klassiek , met twee hoofdthema’s die gebaseerd zijn op Russische dansen. Naast de virtuoze krachtpatserij van de solist valt hier Tsjai­kovski’s orkestratietalent op, vooral in het ritmische gebruik van de blazers.

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie Fantastique

Door Aad van der Ven

Twee enorme schokken kreeg Hector Berlioz als 25-jarige te verwerken. Hij hoorde voor het eerst Beethovens Derde symfonie ‘Eroica’ en hij zag een Shakespeare-productie met in één van de hoofdrollen de Ierse actrice Harriet Smithson. Beide ervaringen waren heftig en ingrijpend. Hij besloot dat hij net als Ludwig van Beethoven een symfonie moest schrijven en hij viel als een blok voor Miss Smithson.

De laatste reageerde uitgesproken koel op zijn gepassioneerde brieven. Toen hij hoorde dat de levenswandel van de actrice verre van onberispelijk was – er waren geruchten over diverse liaisons – viel Harriet van haar voetstuk. Liefde, wanhoop en teleurstelling beeldde Berlioz uit in zijn Symphonie fantastique waarin de vrouw van zijn dromen uiteindelijk de gedaante krijgt van een gemene heks. De symfonie als afrekening: er openden zich nieuwe mogelijkheden voor de programmamuziek.

  • Hector Berlioz

De actrice wordt in deze aangeduid door middel van een centraal , een ‘idée fixe’, dat herhaaldelijk van gedaante en van karakter verandert. In de langzame inleiding van het eerste deel, Dromen en hartstochten, dwaalt de minnaar vruchteloos rond, waarna de eerste confrontatie met de aanbedene hem in heftige beroering brengt.

In het tweede deel, Een bal, duikt zij op in een dansend gezelschap. De idée-fixe is getransformeerd in een sierlijke melodie. In ­Scène op het land zoekt de hoofdpersoon rust in de natuur. De sfeer van een zomeravond op het platteland is niet los te denken van Beethovens Zesde symfonie ‘Pastorale’.

Tijdens een onweer – populair in de negentiende-eeuwse - en concertmuziek – geven herders elkaar met hun schalmeien signalen. In de  naar het schavot droomt de afgewezen minnaar dat hij de dame in kwestie om het leven heeft gebracht en daarvoor moet boeten. Aan zijn terechtstelling komt de valbijl te pas (een fortissimo-klap van het hele orkest).

In het slotdeel, Droom van een heksensabbat, verschijnt de vroegere geliefde op een bezemsteel. Haar lelijkheid en kwaadaardigheid worden uitgebeeld in schrille klankeffecten, terwijl het stuntelig klinkende dies-irae-­ het zowel komische als sinistere karakter van de muziek versterkt.

Met zijn ongewone instrumentale effecten is Berlioz hier verder dan ooit verwijderd geraakt van het homogene klankideaal van die tijd. Voor de première in 1830 in Parijs wilde hij een orkest van over de ­tweehonderd musici inschakelen. Hij moest genoegen nemen met honderddertig.

Biografie

Noord Nederlands Orkest, orkest

De geschiedenis van het Noord Nederlands Orkest gaat terug tot 1862 en daarmee is het ­‘s lands langst actieve professionele . Het gezelschap telt zo’n 70 orkestleden van 14 nationaliteiten, en de afgelopen jaren zijn er veel jonge getalenteerde musici aangetrokken. Het orkest brengt symfonische muziek in de drie noordelijke provincies – met ruim honderd concerten per seizoen in concert­zalen, op buitenlocaties en op scholen.

Thuisbasis is De Ooster­poort in Groningen, de musici reizen geregeld af naar bijvoorbeeld TivoliVredenburg in Utrecht en Het Concertgebouw, en het seizoen 2025/2026 werd geopend op Lowlands. De programmering reikt van puur klassiek tot verrassende mixprogramma’s, en er is een nauwe samenwerking met andere kunst­instellingen en met de conservatoria van Groningen, Amsterdam en Den Haag. Chef- is Eivind Gullberg Jensen en vaste gastdirigenten zijn Hartmut Haenchen en Kerem Hasan; Antony Hermus is honorair dirigent en Michel Tabachnik dirigent emeritus.

Het Noord Nederlands Orkest werkte verder met dirigenten als Wayne Marshall, Susanna Mälkki en Han-Na Chang en solisten als Nemanja Radulović, Simone Lamsma, Guy Braunstein, Bertrand Chamayou, Alice Sara Ott, Martin Grubinger, Jeanine De Bique, Nelson Goerner en Leif Ove Andsnes. Het vorige optreden van het orkest in Het Concertgebouw was het project Blue Potential met producer/dj Jeff Mills tijdens de VriendenLoterij Zomer­Concerten 2025.

Eivind Gullberg Jensen, dirigent

Eivind Gullberg Jensen, opgeleid bij Jorma Panula in Stockholm en bij Leopold Hager in Wenen, is sinds 2022/2023 chef- van het Noord Nederlands Orkest en sinds 2020/2021 artistiek en algemeen directeur van de Nationale in Bergen (Noorwegen).

Eerder leidde hij vijf jaar de NDR Radiophilharmonie in Hannover. Als gast stond de Noor op de bok bij de Berliner Philharmoniker, de orkesten van Stockholm, Kristiansand, Odense, Göteborg en Malmö, het Philharmonia ­Orchestra, het City of Birmingham Symphony Orchestra, het Orchestre de Paris en het Orchestre Philharmonique de Monte-­Carlo.

In Noord-Amerika werkte hij met de orkesten van Québec, Utah, Minnesota, Oregon en Vancouver. Eivind Gullberg Jensen heeft met bijvoorbeeld Tosca aan de Wiener Staatsoper en het Nationaal Theater van Tokio, Rusalka in Rome, Wenen, Zürich en Oslo, Jenůfa aan de English National , Die Zauberflöte en Der fliegende Holländer in Lille en The Rake’s Progress in Helsinki en op het festival van Aix-en-Provence bovendien ruime opera-ervaring.

Afgelopen oktober leidde hij een Europese cast in Bizets Carmen op het Macao International Music Festival. In Het Concertgebouw was Eivind Gullberg Jensen samen met zijn Noord Nederlands Orkest al vier keer te gast in de serie Klassieke Meesterwerken: in september 2021 (Tsjaikovski en Sjostakovitsj), mei 2023 (Liszt en Bruckner), februari 2024 (Grieg en Bruckner) en november 2024 (Tsjaikovski en Berlioz).

Guy Braunstein, viool

Guy Braunstein koestert een wereldwijde reputatie als uitvoerende van het klassieke repertoire, maar ook met zijn eigen composities en bewerkingen. Hij groeide op in Tel Aviv, en studeerde bij Chaim Taub en later in New York bij Glenn Dicterow, Pinchas Zuckerman en Isaac Stern. Zijn samenwerking met ­Claudio Abbado was van grote invloed op zijn ontwikkeling.

Guy Braunstein soleerde bij het Tonhalle-Orchester Zürich, het Boston Symphony Orchestra, Philharmonia in Londen en de Berliner Philharmoniker – waar hij vanaf 2000 voor meer dan een decennium concertmeester was. Onder zijn muzikale partners rekent hij András Schiff, Zubin Mehta, Yefim Bronfman, Daniel Barenboim, Simon Rattle, Martha Argerich, Mitsuko Uchida, Lang Lang, Emanuel Ax, Andris Nelsons en Semyon Bychkov.

Als was Guy Braunstein in residence bij de en van Hamburg en Trondheim, en ook stond hij op de bok bij de orkesten van Helsinki en Rotterdam, het Israël Filharmonisch Orkest, het Queensland Symphony Orchestra en het Budapest Festival Orchestra.

In recente jaren voerde hij regelmatig vioolconcerten uit van Elgar en Haydn, en in een opname met het Orchestre Philharmonique Royal de Liège combineerde hij zijn eigen Abbey Road Concerto met het Vioolconcert van Delius en Vaughan Williams’ The Lark Ascending.

Guy Braunstein bespeelt een viool uit 1679 van Francesco Ruggieri. Vorige optredens in Het Concertgebouw waren met het Residentie Orkest (Mozart in 2015) en het Noord Nederlands Orkest (Vaughan Williams in 2013, Sibelius in 2022 en Tsjaikovski in 2024). Bij het Concertgebouworkest maakt Guy Braunstein zijn debuut.