Grote Pianisten: Hélène Grimaud

Hélène Grimaud piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Grote Pianisten.

Ook interessant:
- De opkomst en neergang van muziekhoofdstad Wenen
- Alles over de piano

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 30 in E gr.t., op. 109 (1820)
Vivace, ma non troppo – Adagio espressivo – Tempo I
Prestissimo
Thema: Andante molto cantabile e espressivo – Variazioni 1-6

Johannes Brahms (1833-1897)

Drei Intermezzi, op. 117 (1892)
Andante moderato
Andante non troppo e con molto espressione
Andante con moto

pauze ± 20.50 uur

Johannes Brahms

Sieben Fantasien, op. 116 (1892)
Capriccio
Intermezzo
Capriccio
Intermezzo
Intermezzo
Intermezzo
Capriccio

Johann Sebastian Bach 1685-1750/ Ferruccio Busoni (1866-1924)

Chaconne in d kl.t., BWV 1004 (1720/1897)

einde ± 22.00 uur

Toelichting

Toelichting

Door Christiane Schima

Hélène Grimaud selecteerde voor haar pianocomposities uit drie tijdperken. In Beethovens pianosonate kondigt de zich reeds aan, de tijd van Brahms. En net als Brahms heeft Busoni zich verdiept in Bach.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Sonate nr. 30

Door Christiane Schima

Na de eerste verschijnselen van gehoorverlies in 1798 ontstaat de Derde symfonie ‘Eroica’ en gaat de einzelgänger Ludwig van Beethoven steeds meer zijn eigen weg. Vanaf 1819 is zijn doofheid een feit en kan hij alleen nog maar met behulp van ‘Konversationshefte’ (conversatieschriftjes) met zijn omgeving communiceren. Zijn laatste pianosonates en strijkkwartetten staan in het teken van radicale verandering. De Pianosonate nr. 30 in E groot illustreert dat hij zich nauwelijks meer om muzikale conventies bekommerde.

Beethoven droeg de op aan Maximiliane von Brentano (1802-1861). Als zuster van de dichters Clemens en Bettina von Brentano behoorde zij tot een kunstzinnige familie en groeide ze op in de stamvilla van het gezin in Winkel am Rhein. Ze was een begaafd pianiste. De villa met het authentieke interieur, inclusief haar vleugel, valt nog steeds te bezichtigen. Wellicht speelden, toen vader Franz van Brentano Beethoven om een pianosonate voor zijn dochter vroeg, bij de componist – eveneens Rijnlander – ook een beetje Heimat-gevoelens. In ieder geval wilde Beethoven geen beloning. In een brief: ‘Dat zou mij ten ­zeerste krenken. Er zijn nog altijd edeler beweegredenen waaraan men een dergelijke opdracht kan verbinden, als men überhaupt een oorzaak kan vinden...’

De Pianosonate nr. 30 in E groot heeft een overwegend zonnig, karakter. Vanuit een eenvoudig maar bewogen thema ontwikkelen zich variaties. Ondanks de twee duidelijke cesuren in het werk is het in wezen eendelig. Beethoven volgt niet meer de klassieke meerdelige maar rijgt wisselende episoden als een verhaal aan elkaar. Zoals de pianist Wilhelm von Lenz (1809-1873) het formuleerde: als ‘een van variatie tot variatie in spanning toenemende roman.’ Evenals in al zijn late werken toont ­Beethoven zich hier een wegbereider van de ­.

Johannes Brahms (1833-1897)

Drei Intermezzi en Sieben Fantasien

Door Christiane Schima

De Intermezzi en Fantasien van Johannes Brahms behoren tot de meest geliefde ­pianostukken uit de . De meerdelige klassieke is uit de mode geraakt, componisten prefereren eendelige ­achtige vormen. Zo ontstaan fantasieën, intermezzo’s, rapsodieën en en of, zoals bij Robert Schumann, door literatuur en poëzie geïnspireerde karakterstukken. Brahms is in huize Schumann, in Leipzig, Dresden en Düsseldorf, regelmatig te gast. Hij deelt niet alleen de romantische filosofie van het echtpaar Robert en Clara, maar ook hun liefde voor de piano. Net als bij de meeste componisten van de negentiende eeuw, en geïnspireerd door de rasante technische ontwikkeling van het instrument, speelt het klavier ook in Brahms’ oeuvre een centrale rol. De individuele expressie staat, in een tijd waarin ook het virtuozendom opkwam, op de voorgrond.

Brahms’ Intermezzi, op. 117 en Fantasien, op. 116 zijn in Wenen ontstaan, waar de in Hamburg geboren componist sinds 1872 woonde. De wollige zettingen zijn typerend voor Brahms. Veel van dergelijke stukken heeft hij meestal in intieme kring zelf voorgedragen. Eigentijdse afbeeldingen tonen de al ietwat corpulente oudere Brahms verzonken achter de piano. De stemming van de pianostukken wisselt tussen hartstocht en melancholie. Of ze zijn -us, zoals het moderato uit de Drei Intermezzi, dat gebaseerd is op een volkslied uit de verzameling van Johann Gottfried Herder (1744-1803), ‘Schlaf’ sanft, mein Kind, schlaf’ sanft und schön...’

Johann Sebastian Bach 1685-1750/ Ferruccio Busoni (1866-1924)

Chaconne

Door Christiane Schima

De in 1866 in de buurt van Florence geboren Ferruccio Busoni maakt aanvankelijk carrière als pianist; concertreizen voeren hem tot naar Amerika. Hij ontwikkelt zich tot kosmopoliet en vestigt zich in 1884 voorgoed in Berlijn. Als componist en bewonderaar van de Duitse cultuur wordt hij onder andere door zijn Doktor Faust bekend, maar vooral door zijn pianobewerkingen van composities en, zoals in het geval van de Chaconne in d klein, BWV 1004, van werken voor viool solo van Johann Sebastian Bach. Veel pianisten waarderen tot op heden zijn edities van pianowerken van Bach, die Busoni van voordrachtsaanwijzingen en vingerzettingen voorzag.

In Busoni’s Berlijnse salon ontmoetten kunstenaars van diverse pluimage elkaar. Een van de gasten, de Weense componist Ernst Křenek (1900-1991), had de indruk dat zich een schaar van discipelen r­ondom hun meester had verzameld. Křenek beschreef Busoni in zijn boek Im Atem der Zeit (in 1998 postuum gepubliceerd) als ‘bon vivant ‘ met het gedrag van een ‘Venetiaanse grande’, en hij beschouwde de componist niet als vernieuwer maar als een epigoon van Brahms en Liszt.

De pianotranscripties van Busoni weerspiegelen een in het begin van de twintigste eeuw hernieuwde interesse voor Bach. Busoni deelde zijn bewondering voor Bach met bijvoorbeeld Max Reger (1873-1916) en de componisten van de . Bachs in totaal zes werken voor viool solo lenen zich goed voor een bewerking voor toetsen omdat ze door dubbelgrepen en aangeduide achtige imitaties meerstemmigheid suggereren. De Chaconne in d klein – door Bach op z’n Italiaans ‘Ciaccona’ genoemd – is afkomstig uit de Tweede voor viool solo, BWV 1004. De chaconne is gebaseerd op een herhaalde baslijn oftewel terugkerend harmonisch model, telkens verrijkt door nieuwe figuraties. Daar de chaconne op grond van haar eenvoudige vorm en vermakelijke variaties makkelijk in het gehoor ligt, liet Bach zijn partita met een ‘ciaccona’ eindigen. In de pianoversie van Busoni vormt ze een passende afsluiting van dit concert.  

Biografie

Hélène Grimaud, piano

Hélène Grimaud begon haar pianostudie bij Jacqueline Courtin in haar geboorteplaats Aix-en-Provence. Vervolgens kreeg ze in eille les van Pierre Barbizet, en op haar dertiende werd ze toegelaten tot het conservatorium van Parijs. 1987 was een belangrijk jaar, met een debuut­ in Tokio en concerten met het Orchestre de Paris en Daniel Barenboim.

In 1995 debuteerde de Franse pianiste bij de Berliner Philharmoniker (­Claudio Abbado) en in 1999 bij de New York Philharmonic (Kurt Masur). Sindsdien wordt ze wereldwijd uitgenodigd door de grote podia en orkesten. Zo was ze vorig seizoen in residence bij de Philharmonie Luxembourg en tourde ze met het London Philharmonic Orchestra en The Philadelphia Orchestra.

In het huidige seizoen soleert ze onder meer bij het San Francisco Symphony ­Orchestra (Kazuki Yamada) en het Dallas Sym­phony Orchestra (Fabio Luisi), tourt ze met de Camerata Salzburg in Europa en Azië en geeft ze s in Carnegie Hall in New York en in Singapore, Taipei en São Paulo. In de was Hélène Grimaud te gast met verschillende orkesten, waaronder het Concertgebouworkest (Ravel in 2001), het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, het Filharmonisch Orkest van Sint-Petersburg en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Haar laatste solorecital was op 12 mei 2024, met werken van ­Beethoven, Brahms en Bach/Busoni. Opnames met de Camerata Salzburg zijn er van ­Mozart en Silvestrov, en de twee piano­concerten van Brahms verschenen op cd gedirigeerd door Andris Nelsons – het Eerste met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks en het Tweede met de Wiener Philharmoniker.