Gergiev meets Janine Jansen bij het Koninklijk Concertgebouworkest
Koninklijk Concertgebouworkest
Valery Gergiev dirigent
Janine Jansen viool
Koor van de Nationale Opera instudering Ching-Lien Wu
Lees ook: Finetunen met Gergiev (interview)
Op verzoek van Janine Jansen is het programma gewijzigd. Zij zal het Vioolconcert van Jean Sibelius spelen in plaats van het Vioolconcert van Johannes Brahms.
Jean Sibelius 1865-1957
Vioolconcert in d kl.t., op. 47 (1903-05)
Allegro moderato
Adagio di molto
Allegro ma non tanto
pauze (± 20.50 uur)
Maurice Ravel (1875-1937)
Daphnis et Chloé (1909-12)
‘symphonie choréographique’ in drie delen
Eerste deel
Introduction et Danse religieuse - Danse générale - Danse légère et gracieuse de Daphnis - Danse de Lycéion - Danse lente et mystérieuse des Nymphes
Tweede deel
Introduction - Danse guerrière - Danse suppliante de Chloé
Derde deel
Lever du jour - Pantomime - Danse générale (Bacchanale)
einde (± 22.20 uur)
Toelichting
Jean Sibelius 1865-1957
Sibelius: Vioolconcert
Door Floris Don
Valt er een mooiere, mysterieuzere opening van een vioolconcert te bedenken dan die van de Finse componist Jean Sibelius? De eerste maten van zijn concert staan zeker op één hoogte met de beroemde noten die het Vioolconcert in D groot van Ludwig van Beethoven inluiden of het geheimzinnige als opmaat van Benjamin Brittens Vioolconcert. Bij Sibelius klinken zacht glanzende kabbelingen in de violen, waarna de solist net na de tel en op een milde een melancholische inzet. ‘Een geweldig idee voor een opening’, vond de componist ook zelf, zo schreef hij in september 1902 in een brief aan zijn vrouw Aino. Hierin maakt Sibelius voor het eerst gewag van zijn nieuwe vioolconcert, al zou de rest door een moeizaam compositieproces nog enkele jaren op zich laten wachten. De reden hiervoor lijkt niet moeilijk te achterhalen: Sibelius had een drankprobleem en was zelf weliswaar violist, maar zeker geen . ‘Het was pijnlijk te moeten toegeven dat ik voor een carrière als vioolvirtuoos veel te laat ben begonnen met studeren’, zei Sibelius hierover. En het bleef hem dwarszitten, want nog in 1915 noteerde hij een droom in zijn dagboek: ‘Ik was twaalf jaar oud, en een virtuoos.’
Als componist was Sibelius juist zeer geliefd. Met name in zijn vaderland werd hij op handen gedragen en behoorde hij tot een nieuwe generatie kunstenaars die het ontwaakte Finse nationalisme omarmde en een zelfstandige koers wenste te voeren ten opzichte van grootmacht Rusland. In patriottistische orkestwerken als Finlandia (1899) had Sibelius zijn vaderland effectief gepropageerd als het land van duizend meren, stille wouden en een eigenzinnige lutherse moraal. Toch werd de première van het Vioolconcert in 1905 in Helsinki, met Victor Nováček als solist en de componist op de bok, geen succes. ‘Saaie muziek,’ vond een criticus, ‘al zal het valse spel van de solist niet geholpen hebben.’ Toegegeven: na die prachtige, mysterieuze opening bood Sibelius zijn toehoorders een lastige kluif. Het eerste deel duurde in de oorspronkelijke versie bijna twintig minuten: een meanderend geheel met een solocadens in plaats van de reguliere doorwerking en met nog eens een Bach-achtige solocadens aan het slot. Pas in de gereviseerde versie van 1905 werd het Vioolconcert een succes. Het openingsdeel kreeg een compactere vorm en de tweede solocadens werd weggelaten. De virtuositeit van het slotdeel – een opwindende polonaise – was nu strakker vormgegeven en werd door vioolsterren als Jascha Heifetz (1901-1987) effectief benut. Bovendien valt het concert ondanks de snelle nootjes op door de zeer donkere orkestkleuren en vaak zwaarmoedige stemming: voor soloconcerten een relatieve zeldzaamheid.
Orkestfeit
De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 14 oktober 1917 onder leiding van Willem Mengelberg met Alexander Schmuller als solist. De laatste was op 8 januari 2021 met Myung-whun Chung en concertmeester Liviu Prunaru.
Maurice Ravel 1875-1937
Ravel: Daphnis et Chloé
Door Jos van der Zanden
Serge Diaghilev, leider van het befaamde Russische ballet dat in het begin van de vorige eeuw in Parijs furore maakte, was verantwoordelijk voor nogal wat meesterwerken, zoals Stravinsky’s Le sacre du printemps, L’oiseau de feu en Petroesjka, en Debussy’s Jeux.
In 1909 gaf hij de nog jonge Maurice Ravel een kans, en wel met Daphnis et Chloé. Het werd een monumentaal werk voor koor en orkest in drie delen, door Ravel zelf ‘symphonie choréographique’ genoemd. Hij werkte lang en hard aan de , die ten langen leste op 8 juni 1912 in het Theâtre du Châtelet in Parijs in première ging, met twee beroemde dansers op het toneel en de nog jonge Pierre Monteux op de enbok.
Daphnis et Chloé is gebaseerd op een verhaal uit de klassieke oudheid dat befaamd was om de vele erotische toespelingen. Pas laat in de achttiende eeuw kreeg het echt bekendheid (ofschoon menigeen er ook toen nog schande van sprak) en het werd de favoriete lectuur van Goethe, die het elk jaar opnieuw las.
De naam Chloé zou nog lang voortleven bij romantische dichters, als symbool van lieflijke, vrouwelijke schoonheid. Beide hoofdrolspelers zijn vondelingen, grootgebracht door herders. Daphnis wint Chloé’s hart en ontlokt een eerste zoen bij een danswedstrijd.
In deel twee wordt Chloé ontvoerd door zeerovers, ondanks haar hevige verzet en verwensingen. De vluchtpogingen weerklinken in een opwindende Danse guerrière. Tot leven gewekte beelden, waaronder dat van de god Pan, brengen redding en weten de geliefden te herenigen.
Voor de muziek is al die kennis geen noodzaak. Ravel schreef wat hij zelf ‘een klankschilderij’ noemde: de muziek maakt zichzelf ook waar zonder programma. Het werk kent dan ook veel gestileerde dansen, waarvan de orkestratie een absolute meesterhand verraadt.
De meest aansprekende delen uit Daphnis et Chloé, zoals het idyllische Lever du jour (een verklanking van vogels en natuurpracht), de kleurrijke Pantomime en de extatische Danse générale werden door Ravel later verwerkt in orkestsuites die altijd stand hebben gehouden.
Biografie
Janine Jansen, viool
In oktober 1999 stond Janine Jansen in de als Rising Star en in mei 2000 in de serie Jonge Nederlanders. In 2003 verscheen haar debuut-cd, richtte ze haar Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht op én won ze de Nederlandse Muziekprijs. Het jaar erop maakte ze een dubbel debuut bij het Concertgebouworkest, waar ze meermaals terugkeerde en in 2020/2021 artist in residence was.
Die positie heeft ze in het huidige seizoen bij de Berliner Philharmoniker. Het Swedish Radio Symphony Orchestra presenteert haar dit seizoen bovendien als ‘artist in focus’. Seizoen 2025/2026 behelst ook tournees met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä, met het London Symphony Orchestra en Antonio Pappano en met het Tonhalle-Orchester Zürich en Paavo Järvi, en met de Camerata Salzburg reisde Janine Jansen naar Azië.
recitals met Martha Argerich en Mischa Maisky zijn er dit seizoen in Wenen, Luzern en Tokio, en duorecitals met Denis Kozhukhin of Sunwook Kim in Azië en Europa. Janine Jansen kreeg onder meer de Concertgebouw Prijs (2013) en de Johannes Vermeer Prijs (2018). Ze groeide op in een muzikaal gezin, studeerde bij Coosje Wijzenbeek, Philipp Hirshhorn en Boris Belkin en geeft sinds november 2023 les aan de Kronberg Academy.
De violiste bespeelt de ‘Shumsky-Rode’-Stradivarius uit 1715. Haar vorige optreden in de Eigen Programmering was op 11 september 2024 De vier jaargetijden van Vivaldi met Amsterdam Sinfonietta, en op 14 augustus 2025 stond ze samen met het Concertgebouworkest en Klaus Mäkelä voor het laatst in de .
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest



