Interview

Finetunen met Gergiev

Uit het Preludium maandblad december 2018

Deze week staan Valery Gergiev, het Concertgebouworkest en Janine Jansen voor het eerst samen op het podium. Gergiev verheugt zich: ‘Omdat het niveau van het orkest zo hoog is, krijg je als dirigent de kans om aan de allerfijnste details te werken.’ 

Zevenentwintig jaar geleden, op 7 november 1991, debuteerde Valery Gergiev bij het Koninklijk Concert­gebouworkest. Het was het begin van een samenwerking met vaak opvallende programmakeuzes uit het klassieke en hedendaagse orkestrepertoire: van Tsjaikovski tot Bartók, Dutilleux tot Sibelius, Oestvoljskaja tot Goebaidoelina en Wagner tot Skrjabin. Deze maand wacht het orkest opnieuw een ontmoeting met de Russische maestro, deze keer voor Brahms’ Viool­concert en Daphnis et Chloé van Ravel.

Opvallende keuzes

‘Een heel goed programma, heel Europees, en nogal ongewoon’, vindt de maestro. Maar dat is hij van de programmering van zijn concerten met het Concertgebouworkest wel gewend. ‘Wij hebben inmiddels een geweldige traditie om het publiek met bijzondere programma’s te verrassen.

Gergiev meets Janine Jansen bij het Concertgebouworkest
ga naar het concertprogramma van 19 december 2018
ga naar het concertprogramma van 20 december 2018

Dat begon al in de jaren negentig, toen we samen de complete Vuurvogel van Stravinsky, Bartóks Pianoconcert en zijn Altvioolconcert presenteerden. Een van de meest opvallende keuzes was misschien wel in 2012 Métaboles van Henri Dutilleux. We herhaalden dat ook in Brussel en Parijs. Dutilleux zat zelf in de zaal; het was, zoals later bleek, zijn laatste verschijning in het openbaar.’

Start / pauzeer slideshow

‘Maar ook niet zo lang geleden dirigeerde ik hier de Derde symfonie van Skrjabin, en programma’s met delen uit Wagners Götter­dämmerung en Parsifal en het derde bedrijf van Die Walküre. Om met een orkest van dergelijk niveau te werken is natuurlijk al een feest, maar hier komt nog bij dat we ons in composities verdiepen die niet alle orkesten goed kennen en al helemaal niet zo vaak spelen. Zulke bijzondere programma’s blijven in je geheugen gegrift.’

Duitse muziek is gesneden koek voor Gergiev, die sinds zijn studietijd zijn Duitse klassiekers kent. ‘Mijn muzikale wortels liggen in de Duitse muziek. Om te beginnen ben ik opgegroeid met de muziek van Bach en Beethoven, die ik als jonge pianist veel en graag speelde. Mijn eerste directielessen kreeg ik van Anatoli Briskin, die zelf een leerling van de Duitse dirigent Kurt Sanderling was. Hij stond heel dicht bij de Oostenrijks-Duitse muziektraditie en ik had ontzettend veel aan zijn advies. Als ik naar mijn programma’s door de jaren heen kijk, heb ik altijd veel muziek uit de tweede helft van de negentiende eeuw uit het Oostenrijks-Duitse gebied gedirigeerd. Ik voel me thuis in deze muziek, en kijk altijd uit naar nieuwe ontmoetingen met mijn favorieten.’

Gewoon perfect

Tot deze favorieten behoort zeker Johannes Brahms. ‘Brahms is altijd in mijn leven aanwezig. Om te zeggen dat hij op mijn programma’s steeds terugkomt, zou niet helemaal juist zijn. Hij verdwijnt gewoon nooit. Zijn muziek is zo aangrijpend dat ik het moeilijk vind om een favoriete compositie te kiezen. Hoe kun je nou niet van de Eerste of Vierde symfonie houden? Of van zijn Tweede, of zijn Derde? Ik heb ze alle vier opgenomen, en kan elke noot dromen. Met zijn concerten is het niet anders.

Als ik zeg dat ik bijzonder houd van zijn Vioolconcert – wat ook waar is – dan zou ik mezelf meteen moeten corrigeren, want hoe zit het dan met het Tweede pianoconcert? Dat heb ik met veel solisten gedaan, onder wie de Braziliaanse pianist Nelson Freire, die ik bijzonder waardeer. Met Brahms is het als met Verdi: welk stuk je ook noemt, ik heb er een connectie mee en er zitten warme herinneringen aan vast. Ik vind het heerlijk om veel en vaak Brahms te dirigeren en kan me niet voorstellen dat ik daar ooit genoeg van krijg.’

Dat hij deze keer Brahms’ ­Vioolconcert uitvoert met Janine Jansen in de solorol, stemt de maestro gelukkig: ‘Een heel goede combinatie! Ik heb vaker met Janine samengewerkt, zowel in Nederland als in Japan, in Londen en zelfs in Sint-­Petersburg. En dan dit vioolconcert: een van de meest gespeelde, populaire en geliefde concerten die er bestaan. Daar hoef je niets aan toe te voegen, dat is gewoon perfect.’

Frans repertoire

Ook de Franse muziek kan op ­Gergievs enthousiasme en warme pleidooi ­rekenen. ‘Franse muziek is een must voor elke dirigent. Met mijn Mariinski-­orkest in Sint-Petersburg heb ik inmiddels een groot Frans repertoire opgebouwd. Vaak zijn dat weinig gespeelde composities, wat volstrekt niet wil zeggen dat ze niet de moeite waard zijn. Integendeel. Elke keer wanneer we met iets nieuws komen, zie ik hoe groot de belangstelling van het publiek is.

Neem bijvoorbeeld Jules Massenet met zijn weinig bekende Don Quichotte, Cléopâtre of Erodiade. Dat hebben we allemaal in ons Mariinski-­theater gespeeld, en met veel succes. Iedereen kent Ravel en Debussy, maar ook van deze componisten valt gelukkig nog veel te ontdekken. Naast Debussy’s overbekende Prelude à l’après-midi d’un faune heb ik bijvoorbeeld zijn Pelléas et Mélisande en Le martyre de Saint-Sébastien gedirigeerd.’

Daphnis compleet

Of Ravels muziek beter bekend is, is nog maar de vraag. ‘Vaak zijn er een of twee koplopers die meteen met een componist geassocieerd worden, en dat speelt bij repertoirekeuze ongetwijfeld mee. Je kunt de Boléro natuurlijk moeilijk over het hoofd zien, maar hoe vaak wordt nou Ravels opera L’Heure espagnole gespeeld? Of de complete Daphnis et Chloé?’

Acht jaar geleden heeft Gergiev ­Daphnis et Chloé met het London Symphony ­Orchestra opgenomen. Een uitdaging die de meeste orkesten toch liever uit de weg gaan. ‘Ravel is zonder twijfel een van de meest opmerkelijke componisten en een ware meester in de orkestratie. Zijn Tweede suite uit Daphnis et Chloé wordt wel vaker gespeeld, maar de complete versie van de balletmuziek kom je zelden op de concert­affiches tegen, terwijl deze zo kleurrijk en werkelijk briljant georkestreerd is.

Het blijft een serieuze uitdaging, zowel voor het publiek als voor de musici en de dirigent. Je moet moeite doen om de uitvoering van deze muziek in haar volle omvang te realiseren. De gelegenheid doet zich niet vaak voor, dus het programma van deze maand is een uitgelezen kans om dit stuk in zijn oorspronkelijke grandeur en kleurenrijkdom te leren kennen.’

Muzikale verfijning

‘Omdat het niveau van het Concert­gebouworkest zo hoog is, krijg je als dirigent de kans om aan de allerfijnste ­details te werken. Daarnaast is de akoestische rijkdom van de Grote Zaal niet te onderschatten. De combinatie van het orkest, het repertoire en de zaal maken elke samenwerking tot een gedenkwaardige en fijne muzikale ervaring.

Ik verheug me er altijd enorm op om voor dit orkest te staan en de fijnste details in een ontspannen sfeer te polijsten. Misschien zijn de programma’s die we kiezen daarom een beetje ongewoon: het repertoire van het Concertgebouworkest is enorm, en ook dat van mij is vrij omvangrijk, dus het lukt ons iedere keer opnieuw om met een interessant en niet alledaags programma voor de dag te komen.’

Gergiev meets Janine Jansen bij het Concertgebouworkest
woensdag 19 december | ga naar dit concertprogramma
donderdag 20 december | ga naar dit concertprogramma