Fine Arts Kwartet, Von Eckardstein en Midgley: Mozart

Fine Arts Kwartet:
Ralph Evans viool
Efim Boico viool
Juan-Miguel Hernandez altviool
Robert Cohen cello

Matthew Midgley contrabas
Severin von Eckardstein piano

pauze ca. 21.00 uur
einde ca. 22.10 uur

Dit concert maakt deel uit van de serie Kleine Zaal Melange.

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Eerste strijkkwartet (1889)
Romance (Andante espressivo)
Scherzo (Allegro)

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianoconcert nr. 21 in C gr.t., KV 467 (1785)
in een bewerking van Ignaz Lachner 
(1807-1895) voor piano en strijkkwintet
Allegro maestoso
Andante
Allegro vivace assai

pauze 

Felix Mendelssohn 1809-1847

selectie uit ‘Lieder ohne Worte’
voor piano solo
Opus 53 nr. 2 in Es gr.t., ‘Gondellied’ (1835)
Opus 67 nr. 3 in Bes gr.t. (1844)
Opus 67 nr. 4 in C gr.t., ‘Spinnerlied’ (1845)
Opus 67 nr. 5 in b kl.t. (1844)
Opus 67 nr. 6 in E gr.t. (1841)

Derde strijkkwartet in D gr.t., 
op. 44 nr. 1 (1838)

Molto allegro vivace
Menuetto: Un poco allegro
Andante espressivo ma con moto
Presto con brio

Toelichting

Serge Rachmaninoff 1873-1943

Eerste strijkkwartet

tekst: Michiel Cleij

Sommige componisten zijn allrounders die zich in alle genres even gemakkelijk uitdrukken. Serge Rachmaninoff behoort niet tot die categorie. Hij speelde zijn sterkste troeven uit in pianomuziek (al dan niet met orkest), ontpopte zich na een valse start als een succesvol symfonicus en schreef opmerkelijke koorwerken.

Kamermuziek is duidelijk ondervertegenwoordigd en dateert uit zijn beginperiode; na de briljante sonate die hij als twintiger componeerde hield hij het voor gezien.

Eerder, op zijn zestiende, had hij een strijkkwartet gecomponeerd, of althans een aanzet daartoe; alleen het tweede en derde deel zijn voltooid. Vermoedelijk schreef hij het als opdrachtwerk voor zijn compositiedocent Anton Arensky.

Een repertoirestuk werd het nooit, maar Rachmaninoff vond het twee jaar na compositie nog altijd goed genoeg om een versie voor strijkorkest te laten uitvoeren op een studentenconcert. Het is irreëel om in zo’n vroeg en atypisch werk de rijpe Rachmaninoff te willen herkennen.

Maar het is wel duidelijk een werk uit de Russische school, met een Tsjaikovski-achtige hoofdmelodie in de Romance en een kek dat naar goed Slavisch gebruik plots omkiepert in broeierige melancholie.

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791

Pianoconcert nr. 21

Er zijn ongetwijfeld fanaten die in het bewerken van Mozart-composities een monsterachtig vergrijp zien, maar Wolfgang Amadeus Mozart zelf gaf er aanleiding toe: in zijn correspondentie verklaarde hij meer dan eens dat sommige van zijn soloconcerten evengoed met een uitgedund orkest uitgevoerd konden worden.

Vooral in de negentiende eeuw werden er aardig wat van dat soort reducties gemaakt, om praktische redenen of voor educatieve doeleinden; een strijkkwartet of et verving het orkest, de solopartij bleef intact. De Duitse /componist Ignaz Lachner maakte een effectieve bewerking van het Pianoconcert nr. 21 in C groot.

Toen Mozart dit werk componeerde had hij zijn ‘thuisbasis’ Salzburg inmiddels verruild voor een vrijer en financieel onzekerder bestaan in Wenen. Toch bouwde hij daar opmerkelijk snel een concert- en lespraktijk op en vond hij tevens opdrachtgevers voor nieuwe composities.

De pianoconcerten die in Wenen ontstonden schreef hij echter vooral voor eigen gebruik. Ze onderscheiden zich qua pianistiek van zijn eerdere concerten: in Wenen beschikte hij over hoogwaardiger instrumenten met een soepeler mechaniek en een gevoeliger aanslag.

Dat hoor je in het hier gespeelde concert in C groot het duidelijkst in het centrale , een ogenschijnlijk simpele, maar daardoor kwetsbare die bijna tweehonderd jaar later herhaaldelijk opdook als filmmuziek en, verpopt, in Neil Diamonds hit Song Sung Blue.

Felix Mendelssohn 1809-1847

Lieder ohne worte

Halverwege de negentiende eeuw voorzagen Felix Mendelssohns er ohne Worte perfect in de groeiende behoefte aan pianomuziek voor gevorderde amateurs. De piano had de huiskamer van menig middenklassegezin veroverd en musiceren in eigen kring was een favoriete bezigheid in die televisie- en Pokémonloze tijden.

Dat wil niet zeggen dat het muziek is met een laag artistiek profiel: veel ervan – Mendelssohn componeerde er ruim vijftig, verspreid over zestien jaar – zijn technisch uitdagend en vrijwel alle vragen om een smaakvolle voordracht: expressief, maar niet kitscherig-sentimenteel.

Complexe of hemelbestormende muziek is het evenwel niet, en in de afgelopen anderhalve eeuw hebben ze heel wat Mendelssohn-bashers munitie verschaft: als de componist ergens zijn vermeende gebrek aan diepgang demonstreerde was het hier.

Feit is wel dat Mendelssohn zich onderscheidde van zijn romantische tijdgenoten: tegen de getormenteerde Frédéric Chopin, de flamboyante Franz Liszt en de visionair Richard Wagner steekt hij enigszins gladjes af.

Met zijn sterke oriëntatie op Johann Sebastian Bach en Wolfgang Amadeus Mozart was hij evenzeer classicist als romanticus – en in dat opzicht eerder vergelijkbaar met Johannes Brahms (die eveneens in Hamburg geboren werd; misschien heeft hun relatieve koelheid met die noordelijke afkomst te maken).

Wél karakteristiek voor de tijdgeest is de opvatting dat kunsten kunnen samenvloeien: met de titel wijst Mendelssohn (die trouwens ook een getalenteerd tekenaar en bevlogen briefschrijver was) op de poëzie die in de noten besloten ligt.

Overigens publiceerde hij de eerste serie van deze stukken als ‘ën voor de pianoforte’; de definitieve titel dook voor het eerst op in een brief van zijn zus Fanny, die in 1828 schreef: ‘Van Felix kreeg ik een ‘ zonder woorden’ voor mijn album. Hij heeft onlangs een paar heel mooie gecomponeerd.’

De Lieder ohne Worte demonstreren duidelijk dat pianospel voor Mendelssohn geen geheimen had. Hij trad op als pianosolist en als begeleider van grote violisten, waaronder Niccolò Paganini en de jonge Joseph Joachim.

Felix Mendelssohn 1809-1847

Derde strijkkwartet

Zelf was Mendelssohn eveneens een meer dan verdienstelijk violist, al sinds zijn tienerjaren. Zijn eerste composities voor strijkers kon hij uitproberen in het huisensemble dat hij met zijn familieleden vormde.

Verspreid over zijn leven componeerde hij diverse strijkkwartetten. Ze vertonen de toen onvermijdelijke invloed van de Weense Klassieken: dankbaar knoopte Mendelssohn aan bij het heldere, uitgebalanceerde lijnenspel van Joseph Haydn en Mozart, maar ook de veel dichtere klankweefsels en ’s van Ludwig van Beethoven inspireerden hem sterk.

Toch herken je al die kwartetten als muziek uit de romantische periode – daar zorgen Mendelssohns karakteristieke passages, vreugde-uitbarstingen en ‘elfendansjes’ wel voor.

De drie strijkkwartetten met nummer 44 componeerde hij rond zijn dertigste – inmiddels een urban professional in Leipzig, waar hij de concerten van het Gewandhaus dirigeerde en met leden van het orkest een aparte kamermuziekserie verzorgde.

Het derde kwartet uit die serie beviel hemzelf het meest: ‘Het is dankbaarder voor de musici dan de vorige twee’, schreef hij aan concertmeester en kwartetprimarius Ferdinand David. Dat ligt mede aan de : D groot ligt lekker voor strijkinstrumenten.

Het werk is klassieker en minder experimenteel dan zijn vroegere kwartetten, maar in plaats daarvan ontpopt het zich als een stijlvolle touroperator die de luisteraar vier delen lang door verschillende sferen gidst: na het blijspel-achtige begindeel volgt een klassiek je, een vol ingehouden passie en een Italiaans getinte jubelfinale.

Biografie

Fine Arts Kwartet, ensemble

Het Fine Arts Kwartet werd opgericht in 1946 in Chicago en heeft sinds 1963 zijn thuisbasis aan de University of Wisconsin-Milwaukee. Het ensemble tourde én tourt wereldwijd en nam in zijn lange geschiedenis meer dan tweehonderd werken op.

In 2009 kreeg het een Grammy voor de pianokwintetten van Fauré opgenomen met Cristina Ortiz. In de discografie vallen ook de wereldpremières op van het Strijkkwartet in e klein van Efrem Zimbalist en van Ysaÿe’s lang verloren gewaande s du soir voor strijkkwartet en , evenals complete kwartetcycli van Schumann, Dohnányi, Beethoven en Mozart.

De huidige kwartetleden hebben ook ieder individueel hun roem verdiend. De Amerikaanse primarius Ralph Evans was laureaat van het Internationaal Tsjaikovski Concours en de in Rusland geboren tweede violist Efim Boico werd door Daniel Barenboim gekozen als concertmeester van het Orchestre de Paris; beide violisten zitten al 34 jaar in het kwartet.

De Canadese altviolist Juan-Miguel Hernandez, kwartetlid sinds 2014, maakte opnames met Norah Jones en Chick Corea en de internationale carrière van de Britse cellist Robert Cohen omspande al ruim dertig jaar voordat hij in 2012 tot het kwartet toetrad. Het vorige optreden van het Fine Arts Kwartet in de was in april 2015 met pianiste Cristina Ortiz en bassist Matthew Midgley; het Concertgebouwdebuut dateert van april 1964.

Matthew Midgley, contrabas

Matthew Midgley begon bas te spelen toen hij zeven was. Tien jaar later werd hij eerste bassist in het National Youth Orchestra of Great Britain en niet lang daarna in het European Union Youth Orchestra.

In Birmingham en Londen volgde hij lessen bij Tom Millar en Duncan McTier. Hij speelde in onder meer het Philharmonia Orchestra en het London Symphony Orchestra voordat hij in 2001 lid werd van het Rotterdams Philharmonisch Orkest; sinds 2004 is hij daar solobassist.

Als gast speelde Matthew Midgley ook in het Stuttgarter Kammerorchester, het Nederlands Philharmonisch Orkest, Amsterdam Sinfonietta en het Koninklijk Concertgebouworkest. Bovendien componeert hij en speelt hij geregeld tango.

Severin von Eckardstein, piano

De in Düsseldorf geboren Severin von Eckardstein viel in de prijzen bij het ARD Concours in München (1999) en de Leeds International Piano Competition (2000) en won in 2003 het Belgische Koningin Elisabethconcours.

Zijn opleiding had hij gevolgd in Berlijn, bij Barbara Szczepanska, Karl-Heinz Kämmerling en Klaus Hellwig, en aan de International Piano Academy Lake Como. Inmiddels was de pianist te gast op de bekende podia van bijvoorbeeld Parijs, Berlijn, München, Milaan, Madrid, Londen, Boedapest, New York, Hongkong, Seoul en Tokio.

In de verzorgde hij meermaals een solorecital in de serie Meesterpianisten. Samen met violiste Franziska Hölscher startte hij in 2015 in het Berliner Konzerthaus de serie ‘Klangbrücken’. Voor zijn cd met muziek van Debussy en Dupont uit 2018 kreeg hij een Diapason d’Or, en op zijn programma’s prijkt geregeld werk van hedendaagse componisten en minder bekende componisten uit de late .

Severin von Eckardstein soleerde bij het Dallas Symphony Orchestra onder Jaap van Zweden, het Mariinski Orkest onder Valery Gergiev, het Concertgebouworkest onder Paavo Järvi, het Radio Filharmonisch Orkest onder Kevin John Edusei (in Het Zondagochtend Concert van 4 november 2018). Bij zijn vorige optredens in Het Concertgebouw speelde Severin von Eckardstein het Eerste pianoconcert van Chopin met het Symfonieorkest Vlaanderen in de Grote Zaal (december 2019) en pianokwintetten van Schumann en Elgar in de (november 2022).