Emanuel Ax in Brahms’ Eerste pianoconcert

Rotterdams Philharmonisch Orkest
Lahav Shani dirigent
Emanuel Ax piano

Dit concert maakt deel uit van de serie Klassieke Meesterwerken.

Johannes Brahms (1833-1897)

Eerste pianoconcert in d kl.t., op. 15 (1859)
Maestoso
Adagio
Rondo: Allegro non troppo

pauze ± 21.10 uur

Béla Bartók (1881-1945)

Concert voor orkest, Sz. 116 (1943-45)
Introduzione: Andante non troppo – Allegro vivace
Giuoco delle coppie: Allegretto scherzando
Elegia: Andante, non troppo
Intermezzo interrotto: Allegretto
Finale: Pesante – Presto – Lo stesso tempo, ma pesante

einde ± 22.15 uur

Toelichting

Johannes Brahms 1833-1897

Brahms: Eerste pianoconcert

Door Marco Nakken

In het najaar van 1853 werd de toen nog vrijwel onbekende Johannes Brahms door zijn vriend Joseph Joachim, een beroemde violist, aan Robert en Clara Schumann voorgesteld. Zijn composities maakten diepe indruk op het echtpaar en Robert schreef een artikel, ‘Neue Bahnen’, voor Die neue Zeitschrift für Musik, waarin hij Brahms de hemel in prijst als ‘een volledig geharnast uit het hoofd van Zeus voortgekomen’ jongeling, die ‘de geest van zijn tijd op de meeste verheven en ideale wijze’ tot uitdrukking zal brengen.

Schumann had in zijn artikel ook nog opgemerkt dat s van Brahms op hem overkwamen als ‘versluierde symfonieën’. De ontstaansgeschiedenis van het Eerste pianoconcert bevestigt die observatie. Brahms begon in maart 1854 aan het werk als een sonate voor twee piano’s, maar hij vormde het in de loop van het jaar om tot een schets (voor twee ­piano’s) voor drie delen van een symfonie. De beslissing om de symfonie tot een pianoconcert om te werken viel een jaar later. ‘Stelt u zich eens voor wat ik vannacht heb gedroomd: Ik had van mijn gemankeerde symfonie een pianoconcert gemaakt en speelde dat’, schreef Brahms in 1855 aan Clara Schumann.

  • Robert en Clara Schumann

Het eerste deel van de symfonie werd met de nodige aanpassingen gehandhaafd, maar het tweede en derde deel werden terzijde gelegd. Uiteindelijk werd het Eerste pianoconcert in 1858 voltooid. Het monumentale eerste deel heeft een onmiskenbaar symfonisch karakter, maar houdt tegelijkertijd vast aan de door Mozart ontwikkelde van het klassieke pianoconcert, waarin een expositie voor het orkest wordt gevolgd door een expositie voor de solist. Beslist niet klassiek is daarentegen de wijze waarop Brahms in de expositie voor het orkest de komst van de hoofdtoonsoort uitstelt. Deze treedt pas ondubbelzinnig op bij de eerste inzet van de solist.

Het hoofdthema van het eerste deel drukt met zijn krampachtige s, sidderende trillers en dreigende punt wanhoop en woede uit en geeft volgens Joachim weer hoe het Brahms te moede was toen hij hoorde dat Schumann op 27 februari 1854 een zelfmoordpoging had ondernomen. ‘Ik schrijf de laatste dagen het eerste deel van het concert in het net uit. Verder schilder ik aan een teder portret van jou, dat zal het worden’, schreef Brahms op 30 december 1856 aan Clara Schumann.

In de schets voor het Adagio heeft Brahms boven de in de eerste maten de woorden ‘Benedictus qui venit in nomine Domine’ genoteerd, wat eerder naar Robert dan naar Clara lijkt te verwijzen. Schumann was op 29 juli 1856 in de inrichting in Endenich overleden.

Het in een vorm (ABA) geschreven Adagio is een overwegend ingetogen hymne. In de B-sectie, een dialoog voor de blazers en de piano, waart even de geest van Mozart rond en in de reprise van de A-sectie slaat de ingetogenheid om in extase, na een solo van de piano tegenover een lang orgelpunt in de ’s, s en bassen.

De finale is een . Het ‘alla zingarese’ refrein wordt afgewisseld met drie episoden: een robuuste melodie voor de piano met -begeleiding van de cello’s, een voor de violen en een .

Béla Bartók 1881-1945

Bartók: Concert voor orkest

Door Michiel Cleij

De zelfverkozen missie van Béla Bartók bracht hem bij leven weinig succes. In zijn composities wilde hij de rijkdom en de verwantschappen tonen van de vele volksmuzieken op de Balkan. Dat leverde muziek op die veelal als ‘barbaars’ en ‘onbegrijpelijk’ werd afgeserveerd. Daarnaast werd hij in zijn vaderland Hongarije beticht van gebrek aan patriottisme; zijn aandacht voor de cultuur van buurlanden was verdacht. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog week Bartók gedesillusioneerd en berooid uit naar Amerika.

Zijn perspectieven verbeterden aanzienlijk toen Serge ­Koussevitzky hem verzocht een groot werk voor het Boston Symphony Orchestra te schrijven. Aan zijn oude vriend József Szigeti (die Koussevitsky op Bartók had geattendeerd) schreef hij: ‘Door mijn herwonnen kracht kan ik die compositieopdracht realiseren – of misschien is het andersom.’ Het Concert voor orkest bleek een voltreffer. De kracht en vitaliteit van deze muziek is verbluffend; Bartók was doodziek toen hij eraan werkte. Ook heeft het werk speelse en humoristische trekjes die zijn sombere, serieuze en ‘koude’ imago in perspectief plaatsen.

  • Béla Bartók

Alles wat Bartóks idioom zo uniek maakt is in dit werk aanwezig – ­Balkanritmes, schurende samenklanken en de karakteristieke, mysterieuze ‘nachtgeluiden’. Het is een werk ‘waarin de sfeer geleidelijk verandert... de strengheid van het eerste deel en het lugubere doodsgezang in het derde leiden tot een levenslustige finale’, aldus de componist.

Origineel en speels is het (‘Spel van de paren’) waarin koppels van instrumenten – twee ten, twee hobo’s, twee klarinetten, twee fluiten en twee ten – beurtelings op de voorgrond treden, vaak met een griezelig mooi en ontroerend effect. Dergelijke passages maken duidelijk waarom Bartók voor de titel ‘concert’ koos: overal in het werk maken solisten en instrumentgroepjes zich los uit het geheel.

‘Koussevitsky is zeer enthousiast,’ schreef Bartók na de première, ‘hij vindt het zelfs het beste orkeststuk van de afgelopen vijfentwintig jaar – inclusief de werken van zijn idool Sjostakovitsj!’ Dat laatste vond Bartók, zelf geen Sjostakovitsj-fan, extra leuk. In het vierde deel ridiculiseert hij openlijk het thema uit diens beroemde Zevende symfonie – ook tot satire bleek de zo serieus lijkende Bartók in staat.

Biografie

Rotterdams Philharmonisch Orkest, orkest

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest werd opgericht in 1918. Onder Eduard Flipse ontwikkelde het zich vanaf 1930 tot een van de meest prominente Nederlandse orkesten, en met Jean Fournet, Edo de Waart en James Conlon bouwde het in de jaren 1970 en 1980 verder aan zijn internationale reputatie.

De benoeming van Valery Gergiev in 1995 luidde een nieuwe bloeiperiode in, die sinds 2008 werd voortgezet met Yannick Nézet-­Séguin.

Hij bleef als eredirigent aan het orkest verbonden toen Lahav Shani per seizoen 2018/2019 chef- werd. Vaste gastdirigent is Tarmo Peltokoski. Naast de concerten in de thuiszaal, Concert­gebouw De Doelen, speelt het Rotterdamse gezelschap op vele andere podia in binnen- en buitenland.

Zo heeft het sinds 2010 een residency in het ­Parijse Théâtre des Champs-Élysées. Met zijn concerten, educatieve voorstellingen en sociale projecten trekt het Rotterdams Philharmonisch Orkest ieder seizoen 150.000 à 200.000 bezoekers. Het orkest koestert een uitgebreide discografie en voor de heruitgave van historische opnamen initieerde het zijn eigen label Rotterdam Philharmonic ­Vintage Recordings.

De vorige optredens in de serie Klassieke Meesterweken waren op 6 mei 2024 met Yannick Nézet-Séguin en violist Randall Goosby respectievelijk op 5 april 2025 met Lahav Shani en violiste Clara-­Jumi Kang.

Lahav Shani, dirigent

In juni 2016 maakte Lahav Shani zijn debuut bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest – als én pianosolist – en twee maanden later volgde de aankondiging van zijn benoeming tot chef-dirigent per september 2018. In seizoen 2020/2021 volgde hij Zubin Mehta op als music director van het Israël Filharmonisch Orkest; in september van dit jaar treedt hij aan als chef-dirigent van de Münchner Philharmoniker.

Zijn engagementen als gastdirigent omvatten optredens met het Koninklijk Concertgebouworkest (juni 2018), de Wiener ­Philharmoniker, de Berliner Philharmoniker, het Gewandhausorchester Leipzig, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra, het Philharmonia Orchestra, het Budapest Festival Orchestra, de Filarmonica della Scala, het Orchestre de Paris en de orkesten van Boston, Chicago en Philadelphia.

Na pianolessen in zijn geboortestad Tel Aviv bij Hannah Shalgi en Arie Vardi voltooide Lahav Shani zijn pianostudie bij Fabio Bidini aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ in Berlijn, waar hij ook orkestdirectie studeerde bij Christian Ehwald. Tijdens zijn studiejaren was Daniel Barenboim zijn mentor, en het winnen van het Gustav Mahler enconcours 2013 in Bamberg was zijn doorbraak.

Lahav Shani heeft ook een flinke staat van dienst als pianist in kamermuziek: hij treedt regelmatig op tijdens het Verbier Festival en speelde ook op het Festival d’Aix-en-Provence, het Jerusalem Chamber Music Festival en in duo-s met Martha Argerich.

Emanuel Ax, piano

Emanuel Ax studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en ­Philadelphia.

Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië.

Bij het Concertgebouworkest is hij al sinds 1994 een graag ­geziene gastsolist, voor het laatst toen hij februari en maart 2019 Stravinsky’s speelde onder leiding van Iván Fischer. Afgelopen december gaf hij een in de serie Grote Pianisten van Het Concertgebouw. Emanuel Ax vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Magnus Lindberg, ­Christopher Rouse, Krzysztof Penderecki, Brett Dean, Missy Mazzoli en Anders Hillborg.

Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten en gedurende zijn lange carrière nam de pianist vele platen en cd’s op die onder meer werden bekroond met meerdere Grammy Awards.