Emanuel Ax en het Concertgebouworkest spelen John Williams

Koninklijk Concertgebouworkest
Thomas Søndergård dirigent
Emanuel Ax piano

Dit programma maakt deel uit van de serie D.

Petr Popelka heeft zich om gezondheidsredenen moeten terugtrekken van zijn concerten met het Concertgebouworkest. Het orkest is Thomas Søndergård heel dankbaar dat hij het programma op zeer korte termijn ongewijzigd wil overnemen.

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Francesca da Rimini, op. 32 (1876)
symfonische fantasie naar Dante

John Williams (1932)

Pianoconcert (2022-23)
Introduction – Colloquy
Listening
Finale. Presto

Nederlandse première

pauze ± 21.15

Antonín Dvořák (1841-1904)

Symfonie nr. 6 in D gr.t., op. 60, B. 112 (1880)
Allegro non tanto
Adagio
Scherzo (Furiant), Presto
Finale. Allegro con spirito

einde ± 22.30

Toelichting

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Francesca da Rimini

Door zijn bewogen muziek heeft Pjotr Tsjaikovski het imago gekregen van een uiterst gevoelige geest, op het larmoyante af. Zijn vele brieven en aantekeningen hebben tot dat beeld bijgedragen – hij noemde zichzelf ooit ‘een ouwe huilebalk’ – maar ondertussen was hij wel een vakman die in zijn werk zijn emoties zorgvuldig doseerde.
Zijn symfonisch gedicht Francesca da Rimini is gebaseerd op een tragisch liefdesverhaal en je zou denken dat het een prima vehikel was om zijn eigen hartzeer te vertolken, maar nee. Want autobiografische elementen vind je eerder (versluierd) in zijn muziek zonder onderliggend verhaal, zoals de symfonieën. Het drama van Francesca is ontleend aan een episode uit Dantes La Divina Commedia. Dat Tsjaikovski zich aangetrokken voelde tot deze geschiedenis is niet vreemd, want je kunt er muzikaal veel mee doen. Toch behandelt hij het onderwerp met een voor hem opvallende afstandelijkheid, bijna als een commentator.

In Dantes verhaal ontmoet de verteller de schim van Francesca, een edele dame die verliefd werd op de broer van haar miserabele echtgenoot. Als straf voor hun overspel worden zij door een storm uiteengedreven, maar behouden zij de kwellende herinnering aan elkaars liefkozingen. Tsjaikovski’s muziek roept eerst de heersende duisternis en de kille windvlagen op, dan de ontmoeting tussen de geliefden en hun hunkering, en mondt uit in een spookachtige verklanking van hun bestemming: de helse windvlagen keren terug, waarboven Francesca’s gepassioneerde liefdeszang hoorbaar blijft.

achtergrondPremium

De vrouw die zoveel componisten inspireerde

John Williams (1932)

Pianoconcert

Je moet onder een tegel geleefd hebben om nooit iets van de Amerikaanse componist John Williams gehoord te hebben. Zijn muziek bepaalde mede het verpletterende succes van films en filmreeksen als Jaws, E.T., Indiana Jones, Schindler’s List en Harry Potter – om nog te zwijgen van de ceremoniële stukken die hij diverse malen voor de Olympische Spelen schreef. Williams is een van de zeer weinige klassiek geschoolde én klassiek werkende componisten die kan bogen op een miljoenenpubliek. Veel minder bekend zijn de stukken die hij voor de concertzaal componeert. Dat hij daar überhaupt tijd voor heeft naast zijn intensieve samenwerking met regisseurs is op zich al verbazingwekkend, maar nog verrassender is de moderne stijl van die werken: prikkelend, , desoriënterend en totaal abstract. De neoromantische lijnen van zijn filmpartituren ontbreken volledig en de melodrama’s van Steven Spielberg zijn ineens heel ver weg.

Plannen voor een pianoconcert had Williams al geruime tijd, maar hij startte pas toen zijn oude vriend Emanuel Ax daar lucht van kreeg: ‘Als jij het schrijft, ga ík het spelen’, had hij gezegd. En dus legde Williams zichzelf geen restricties op. Hij is zelf een doorgewinterd pianist – in de jaren 1950-60 speelde hij in jazzorkesten – maar alleen al de grillige solocadens waarmee het Pianoconcert begint is geschreven voor een echte die met de piano vergroeid is. Zulke grensverleggende solo’s keren in dit werk steeds weer terug; de piano gedraagt zich ‘als een eenzame zwerver zonder vaste woonplaats’, zoals de muziekcriticus Tim Greiving schreef. Vaak klinken ze als s, maar elke noot ligt vast.

Hoe weerbarstig de eerste indruk ook mag zijn, ook dit stuk heeft een entertainment-element dat nooit helemaal uit Williams’ muziek is weg te denken. Williams liet zich inspireren door drie legendarische jazzpianisten, die aan elk deel een specifiek karakter geven. In deel 1 memoreert hij Art Tatum, van wie de vijftienjarige Williams een concert bijwoonde. Die was in zijn herinnering een reusachtige man die ware klanklawines produceerde, ‘met een Rachmaninoff-achtige volheid.’ Het middendeel – waarin niet de piano, maar een de toon zet voor een dromerig betoog – is een hommage aan Bill Evans. Deze ingetogen en uiterst fijnzinnige musicus was, aldus Williams, ‘niet zozeer geïnteresseerd in pianospelen, als wel in wat de piano te vertellen had.’ In de eerste maten van de Finale is tóch de filmcomponist Williams herkenbaar – althans voor wie zich de hoekige jazzmuziek herinnert die hij voor Catch Me if You Can (Spielberg, 2002) schreef. Maar die associatie wordt meteen weggevaagd door de even gespierde als flitsende solopartij. Hier is jazzpianist Oscar Peterson het model, een virtuoos die zijn atletische spel altijd combineerde met elegantie en tederheid.

achtergrondPremium

Filmcomponisten. Serieus?!

Antonín Dvořák (1841-1904)

Zesde Symfonie

Het blijft een fascinerend succesverhaal: Antonín Dvořák groeide op in een uithoek van het Europese muziekleven en werd een internationaal fenomeen. Zelfs in Amerika werd hij als lichtend voorbeeld gezien, vanuit de opvatting dat je altijd iets kunt leren van mensen met een andere achtergrond.

Op Dvořáks weg naar de top was de Zesde symfonie een belangrijke mijlpaal. Op zijn zevenendertigste had hij zijn internationale doorbraak gemaakt met de flamboyante Slavische dansen. In opdracht van Hans Richter, van de Wiener Philharmoniker, schreef hij een nieuwe symfonie; de vijf die hij al in eigen land had gecomponeerd waren nog niet uitgegeven. Meteen leerde hij ook hoe sektarisch en griezelig nationalistisch het muziekbedrijf kon zijn: in de Wiener Philharmoniker heersten anti-Tsjechische sentimenten die de geplande uitvoering op de lange baan schoven. De première vond uiteindelijk plaats in Praag met een ander orkest en een andere dirigent, maar wél met eclatant succes; het publiek dwong na afloop een herhaling van het af. De bijval vormde het exacte spiegelbeeld van de reacties in Wenen, want eerder was Dvořák door zijn landgenoten juist bekritiseerd omdat zijn muziek niet Tsjechisch genoeg klonk. Overigens lieten de Wiener Philharmoniker het stuk tot 1942 liggen, maar Richter voerde het kort na de Praagse première uit in Londen – en droeg daarmee bij aan de enorme populariteit die Dvořák in Engeland zou bereiken. De Royal Philharmonic Society bestelde bij de componist prompt een nieuwe symfonie.

De Zesde symfonie is het eerste ­grote orkestwerk waarin Dvořák een fraaie balans vindt tussen klassieke ambachtelijkheid en folkloristische inspiratie. Het is vooral de ritmiek die exotisch aandoet – dat o zo rake Scherzo is gebaseerd op de furiant, een snelle dans uit Dvořáks geboortestreek Bohemen – maar ook de ën hebben vaak het karakter van volksliedjes, al citeert Dvořák nergens bestaande melodieën. Het is enkel te wijten aan de enorme slagkracht van zijn drie latere symfonieën dat de Zesde minder vaak op de concert­programma’s staat.

boekentip

Dvořák in Amerika

door Michiel Cleij

Orkestfeiten

Tsjaikovski: Francesca da Rimini

De eerste van tot nu toe 19 uitvoeringen door het ­Concertgebouworkest was op 11 november 1903 onder leiding van Willem Mengelberg. De laatste was op 15 september 1979 onder Edo de Waart.

Dvořák: Symfonie nr. 6

Dit werk stond 15 keer op de lessenaar bij het Concert­gebouworkest. De eerste uitvoering werd op 19 november 1908 geleid door Gustav ­Kogel, de laatste op 26 november 2005 door Alan Gilbert.

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 138 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Thomas Søndergård, dirigent

Thomas Søndergård is music director van het Minnesota Orchestra en tot en met het huidige seizoen ook bij het Royal Scottish National Orchestra. Van 2012 tot 2018 was hij chef- van het BBC National Orchestra of Wales; daarvoor vervulde hij dezelfde functie bij het Noorse Radio-orkest.

De Deen dirigeerde onder meer de Berliner Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich, het Gewandhausorchester Leipzig en het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, het London Symphony Orchestra en het Orchestre National de France, naast alle grote Scandinavische orkesten en de en van New York, Chicago, Cleveland, Cincinnati, Houston, Seattle, Montréal, Toronto en Vancouver.

Tijdens zijn debuut bij het Concertgebouworkest in september 2016 leidde Thomas Søndergård het programma Smeltkroes Andalusië met werken van Turina, Martín, Sotelo en Falla.

neemt een belangrijke plaats in binnen zijn loopbaan. Hij is regelmatig te gast bij de Koninklijke Deense Opera en werkte daarnaast samen met de Staatsoper Stuttgart, de Noorse Opera, de Koninklijke Zweedse Opera, de Bayerische Staatsoper en de Deutsche Oper Berlin, waar hij de wereldpremière van Scartazzini’s Edward II leidde.

Thomas Søndergård is een gedreven pleitbezorger voor Scandinavisch repertoire. Zijn discografie omvat zowel hedendaags repertoire als de grote symfonische werken. Zijn eerste cd met het Minnesota Orchestra, met The Exterminating Angel Symphony en het Vioolconcert van Thomas Adès met Leila Josefowicz was genomineerd voor de Gramophone Awards 2026.

Emanuel Ax, piano

Emanuel Ax werd geboren in Lviv in het huidige Oekraïne, en verhuisde al vroeg met zijn Poolse ouders naar Canada. Hij studeerde aan de Juilliard School of Music in New York. In 1974 won hij het eerste Arthur Rubinstein Pianoconcours in Tel Aviv en vijf jaar later de Amerikaanse Avery Fisher Prize. In de decennia die volgden, concerteerde Emanuel Ax veelvuldig op de grote internationale podia. In recente seizoenen soleerde hij bij de orkesten van bijvoorbeeld Chicago, New York, Cleveland en Philadelphia.

Hij was onder meer pianist in residence bij de Berliner Philharmoniker (in 2005/06) en vertolkte in 2012/13 als artist in residence bij de New York Philharmonic alle pianoconcerten van Beethoven in Hongkong en Australië. Bij het Concertgebouworkest is Emanuel Ax al sinds 1994 een graag geziene gastsolist, voor het laatst in januari 2024 toen hij in Amsterdam en op tournee Mozarts Zeventiende pianoconcert speelde onder ­leiding van Myung-whun Chung.

De pianist vertolkt graag hedendaagse muziek en bracht werken in première van onder anderen John Adams, Brett Dean, Anders Hillborg, Magnus Lindberg, Missy Mazzoli, Krzysztof Penderecki en Christopher Rouse. Van de universiteiten van Yale en Columbia ontving hij eredoctoraten. Zowel zijn opnamen van de pianosonates van Haydn als die van de sonates van Beethoven en Brahms met Yo-Yo Ma leverden Grammy Awards op en in 2013 won hij een Echo Klassik voor zijn cd Variations.