Concertgebouworkest & Klaus Mäkelä: Berlioz' Symphonie fantastique

Koninklijk Concertgebouworkest
Klaus Mäkelä dirigent

Dit concert maakt deel uit van de serie B woensdag.

Robert Schumann (1810-1856)

Symfonie nr. 1 in Bes gr.t., op. 38 (1841) ‘Frühling’
Andante un poco maestoso – Allegro molto vivace
Larghetto
Scherzo: Molto vivace
Allegro animato en grazioso

pauze ± 20.50

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie fantastique, op. 14 (1830)
épisode de la vie d’un artiste
Rêveries, passions: Largo – Allegro agitato ed appassionato assai
Un bal: Valse, Allegro non troppo
Scène aux champs: Adagio
Marche au supplice: Allegretto non troppo
Songe d’une nuit du sabbat: Larghetto – Allegro – Ronde du sabbat

einde ± 22.20

Toelichting

Robert Schumann (1810-1856)

Eerste Symfonie

Naar alle waarschijnlijkheid had Robert Schumann iets wat je tegenwoordig een bipolaire stoornis zou noemen. Ratio en emoties vochten bij hem voortdurend om voorrang en zijn muziek zit vol emotionele ups en downs. Zijn roerige psyche probeerde hij te beteugelen door zich te onderwerpen aan strenge ­regels en, af en toe, de vormvastheid van de klassieke of symfonie.

Hoewel de ‘Voorjaarssymfonie’ precies zo klinkt als de titel doet vermoeden, is het een product van ware bezetenheid: het werk ontstond in januari 1841 in vier dagen en nachten, ‘in het voorjaarsverlangen dat een mens tot op hoge leeftijd elk jaar weer bevangt’, aldus Schumann. Over de vraag in hoeverre de muziek het voorjaar uitbeeldt, heeft hij zich met de voor hem karakteristieke dubbelzinnigheid uitgelaten. ‘Ik heb niet willen schilderen of afbeelden’, schreef hij na de première aan collegacomponist Louis Spohr, maar eerder had hij de stelling geponeerd dat het poëtische gehalte van een muziekstuk evenredig is aan de hoeveelheid gedachten en beelden die de muziek uitdrukt.

Toen het werk uiteindelijk in druk verscheen, had Schumann besloten dat de beelden in zijn muziek het zonder suggestieve titels konden stellen; die zouden de fantasie van de luisteraar te zeer beïnvloeden. Het werd gepubliceerd als Symphonie zonder meer, en zonder vermelding van de titels die Schumann oorspronkelijk aan de afzonderlijke delen had gegeven: ‘Frühlings­erwachen’, ‘Abend’, ‘Frohe Gespielen’ en ‘Frühlingsabschied’.

Oorspronkelijk had Schumann zich laten inspireren door een zwaarmoedig gedicht van tijdgenoot Adolph Böttger, waarin een wanhopige geliefde de winterse wolken probeert te bezweren. Maar daarvan hoor je in het eind­resultaat niets terug; de symfonie laat een vitale, zorgeloze indruk achter. De première vond plaats in Leipzig, met Schumanns vriend Felix Mendelssohn als . De reacties waren evenwel lauw, want men kende Schumann als pianovirtuoos en leverancier van stemmige miniaturen. Van dat eenzijdige imago heeft hij zich ook later nooit helemaal kunnen losmaken. Tot ver in de twintigste eeuw was het gebruikelijk om op de vermeende onevenwichtig­heden in Schumanns orkestratie te wijzen; die zou te zwaar zijn en te veel vanuit de pianoklank gedacht. Maar zeker in de Frühlingssinfonie is een kamermuziekachtige helderheid juist prima realiseerbaar. Ondertussen was Schumann zelf zich terdege bewust van zijn onervarenheid als symfonicus: ‘Met het schrijven voor orkest heb ik nog weinig ervaring,’ deelde hij een vertrouweling mee, ‘maar ik hoop het ooit onder de knie te krijgen.’

Hector Berlioz (1803-1869)

Symphonie fantastique

De bij vlagen manische ­Schumann herkende ongetwijfeld iets van zichzelf in het tomeloze temperament van zijn Franse collega Hector Berlioz. Zijn bewondering voor diens werk ging gepaard met een zekere argwaan; Schumann wist naar eigen zeggen niet of hij te maken had met ‘een genie of een avonturier... Hij flikkert als een bliksemschicht, maar laat ook een zwavelstank achter.’

Die uitspraak was een perfecte reclameslogan voor de Symphonie fantastique geweest, al had dat stuk geen extra publiciteit nodig. De première in 1830 was een sensatie: zulke bizarre muziek had men nog nooit gehoord.

infographic

Een stripverhaal over een wereldschokkend muziekstuk

Behalve een orgie van orkestklanken is dit werk de eerste selfie uit de muziekgeschiedenis. De componist etaleert hier schaamteloos zijn persoonlijke frustraties, passies en obsessies. Op zijn zesentwintigste, toen hij het stuk schreef, kon Berlioz al terugkijken op een afgebroken medicijnenstudie (die hem in staat stelde stiekem met opium te experimenteren – een belangrijk element van de Symphonie), diverse composities die onuitvoerbaar werden geacht, een bijna-fatale verliefdheid en een geplande wraakmoord die onpraktisch bleek en uitliep op een zonnige vakantie in Nice.

Later volgden nog diverse mislukkende theaterprojecten, overspel, een uren durende voor honderden uitvoerenden en ruzies met vrijwel iedereen in het muzikale bedrijf. De overtreffende trap was voor Berlioz slechts een begin.

Zoals veel romantische kunstenaars voelde Berlioz zich uitverkoren om zijn medemens inzicht te bieden in een hogere realiteit – helemaal nadat hij kennis had gemaakt met het werk van Ludwig van Beethoven, de componist die symfonieën tot een spiegel van de menselijke geest had gepromoveerd. Een extra stimulans was Goethes Faust-verhaal, over het menselijk streven om tegen elke prijs kennis en inzicht te vergaren. Alleen op zo’n rijke voedingsbodem kon die woeste, uitbundige, fantastische symfonie (Berlioz’ eerste) ­ontkiemen. Maar de doorslag gaf zijn acute verliefdheid op Harriet Smithson, een actrice die hij uitsluitend kende van haar Shakespeare-­vertolkingen en die hij nooit persoonlijk had ontmoet. Na twee jaar vruchteloos aandacht trekken – zij was beroemd, hij nog niet – kon hij in de Symphonie fantstique zijn frustraties kwijt. En toen zag Smithson hem eindelijk staan. Het huwelijk dat daarop volgde kon niet anders dan een teleurstelling zijn, na al dat geïdealiseer.

Behalve door de gigantische bezetting (Berlioz schreef aanvankelijk 130 musici voor) imponeerde de muziek door de verhaallijn. Een kunstenaar, schrijft Berlioz in zijn toelichting, neemt uit liefdesverdriet een overdosis opium en ziet zijn geliefde in een reeks hallucinaties: in de natuur, op een feestje, zelfs in het dodenrijk waar ze beiden na een passiemoord zijn terechtgekomen. Met zo’n scenario kan een componist uit vele vaatjes tappen, van zwoele rêverie en herdersmuziek tot , militaire en citaten uit de e dodenmis. Toch is het werk een eenheid. Een terugkerend thema symboliseert de geliefde die zich steeds meer als kwelgeest van de passieve ‘held’ ontpopt.

Achteraf vond de componist dat het publiek dit scenario niet vooraf hoefde te kennen; de muziek was verhalend genoeg zonder uitleg. Helemaal juist, en dat komt door Berlioz’ ­bijzondere kunst. Vooral het slotdeel, over een nachtelijk heksenritueel, zit vol beeldende klank- en kleureffecten die generaties componisten beïnvloedden en die nog altijd in filmmuziek worden geïmiteerd. Van de enorme vlucht die visuele media ooit zouden nemen kon Berlioz niet eens een vermoeden hebben. Toen de ­Sym­phonie fantastique Amerika bereikte, in 1880, waarschuwde een krant: ‘Dit is een delirium op muziek gezet. De neiging om afschuwelijke scènes muzikaal te verbeelden – daartegen moet men zich verzetten. In muziek mag je niet ongelimiteerd realistisch zijn.’ Als Berlioz nóg realistischer had kunnen componeren, had hij het gedaan.

notenbeeld

Hector Berlioz: Symphonie fantastique

door Michiel Cleij

Biografie

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 138 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest

Klaus Mäkelä, dirigent

Klaus Mäkelä is muziekdirecteur van het Orchestre de Paris sinds 2021. In september 2027 wordt hij de achtste chef- van het Concertgebouworkest; tegelijkertijd begint hij dan als music director van het ­Chicago Symphony Orchestra. Van 2020 tot juni 2026 was hij chef-dirigent van de Oslo Philharmonic, waar hij zijn laatste seizoen afsloot met Magnus Lindbergs Kraft.

Als gastdirigent stond hij onder meer voor de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en The Cleveland Orchestra. Klaus Mäkelä heeft een exclusief contract met Decca Classics, waarvoor hij met de Oslo Philharmonic onder meer alle symfonieën van Sibelius opnam en met het Orchestre de Paris drie albums met daarop werken van Debussy, Stravinsky, Berlioz en Ravel.

Afgelopen seizoen bleef in Parijs de focus op Frans repertoire met muziek van Bizet, Franck en Connesson. Op het festival van Aix-en-Provence leidde hij in juli Die Frau ohne Schatten van Richard Strauss. Het Concert­gebouworkest nodigde Klaus Mäkelä na zijn debuut in september 2020 meermaals opnieuw uit en benoemde hem in 2022 tot toekomstig chef-dirigent. Na zeer succesvolle tournees in de Verenigde Staten (2024) en Oost-Azië (2025) startte in 2026 een jaarlijkse residency op de Osterfestspiele in Baden-Baden.

In seizoen 2026/2027 tourt Klaus Mäkelä uitgebreid met het Concertgebouworkest door Europa, leidt hij de Kerstmatinee en het Annual Gala en staan onder meer Beethovens Missa solemnis, Bartóks Hertog Blauwbaards burcht en Berio’s Sinfonia op het programma.

Als ­cellist treedt hij regelmatig op met leden van het Concertgebouw­orkest of het Orchestre de Paris en speelt hij iedere zomer op het Verbier Festival. Klaus Mäkelä studeerde orkestdirectie aan de Sibelius-Academie in Helsinki bij Jorma Panula en bij Marko Ylönen, Timo Hanhinen en Hannu Kiiski.