Concertgebouworkest en Seong-Jin Cho: Tsjaikovski's Pianoconcert nr. 1

Dima Slobodeniouk dirigent
Seong-Jin Cho piano

Dit concert maakt deel uit van de serie B woensdag.

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Pianoconcert nr. 1 in bes kl.t., op. 23 (1874-75)
Allegro non troppo e molto maestoso – Allegro con spirito
Andantino semplice – Prestissimo
Allegro con fuoco

pauze ± 21.00 uur

Igor Stravinsky (1882-1971)

Symfonie in drie delen (1942-45)
Ouverture. Allegro
Andante —
Con moto

Richard Strauss (1864-1949)

Walzerfolge nr. 1 uit ‘Der Rosenkavalier’ (opera 1911, suite 1944)

eerste uitvoering van deze suite door het Concertgebouworkest

einde ± 22.15 uur

Dirigent Joana Mallwitz heeft om persoonlijke redenen haar concerten met het Concertgebouworkest helaas moeten afzeggen. Het orkest is Dima Slobodeniouk heel dankbaar dat hij op korte termijn voor haar inspringt. In plaats van Hindemiths Symfonie 'Mathis der Maler' klinkt Stravinsky's Symfonie in drie delen.

Toelichting

Pjotr Tsjaikovski (1840-1893)

Eerste pianoconcert

Pjotr Tsjaikovski, met zijn Slavische melancholie en zijn folkloristische inslag, lijkt een typisch Russische componist. Toch zit zijn werk vol buitenlandse invloeden – in het bijzonder van Wolfgang Amadeus Mozart, Robert Schumann en Franz Liszt. Eigenlijk is zijn stijl een compromis dat veel hedendaagse eurosceptici als muziek in de oren zal klinken: Europees, maar met behoud van het nationale karakter.

Tsjaikovski’s Slavische inborst hoor je het duidelijkst in zijn voering. Het beginthema van het Eerste pianoconcert is een typisch voorbeeld: het is een melodie als een diep ploegspoor, en hoewel het klinkt als een traditio­neel volkslied is het Tsjaikovski’s eigen creatie. Vreemd genoeg keert dit imposante na twee herhalingen nergens in het werk terug. Wat volgt is een typisch negentiende-eeuws ­virtuozenstuk, maar tussen alle pianistieke bravoure door, maakt de componist uitstapjes naar verschillende muzikale werelden. Een andere melodie uit het begindeel is, evenals het hoofdthema van de Finale, volgens Tsjaikovski-experts ontleend aan Oekraïense ­volksmuziek – niet vreemd, want Tsjaikovski had Oekraïense voorouders en bracht menige vakantie in die contreien door. Tegelijkertijd aarzelde hij niet om in het middendeel een Frans cabaretliedje te citeren; het stond op het ­repertoire van de zangeres Désirée Artôt, de enige vrouw met wie de homoseksuele Tsjaikovski een gepassioneerde relatie had.

Meteen na voltooiing liep Tsjaikovski’s toch al geringe zelfvertrouwen een gevoelige deuk op. Zijn mentor Nikolaj Rubinstein, voor wie hij zijn pianoconcert gecomponeerd had, brandde het volledig af. Bijval kreeg de componist evenwel van de Duitse pianist en Hans von Bülow, die het werk op zijn repertoire zette en een belangrijke promotor van Tsjaikovski’s muziek in het buitenland werd. Later keerde Rubinstein berouwvol op zijn harde afwijzing terug – maar toen had Tsjaikovski het concert al dankbaar aan Bülow opgedragen.

Pjotr Tsjaikovski
notenbeeld

Van ‘jatwerk’ naar hit: Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert

Igor Stravinsky (1882-1971)

Symfonie in drie delen

Igor Stravinsky had zijn drie symfonieën kunnen nummeren, maar hij was er terecht op gebrand ze niet als drie exercities in hetzelfde genre te presenteren. Ze zijn totaal verschillend, en hebben elk een eigen concept. De Psalmensymfonie is een liturgisch stuk voor orkest en koor; de tweede – de Symfonie in C groot, hier niet uitgevoerd – speelt met de klassieke traditie van een verbindende ; en in de Symfonie in drie delen draait alles om . Wat ze gemeen hebben is dat het muziek over muziek is, maar dat kun je zeggen van vrijwel al Stravinsky’s composities: die haken bijna altijd in op andermans stijl of op specifieke stukken.

De Symfonie in drie delen heeft een grillige ontstaansgeschiedenis. Uitgeweken naar Amerika bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kampte Stravinsky ineens met geldproblemen en gebrek aan opdrachten. Ook uitnodigingen om te dirigeren kreeg hij nauwelijks en zijn pogingen om filmmuziek voor Hollywood te schrijven leverden weinig op.

Maar de New York Philharmonic was wél geïnteresseerd. Op hun verzoek schreef Stravinsky een nieuwe symfonie, deels gebaseerd op ongebruikt Hollywood-materiaal. En aangezien hij gewend was om op een collage-achtige manier te componeren ging hem dat uitstekend af; hij had een wonderlijk vermogen om incongruente fragmentjes aaneen te smeden tot een soepel, samenhangend geheel.

Een ritmische flow houdt het werk bijeen. Na de bijna cartooneske en in het openingsdeel volgt een hofdansje à la Stravinsky, gebaseerd op muziek die door een filmregisseur was afgewezen. In de finale is het gemarcheer uit het eerste deel gekoppeld aan stuwende, machine-achtige s.

Tegen zijn gewoonte in verwoordde Stravinsky de buitenmuzikale drijfveren achter het werk. Het weerspiegelde ‘deze harde tijden van heftige roerigheid, van wanhoop en hoop, van lijden, spanning en uiteindelijke verlichting en bevrijding.’ De turbulente actualiteit hoor je niet alleen terug in de ‘militante’ hoekdelen – Stravinsky was geschokt door nieuwsfilmpjes met ‘soldaten in ganzenpas’ – maar ook in de Russische trekjes van het werk. De folkloristische, ongepolijste elementen van zijn vroege Russische balletten waren een tijdje op de achtergrond geraakt, maar deze symfonie benadert vaak het klankbeeld van Petroesjka en Le sacre du printemps: Stravinsky was zijn verre, door oorlog geteisterde vaderland niet vergeten.

Richard Strauss (1864 - 1949)

Walzerfolge nr. 1 uit ‘Der Rosenkavalier’

Ook Richard Strauss maakte een spagaat tussen traditie en vernieuwing, zij het sierlijker dan Hindemith. Voor nieuwe klanken en kleuren deinsde hij niet terug, maar hij was tegelijkertijd een sterdirigent en showman die zijn relatie met het publiek niet op het spel wilde ­zetten. Het is dan ook kenmerkend dat hij het elegante Der Rosenkavalier prompt na Elektra schreef, een die ­sommigen als schokkend modern hadden ervaren. Der Rosenkavalier is een nostalgische opera over het oude ­Wenen met en, gloedvolle ’s, een smeuïg verhaal en besmuikte humor. Ondertussen verwijzen tekst en muziek voortdurend naar Strauss’ ­heden; het werk had nooit eerder gecomponeerd kunnen worden. De ën klinken weelderig en gra­cieus, maar ze hebben een harmonische ‘overrijpheid’ die typisch twintigste-­eeuws is. Strauss laat de Weense pracht en praal opzettelijk sleets lijken – in lijn met de personages uit de opera, die herhaaldelijk mijmeren over ouder worden en veranderende tijden. En toch is deze muziek tijdloos ­gebleven, zeker ook door de walssuites die Strauss op veler verzoek uit zijn opera samen­stelde.

Orkestfeiten

Tsjaikovski: Eerste pianoconcert

De eerste uitvoering door het Concertgebouworkest was op 19 februari 1899 onder leiding van Willem Mengelberg met als solist Frederic Lamond. De laatste was op 21 april 2023 onder leiding van Mirga Gražinytė-Tyla met pianiste Gabriela Montero.

Strauss: Walzerfolge nr. 1

Dit werk met en uit de eerste twee bedrijven van Der Rosenkavalier stond nooit eerder op de lessenaars bij het Concertgebouworkest, in tegenstelling tot de -Walzerfolge nr. 2 (1911) met materiaal uit het derde bedrijf.

door Michiel Cleij

Biografie

Dima Slobodeniouk, dirigent

Dima Slobodeniouk studeerde bij de Oekraïense violiste Olga Parkhomenko aan de Sibelius-academie in Helsinki. Daar begon hij ook zijn directiestudie bij Leif Segerstam, Jorma Panula en Atso Almila. Van 2013 tot 2022 was hij muziekdirecteur van het Orquesta Sinfónica de Galicia , en van 2016 tot 2021 chef- van het Lahti Symphony Orchestra en artistiek directeur van het Sibelius Festival.

Daarnaast stond Dima Slobodeniouk meermaals voor orkesten als de Berliner Philharmoniker, de New York Philharmonic, The Cleveland Orchestra, het Boston Symphony Orchestra, het London Symphony Orchestra, het Gewandhausorchester Leipzig, de Münchner Philharmoniker, het Tonhalle-Orchester Zürich en het NHK Symphony Orchestra. In het seizoen 2025-26 dirigeerde hij de Wiener Symphoniker in een programma met Beethovens Negende symfonie tijdens de Nieuwjaarsconcerten.

In oktober 2018 maakte Dima Slobodeniouk zijn debuut bij het Concertgebouworkest met werken van Richard Strauss en Zemlinsky en de op. 1 van Alban Berg in de orkestratie van Theo Verbey, zowel in Amsterdam als op tournee. In april 2019 keerde hij terug met werken van Tsjaikovski, Ravel en Vaughan Williams.

Tot zijn recente cd-opnames behoort het concert van Esa-Pekka Salonen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en Nicolas Altstaedt, dat bekroond werd met een ICMA Award. Zijn meest recente cd op het BIS-label bevat drie symfonieën van Stravinsky met het Orquesta Sinfónica de Galicia.

Seong-Jin Cho, piano

Seong-Jin Cho was in 2011 – op zijn zeventiende – finalist op het Tsjaikovski-concours in Moskou, en studeerde vervolgens aan het Conservatoire National Supérieur de Musique in Parijs. In oktober 2015 trok de Koreaanse pianist internationaal de aandacht toen hij het Fryderyk Chopin Pianoconcours in Warschau won. Een maand later debuteerde hij bij het Concertgebouworkest in Ravels Pianoconcert in G groot onder leiding van Jakub Hrůša.

In januari 2024 kwam hij terug met het Eerste pianoconcert van Chopin onder leiding van Santtu-Matias Rouvali en later dat jaar met Beethovens Vierde pianoconcert onder leiding van Myung-whun Chung. In 2024/2025 was Seong-Jin Cho artist in residence van de Berliner Philharmoniker, en in het seizoen daarop portrait artist bij het London Symphony Orchestra.

Seong-Jin Cho ondernam tournees met de Berliner Philharmoniker (Korea), het Gewandhausorchester Leipzig (Korea, Japan en Europa), de Czech Philharmonic (Taiwan en Japan) en de Münchner Philharmoniker (Korea, Japan en Taiwan). Ook soleerde hij bij de Wiener Philharmoniker en de orkesten van New York, Philadelphia, Pittsburgh, Los Angeles en Boston.

Onder de en met wie hij regelmatig werkt, zijn Gustavo Dudamel, Yannick Nézet-Séguin, Antonio Pappano en Simon Rattle. Solorecitals gaf Seong-Jin Cho in Carnegie Hall in New York, Suntory Hall in Tokio en de Musikverein en het Konzerthaus in Wenen.

In de was hij solo te beluisteren in 2016, en in de in 2017 en 2018 (serie Meesterpianisten) en in maart 2026 (serie Grote Pianisten).

Koninklijk Concertgebouworkest, orkest

Al 138 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouw­orkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.

Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concert­gebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.

Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Ha­itink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.

Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.

Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest