Concertgebouworkest en Joyce DiDonato
Koninklijk Concertgebouworkest
Antonio Pappano dirigent
Joyce DiDonato mezzosopraan
Dit programma maakt deel uit van de serie B.
Dit programma wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Interview met Joyce DiDonato
Jake Heggie (1961)
Camille Claudel: Into the Fire (2012, orkestratie 2015)
op teksten van Gene Scheer
Prelude: Awakening
Rodin
La Valse
Shakuntala
La petite châtelaine
The Gossips
L’age mûr
Epilogue: Jessie Lipscomb visits Camille Claudel,
Montdevergues Asylum, 1929
Nederlandse première
pauze ± 20.50 uur
Hector Berlioz (1803-1869)
Symphonie fantastique, op. 14 (1830)
épisode de la vie d’un artiste
Rêveries, passions
Un bal
Scène aux champs
Marche au supplice
Songe d’une nuit du sabbat
einde ± 22.20 uur
Toelichting
Jake Heggie (1961)
Camille Claudel: Into the Fire
Door Carine Alders
De Amerikaanse componist Jake Heggie was zeer onder de indruk van de film Camille Claudel (1988) met Isabelle Adjani en Gérard Depardieu, over de jonge kunstenares en haar verzengende relatie met beeldhouwer Auguste Rodin. Hij wilde dit schrijnende verhaal dolgraag muzikaal uitdiepen en twintig jaar later kreeg hij die kans. Hij legde het idee voor aan zijn goede vriendin Joyce DiDonato. ‘Ja, graag!’ was haar antwoord. Schrijver en componist Gene Scheer tekende voor de teksten. Het resultaat was een cyclus voor mezzosopraan en strijkkwartet, die Heggie opdroeg aan DiDonato. In 2015 ontstond een orkestversie, die met veel succes werd uitgevoerd in de Verenigde Staten, maar ook in Londen en Parijs.
Camille Claudel (l.) in haar atelier met Jessie Lipscomb, ca. 1885
Het verhaal van Into the Fire speelt zich af op de ochtend van 10 maart 1913, de dag dat Claudel – op dat moment 48 jaar – opgenomen zal worden in een psychiatrische inrichting. Sinds haar breuk met haar mentor en minnaar Rodin heeft ze vijftien jaar aan een eigen carrière gewerkt, maar steeds vaker lijdt ze aan waanbeelden. Zo sluit ze zich regelmatig op in haar atelier en gooit dan haar beelden in het vuur. Haar familie besluit haar op te laten nemen. Nog één keer loopt Claudel door haar atelier en ze praat tegen haar beelden. Tegen het krachtige borstbeeld van Rodin zegt ze: ‘Gisteravond ging ik naakt naar bed, ik beeldde me in dat je me vasthield, maar ik werd alleen wakker.’ In het onverbiddelijke ochtendlicht bleek alles een droom.
Claudel en Rodin tekenden ooit een contract waarin stond dat zij zijn enige leerling zou blijven en hij met haar zou trouwen, maar Rodin brak de belofte. Het tweede beeld, La Valse, een dansend paar, los van de tijd en opgaand in elkaar, roept herinneringen op aan de tijd dat de geliefden gelukkig waren. In 1886, pas 21 jaar oud, maakte Claudel een beeld van een paar dat elkaar na lange verwijdering weer in de armen sluit. Het beeld is geïnspireerd op de Indiase mythe van Shakuntala, op wie de vloek rust dat degene van wie ze droomt haar zal vergeten: na jaren realiseert haar geliefde het onrecht dat hij haar heeft aangedaan en vraagt om vergiffenis.
La petite châtelaine is een kopje van een klein meisje, dat vol onschuld naar haar maakster opkijkt. ‘Weet je wie ik ben?’ vraagt Claudel. Toen Rodin de belofte om met haar te trouwen verbrak, beëindigde ze haar zwangerschap, mogelijk op zijn verzoek. Tegelijk begonnen ook de waanbeelden; ze verdacht Rodin ervan dat hij haar ideeën stal en haar carrière tegenwerkte. Het beeld Les causeuses stelt een groepje roddelende vrouwen achter een kamerscherm voor; het inspireerde het deel The Gossips. ‘Welk geheim hangt er in de lucht? Hij zit er achter!’
Het instrumentale intermezzo L’age mûr is gebaseerd op het gelijknamige beeld: een ouder paar loopt weg van een smekende jonge vrouw. De man draait zich naar haar om, maar de verwijdering is definitief.
In de epiloog wordt Claudel, eenzaam opgesloten, bezocht door haar oude vriendin en collega Jessie Lipscomb. ‘Dank dat je mij niet vergeten bent’, zingt Claudel. ‘Herinner je je onze tijd in Parijs? De wereld lag aan onze voeten. En zie mij nu.’
Door de hele cyclus heen speelt de een belangrijke rol, maar ook Claude Debussy – die een beeld van Claudel op zijn schoorsteenmantel had – was een belangrijke inspiratiebron voor Heggie.
Hector Berlioz (1803-1869)
Symphonie fantastique
Door Carine Alders
Op dinsdagavond 11 september 1827 werd Hector Berlioz getroffen door een dubbele blikseminslag. In het Parijse Odéontheater zag hij een Engels toneelgezelschap Shakespeares Hamlet spelen. Hoewel hij er geen woord van verstond, maakte Harriet Smithson, de actrice die de rol van Ophelia vertolkte, een verpletterende indruk op de componist. Een schok en geroezemoes steeg op toen ze haar entree maakte, in een lang zwart gewaad met strootjes in haar verwarde haar.
Berlioz realiseerde zich dat ook instrumentale muziek dramatische zeggingskracht kon hebben
‘De aanslag van haar buitengewone talent op mijn hart en hoofd werd geëvenaard door de verwoesting die de dichter die ze zo nobel vertolkte in mij aanrichtte’, schreef de jonge componist. Het beeld van Ophelia dook overal op in Parijs, veel vrouwen staken zelfs stro in het haar volgens de laatste mode. Volledig van de kaart bleef Berlioz twee jaar lang geobsedeerd door zijn Ophelia. Zijn pogingen om met haar in contact te komen waren echter vergeefs; zijn brieven bleven onbeantwoord.
Een half jaar na de gedenkwaardige avond in het theater maakten uitvoeringen van de Derde en Vijfde symfonie van Ludwig van Beethoven eveneens grote indruk. Berlioz realiseerde zich dat ook instrumentale muziek dramatische zeggingskracht kon hebben, misschien nog wel meer dan gezongen woorden. Al deze ervaringen brachten hem op het idee om een symfonie te componeren waarin hij zelf de hoofdrol zou spelen, getiteld ‘Episode uit het leven van een kunstenaar’. Een voor het wanhopige verdriet van onbeantwoorde liefde had hij al gevonden in een eerder afgedankt . Toen hij ontdekte dat Harriet een verhouding had met haar manager en hij zelf verliefd werd op een jonge pianiste was de passie voldoende bekoeld om aan het werk te kunnen gaan.
In het openingsdeel komen alle gevoelens voorbij die bij hopeloze verliefdheid passen, van dagdromen tot jaloezie en geagiteerde opwinding. Tijdens een bal zonder zijn geliefde (tweede deel) kan de muziek hem slechts kwellen. Een wandeling in de natuur (derde deel) brengt afwisselend hoop en wanhoop. De hoofdpersoon besluit zichzelf te vergiftigen met opium. Hij sterft echter niet, maar droomt dat hij zijn geliefde vermoord heeft. In zijn droom ziet hij zichzelf naar het schavot lopen en geëxecuteerd worden (vierde deel, de mars naar het schavot). In het laatste deel – de beroemde heksensabbat – komt zijn lief de begrafenis bijwonen.
In de symfonie komt de obsessie tot uiting in een dat steeds in verschillende gedaanten terugkeert, de idée fixe, een van de vernieuwende elementen in de muziek van Berlioz. De eerste keer klinkt het thema na ongeveer zes minuten in het eerste deel, romantisch geïntroduceerd door de violen. In de naar het schavot klinkt het begin van de melodie eenzaam in de klarinet vlak voordat de hakbijl valt. Een gemene pesterige versie met kleine voorslagen in de klarinetten klinkt in het laatste deel.
Als Berlioz enkele jaren later uit Rome terugkeert naar Parijs huurt hij een appartement waar Smithson de avond ervoor uit vertrokken is. Wederzijdse vrienden maken haar duidelijk dat zij het onderwerp is van Berlioz’ Symphonie fantastique. Eindelijk ontmoeten ze elkaar, met een bruiloft als gevolg. Op 3 oktober 1833 trouwden Berlioz en Smithson. Misschien droeg de bruid wel strootjes in het haar.
Biografie
Koninklijk Concertgebouworkest, orkest
Al 137 jaar brengt het Koninklijk Concertgebouworkest muziek tot leven. Het Amsterdamse orkest wordt wereldwijd geroemd om zijn unieke klank en zijn veelzijdige repertoire en heeft het voorrecht om met de meest vooraanstaande en en solisten te mogen samenwerken. Klaus Mäkelä, met wie sinds 2020 een hechte band bestaat, wordt in 2027 chef-dirigent. Zijn voorgangers waren Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly (sinds 2004 conductor emeritus), Mariss Jansons en Daniele Gatti. Iván Fischer is honorair gastdirigent.
Jaarlijks geeft het orkest zo’n 130 concerten. Thuis, in Het Concertgebouw, maar ook in de meest prestigieuze concertzalen wereldwijd. Daarmee is het Concertgebouworkest een ambassadeur voor Nederland. Hare Majesteit Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest.
Vanaf het begin is veel samengewerkt met componisten. Zo dirigeerden Richard Strauss, Gustav Mahler, Arnold Schönberg en Igor Stravinsky zelf meer dan eens het Concertgebouworkest. Jaarlijks gaan meerdere opdrachtwerken in première.
Het orkest ziet het als zijn verantwoordelijkheid om de kracht van symfonische muziek door te geven. Via de Academie van het Concertgebouworkest en het internationale jeugdorkest Young delen orkestmusici hun kennis, ervaring en liefde voor het vak met volgende generaties. Voor veelbelovende en zijn er de Ammodo Masterclass en het Bernard Haitink Associate Conductorship. Met vernieuwende concertvormen en uitvoeringen buiten de concertzaal inspireert het orkest nieuwe luisteraars.
Het grootste deel van de inkomsten haalt het Concertgebouworkest uit concerten in binnen- en buitenland. Het orkest is dankbaar voor de steun die het ontvangt van zijn publiek, het Ministerie van OCW, de gemeente Amsterdam, global partners ING, Booking.com en The Magnum Ice Cream Company, en vele sponsoren, fondsen en donateurs wereldwijd.
Bekijk hier alle musici van het Koninklijk Concertgebouworkest
Antonio Pappano, piano
Antonio Pappano is artistiek leider van het Royal House Covent Garden sinds 2002 en chef- van het London Symphony Orchestra sinds 2024. Bij het orkest van het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome nam hij in 2023 na achttien jaar afscheid als muzikaal leider.
Antonio Pappano is een veelgevraagd gastdirigent bij ’s werelds beste orkesten, creëert als dirigent én als pianist een gestage stroom cd- en dvd-opnamen, en werkt mee aan programma’s voor de BBC, waarbij zijn introducties tot Italiaanse opera en Wagners Der Ring des Nibelungen een speciale vermelding verdienen.
Antonio Pappano werd in 1959 in Londen geboren als kind van Italiaanse ouders. Toen hij dertien was, verhuisde het gezin naar de Verenigde Staten, waar hij piano, compositie en directie studeerde. Door zijn werk als repetitor en assistent- bij diverse huizen ontwikkelde hij zich al gauw tot een begenadigd operadirigent. Antonio Pappano leidde producties van onder andere de New York City Opera, de Lyric Opera of Chicago en de Bayreuther Festspiele.
Zijn eerste vaste aanstelling als operadirigent was aan de Opera in Oslo, gevolgd door De Munt in Brussel. In 2004 debuteerde Antonio Pappano bij het Concertgebouworkest en hij keerde daarna regelmatig terug. Een van de memorabele samenwerkingen was het Prinsengrachtconcert in 2013. In mei 2019 leidde hij het orkest in Berlioz’ Grande messe des morts. Bij de meest recente samenwerking, in januari 2025, dirigeerde hij Berlioz’ Symphonie fantastique en Jake Heggies Camille Claudel: Into the Fire met mezzosopraan Joyce DiDonato.
'Het kookt daar!' Lees hier het interview met Antonio Pappano.
Joyce DiDonato, mezzosopraan
Joyce DiDonato zong haar eerste Händel-, Giulio Cesare, in 2001 in Amsterdam bij De Nationale Opera. Naast haar wereldwijde bekendheid in het repertoire ontving de Amerikaanse mezzosopraan ook veel lof voor haar Mozart-interpretaties en rollen.
Haar repertoire omspant vijf eeuwen en in haar operacarrière maakte ze een ontwikkeling door van ondeugend dan wel onwetend meisje (Rosina, Cendrillon, Cenerentola) naar tragische koningin (Maria Stuarda, Semiramide, Dido), en van puber (Cherubino, Sesto) naar prins (Ariodante, Romeo).
Ze bekleedde residencies aan Carnegie Hall in New York en het Barbican Centre in Londen en nam met Yannick Nézet-Séguin aan de piano Schuberts Winterreise op. Recente highlights zijn een residency bij het Musikkollegium Winterthur en de titelrol in Händels Agrippina aan de Metropolitan Opera in New York en op cd.
Joyce DiDonato won meerdere Grammy Awards en kreeg in 2018 de Olivier Award for Outstanding Achievement in . Haar album Songplay leverde haar in 2019 de titel Female Singer of the Year op van Opus Klassik. In september 2024 kreeg ze de Concertgebouw Prijs vanwege haar uitzonderlijke bijdrage aan het artistieke profiel van Het Concertgebouw.
Joyce DiDonato volgde haar opleiding aan de Academy of Vocal Arts in Philadelphia en de young artist-programma’s van de operahuizen van Houston, San Francisco en Santa Fe.
In april 2007 debuteerde ze in de . In de debuteerde ze in december 2008. In maart 2022 deed ze de zaal aan tijdens haar meerjarige EDEN-tournee, en op 13 maart 2024 stond ze er voor het laatst. Met het Concertgebouworkest werkt Joyce DiDonato voor het eerst samen.




