Composer in residence Thomas Larcher: The Living Mountain (wereldpremière)

Asko|Schönberg
Gregory Charette dirigent
Sarah Aristidou sopraan
Awoiska van der Molen kunstenaar-fotograaf

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds.


Ook interessant: Fotograaf Awoiska van der Molen: ‘Graag ben ik daar waar geen hekjes meer staan’

Thomas Larcher (1963)

Madhares (2006-07) voor strijkkwartet
Madhares (Andante)
honey from Anapolis (Adagio)
sleepless 1
sleepless 2 – Madhares (very fast)
a song from? (Allegretto)

Toru Takemitsu (1930-1996)

Landscape 1 (1960) voor strijkkwartet

Richard Ayres (1965)

No. 34b (2003) voor cello, fluit, klarinet, slagwerk, viool en tape
Waltz
Wallis (Chorale)

Thomas Larcher

The Living Mountain (2020) voor sopraan, fluit, klarinet, slagwerk, piano, accordeon en strijkers
wereldpremière; in opdracht van Het Concertgebouw, mogelijk gemaakt door het Composer in Residence Fonds

er is geen pauze
einde ± 21.30 uur

Toelichting

Composer in residence Thomas Larcher: The Living Mountain

Door Erwin Roebroeks

Larcher: Madhares

Madhares is Thomas Larchers derde strijkkwartet. Centraal staat de verwijdering tussen en samenkomst van de vier strijkers. Soms spelen ze unisono, dan weer worden ze als het ware uit elkaar gedreven en krijgt elk instrument een eigen identiteit. De titel verwijst naar de Madares, gebergte in het westelijk gedeelte van Kreta, waar het werk is geschreven.

Takemitsu: Landscape 1

Het was de Amerikaanse John Cage die de in 1996 overleden Japanse componist Toru Takemitsu de poort tot zijn eigen Japanse cultuur opende. Tot dan toe had Takemitsu altijd geprobeerd ‘Japanse’ kwaliteiten in zijn eigen werk te vermijden. Uiteindelijk kwam hij bekend te staan om het combineren van elementen uit westerse en oosterse filosofie als motor van zijn unieke sound, en om het verbinden van ogenschijnlijke tegenstellingen, zoals geluid en stilte, en traditie en innovatie.

In 1960 maakte hij het strijkkwartet Landscape 1. Het moet gespeeld worden zonder vibrato. Aanvankelijk lijkt het landschap rustig, geleidelijk aan ontstaat er beweging. Maar zelfs als er gespeeld wordt, is er een suggestie van stilte op de achtergrond. Dat maakt het landschap wijds. Dat ruimtelijke aspect is essentieel voor Takemitsu. Net zoals in veel traditionele Japanse muziek is ook in Takemitsu’s werk ma belangrijk: een eenheid van tijd en ruimte. Weinig noten, veel stilte; dat was Takemitsu’s devies.

Ayres: No. 34b

Richard Ayres’ No. 34b is een compositie voor , fluit, klarinet, , viool en tape. Het eerste deel is een , die Ayres beschrijft als ‘een geheime wals om te spelen in landen waar of op momenten dat dansen niet is toegestaan’. Melodische fragmenten springen over van het ene naar het andere instrument, terwijl de overige musici scherp in- en uitademen. Het van het tweede deel is een eerbetoon aan schilder Alfred Wallis (1855-1942). Cello en marimba spelen een reeks ’s die een suggestief beeld dienen op te roepen van de kust van het Britse Cornwall, waar Wallis woonde en werkte, en waar de in ­Nederland woonachtige Ayres is geboren en opgegroeid.

  • Zonder titel; Awoiska van der Molen, 2020

Larcher: The Living Mountain

Voor Thomas Larcher, in seizoen 2019/2020 composer in residence van Het Concertgebouw, is het componist-zijn slechts een vermomming. Eigenlijk is hij beeldend kunstenaar. Dat heeft te maken met de wijze waarop hij componeert: analoog, met potlood en gum, en heel veel moeite. De meeste noten zijn niet goed. Die gumt hij uit en van die potlood- en gumrestanten draait hij bolletjes, die hij verzamelt. ‘Dat zijn de ongespeelde noten’, vertelde hij in het oktobernummer 2019 van Preludium. Die bak met balletjes toont zijn beeldendkunstenaarschap.

In het werk van beeldend kunstenaar Awoiska van der Molen vond hij zielsverwantschap. Van der Molen werkt als fotografe ook analoog. Zij ziet het resultaat pas als haar negatieven ontwikkeld zijn. Larcher hoort het resultaat pas als het door musici wordt gespeeld. Ondanks het romantische idee dat de componist de muziek in zijn of haar hoofd hoort, waarna dit visioen slechts aan notenpapier hoeft te worden toevertrouwd, komt in werkelijkheid menig componist voor verrassingen te staan wanneer de voor het eerst wordt gespeeld. Anders dan Van der Molen, die zelf haar foto’s in de donkere kamer afdrukt, moet Larcher zijn partituur overdragen aan de musici. Sommige ensembles behandelen de levende componist nogal eens als sluitpost, die van de een paar opmerkingen mag maken tijdens repetities. Maar Asko|Schönberg is door Reinb­ert de Leeuw opgericht om de levende componist centraal te stellen.

Ook het scheppingsproces van Larcher vertoont gelijkenissen met dat van Van der Molen. Voor Larcher geldt: hoe meer er wordt gegumd, des te minder noten, des te sterker de essentie. Van der Molen fotografeert bewust ‘heel veel niet’. Aan alles wat ze op het oog lijkt te (her)kennen, gaat ze voorbij, om niet het reeds bekende te registreren. ‘Enkel de ervaring van een ontastbare essentie’, dat is wat Van der Molen wil verbeelden.

Larcher benaderde Van der Molen voor een samenwerking, omdat haar landschapswerk hem al lange tijd inspireerde. De verwantschap bleek wederzijds; Van der Molen vindt Larchers muziek landschappelijk: ‘Ze deint, schokt, is stil en abrupt in verassende bewegingen.’

Voor de cyclus die vanavond in première gaat, heeft Van der Molen afgelopen jaar in Larchers geliefde Südtirol gefotografeerd – ziedaar The Living Mountain, naar het gelijknamige boek van Nan Shepherd. Van der Molen: ‘Hoe langer ik door het landschap dwaal, hoe beter ik mijn hoofd uit kan zetten. Het is pas twee eeuwen dat de wereld om ons heen zich enorm aan het ontwikkelen is. In duizenden jaren is ons lichaam echter hetzelfde gebleven. Als je langere tijd in de natuur bent, dan herkent onze intuïtie de bron waar wij vandaan komen. Pas wanneer ik dit ervaar haal ik mijn camera uit mijn tas. De camera komt op de laatste plaats.’

Ten tijde van het schrijven van deze tekst legde Larcher de laatste hand aan de compositie, geïnspireerd op de foto’s die Van der Molen in het berglandschap maakte. Larcher probeert de grote, open en lege ruimte, die hem in het boek The Living Mountain aanspreekt, in zichzelf te ontdekken, om die ‘te verbinden met de muziek die voortdurend in mij brult en vloeit.’ Tijdens de uitvoering komen de muziek en de geprojecteerde beelden samen.

Biografie

Sarah Aristidou, sopraan

De Frans-Cypriotische sopraan Sarah Aristidou was in seizoen 2018/2019 lid van de studio van de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn, waar ze onder meer zong in Cherubini’s Médée onder leiding van Daniel Barenboim en Rameaus Hippolyte et Aricie onder leiding van Simon Rattle.

Haar operadebuut dateert van 2016, toen ze bij Angers Nantes Opéra de rol van Eurydice vertolkte in Offenbachs Orphée aux enfers. Op het vlak van de hedendaagse opera is ze inmiddels door Opernwelt twee keer genomineerd als beste nieuwkomer: voor haar aandeel in Die arabische Nacht (2016) van Christian Jost (2016) en in ­Kopernikus van Claude Vivier (2019). In de wereld­première van Thomas Larchers Das Jagdgewehr op de Bregenzer Festspiele 2018 gaf ze gestalte aan Shoko, een rol die ze herhaalde op het Aldeburgh Festival.

Recente highlights in de agenda van de ­so­praan zijn haar debuut bij de Berliner Philharmoniker in muziek van Varèse, een concert met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Matthias Pintscher en Bachs Johannes-Passion met het Gürzenich Orchester.

Verschillende componisten schreven nieuw werk speciaal voor haar; zo voerde ze bijvoorbeeld Aribert Reimanns Cinq fragments lyriques uit met het Deutsches Symphonie-­Orchester Berlin en Robin Ticciati, en Jörg Widmanns Labyrinth IV met het Boulez Ensemble onder leiding van Daniel Barenboim.

In Het Concertgebouw maakt Sarah Aristidou vandaag haar debuut.

Asko|Schönberg, ensemble

Asko|Schönberg is een toonaangevend ensemble voor nieuwe muziek, van solostukken tot grootbezet repertoire in zowel concertvorm als in interdisciplinaire voorstellingen. Naast de topcollectie van de grote twintigste-eeuwse componisten – Boulez, Goebaidoelina, Kurtág, Ligeti – speelt het ensemble ook het allernieuwste eenentwintigste-­eeuwse werk.

Asko|Schönberg biedt kansen aan jong talent door compositieopdrachten te verlenen, en geregeld brengt het gezelschap gloednieuw werk in première. Speciale aandacht is er voor samenwerkingen met vooraanstaande musici en en en aanstormende jonge makers. Dankzij de intensieve samenwerking met componisten zijn de ensembleleden gespecialiseerd in het uitvoeren van nieuwe muziek.

Asko|Schönberg is ensemble in residence bij het Muziekgebouw aan ’t IJ. Daarnaast is het bijvoorbeeld te gast bij het Holland Festival, November Music, de Gaudeamus Muziekweek en De Nationale en verzorgt het coproducties met partners uit verschillende kunstdisciplines, zoals Club Guy & Roni en het Noord Nederlands Toneel. Vanuit de Amsterdamse thuisbasis opereert het ensemble over de hele wereld.

Bij het vorige optreden in de , met Lucas De Man in de serie Scherpdenkers in oktober 2019, stond onder meer muziek van Andriessen, Oestvolskaja en Ives op de lessenaars. Afgelopen november werkte Asko|Schönberg ook samen met Awoiska van der Molen, in de wereldpremière van Odysseus van Calliope Tsoupaki.

Awoiska van der Molen, kunstenaar-fotograaf

Voor beeldend kunstenaar Awoiska van der Molen is fotografie het voornaamste medium. Haar zwart-witfoto’s zijn abstracte representaties van geanonimiseerde landschappen die voortkomen uit haar drang om terug te keren naar waar we vandaan komen: de ongerepte natuur.

In 2019 behaalde Awoiska van der Molen de shortlist van de Prix Pictet, de prijs voor fotografie en duurzaamheid; de bijbehorende tentoonstelling met het ‘hoop’ reisde de wereld over. In 2017 stond ze op de shortlist van de Deutsche Börse Photography Foundation Prize en won ze in de Verenigde Staten de Larry Sultan Photography Award. In Japan won ze in 2014 de Hariban Award. Datzelfde jaar werd haar eerste monografie, Sequester, genomineerd voor de Paris Photo / Aperture First Book Prize en kreeg het de zilveren medaile in de verkiezing van ‘Best Books from all over the World’ in Leipzig.

Awoiska van der Molen groeide op in Groningen en bezocht aldaar de Academie Minerva. Ze studeerde verder aan de Hunter City University in New York en voltooide in 2003 haar fotografie-opleiding aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in Breda.

Haar werk is opgenomen in de collecties van instituten als het Stedelijk Museum Amsterdam, het Victoria and Albert Museum in Londen en het Museum for Photography in Seoul. Haar eerste grote solo-expositie was in 2016 te zien in Foam in Amsterdam.

Gregory Charette, dirigent

Gregory Charette, geboren in Los Angeles en woonachtig in Rotterdam, specialiseert zich in het hedendaagse repertoire. Hij is muzikaal leider van het nieuwemuziekensemble Oerknal en dirigeert dit seizoen ook Orkest de Ereprijs.

Hij studeerde compositie aan het Oberlin Conservatory of Music, waar hij onder meer deelnam aan masterclasses bij Helmut Lachenmann, David Lang en Rebecca Saunders. Vervolgens volgde hij de opleiding orkestdirectie aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag; zijn voornaamste docenten waren Jac van Steen en Kenneth Montgomery.

Binnen het programma National Masters in Orchestral Conducting kreeg hij bovendien de kans om met verschillende Nederlandse orkesten te repeteren en uitvoeringen te geven. Op het Lucerne Festival 2011 werkte Gregory Charette met Pierre Boulez en op het Aldeburgh Festival met Oliver Knussen en Colin Matthews.

Bij Asko|Schönberg debuteerde hij toen hij in het openingsconcert van het Gaudeamus Festival 2012 inviel voor Etienne Siebens. Onder de gezelschappen die de jonge sindsdien uitnodigden zijn het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Residentie Orkest Den Haag, het Noord Nederlands Orkest, de philharmonie zuidnederland, het Ensemble Contrechamps, het Britten-Pears Ensemble, het Filharmonisch Orkest van Kosovo en het Bosnische ensemble Sonemus. Als gastdocent gaf Gregory Charette les aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag.

In Het Concertgebouw maakt hij zijn debuut.