Close-up Concertgebouworkest: Uit de oude wereld
musici van het Concertgebouworkest:
Vincent Cortvrint fluit
Hein Wiedijk klarinet
Javier Sanz Pascual fagot
Elise Besemer viool
Leonie Bot viool
Frederik Boits altviool
Vilém Kijonka altviool
Benedikt Enzler cello
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.
Uit de Oude Wereld
Erich Wolfgang Korngold (1897-1957)
Drei Stücke aus der Musik zu Shakespeares ‘Viel Lärm um Nichts’,
op. 11 (1917-18, versie voor strijkkwartet 1919)
Mädchen im Brautgemach
Holzapfel und Schlehwein (Marsch der Wache)
Mummenschanz
Edgard Varèse (1883-1965)
Density 21.5 (1936, revisie 1946)
voor fluit solo
Ernst Toch (1887-1964)
Geographical Fugue (1930)
voor vier spreekstemmen
Hanns Eisler (1898-1962)
Septet nr. 1, op. 92a (1940)
‘Variaties op Amerikaanse kinder-liedjes’
voor fluit, klarinet, fagot, twee violen, altviool en cello
Allegretto
Allegro assai
Allegretto moderato
[ = 76]
Frisch
[ = 80]
Allegretto
Andante
Andante
pauze ± 21.00 uur
Antonín Dvořák
Strijkkwintet nr. 3 in Es gr.t., op. 97, B.179 (1893)
‘Amerikaans’
Allegro non tanto
Allegro vivo – Un poco meno mosso
Larghetto – var. 1 – var. 2 – var. 3 – var. 4 – var. 5
Finale. Allegro giusto
einde ± 22.10 uur
250 jaar geleden scheidden de Verenigde Staten van Amerika zich af van het Britse Rijk. De Verlichtingsidealen die ten grondslag lagen aan de jonge democratie – vrijheid, individuele ontplooiing en gelijkwaardigheid – golden vooralsnog alleen voor het Angelsaksische deel van de bevolking. Door de massale toestroom van Oost- en Zuid-Europese immigranten en integratie van (vrijgemaakte) Afro-Amerikanen groeide in de negentiende eeuw de behoefte aan cohesie, een Amerikaanse culturele identiteit. Die werd ingelost in de literatuur, maar de muziek en andere kunstvormen bleven achter.
In 1892 kreeg de klassieke muziek een steuntje in de rug van een Tsjechische meester: Antonín Dvořák werd aangesteld als directeur van het nieuwe National Conservatory in New York. Zelf diepgaand beïnvloed door Boheemse volksmuziek, stimuleerde hij Amerikaanse componisten om hun oor te luisteren te leggen bij de muziek van het inheemse en het Afro-Amerikaanse deel van de bevolking. Na tweeënhalf jaar reisde hij terug naar zijn geliefde vaderland.
Vanaf de jaren 1920 vonden Amerikaanse componisten hun eigen stem. Ook op andere terreinen weekte de Nieuwe Wereld zich los van zijn Europese invloeden. De rollen werden omgedraaid: met zijn groeiende welvaart ging Amerika een voorbeeldfunctie vervullen voor het oude, vervallen Europa, dat ten prooi viel aan oorlog, crises en fascisme. ‘The land of the free’ werd een toevluchtsoord voor Europese componisten. Het bood hun artistieke, politieke, persoonlijke en financiële mogelijkheden – iedere componist zocht en vond er zijn eigen vrijheid.
Toelichting
Erich Wolfgang Korngold (1897-1957)
Drei Stücke
Wolfgang Erich Korngold maakte al op jonge leeftijd carrière als componist in Wenen – eeuwenlang een bloeiend cultureel centrum, maar inmiddels een stad in verval waar het antisemitisme hoogtij vierde en het nationaalsocialisme broeide. De Joodse Korngold ondervond steeds meer weerstand. In 1934 werd hij uitgenodigd naar Hollywood te komen om Felix Mendelssohns muziek voor Shakespeares toneelstuk A Midsummer Night’s Dream te bewerken voor film. Na het succes daarvan volgden steeds lucratievere opdrachten; Korngold groeide uit tot dé componist van filmmuziek en werd in 1943 Amerikaans staatsburger.
In 1918 had Korngold al muziek geschreven voor een andere Shakespeare-komedie, Much Ado about Nothing, ofwel Viel Lärm um Nichts. Uit de toneelmuziek destilleerde hij een voor kamerorkest (die hij in 1925 bij het Concertgebouworkest dirigeerde) en eentje voor viool en piano. In 1984 dook daarnaast de driedelige strijkkwartetversie op die we vanavond horen. Het eerste deeltje beschrijft hoe Hero zich vrolijk opmaakt voor haar huwelijk, dat rampzalig zal verlopen. Het tweede deel is geïnspireerd op de pompeuze agent Dogberry en zijn partner Verges. Een gemaskerd bal is het onderwerp van het derde deeltje. Korngolds muziek is luchtig, vol weelderige ën en verrassende, vaak grappige wendingen.
Edgard Varèse (1883-1965)
Density 21.5
Edgard Varèse was een visionair, altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Ideeën voor had hij bijvoorbeeld al lang voordat de technologische mogelijkheden bestonden om die te realiseren.
Maar in Europa vond de Parijzenaar weinig weerklank. Daarom vertrok hij in 1915 naar New York. De titel van het eerste werk dat hij er schreef, Amériques, verwees niet zozeer naar het Amerikaanse continent, maar naar nieuwe horizonten in het algemeen. Langzaam maar zeker maakte hij carrière en creëerde hij een netwerk van gelijkgezinden – onder wie Leon , de Russische uitvinder van een van de eerste elektronische muziekinstrumenten. Hoewel Varèse nog vaak in Europa zou verblijven, werd hij in 1927 Amerikaans staatsburger.
In 1936 componeerde hij Density 21.5 in opdracht van fluitist Georges Barrère, die daarmee zijn nieuwe platina fluit ten doop wilde houden. De dichtheid van platina is 21,5 gram per kubieke centimeter, vandaar. Verminderde en spelen een hoofdrol en de hele constructie ontkiemt uit het basismotief f-e-fis-cis-g, dat uiteenvalt in een chromatisch je f-e-fis en een diatonisch motiefje fis-cis-g.
Ernst Toch (1887-1964)
Geographical Fugue
Ernst Toch werd geboren in Wenen en had al vroeg succes; op zijn 25ste werd hij compositiedocent in Mannheim. Samen met de Duitsers Kurt Weill, Hanns Eisler en Paul Hindemith werd hij in de jaren 1920 bekend als muzikale exponent van de anti-romantische ‘Nieuwe Zakelijkheid’. Hun muziek kenmerkt zich door heldere, neoklassieke structuren, realisme en aandacht voor ‘de gewone mens’.
Terwijl concerten van de Joodse Toch door de nazi’s werden gesaboteerd, nam zijn populariteit in de Verenigde Staten toe. Na vele omwegen arriveerde hij in 1935 in New York. Daar zochten de experimentele componisten John Cage en Henry Cowell hem op om te vragen of ze een Engelstalige versie mochten maken van zijn Fuge der Geographie, een ritmische voor spreekstemmen waarvan Cage in 1930 de sensationele première in Berlijn had bijgewoond. Deze versie werd bekend als de Geographical Fugue.In 1938 vond Toch werk als docent in Los Angeles. Daarnaast schreef hij muziek voor Hollywoodfilms, al zou hij nooit de bekendheid van Korngold genieten. Tochs populairste werk is en blijft de Geographical Fugue, al was dat volgens de componist maar een tussendoortje. De spreektekst luidt:
Trinidad!
And the big Mississippi
and the town Honolulu
and the lake Titicaca,
the Popocatepetl is not in Canada,
rather in Mexico, Mexico, Mexico!
Canada, Málaga, Rimini, Brindisi
Canada, Málaga, Rimini, Brindisi
Yes, Tibet, Tibet, Tibet, Tibet,
Nagasaki! Yokohama!
Nagasaki! Yokohama!
Hanns Eisler (1898-1962)
Septet nr. 1
Ooit was Hanns Eisler een ijverige leerling van Arnold Schönberg – de eerste die diens twaalftoonstechniek adopteerde. Maar al gauw verruilde hij strenge atonale klanken voor uze muziek met jazz- en cabarettrekjes. De protesteren die hij samen met de schrijver en mede-marxist Bertolt Brecht schreef, speelden een rol tijdens laatste jaren van de Weimarrepubliek. Hun Solidaritätslied was geliefd bij protestbijeenkomsten in heel Europa. In 1933 werd hun werk in de ban gedaan; na vele omzwervingen vond Eisler asiel in de Verenigde Staten.
Vanaf 1938 componeerde ook hij muziek voor Hollywoodfilms, en kwam de avant-gardist in hem weer naar boven. In opdracht van de Rockefeller Foundation onderzocht hij hoe muziek met hedendaagse technieken gebruikt kon worden voor films en documentaires. De resultaten legde hij vast in boekvorm en in een reeks muziekwerken. De muziek van het Septet nr. 1 werd geschreven voor een documentaire over spelende kinderen op een kleuterschool, A Child Went Forth. Elk van de negen korte delen illustreert een scène, zoals deel 3 het knutselen van de kinderen.
Antonín Dvořák
Derde strijkkwintet
In de zomer van 1893 verbleef Antonín Dvořák, vrijgesteld van zijn werkzaamheden aan het New Yorkse conservatorium, in het dorp Spillville (Iowa). Hij voelde zich er als een vis in het water: er woonden vooral Tsjechische emigranten en zijn familie kwam over. In ijltempo componeerde hij er twee werken die deels geïnspireerd waren door de weidse prairies en de muziek van natives en Afro-Amerikanen: het ‘Amerikaanse’ strijkkwartet in Es groot en direct daarna het kleurrijke, levendige Derde strijkkwintet in dezelfde .
Kenmerkend in beide werken zijn de pentatonische ën – pentatoniek (muziek gebaseerd op een vijftonige toonladder) komt veel voor, en kan zowel aan Amerikaanse als aan Boheemse volksmuziek doen denken. Specifiek Amerikaans is in het et een drumritme, ontleend aan Indiaanse rituele gezangen. Gedurende Dvořáks verblijf bezocht een groep Iroquois Spillville om kunstvoorwerpen te verkopen en traditionele muziek en dans uit te voeren. De componist was betoverd door deze optredens.
Het drumritme wordt geïntroduceerd in het eerste deel, en komt tot volle bloei in het tweede. Het derde deel is een met vijf contrastrijke variaties, gebaseerd op een melancholieke melodie die Dvořák eerder als Amerikaanse nationale hymne had willen voorstellen op een gedicht van Samuel Francis Smith, My Country, ‘Tis of Thee. Het slotdeel is een uitbundig in ABACABA-vorm, waarbij we de Iroquois vooral in de B-gedeelten weer langs horen komen.