Close-up: 200 jaar Clara Schumann
musici van het Concertgebouworkest:
Susanne Niesporek viool
Sanne Hunfeld viool
Michael Gieler altviool
Fred Edelen cello
m.m.v. Frank van de Laar piano
Dit concert maakt deel uit van de serie Close-up: Orkestleden op het Vriendenpodium.
Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Prelude uit ‘Derde partita in E gr.t.’,
BWV 1006 (ca. 1720; bewerking
voor viool en piano R. Schumann, 1853)
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
Prelude en Fuga in d kl.t., naar BWV 877
Adagio cantabile en Fuga in Es gr.t., naar BWV 876
Adagio en Fuga in E gr.t., naar BWV 878
uit ‘Vijf preludes en fuga’s’, KV 405 (1782-83)
voor strijkkwartet naar Johann Sebastian Bach:
Das Wohltemperirte Clavier II, BWV 870-893 (1738)
Sofia Goebaidoelina (1931)
Reflections on the theme
B-A-C-H (2002) voor strijkkwartet
Clara Schumann (1819-1896)
Drie romances voor viool en
piano, op. 22 (1853)
Andante molto
Allegretto
Leidenschaftlich schnell
pauze ± 15.00 uur
Clara Schumann
Drie preludes en fuga’s voor
piano, op. 16 (1845; bewerking voor strijkkwartet T. Beijer, 2019)
Andante – Allegro vivace
Allegretto – Andante
Andante – Andante con moto
Pianotrio in g kl.t., op. 17 (1846)
Allegro moderato
Scherzo
Andante
Allegretto
einde ± 16.10 uur
Toelichting
pianovirtuoos en componist
200 jaar Clara Schumann
Door Christiane Schima
Op 13 september 1819, nu 200 jaar geleden, werd Clara Schumann geboren. Zij behoort tot de meest illustere kunstenaars van de negentiende eeuw. Clara was een gevierd pianovirtuoze, tevens muze en waardevolle raadgeefster van haar latere echtgenoot, de toondichter Robert Schumann. En zij componeerde.
In haar hoedanigheid van componist werd ze in de vrouwonvriendelijke negentiende eeuw niet echt serieus genomen. Haar composities werden een paar decennia geleden herontdekt. Uit alle werken op het programma van vandaag – die van Clara inbegrepen – blijkt een grote bewondering voor Johann Sebastian Bach.
De complexe polyfone kunst van Bach heeft Wolfgang Amadeus Mozart tot bewerkingen geïnspireerd, in huize Schumann heeft men zich over diens partituren gebogen en Bachs vondsten in eigen werken geïntegreerd. Sofia Goebaidoelina’s Reflections on the theme B-A-C-H zijn een hommage aan de wellicht grootste leermeester van het compositorische handwerk tot op heden.
In die zin is dit concert in tweevoudig opzicht een eerbetoon: aan de jubilaris Clara Schumann en aan de ‘eeuwige’ Johann Sebastian Bach.
van relikwie naar herwaardering
Bach volgens Mozart en Schumann
Werd Johann Sebastian Bach sinds zijn dood in 1750 als een relikwie van de beschouwd, in de negentiende eeuw ontstond een grootschalige herwaardering voor zijn werk. Naast Felix Mendelssohn speelden Robert en Clara Schumann daarbij een belangrijke rol.
De Schumanns maakten uitgebreide studies van Bachs muziek en maakten bewerkingen om Bachs muziek in s uit te kunnen voeren. Robert Schumanns bewerkingen van Bachs s en ’s voor viool en klavier laten niet alleen zijn bewondering voor de oude meester zien, maar ook hoe snel en diepgaand muzikale ideeën binnen honderd jaar waren veranderd.
Doordat ze op allerlei manieren indruisen tegen vroeg-achttiende-eeuwse ideeën over ritmiek, structuur en de relatie tussen begeleiding en solo-instrument geven de bewerkingen op instructieve wijze inzicht in de manieren waarop in de vroege over muziek werd gedacht.
Tussen 1750 en 1850 was Bachs muziek vooral een goed bewaard geheim voor erudiete musici. Ook Wolfgang Amadeus Mozart bestudeerde Bach en was vooral gefascineerd door zijn techniek. De fuga’s in veel van zijn eigen werken – bijvoorbeeld zijn pianosonates – getuigen van zijn bewondering voor de Saksische meester.
Bij wijze van studie en oefening bewerkte Mozart onder meer enkele fuga’s uit Bachs Das wohltemperirte Clavier. Deze verzameling was het resultaat van een muzikale revolutie. In Bachs tijd werd de oude Pythagoreïsche stemming vervangen door de ‘getempereerde’ of gelijkzwevende stemming, waarbij alle twaalf tonen in het exact dezelfde afstand tot elkaar hadden.
Voortaan kon iedere toon het centrum van een zijn, waartussen vrijelijk gemoduleerd kon worden. In de 48 preludes en fuga’s van zijn Wohltemperirte Clavier verwerkte Bach ze allemaal: twaalf - en twaalf toonsoorten, van C groot tot en met b klein, en dat alles twee keer.
De aan Mozart toegeschreven klassieke herinterpretaties van Bachs werk – Mozart heeft ze waarschijnlijk niet allemaal geschreven – zijn overgeleverd in twee sets: zes preludes en fuga’s voor strijktrio, KV 404a, en vijf fuga’s uit Das wohltemperirte Clavier II voor strijkkwartet, KV 405. De bewerkingen gelden vooral de fuga’s; de preludes zijn erbij gecomponeerd.
Sofia Goebaidoelina 1931
Goebaidoelina: Reflections on the theme B-A-C-H
In de muziek van Sofia Goebaidoelina zijn meditatie, en compositie verenigd. De Russische componiste die in een oriëntaalse cultuur geboren werd (Tsjistopol, in Tatarstan, een autonome republiek in Rusland), merkte zelf eens op dat in haar muziek oost en west versmelten.
De concepten van de westerse muziek hebben weliswaar grote invloed op haar uitgeoefend, tegelijkertijd lijkt haar muziek uit een onderbewuste, mystieke belevingswereld op te stijgen, waarin de meest uiteenlopende elementen – oosterse en westerse – als het ware ‘tevoorschijn’ komen.
Ook Goebaidoelina, sinds 1992 woonachtig in een plaatsje ten noorden van Hamburg, behoort tot de grote bewonderaars van Bach; ze bewondert zijn diepe religiositeit en compositorische ratio. Reflections on the theme B-A-C-H is geïnspireerd door Die Kunst der Fuge – een compositorisch hoogstandje en Bachs onvoltooid gebleven muzikale testament.
De compositie breekt af in de tweeëntwintigste , waarin hij de tonen van zijn naam binnengesmokkeld heeft (bes-a-c-b, in Duitse notennamen b-a-c-h). Bachs zoon Carl Philipp Emmanuel noteert na Bachs laatste pennestreek: ‘Über diese Fuge, wo der Name BACH im Contrasubject angebracht worden, ist der Verfasser gestorben.’ De ’s en en worden in de 22 fuga’s in steeds nieuwe varianten opeengestapeld en vervlochten.
Goebaidoelina’s Reflections draaien meditatief om het BACH- heen. Maar ook om andere thema’s uit Die Kunst der Fuge. In Goebaidoelina’s compositie klinkt alles vervreemd, worden de noten van Bach versluierd door quasi improvisatorische ’s en spookachtige ’s. De titel Reflections verwijst naar het mijmerende karakter van het werk, en is Goebaidoelina ten voeten uit.
Clara Schumann 1819-1896
Muziek van Clara Schumann
Ik heb ooit gedacht dat ik een zeker creatief talent had, maar ik heb dit idee opgegeven. Een vrouw moet niet willen componeren...’ Dit schreef Clara Schumann – toentertijd nog Clara Wieck – in 1839, een jaar vóór haar huwelijk met Robert Schumann. Ze was twintig jaar oud en onder de supervisie van vader Wieck reeds een gelauwerd pianiste en componiste van werken die ze zelf in première bracht.
Aan de zijde van Robert Schumann, als moeder van uiteindelijk zeven kinderen en optredende pianiste, zorgde ze vaak voor het enige inkomen van het gezin. Hierdoor raakte het componeren op de achtergrond. Ook was Robert van mening dat de combinatie van echtgenote, moeder en pianist/componist een vrouw geen geluk bracht. Daarmee deelde ze het lot van creatieve vrouwen als Fanny Mendelssohn, Bettina von Arnim en later Alma Mahler. Toch bleef Clara af en toe componeren.
De werken op dit programma ontstonden tussen 1842 en 1852. De Drie romances vallen in de tijd waarin bij Robert de eerste symptomen van zijn geestesziekte optraden (hij overleed in 1856 in de inrichting Bonn-Endenich). De stukken doen in hun romantische stijl denken aan onder anderen Robert Schumann. De e ën van de viool en vooral de briljante pianopartij verlenen het werk een persoonlijk karakter.
De Drie preludes en ’s getuigen van Clara’s en Roberts gezamenlijke bestudering van de muziek van Bach. In dit concert klinkt de compositie in een nieuwe bewerking voor strijkkwartet. Clara’s was onder de in totaal 53 composities die haar oeuvre omvat reeds tijdens haar leven haar populairste werk. Omdat Robert in deze periode ’s componeerde vond ze haar eigen trio toch niet zo geslaagd: ‘Er zijn enkele aardige plekken in het trio en ik denk dat het ook qua vorm gelukt is. Maar natuurlijk blijft het Frauenzimmerarbeit...’
Desondanks kan Clara’s trio met Roberts trio’s concurreren. De violist Joseph Joachim schreef in 1860 na een uitvoering: ‘Ik herinner me een fugato in het laatste deel. Zelfs Mendelssohn beleefde er veel plezier aan en kon niet geloven dat een vrouw dit geschreven had.’ Inderdaad bevat het laatste deel een fugato waarbij Clara misschien aan Beethovens late pianosonates heeft gedacht. Prachtige strijkersmelodieën, een veeleisende pianopartij en een kunstige vervlechting van de stemmen kenmerken dit gepassioneerde werk.
Biografie
Susanne Niesporek, viool
Susanne Niesporek kreeg haar eerste vioollessen op zesjarige leeftijd en werd op haar tiende toegelaten tot de vooropleiding van het Franz Liszt Conservatorium in Weimar. Tijdens haar studie bij Jost Witter nam zij deel aan internationale concoursen en volgde ze masterclasses bij Oleg Kagan, Tibor Varga en Wolfgang chner.
Vanaf 1987 maakte zij deel uit van het Philharmonisch Orkest van Gera. In augustus 1989 werd ze aanvoerder van de tweede violen bij het Orkest van het Oosten, waar ze later eerste concertmeester werd. Sinds september 1994 is Susanne Niesporek verbonden aan het Koninklijk Concertgebouworkest als plaatsvervangend aanvoerder tweede violen.
Susanne Niesporek speelt graag in kamermuziekverband. Sinds 2015 maakt zij samen met altviolist Eric van der Wel deel uit van het Lobkowicz Strijkkwartet en het strijktrio Amsterdam-Berlin. Voorheen maakte ze deel uit van duo MAdrigale, het Philadelphus ensemble, het Margiono Quintet en het Valerius Ensemble.
Een van haar passies is lesgeven. Susanne was actief betrokken bij de oprichting van de Academie van het Koninklijk Concertgebouworkest en werkte mee aan een het opzetten van een leerplan voor strijkers in Nederland. Naast haar werk als musicus is Niesporek verlies- en rouw- en stervensbegeleider. Susanne Niesporek speelt op een Stradivarius uit 1736 die door een particuliere mecenas via de Stichting Donateurs Koninklijk Concertgebouworkest aan haar in bruikleen kon worden verstrekt.
Sanne Hunfeld, viool
Sanne Hunfeld studeerde viool bij Lex Korff de Gidts aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam, en studeerde in 2004 af met onderscheiding. Ze vervolgde haar studie aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen bij David Takeno waar ze, eveneens met onderscheiding, in 2005 haar masterdiploma haalde.
Sanne Hunfeld sloot haar studie af bij Peter Brunt aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ook volgde ze masterclasses bij Herman Krebbers en Maxim Vengerov en maakte ze in het seizoen 2007/07 deel uit van de Academie van het Koninklijk Concertgebouworkest. In maart 2011 trad Hunfeld als tweede violist toe tot het Koninklijk Concertgebouworkest.
Daarnaast is Sanne Hunfeld actief in de kamermuziek. Ze maakte deel uit van het Suleika, trad veel op met pianist Maarten den Hengst en speelde regelmatig bij het Nieuw Ensemble en Combattimento Consort.
In oktober 2018 won Hunfeld de Prix de Salon, de jaarlijks door de businessclub van het Concertgebouworkest aan een jong orkestlid uitgereikte prijs, voor jaar idee om kinderliedjes uit de hele wereld te arrangeren en uit te voeren met orkestleden. In februari 2020 krijgt het plan gestalte in het kinderconcert Maankozijn.
Sanne Hunfeld speelt op een viool, toegeschreven aan Omobono Stradivari – zoon van Antonio Stradivari - die haar ter beschikking is gesteld door de Stichting Tyo van Eeghen Fonds.
Michael Gieler, Altviool
Michael Gieler (Oostenrijk, 1966) begon op vijfjarige leeftijd met vioolspelen en maakte als tiener al deel uit van een professioneel strijkkwartet. Na zijn studie in Wenen ontving hij van de Herbert von Karajan Stichting een beurs om te studeren aan de orkestakademie van de Berliner Philharmoniker. Michael Gieler is sinds 1993 soloaltist bij het Koninklijk Concertgebouworkest.
Lees ook: 'Wij horen het gras groeien' - interview met Michael Gieler
Daarnaast speelt kamermuziek nog steeds een belangrijke rol in zijn leven. Hij is artistiek leider van twee concertseries met musici uit het KCO: de IJ-Salon in het Muziekgebouw aan 't IJ en Bijlmer Klassiek in het Bijlmer Parktheater. Ook is hij initiator van het International Bach Festival, dat in 2015 voor het eerst plaatsvond op Gran Canaria.
Een familiestichting stelde in 2010 een , gebouwd door Carlo Antonio Testore (Milaan, 1745) via de RCO Foundation in langdurige bruikleen ter beschikking.
Fred Edelen, cello
De Amerikaanse cellist Fred Edelen groeide op tussen de platen van zijn vader, stapels muziek en een piano, die hij begon te bespelen toen hij zes was. Toen hij op tienjarige leeftijd een opname van Jacqueline du Pré hoorde koos hij echter resoluut voor de . Hij studeerde in Bloomington en met een Fulbright beurs in Den Haag, bij onder anderen Janos Starker, Gary Hoffman en Richte van der Meer.
Fred Edelen was drie jaar solocellist bij het San Antonio Symphony Orchestra en lid van het Houston Symphony Orchestra. Sinds augustus 2003 maakt Edelen als plaatsvervangend solocellist deel uit van het Concertgebouworkest.
Met zijn vrouw, klaveciniste Christina Edelen, vormt hij het Duo Edelen. Bij het Museum of Fine Arts in Houston initieerden ze een kamermuziekserie, waar ze nog regelmatig optreden. Fred Edelen musiceert ook met het Egmont Kwartet en het Concertgebouw Kamerorkest.
Fred Edelen heeft sinds 2005 een van J.B. Rogeri in bruikleen, in gezamenlijk eigendom van een particuliere musicus en de Foundation Concertgebouworkest.
Frank van de Laar, piano
Frank van de Laar sloot in 1989 zijn studie aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam bij Jan Wijn af met de hoogste onderscheiding. Hij vervolgde zijn studie in Hannover bij Karl-Heinz Kämmerling en in Amsterdam bij Naum Grubert.
In 1987 won hij de derde prijs op het Internationale Brahms Concours te Hamburg en in 1988 debuteerde hij in de van Het Concertgebouw. Sindsdien volgden optredens in binnen- en buitenland elkaar in hoog tempo op.
Zijn repertoire omvat de gehele periode van Bach tot heden, waarbij ook minder bekende meesterwerken een belangrijke rol spelen.
Frank van de Laar is ook actief als kamermusicus, en is als docent verbonden aan de conservatoria van Amsterdam en Zwolle.




