Chailly dirigeert Moesorgski's Schilderijententoonstelling

Orchestra Filarmonica della Scala 
Riccardo Chailly dirigent 

Béla Bartók (1881-1945)

Concert voor orkest, Sz. 116 (1943-45)
Introduzione: Andante non troppo – Allegro vivace
Giuoco delle coppie: Allegretto scherzando
Elegia: Andante, non troppo
Intermezzo interrotto: Allegretto
Finale: Pesante – Presto – Lo stesso tempo, ma pesante 

pauze (± 20.50 uur)

Modest Moesorgski (1839-1881)

Schilderijen van een tentoonstelling (1874; orkestratie Maurice Ravel 1922)
Promenade
De gnoom
Promenade
Het oude kasteel
Promenade
Tuilerieën
Bydło (Ossenkar)
Promenade
Ballet van de kuikens in hun eierschalen
Samuel Goldenberg en Schmuÿle
Limoges, de markt
Catacomben, Romeins graf
Met de doden in een dode taal
De hut op kippenpoten
De grote poort van Kiev 

einde (± 22.00 uur)

Toelichting

Béla Bartók 1881-1945

Bartók: Concert voor orkest

Door Axel Meijer

Hoeveel invloed een kan hebben op de muziekgeschiedenis blijkt uit de ontstaansgeschiedenis van Bartóks geïnstrumenteerde Concert voor orkest en Ravels briljante orkestratie van Moesorgski’s beroemde Schilderijen van een tentoonstelling

In 1943 is de 62-jarige Béla Bartók er slecht aan toe. Hij woont in ballingschap in de Verenigde Staten, waar hij niet kan aarden. Hij is lusteloos, verkeert in financiële onzekerheid en heeft al een tijd niets gecomponeerd. Zonder het te weten heeft hij leukemie, waaraan hij twee jaar later zal sterven.

Een lichtpunt in deze donkere tijd vormen zijn contacten met andere immigranten, onder wie twee landgenoten: violist Joseph Szigeti en dirigent Fritz Reiner. Om hun vriend op te monteren besluiten zij Bartók anoniem de opdracht te geven voor een orkestwerk. Serge Koussevitzky, dirigent van het Boston Symphony Orchestra, brengt de opdracht over.

De trotse Bartók, die niets van liefdadigheid wil weten, weigert aanvankelijk. Koussevitzky laat niettemin het honorarium achter op Bartóks nachtkastje. Niet veel later, op 8 oktober 1943, voltooit Bartók zijn Concert voor orkest

De titel is tegelijkertijd verwarrend en veelzeggend. Hoewel bij een ‘klassiek’ concert de virtuoze partijen zijn toebedeeld aan een enkele solist, kiest Bartók er hier voor steeds wisselende secties van het orkest de hoofdrol te geven. In die zin lijkt het werk op een concerto grosso, het genre uit de waarin Johann Sebastian Bach, zeer bewonderd door Bartók, zijn Brandenburgse concerten schreef.

Bartók organiseert de vijf delen van zijn Concert voor orkest in de voor hem kenmerkende boogvorm: ABCBA. Daarbij vormt het derde deel, C, het emotionele zwaartepunt. De twee hoekdelen (A) staan beide in een traditionele en bevatten beide tische passages. Delen twee en vier (B) zijn intermezzo’s, met als extra verrassing een interne onderbreking: het vierde deel heet zelfs letterlijk Intermezzo interrotto, ‘onderbroken tussenspel’.

Deel twee heeft als titel Giuoco delle coppie (‘Parenspel’): blazers vormen afwisselende paren in dansante passages. De onderbreking bestaat uit een , gespeeld door de . In het vierde deel onderbreekt Bartók de lyriek met een brute parodie op een uit de Zevende symfonie van Dmitri Sjostakovitsj, een componist die in Bartóks ogen nogal werd overschat.

Een ontroerende Elegia vormt weliswaar de kern van het werk, maar de opzet van Bartóks opdrachtgevers – de sombere componist iets omhanden geven en opbeuren – slaagt. In diens eigen woorden: ‘De algemene sfeer van het werk representeert […] een geleidelijke overgang, van de gestrengheid van het eerste deel, en het sinistere dodenlied van het derde, naar de levensbevestiging van het slotdeel.’

Het succes van Koussevitzky’s opdracht was onvermijdelijk van korte duur (Bartók overleed in 1945), maar had grote gevolgen. Na het Concert voor orkest voltooit Bartók nog een aantal meesterwerken, waaronder de  (voor viool solo) en het Derde pianoconcert, werken die evenals het Concert voor orkest al snel tot het standaardrepertoire toetraden.

Modest Moesorgski 1839-1881

Moesorgski: Schilderijen van een tentoonstelling

Twintig jaar eerder is de onvolprezen Serge Koussevitzky medeverantwoordelijk voor de totstandkoming van een ander werk dat niet meer uit de concertzaal weg te denken is. In 1922 geeft hij Maurice Ravel de opdracht een tamelijk obscure van pianostukken te : Modest Moesorgski’s Schilderijen van een tentoonstelling

Moesorgski’s originele pianoversie stamt uit 1874. Aanleiding voor de compositie is het plotselinge overlijden een jaar eerder van Moesorgski’s goede vriend, schilder Viktor Hartmann. Een postume overzichtstentoonstelling inspireert Moesorgski tot het schrijven van een aantal muzikale impressies van Hartmanns afbeeldingen. Het verbindende, steeds gevarieerde van de Promenade verbeeldt daarbij de wandeling van schilderij naar schilderij.

Het is helaas niet meer mogelijk precies te achterhalen om welke schilderijen het gaat – veel van Hartmanns werk is verloren gegaan en Moesorgski gebruikt hier en daar andere titels dan de schilder. Zo is schilderij nummer zes, Samuel Goldenberg en Schmuÿle, feitelijk een samenvoeging van twee afbeeldingen uit Moesorgski’s eigen bezit, uitgeleend aan de tentoonstelling.

Het gevolg is dat de luisteraar zelf een mentale afbeelding maakt, gebaseerd op Moesorgski’s klankschilderingen bij titels als Het oude kasteel of Ossenkar (Bydło). Die luisteraar wordt daarbij geholpen door Ravel.

Diens orkestratie van de is niet de eerste of de laatste – er zijn er inmiddels tientallen, voor verschillende ensembles. Maar Ravels versie is zonder twijfel de meest succesvolle. De kleurrijke orkestratie doet Moesorgski’s eigenzinnige (en veelvuldige) overtredingen tegen gangbare compositorische principes eer aan, zonder zijn fouten te veel te willen corrigeren.

Biografie

Riccardo Chailly, dirigent

Riccardo Chailly was chef- van het Concertgebouworkest tussen 1988 en 2004. Terwijl hij de traditie van de grote romantische werken continueerde, zorgde hij tegelijkertijd voor een verbreding van het repertoire op het gebied van hedendaagse muziek en .

Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot conductor emeritus.

Sinds hij in april 2013 terugkeerde met drie verschillende programma’s, staat Riccardo Chailly opnieuw met regelmaat voor het Concertgebouworkest. De laatste samenwerking dateert van februari 2024, toen Schönbergs Gurre-Lie­der op het programma stond. Van 2005 tot 2016 was de Italiaan chef- van het Gewandhausorchester in Leipzig. Sinds 2015 is hij chef-dirigent van La Scala in Milaan, en sinds januari 2017 artistiek directeur. Dezelfde functie vervult hij sinds 2016 bij het Lucerne Festival Orchestra.

Riccardo Chailly is regelmatig te gast bij de belangrijkste orkesten ter wereld, zoals de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en de New York Philharmonic. leidt hij onder meer bij de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera in New York, de Royal Opera in Londen en de Bayerische Staatsoper in München. Voor zijn meer dan 150 opnames tellende discografie kreeg hij een Gramophone Award, twee Echo Klassiks en de Diapason d’Or als Artist of the Year 2020.

Riccardo ­Chailly werd onderscheiden met de Grand’ Ufficiale della Repubblica Italiana en de zilveren erepenning van de stad Amsterdam. Hij is Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, erelid van de Royal Academy of Music in Londen en ­Cavaliere di Gran Croce van de republiek Italië.

Orchestra Filarmonica della Scala, orkest

Het Orchestra Filarmonica della Scala werd in 1982 opgericht door de toenmalig chef- van La Scala, Claudio Abbado, met als doel de muzikale traditie in dit befaamde huis in Milaan van een nieuwe, symfonische dimensie te voorzien. Niet lang daarna gaf het orkest jaarlijks meer dan negentig concerten in eigen huis en maakte het zijn eerste tournees.

Onder de grote dirigenten die meteen vanaf de beginjaren werkten met het orkest waren Leonard Bernstein (laatste keer in 1983), Carlo Maria Giulini (97 concerten in totaal), Riccardo Muti (eerste dirigent van 1987 tot 2005), Giuseppe Sinopoli (gastdirecties tussen 1988 en 1999) en Daniel Barenboim (‘conductor musicale’ van 2011 tot 2015).

Het Orchestra Filarmonica della Scala draagt het oudere symfonisch repertoire een warm hart toe, maar geeft sinds 1998 ook geregeld compositie-opdrachten; zo bracht het nieuwe werken in première van Pascal Dusapin, Peter Eötvös en Salvatore Sciarrino. Het orkest debuteerde in 2007 in de Verenigde Staten, in 2008 in China, maakte tal van succesvolle cd’s en verzorgde in 2013 zijn eerste – inmiddels jaarlijkse – ‘Concerto per Milano’ voor 50.000 toehoorders in de openlucht. Het besteedt veel aandacht aan educatieprogramma’s.

In de Eigen Programmering van Het Concert­gebouw was het Orchestra Filarmonica della Scala één keer eerder te gast: in januari 2019, met werken van Bartók en Moesorgski onder leiding van chef- sinds 2015 Riccardo Chailly.

Hoofdsponsor van het Orchestra Filarmonica della Scala is UniCredit.