Cecilia Bartoli, Les Musiciens du Prince & Gianluca Capuano
Cecilia Bartoli mezzosopraan
Les Musiciens du Prince - Monaco
Gianluca Capuano dirigent
Zangteksten zijn gratis verkrijgbaar aan de zaal.
Georg Friedrich Händel (1685-1753)
Sinfonia
uit ‘Rinaldo’, HWV 7a (1711)
Nicola Porpora (1686-1768)
Vaghi amori
aria van Imeneo uit ‘La festa d’Imeneo’ (1736)
Lontan dal solo e caro... Lusingato dalla speme
aria van Aci uit ‘Polifemo’ (1735)
Georg Friedrich Händel
Entrée des songes funestes
uit ‘Ariodante’, HWV 33 (1735)
Geminiano Giacomelli (ca. 1692-1740)
Sposa, non mi conosci
aria van Epitide uit ‘Merope’ (1734)
Johann Adolph Hasse (1699-1783)
Sinfonia
Un sol tuo sospiro
aria van Cleopatra uit ‘Marc’Antonio e Cleopatra’ (1725)
Georg Friedrich Händel
V’adoro pupille
Da tempeste
aria’s van Cleopatra uit ‘Giulio Cesare in Egitto’, HWV 17 (1724)
Johann Friedrich Fasch (1688-1758)
Trompetconcert
Nicola Porpora
Nobil onda
aria van Adelaide uit ‘Adelaide’ (1723)
pauze
Johann Joachim Quantz (1697-1773)
Fluitconcert
Leonardo Leo (1694-1744)
Qual farfalla
aria van Decio uit ‘Zenobia in Palmira’ (1725)
Leonardo Vinci (?1696-1730)
Cervo in bosco
aria van Climaco uit ‘Medo’ (1728)
Antonio Caldara (1671-1736)
Sinfonia
Quel buon pastor
aria van Abel uit ‘La morte d’Abel’ (1732)
Georg Friedrich Händel
Danza
uit ‘Ariodante’
Augelletti, che cantate
aria van Almirena uit ‘Rinaldo’
What Passion Cannot Music Raise and Quell
uit ‘Ode for St Cecilia’s Day’, HWV 76 (1739)
Toelichting
Farinelli en zijn tijd
Door Chris Engeler
Cecilia Bartoli draagt haar nieuwste project op aan Carlo Broschi (1705-1782) – de beroemde castraatzanger die optrad onder de naam Farinelli – en de andere legendarische solisten van zijn tijd. Ze belicht de uiteenlopende personages en karakters uit de Italiaanse van de achttiende eeuw, van historische koninginnen tot mythologische helden. De huidige tournee gaat gepaard met de release van het album Farinelli. Hiermee zet Cecilia Bartoli haar ontdekkingsreis voort door de muziek van de achttiende eeuw, die ze in 2009 begon met Sacrificium.
Was Farinelli de achttiende-eeuwse Cecilia Bartoli? En is zij dan de eenentwintigste-eeuwse Farinelli? Intrigerende kwestie, maar moeilijk te bepalen. Farinelli: een legendarische castraat. Bartoli: een wereldberoemde mezzosopraan die de elke keer weer tot kookpunt brengt. Vanavond komen Bartoli en Farinelli samen: voor ons zingt Cecilia Farinelli. Zoals Bartoli bij het verschijnen van haar nieuwste cd Farinelli zelf schrijft: ‘In Farinelli’s tijd was het gebruikelijk dat een alt de rol van een mannelijk personage vertolkte, terwijl een castraat, indien nog jong genoeg, de rol van een vrouw zong. Doorgaans werden rollen verdeeld afhankelijk van de stemkwaliteit, het temperament en de acteerprestaties van zangers. De sekse van een op het toneel uitgebeeld personage hoefde niet overeen te stemmen met die van de vertolker.’
De wieg van Carlo Maria Michelangelo Nicola Broschi (1705-1782), later also known as Farinelli, staat in Andria, Italië. Vader Salvatore is componist en koordirigent van de plaatselijke kathedraal. In 1712 verhuist de familie naar Napels, waar Farinelli’s zeven jaar oudere broer Riccardo (1698-1756) studeert aan het Conservatorio di Santa Maria di Loretto. Carlo is dan al een talentvolle jongenssopraan en wordt aan de operacomponist en stempedagoog Nicola Porpora (1686-1768) toevertrouwd voor de training van zijn stem.
Het is niet duidelijk of Farinelli vóór aankomst in Napels al gecastreerd is. Als zijn vader in 1717 plotseling overlijdt, valt de bestaanszekerheid voor zijn familie weg. Mogelijk besluit Riccardo, door financiële nood gedwongen, in samenspraak met Porpora om zijn dan al twaalf jaar oude broertje te laten castreren. Dat is direct bepalend voor drie levens. Riccardo trekt tot aan zijn dood met zijn broer op, voor wie hij ook menige virtuoze componeert. Porpora is een zeer strenge zangleraar, maar er ontstaat ook een soort vader-zoonrelatie met Farinelli. En Porpora weet hoe hij zo mogelijk voor Farinelli’s stem moet componeren, terwijl diens stemkwaliteiten in hoge mate bijdragen aan de roem die Porpora te beurt valt.
Opkomst
Farinelli debuteert in 1720 in een serenata van zijn leermeester op tekst van librettist Metastasio (1698-1782). Dat is het begin van een glansrijke carrière als zanger in de belangrijke theaters van zijn tijd, te beginnen in Rome in een opera van Porpora. Wenen volgt in 1724, daarna gaat hij terug naar Napels, waar dan ook Johann Adolph Hasse (1699-1783) verblijft. Deze componist, zanger en muziekleraar, getrouwd met de fameuze sopraan Faustina Bordoni en groot bewonderaar van Metastasio, reist van 1722 tot 1764 als een bezetene heen en weer tussen Dresden, Napels, Wenen, dan weer Dresden, Wenen...
In Napels zingt Farinelli in 1725 in een serenata van Hasse, in 1729 in Venetië in de bekendste opera van Leonardo Leo (1694-1744), Catone in Utica, en in 1730 in Hasses bekendste opera Artaserse. Twee aria’s daaruit zal Farinelli later veelvuldig zingen voor de Spaanse koning Filips V (1683-1746).
In 1731 is Farinelli weer in Wenen, daarna in Parma, Milaan, Bologna. In 1734 gaat hij naar Londen, waar zijn collega Senesino (toneelnaam van Francesco Bernardi, 1686-1758) aanvankelijk onder contract staat van Georg Friedrich Händel (1685-1759). Onenigheid drijft beiden uit elkaar en Senesino vestigt er een eigen gezelschap, met Porpora als huiscomponist. Niet alleen hun beider onderneming plukt de vruchten van Farinelli’s zangkunsten, zelf loopt hij in financiële zin binnen. En de schare bewonderaars groeit ook. In Bartoli’s woorden: ‘De verbazingwekkende kwaliteiten van Farinelli’s stem en zijn grondige muzikale vakmanschap maakten het hem mogelijk de sensualiteit van een vrouwelijk personage net zo overtuigend hoorbaar te maken als de potentie van een heroïsche strijder uit mythische tijden.’ Wat ook meespeelt, is dat castraten als gevolg van ‘de ingreep’ vaak grote, brede mannen werden, wat hen erg aantrekkelijk maakte.
Afscheid
Toch concurreren de operagezelschappen van Senesino en Händel elkaar uit de markt, en Farinelli accepteert in 1737 een uitnodiging van het Spaanse hof. In Madrid zingt hij, zoals het verhaal wil, jarenlang elke nacht voor de psychisch labiele koning Filips V, omdat diens artsen al geloven in muzikale therapie. Op voorspraak van Farinelli wordt in het koninklijk paleis Buen Retiro een operatheater gebouwd, waar door hem voorstellingen worden georganiseerd. Filips’ opvolger Ferdinand VI (1713-1759) begeleidt zijn vrouw en Farinelli in hun samenzang op het klavecimbel, en slaat hem tot Ridder in de Orde van Calatrava, wat Farinelli met trots vervult. Na Ferdinands dood vestigt Farinelli zich in Bologna, leeft er teruggetrokken en in grote weelde en wordt er begraven.
Zo’n tien jaar na Farinelli’s onverwachte afscheid van het operatoneel zijn Porpora en Hasse samen werkzaam in Dresden, maar de onderlinge jalousie de métier drijft Porpora naar Wenen en vervolgens terug naar zijn geboortestad Napels, terwijl Hasse het weer op een reizen zet: Warschau, Wenen, Italië. Beiden raken al snel in de vergetelheid, mede doordat hun muziek niet meer voldoet aan de almaar wijzigende smaak van het publiek en omdat Christoph Willibald Gluck (1714-1787) onder het motto back to basics doende is de opera te hervormen. De virtuoze waarmee zangers hun fabelachtige techniek en eindeloze coloraturen over hun alsmaar ‘Bravo! Bis!’ roepende toehoorders uitstrooiden, had afgedaan ten faveure van de aria waarin de emotie van het personage centraal stond, zoals geïnitieerd door Claudio Monteverdi (1567-1643; een van de vroegste operacomponisten). En het castreren van jongens werd inmiddels als onwenselijk beschouwd.
Biografie
Cecilia Bartoli, mezzosopraan
Cecilia Bartoli maakte op 12 mei 1996 haar debuut in de , met ‘arie antiche’ en muziek van Viardot, Delibes, Bellini en Rossini. Dat was achteraf gezien een blauwdruk voor haar verdere carrière, waarin en de hoofdrol zouden spelen. In 2004 kreeg de mezzosopraan de allereerste Concertgebouw Prijs, en ze bleef min of meer jaarlijks terugkeren naar Het Concertgebouw.
Onder de grote en die al vroeg haar talent herkenden waren Daniel Barenboim, Herbert von Karajan en Nikolaus Harnoncourt, en al snel begon ze op te treden met orkesten, in huizen en op festivals in Europa, Noord-Amerika, het Verre Oosten en Australië. Een van de eerste mijlpalen in haar veelbekroonde discografie was The Vivaldi Album (1999), waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht, en haar interesse in vergeten geraakt repertoire resulteerde nog vele keren in thematische albums.
Sinds 2012 is de zangeres artistiek leider van de Salzburger Pfingstfestspiele, waar ze de Oostenrijkse eretitel Kammersängerin kreeg en hoofdrollen neerzette in onder meer Norma van Bellini, Bernsteins West Side Story en Händels Ariodante en Alcina. Ook is ze sinds 2023 directeur van de Opéra de Monte-Carlo. Met de Cecilia Bartoli Music Foundation en het cd-label ‘Mentored by Bartoli’ ondersteunt ze een nieuwe generatie zangers.
Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 30 oktober 2023 (Cleopatra in Händels Giulio Cesare) en op 6 november 2024 (Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice), beide keren met haar in 2016 opgerichte gezelschap Les Musiciens du Prince – Monaco onder leiding van Gianluca Capuano.
Les Musiciens du Prince-Monaco, orkest
Het orkest Les Musiciens du Prince – Monaco verzorgde op 8 juli 2016 zijn inauguratieconcert op het Cour d’Honneur van het Prinselijk Paleis van Monaco. Het orkest, dat speelt op authentieke instrumenten, was datzelfde voorjaar opgericht onder de vleugels van de Opéra de Monte-Carlo en geniet de bescherming van Prins Albert II en Prinses Caroline van Monaco.
Cecilia Bartoli is initiatiefnemer en artistiek directeur en ze is er trots op hiermee, als een ‘musicienne de cour’ zoals ze dat zelf zegt, de rijke traditie van de Europese hofmuziek van de zeventiende en achttiende eeuw te laten herleven.
Het eerste optreden van het gezelschap in Het Concertgebouw was op 15 november 2016 met een programma met Cecilia Bartoli onder de titel Händel Heroines. Dit concert was de start van de eerste internationale tournee.
Het Concertgebouw zag Les Musiciens du Prince – Monaco samen met Cecilia Bartoli terug toen het in februari 2017 tourde met een concertante La Cenerentola van Rossini, in november 2018 met een Vivaldi-programma, in december 2019 met een eerbetoon aan de castraatzanger Farinelli en in najaar 2023 met een concertante Giulio Cesare van Händel.
Het orkest heeft een hechte band met de Salzburger Festspiele en reisde ook naar de bekende podia in Zwitserland, Italië, Luxemburg, België, Frankrijk en Duitsland.
Gianluca Capuano, dirigent
In 2022 won Gianluca Capuano de 42ste Abbiati Award, een belangrijke enprijs. De Italiaan studeerde , compositie en directie in zijn geboorteplaats Milaan, waar hij zich aan de Scuola Civica bovendien specialiseerde in de oude muziek en aan de universiteit afstudeerde in de theoretische filosofie.
Hij trad op in Europa, Amerika, Rusland en Japan voordat hij in 2006 met Il Canto di Orfeo zijn eigen gezelschap oprichtte.
Gianluca Capuano werkte met Michael Chance, Emma Kirkby, Philippe Jaroussky en Diego Fasolis en stond op de bok bij de Oper Köln, de Semperoper Dresden, de Hamburger Staatsoper, de Wiener Staatsoper, de Oper Zürich, het Teatro La Fenice in Venetië, de Maggio Musicale Fiorentino, het Donizetti Festival in Bergamo en de huizen van Rome, Palermo, Bari, Genua en Madrid.
Op de openingsavond van het Edinburgh Festival 2016 viel hij in voor Bellini’s Norma met Cecilia Bartoli in de titelrol, en zij vroeg hem voor de volgende uitvoeringen in Parijs en Baden-Baden. Een jaar later dirigeerde hij voor het eerst in Salzburg: Händels Ariodante en Rossini’s La donna del lago met Les Musiciens du Prince – Monaco. Dat gezelschap benoemde Gianluca Capuano begin 2019 tot chef-.
Zijn dirigeerdebuut in Het Concertgebouw was in februari 2017 Rossini’s La Cenerentola met Les Musiciens du Prince – Monaco en het Choeur de l’Opéra de Monte-Carlo en met Cecilia Bartoli in de titelrol.




