Cecilia Bartoli is Cleopatra in Händels Giulio Cesare in Egitto

Les Musiciens du Prince - Monaco
Gianluca Capuano dirigent
Cecilia Bartoli mezzosopraan (Cleopatra)
Sara Mingardo alt (Cornelia)
Carlo Vistoli countertenor (Giulio Cesare)
Max Emanuel Cencic countertenor (Tolomeo)
Kangmin Justin Kim countertenor (Sesto)
José Coca Loza bas (Achilla)

Deze voorstelling wordt voorzien van boventiteling.

Ook interessant:
- Giulio Cesare in Egitto: wie is wie?

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Giulio Cesare in Egitto, HWV 17 (1724)
opera seria in drie bedrijven op een libretto van Nicola Francesco Haym naar een tekst uit 1677 van Giacomo Francesco Bussani

pauze na het eerste bedrijf

pauze ± 20.40 uur

einde ± 22.45 uur

Hoofdsponsor Van Lanschot Kempen biedt bij dit concert een podcast aan, te beluisteren via concertgebouw.nl.

Toelichting

Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Toelichting

Door Hein van Eekert

‘Er wordt gezegd’, zo schrijft historicus Suetonius (ca. 70-140) over de Romeinse generaal Julius Caesar (100-44 v. Chr.), dat hij voordroeg met een hoge stem en hartstochtelijke mimiek en handgebaren die toch niet zonder gratie waren.’ Dat George Frideric Handel in 1724 in Londen de titelrol in zijn Giulio Cesare in Egitto voor een castraatzanger componeerde, hing samen met die beschrijving van Suetonius. Het operapubliek in de eerste helft van de achttiende eeuw verwachtte bovendien dat de held van de avond een castraat zou zijn: een man die door een operatieve ingreep in zijn jeugd, jaren van zangtechnische training en de longkracht van een volwassene heroïsche hoge tonen zingen kon en zijn stem zo nodig liefdevol kon vervlechten met die van zijn tegenspeelster.

Held en minnaar: de Julius Caesar van de geschiedenis krijgt een make-over in tekstschrijver Nicola Hayms dramma per musica (drama voor muziek) en Händels daaruit voortvloeiende opera seria (ernstige opera). Julius Caesar was inderdaad in Egypte geweest en had een relatie met de jonge vorstin Cleopatra, maar de vijftiger die een lauwerkrans droeg om zijn kaalheid te verbergen werd in de opera herschapen tot een energieke oorlogsheld die in het openingskoor wordt ontvangen als ‘onze Alcides’, ofwel Hercules.

Caesar en Cleopatra

Het karakter lanceert zich met een spectaculaire, gespierde openingsaria, geeft in een stukje dialoog aan wie hij is (‘Caesar kwam, zag en overwon’) en manifesteert zich in zijn volgende ’s als Cesare, de gedroomde man van actie. In zijn solo’s brengt hij zijn gruwelijke afkeer van zijn vijand Tolomeo tot uiting (met de strijkers in het orkest in een soort vrije val van verontwaardiging), maar ook zijn groeiende bewondering en liefde voor Cleopatra en zijn gewiekstheid en kracht als onderhandelaar (in een aria waarin de jachthoorn zijn viriliteit onderstreept).

Op haar beurt groeit Cleopatra in haar aria’s uit van eerzuchtig grietje tot een tragische heldin van statuur. Daarbij vertelt Händel ons in zijn muziek steeds meer over het karakter, maar geeft hij nooit alles weg en laat hij altijd ruimte voor andere facetten van het personage, tegenstrijdigheden zelfs – hét kenmerk van volwaardige menselijkheid. De Cleopatra van de eerste aria – meisjesachtig, olijk, spottend en licht pesterig – zal later in de opera zulke hartverscheurende solo’s hebben en weet elders als een volleerde vamp en gewiekst politica de machtige Caesar om haar vinger te winden en op te zetten tegen haar broer Tolomeo. Händel zorgt dat ze in haar veelzijdigheid altijd herkenbaar blijft.

Bernardi en Cuzzoni

Bij de eerste uitvoering van Giulio Cesare in Egitto werden de twee hoofdrollen gezongen door de castraat Francesco Bernardi (bijgenaamd Senesino) en de sopraan ­Francesca Cuzzoni. Ze waren zangers met een onmiskenbare sterrenstatus, ondanks het feit dat ze een dankbaar mikpunt vormden voor spotprenten uit die tijd: hij om zijn lange, vreemd uitgegroeide castratenlichaam en zij om haar kleine fysiek. ­Desalniettemin hadden ze vele bewonderaars en vertoonden vrouwen zich in de beau monde graag in de jurken die Cuzzoni op de bühne droeg.

In Händels opera kregen ze ieder acht aria’s te zingen. Waar de spaarzaam begeleide recitatieven de actie voortstuwen, bergen de aria’s gevoelens, opinies, tegenstrijdige emoties, tegenargumenten en conclusies in zich. Als vereenvoudigde betogen in driedelige ABA-vorm dagen ze de zanger uit om in het laatste deel door variaties op de van het eerste deel zijn eigen draai aan de situatie te geven en de intensiteit naar eigen behoeven op te schroeven. Wat daar uitkomt, is altijd weer verrassend voor het publiek.

  • Titelblad van de eerste uitgave van Georg Friedrich Händels Giulio Cesare

Weduwe, zoon en broer

Ook de andere figuren – zoals Cornelia, de weduwe van Cesares rivaal Pompeo – komen tot leven in de muziek: in elke noot van haar ’s is Cornelia de wereldwijze schoonheid van de ­Romeinse geschiedenis. In werkelijkheid stiefmoeder en voogdes van Pompeius’ zoon Sextus, is ze hier de beschermende moeder van een Sesto die voelt dat hij door de dood van zijn vader ­Pompeo als militair en gezinshoofd moet handelen – door wraak te nemen op de moordenaar Tolomeo – terwijl hij tegelijkertijd moet toezien hoe zijn moeder, een lustobject voor diverse mannen in de , door de vijand op gruwelijke wijze vernederd wordt. De voor een vrouwenstem geschreven Sesto toont een versnelde groei naar volwassenheid, met wat minder uiteenlopende stemmingen dan Cleopatra, maar wel meer innerlijke vertwijfeling. Als we zeggen dat Cleopatra’s broer Tolomeo, tevens oorspronkelijk een rol voor castraat, een standvastig karakter is, dan is hij dat als een van de vervaarlijkste slechteriken uit de operaliteratuur: hij is ambitieus, wreed en licht ontvlambaar, met vleugjes Nero en Caligula in zijn handelwijze. Het gaat hem niet goed: hij eindigt alleen, zonder de steun van zijn rechterhand Achilla.

En zo houden Haym en Händel de opera spannend en kleurrijk, met een gewiekste mix van historische feiten en spannende verzinsels. De première­avond op 20 februari 1724 in het King’s Theatre in Londen was een groot succes. In onze tijd is een Giulio Cesare altijd een benadering van wat er bij Händels eigen uitvoeringen gebeurde, maar een hedendaagse productie kan dichtbij het origineel komen: castraten zijn er niet meer, maar virtuoze sterzangers hebben we gelukkig nog wel.

  • Giulio Cesare in Egitto

Synopsis

Cesare is zijn rivaal Pompeo gevolgd tot in Egypte, waar laatstgenoemde vermoord is door de jonge Egyptische vorst Tolomeo. Juist als Cornelia Cesare om genade vraagt voor haar man Pompeo, brengt Tolomeo’s rechter­hand Achilla diens hoofd. Cornelia en Pompeo’s zoon Sesto zweren wraak. Tolomeo’s zus Cleopatra wil alleenheerseres van Egypte worden en haar broer afzetten. Ze sluit zich aan bij Cornelia en Sesto in hun strijd tegen Tolomeo. Met de hulp van haar rechterhand Nireno weet ze, aanvankelijk in vermomming, zelfs Cesares hulp in te roepen. Cesare wordt verleid door Cleopatra in de gedaante van dienares Lidia en wordt verliefd op haar. Intussen varen Cornelia en Sesto niet wel: ze worden gevangen gezet door Tolomeo, die Cornelia tot de zijne wil maken, maar die haar als vrouw beloofd heeft aan Achilla.

Terwijl Cleopatra als Lidia Cesare aan haar kant krijgt, probeert Tolomeo ook Cesare te vermoorden, maar die ontsnapt aan hem. Tolomeo dwingt Cornelia deel te worden van zijn harem. Cleopatra krijgt te horen dat Cesare verdronken is. Tolomeo neemt haar gevangen, maar ze wordt bevrijd door Cesare. Achilla, overgelopen naar Cleopatra’s kant, wordt gedood door Tolomeo. Sesto wreekt zich door Tolomeo te vermoorden als die zich aan Cornelia opdringt. Cesare maakt Cleopatra koningin van Egypte. 

Biografie

Les Musiciens du Prince-Monaco, orkest

Het orkest Les Musiciens du Prince – Monaco verzorgde op 8 juli 2016 zijn inauguratieconcert op het Cour d’Honneur van het Prinselijk Paleis van Monaco. Het orkest, dat speelt op authentieke instrumenten, was datzelfde voorjaar opgericht onder de vleugels van de Opéra de Monte-Carlo en geniet de bescherming van Prins Albert II en Prinses Caroline van Monaco.

Cecilia Bartoli is initiatiefnemer en artistiek directeur en ze is er trots op hiermee, als een ‘musicienne de cour’ zoals ze dat zelf zegt, de rijke traditie van de Europese hofmuziek van de zeventiende en achttiende eeuw te laten herleven.

Het eerste optreden van het gezelschap in Het Concertgebouw was op 15 november 2016 met een ­programma met Cecilia Bartoli onder de titel Händel Heroines. Dit concert was de start van de eerste internationale tournee.

Het Concertgebouw zag Les Musiciens du Prince – Monaco samen met Cecilia Bartoli terug toen het in februari 2017 tourde met een concertante La Cenerentola van Rossini, in november 2018 met een Vivaldi-programma, in december 2019 met een eerbetoon aan de castraat­zanger Farinelli en in najaar 2023 met een concertante Giulio Cesare van Händel.

Het orkest heeft een hechte band met de Salzburger Festspiele en reisde ook naar de bekende podia in Zwitserland, Italië, Luxemburg, België, Frankrijk en Duitsland.

Gianluca Capuano, dirigent

In 2022 won Gianluca Capuano de 42ste Abbiati Award, een belangrijke enprijs. De Italiaan studeerde , compositie en directie in zijn geboorteplaats Milaan, waar hij zich aan de Scuola Civica bovendien specialiseerde in de oude muziek en aan de universiteit afstudeerde in de theoretische filosofie.

Hij trad op in Europa, Amerika, Rusland en Japan voordat hij in 2006 met Il Canto di Orfeo zijn eigen gezelschap oprichtte.

Gianluca Capuano werkte met Michael Chance, Emma Kirkby, Philippe Jaroussky en Diego Fasolis en stond op de bok bij de Oper Köln, de Semper­oper Dresden, de Hamburger Staatsoper, de Wiener Staatsoper, de Oper Zürich, het Teatro La Fenice in Venetië, de Maggio Musicale Fiorentino, het Donizetti Festival in Bergamo en de huizen van Rome, Palermo, Bari, Genua en Madrid.

Op de openingsavond van het Edinburgh Festival 2016 viel hij in voor Bellini’s Norma met Cecilia Bartoli in de titelrol, en zij vroeg hem voor de volgende uitvoeringen in Parijs en Baden-Baden. Een jaar later dirigeerde hij voor het eerst in Salzburg: Händels Ariodante en Rossini’s La donna del lago met Les Musiciens du Prince – Monaco. Dat gezelschap benoemde Gianluca Capuano begin 2019 tot chef-­.

Zijn dirigeerdebuut in Het Concertgebouw was in februari 2017 Rossini’s La Cenerentola met Les Musiciens du Prince – ­Monaco en het Choeur de l’Opéra de Monte-­Carlo en met Cecilia Bartoli in de titelrol.

Cecilia Bartoli, mezzosopraan

Cecilia Bartoli maakte op 12 mei 1996 haar debuut in de , met ‘arie antiche’ en muziek van Viardot, Delibes, Bellini en Rossini. Dat was achteraf gezien een blauwdruk voor haar verdere carrière, waarin en de hoofdrol zouden spelen. In 2004 kreeg de mezzo­sopraan de allereerste Concertgebouw Prijs, en ze bleef min of meer jaarlijks terugkeren naar Het Concertgebouw.

Onder de grote en die al vroeg haar talent herkenden waren Daniel Barenboim, Herbert von Karajan en Nikolaus Harnoncourt, en al snel begon ze op te treden met orkesten, in huizen en op festivals in Europa, Noord-Amerika, het Verre Oosten en Australië. Een van de eerste mijlpalen in haar veelbekroonde discografie was The Vivaldi Album (1999), waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht, en haar interesse in vergeten geraakt repertoire resulteerde nog vele keren in the­matische albums.

Sinds 2012 is de zangeres artistiek leider van de Salzburger Pfingstfestspiele, waar ze de Oostenrijkse eretitel Kammersängerin kreeg en hoofdrollen neerzette in onder meer Norma van Bellini, Bernsteins West Side Story en Händels Ariodante en Alcina. Ook is ze sinds 2023 directeur van de Opéra de Monte-Carlo. Met de Cecilia Bartoli Music Foundation en het cd-label ‘Mentored by Bartoli’ ondersteunt ze een nieuwe generatie zangers.

Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 30 oktober 2023 (Cleopatra in Händels Giulio Cesare) en op 6 november 2024 (Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice), beide keren met haar in 2016 opgerichte gezelschap Les Musiciens du Prince – Monaco onder leiding van Gianluca Capuano.

Carlo Vistoli, countertenor

De Italiaan Carlo Vistoli begon in 2007 aan zijn zangopleiding bij William Matteuzzi en Sonia Prina. Hij bezocht zowel het ­conservatorium van Ferrara (renaissance- en zang) als de universiteit van Bologna (cultureel erfgoed) en maakte in 2012 zijn podiumdebuut als Sorceress in Purcells Dido and Aeneas.

Hij won onder meer de Farinelli Prijs van de Città di Bologna Singing Competition 2012 en de eerste prijs van de Renata Tebaldi Competition 2013 (sectie Barok).

In 2015 maakte de zanger deel uit van Le Jardin des Voix, de academie van Les Arts Florissants en William Christie. In 2017 nam hij deel aan het internationale tourneeproject Monteverdi 450 van John Eliot Gardiner. De afgelopen jaren stond Carlo Vistoli in L’incoronazione di Poppea (Monteverdi) op de Salzburger Festspiele en in de Staatsoper Berlin, Artaserse (Hasse) in Sydney, Semele (Händel) in Parijs, Londen en Milaan en Orfeo ed Euridice (Gluck) bij de Komische Oper Berlin. De titelrol van Händels Giulio Cesare vertolkte hij voor het eerst in 2021 in Basel en Madrid, onder leiding van Andrea Marcon.

Met Cecilia Bartoli en Gianluca Capuano tourde hij eerder met Pergolesi’s Stabat mater en zong hij Ruggiero in Händels Alcina in Florence. In Het Concertgebouw zong Carlo Vistoli meerdere keren in de NTR ZaterdagMatinee, afgelopen februari nog in de titelrol van Vivaldi’s Il Giustino met La Cetra en Andrea Marcon.

Kangmin Justin Kim, Countertenor

en eigentijdse muziek zijn het voornaamste werkveld van Kangmin Justin Kim. Hij zong in M. Butterfly van David Henry Hwang bij Santa Fe (2022) en debuteerde in 2019 aan het Royal Opera House in Londen als Cherubino in Mozarts Le nozze di Figaro.

Andere recente debuten waren er in Dallas in Humperdincks Hänsel und Gretel, in Montpellier in Sartorio’s Orfeo, in Wenen in Henzes Das verratene Meer en in Chicago als Cleopatra in Hasses Marc’Antonio e Cleopatra.

De rol van Nerone in Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea bracht hem naar Straatsburg, Berlijn, New York, Parijs en de festivals van Salzburg en Edinburgh. Kangmin Justin Kim werkte met en als John Eliot Gardiner, William Christie, Marc Minkowski, Leonardo García Alarcón en Simone Young.

Samen met tenor Ian Bostridge zong hij Brittens Canticles in Napels. Afgelopen februari was Kangmin Justin Kim te gast bij de NTR ZaterdagMatinee in Het Concertgebouw.

Sara Mingardo, Alt

Sara Mingardo studeerde zang in Venetië en Siena. Na het winnen van het Concorso Toti dal Monte in 1987, maakte ze haar podiumdebuut in Avezzano.

Al gauw stond ze op grote podia als La Scala in Milaan, de Salz­burger Festspiele en het Festival d’Aix-en-Provence.

De alt heeft een speciale affiniteit met muziek uit de en werkte daarin met Rinaldo Alessandrini, John Eliot Gardiner, Emmanuelle Haïm en Jordi Savall. Daarnaast soleerde ze ook bij grote en als de Berliner Philharmoniker, het London Symphony Orchestra, het Orchestre National de France en de orkesten van Boston en Atlanta; in Rome zong ze onder Antonio Pappano in Mahlers Achtste symfonie.

Meer dan twintig jaar werkte Sara Mingardo samen met Claudio Abbado. In 2009 eerde de Italiaanse muziekpers de zangeres met de Premio Abbiati. In Het Concertgebouw was Sara Mingardo meermaals te gast in de NTR Zaterdag­Matinee, voor het laatst in mei 2021 in het Stabat mater van Pergolesi.

Max Emanuel Cencic, Countertenor

Max Emanuel Cen­cic begon als Weense koorknaap, soleerde sinds 1992 als sopraan en stapte in 2001 over op het stemvak van de .

Hij legde zich toe op zang en werd geëngageerd door de Wiener Staatsoper, het Theater an der Wien, de Opéra Royal in Versailles, het Gran Teatro del Liceu in Barcelona, de theaters van München, Berlijn, Zürich, Parijs en Brussel en de Salzburger Festspiele.

Zijn veertigjarig podiumjubileum vierde hij in september 2022 met een gala ter ere van de castraat Senesino als onderdeel van het mede door hem in 2020 opgerichte Bayreuth Baroque Festival, waarvan hij artistiek directeur is. Daarnaast is hij ook regisseur. Zo regisseerde én zong hij op het Händel Festival van Karlsruhe in Arminio en Xerxes. Hij onttrok al menige ­Italiaan­se opera aan de vergetelheid.

Bij de NTR ZaterdagMatinee was hij al vaak in Het Concertgebouw te horen, voor het laatst afgelopen mei in Polifemo van Porpora met Armonia Atenea en George Petrou.

José Coca Loza, Bas

José Coca Loza studeerde aan de Musik-­Akademie en de studio van Basel. Sinds 2014 heeft hij les van Silvana Bazzoni – Cecilia Bartoli’s moeder. In de Wiener Staatsoper maakte de bas in 2021/2022 zijn debuut als Alidoro in La Cenerentola onder Gianluca ­Capuano.

In datzelfde seizoen vertolkte hij de bas-’s in Bachs Matthäus-­Passion in Theater Basel.

In het ­Théatre des Champs-­Elysées in Parijs en het Grand Théatre in Genève zong hij in Händels Messiah, geleid door Marc Minkowski. Met ­Rolando Villazon stond hij in Monteverdi’s L’Orfeo door L’Arpeggiata onder Christina Pluhar, en met Joyce DiDonato in Händels Agrippina aan het Royal House Covent Garden. De zanger werd uitgenodigd door de festivals van Salz­burg, Luzern, Tenerife en Las Palmas en tourde als Rocco in Beethovens Fidelio onder leiding van Gustavo Dudamel.

José Coca Loza was voor het laatst in Het Concertgebouw te horen in Rossini’s ­L’Italiana in Algeri in de NTR ZaterdagMatinee van 19 februari 2022 met het Orkest van de Achttiende Eeuw.