Cecilia Bartoli in La Cenerentola

Wereldberoemde Zangers 19.30 uur

Les Musiciens du Prince
Choeur de l’Opéra de Monte-Carlo
Gianluca Capuano dirigent
Cecilia Bartoli mezzosopraan (Angelina)
Edgardo Rocha tenor (Ramiro)
Alessandro Corbelli bariton (Dandini)
Carlos Chausson bariton (Don Magnifico)
Ugo Guagliardo bas (Alidoro)
Sen Guo sopraan (Clorinda)
Irène Friedli mezzosopraan (Tisbe)

Stefano Visconti koordirigent
Claudia Blersh mise en scene
Luigi Perego kostuums

Gioacchino Rossini 1792-1868

La Cenerentola (1817)
dramma giocoso in twee bedrijven op een libretto van Jacopo Ferretti, naar Cendrillon van Charles Perrault 

pauze na het eerste bedrijf

begin van de pauze ca. 21.10 uur
einde van het concert ca. 22.45 uur

dit concert wordt voorzien van boventiteling

Toelichting

Gioacchino Rossini 1792-1868

La Cenerentola

Tekst: Marijke Schouten

Mocht Gioacchino Rossini ooit hebben betreurd dat hij al op zijn zevenendertigste, in 1829, een streep onder zijn carrière had gezet, dan was het in elk geval niet omdat hij de stress van het métier zo miste. Zonder operacontracten met hun kleine lettertjes, deadlines en de eeuwige censuur op de libretto’s in het repressieve post-Napoleontische tijdperk was het leven stukken aangenamer en componeren deed hij alleen nog wanneer hij zin had.

Hoe stressbestendig hij als jonge componist was geweest, bewezen de 39 opera’s die in een tijdsbestek van twintig jaar schijnbaar moeiteloos uit zijn pen waren gevloeid en die hem niet alleen beroemd maar ook rijk hadden gemaakt. 

Om ’s als Il barbiere di Siviglia in zestien dagen tijd te kunnen schrijven, of La Cenerentola in slechts drie weken, en voortdurend onderweg te zijn van het ene project naar het volgende had hij wel van ijzer moeten zijn. Gezien zijn talloze kwalen op latere leeftijd is zijn zogenoemde luiheid misschien zijn redding geweest in deze slijtageslag.

Dat hij op de valreep met Guillaume Tell nog net een bijdrage had geleverd aan de Franse ‘grand opéra’ maar de stap naar het negentiende-eeuwse romantisch muziekdrama zou overlaten aan een nieuwe generatie operacomponisten, markeert zijn plaats in de muziekgeschiedenis. 

Geniepige stiefzusters

Rossini was de hekkensluiter van een voorgoed voorbij verleden. Uit de elementen van het achttiende-eeuwse -idioom had hij een vernieuwd, voor het grote publiek toegankelijk product gesmeed met La Cenerentola: hij had de aristocratische traditie gered van Napoleons verbod op castratie en de legendarische castraatrollen overgeplant naar de strottenhoofden van tenor en mezzosopraan (het liefdespaar Ramiro en Cenerentola).

Het opera-idioom van Wolfgang Amadeus Mozart, Domenico Cimarosa en Giovanni Paisiello was naar zijn smaak toe aan uitvergroting en zwaardere klankmiddelen. En dan waren er wat de stofkeuze betreft nog de open zenuwen van de aan klasse en status gebonden privileges die in de nasleep van de Franse Revolutie radicaal werden herzien, maar daarmee niet automatisch verdwenen uit het intermenselijk verkeer.

Het was Rossini die in deze maatschappelijke overgangsperiode met een vette knipoog toonde waar het bleef wringen, ook al was de positie van de derde stand ten opzichte van de adel verbeterd. We horen dezelfde verwarringen en hilarische ontknopingen, dezelfde obsessies voor verwantschap, familie en identiteit als bij zijn achttiende-eeuwse collega’s (Mozarts Le nozze di Figaro), maar dan in een hogere versnelling en afkoersend op de volgende revolutie – die van 1830.

In La Cenerentola wisselen prins Ramiro en zijn dienaar Dandini van rol en zaaien daarmee tot op het laatst verwarring; maakt Don Magnifico’s streven naar macht en bezit hem tot een onsympathiek en lachwekkend personage; hebben de geniepige stiefzusters het nakijken en verdient de goedhartige titelheldin Cenerentola de liefde van haar prins omdat ze trouw blijft aan zichzelf – wat de alwijze Alidoro al in de eerste scène opmerkt.

In zijn Vie de Rossini bestempelde Stendhal Cenerentola’s simpele je van verlangen, dat als een rode draad door de loopt, minzaam als ‘touchant’ – als niet meer dan aandoenlijk. Sombermensen voorzagen smaakvervlakking en verruwing en deden de decibellen in Rossini’s martiale ouvertures en knetterende ensemble-’s af als ‘goed voor de jonge generatie en voor soldaten die gewend zijn aan het oorverdovend gebrul van de kanonnen van Austerlitz, Wagram en Moskou, en blikken oren hebben die bestand zijn tegen de het lawaai van publiek en orkest’. De groeiende kloof tussen hoge en lage cultuur was het nieuwe standsverschil.

Geen glazen muiltje

La Cenerentola is typisch zo’n die Rossini last minute heeft moeten schrijven, wat zijn verbeeldingskracht extra geprikkeld lijkt te hebben. ‘Cendrillon dan misschien?’ had librettist Jacopo Ferretti in Rome, twee dagen voor Kerst 1816, geopperd, tollend van de slaap na een hele avond wikken en wegen over een geschikt alternatief voor de geplande, maar door de censuur afgekeurde carnavalsopera.

De eveneens doodvermoeide Rossini was van zijn sofa opgeveerd en had hem laten beloven de volgende ochtend de schetsen klaar te hebben, en had zich vervolgens omgedraaid om meteen in een diepe slaap te vallen. Een maand later stond La Cenerentola op de planken van het Romeinse Teatro Valle maar, op aandringen van Rossini, zonder de magische attributen uit Charles Perraults welbekende Assepoester-­sprookje.

In het geestige voorwoord van Ferretti’s libretto vernam het publiek dat de ‘arme Cenerentola, onverwachte dochter en vrucht van luttele dagen werk’ liever verscheen zonder de Goede Fee, zonder een sprekende kat en dat ze ook geen glazen muiltje op het bal verloor maar liever zelf een armband gaf als onderpand.

Dat laatste nadrukkelijk uit respect voor de delicate Romeinse smaak, die op het podium niet tolereerde wat in een verhaaltje bij het vuur juist amusant was. Een geraffineerd plaagstootje richting de kerkelijke censor die het openlijk tonen van blote damesvoetjes niet zou waarderen. 

‘De Romeinen moeten het recht hebben om niet van te houden’, reageerde een laconieke Rossini op de rumoerige première. Hij had Ferretti van tevoren al verzekerd dat het allemaal wel goed zou komen, net als met Il barbiere di Siviglia was gebeurd. La Cenerentola werd een wereldwijd succes. 

La Cenerentola

Synopsis

I

In het kasteel van Don Magnifico dossen zijn dochters, Clorinda en Tisbe, zich uit, terwijl hun stiefzusje Angelina, bijgenaamd Cenerentola (Assepoester), het haardvuur verzorgt en een weemoedig je zingt. Een passerende bedelaar – in werkelijkheid Alidoro, raadgever van prins Ramiro – wordt door het tweetal weggehoond maar krijgt van Cenerentola koffie en brood. Het bericht dat de prins, op zoek naar een bruid, in aantocht is, veroorzaakt koortsachtige opwinding. De prins is op zijn hoede en stelt een rolverwisseling voor. Hij arriveert vermomd als zijn kamerdienaar Dandini via de bediendeningang en stuit op Cenerentola. Het klikt tussen de twee. Wanneer Dandini vermomd als prins Ramiro verschijnt en Magnifico’s dochters uitnodigt voor een feest, krijgt Cenerentola van haar hardvochtige stiefvader een uitgaansverbod. In gezelschap van ‘bedelaar’ Alidoro kan ze alsnog naar het feest als mystery guest. Dandini flirt als prins Ramiro met de onbekende schone (Assepoester), die onomwonden bekent meer voor ‘zijn dienaar’ te voelen. Verheugd verklaart de echte Ramiro haar zijn liefde. Op voorwaarde dat hij naar haar op zoek moet gaan, schenkt ze hem de helft van haar armband als onderpand.

II

Onder regie van Alidoro strandt de prins tijdens een onweer met zijn koets vlakbij het kasteel van Don Magnifico, waar Cenerentola, met halve armband, weer bij het vuur zit. Het paar is herenigd. Tijdens de bruiloft verheugt prinses Angelina zich in haar nieuwe geluk en verzoent zich met haar stieffamilie.

Biografie

Gianluca Capuano, dirigent

In 2022 won Gianluca Capuano de 42ste Abbiati Award, een belangrijke enprijs. De Italiaan studeerde , compositie en directie in zijn geboorteplaats Milaan, waar hij zich aan de Scuola Civica bovendien specialiseerde in de oude muziek en aan de universiteit afstudeerde in de theoretische filosofie.

Hij trad op in Europa, Amerika, Rusland en Japan voordat hij in 2006 met Il Canto di Orfeo zijn eigen gezelschap oprichtte.

Gianluca Capuano werkte met Michael Chance, Emma Kirkby, Philippe Jaroussky en Diego Fasolis en stond op de bok bij de Oper Köln, de Semper­oper Dresden, de Hamburger Staatsoper, de Wiener Staatsoper, de Oper Zürich, het Teatro La Fenice in Venetië, de Maggio Musicale Fiorentino, het Donizetti Festival in Bergamo en de huizen van Rome, Palermo, Bari, Genua en Madrid.

Op de openingsavond van het Edinburgh Festival 2016 viel hij in voor Bellini’s Norma met Cecilia Bartoli in de titelrol, en zij vroeg hem voor de volgende uitvoeringen in Parijs en Baden-Baden. Een jaar later dirigeerde hij voor het eerst in Salzburg: Händels Ariodante en Rossini’s La donna del lago met Les Musiciens du Prince – Monaco. Dat gezelschap benoemde Gianluca Capuano begin 2019 tot chef-­.

Zijn dirigeerdebuut in Het Concertgebouw was in februari 2017 Rossini’s La Cenerentola met Les Musiciens du Prince – ­Monaco en het Choeur de l’Opéra de Monte-­Carlo en met Cecilia Bartoli in de titelrol.

Cecilia Bartoli, mezzosopraan

Cecilia Bartoli maakte op 12 mei 1996 haar debuut in de , met ‘arie antiche’ en muziek van Viardot, Delibes, Bellini en Rossini. Dat was achteraf gezien een blauwdruk voor haar verdere carrière, waarin en de hoofdrol zouden spelen. In 2004 kreeg de mezzo­sopraan de allereerste Concertgebouw Prijs, en ze bleef min of meer jaarlijks terugkeren naar Het Concertgebouw.

Onder de grote en die al vroeg haar talent herkenden waren Daniel Barenboim, Herbert von Karajan en Nikolaus Harnoncourt, en al snel begon ze op te treden met orkesten, in huizen en op festivals in Europa, Noord-Amerika, het Verre Oosten en Australië. Een van de eerste mijlpalen in haar veelbekroonde discografie was The Vivaldi Album (1999), waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht, en haar interesse in vergeten geraakt repertoire resulteerde nog vele keren in the­matische albums.

Sinds 2012 is de zangeres artistiek leider van de Salzburger Pfingstfestspiele, waar ze de Oostenrijkse eretitel Kammersängerin kreeg en hoofdrollen neerzette in onder meer Norma van Bellini, Bernsteins West Side Story en Händels Ariodante en Alcina. Ook is ze sinds 2023 directeur van de Opéra de Monte-Carlo. Met de Cecilia Bartoli Music Foundation en het cd-label ‘Mentored by Bartoli’ ondersteunt ze een nieuwe generatie zangers.

Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 30 oktober 2023 (Cleopatra in Händels Giulio Cesare) en op 6 november 2024 (Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice), beide keren met haar in 2016 opgerichte gezelschap Les Musiciens du Prince – Monaco onder leiding van Gianluca Capuano.

Alessandro Corbelli, bariton

Alessandro Corbelli groeide op in een muzikale familie in Turijn. Hij studeerde bij Giuseppe Valdengo en Claude Thiolas en ontwikkelde zich tot specialist in de vertolking van het repertoire van Mozart, Donizetti en Rossini. Ook zingt hij graag in werken van Verdi, Bizet en Stravinsky.

In het begin van zijn loopbaan was Alessandro Corbelli herhaaldelijk te gast in de Scala, waar hij onder meer zong onder leiding van Riccardo Muti. Hij was eveneens te beluisteren in een aantal andere Italiaanse huizen. In 1988 maakte de bariton zijn debuut bij de Royal Opera House Covent Garden in Londen, als Taddeo in ­Rossini’s L’Italiana in Algeri, en hij keerde er sindsdien veelvuldig terug. In het huidige seizoen zingt hij in Londen de rol van Michonnet in ­Adriana Lecouvreur van Cilea.

In Het Concertgebouw maakt Alessandro Corbelli zijn debuut.

Carlos Chausson, bariton

Carlos Chausson begon zijn studie aan de Escuela Superior de Canto de Madrid en hij vervolgde deze aan de University of Michigan.

Hij geniet in de eerste plaats bekendheid wegens zijn vertolking van rollen in het Italiaanse komische repertoire. Zo was hij te beluisteren als Taddeo in Rossini’s ­L’Italiana in Algeri en zong hij herhaaldelijk de titelrol in Donizetti’s Don Pasquale.

De bariton onderhoudt nauwe banden met het Opernhaus Zürich en ontvangt regelmatig uitnodigingen van de Wiener Staatsoper, het Gran Teatre del Liceu in Barcelona en de Scala in Milaan.

In 2013 debuteerde Carlos Chausson bij het Royal ­ House Covent Garden in Londen, en vandaag debuteert hij in Het Concertgebouw.

Ugo Guagliardo, bas

Ugo Guagliardo is bekend als Rossini-specialist, maar wordt evenzeer geprezen voor rollen in opera’s en werken van Mozart en zijn interpretaties van ­Bellini- en Donizetti-­rollen. Hij zong Rossini in de theaters van Rome, Genève, Versailles en Zürich en tijdens het Rossini Festival in Pesaro en de Maggio Musicale in Florence.

De partij van Alidoro in La Cenerentola vertolkte hij aan De Munt in Brussel, de Semperoper in Dresden en de Opéra du Rhin in Straatsburg en in 2014 tijdens de Salzburger Festspiele in een productie met Cecilia Bartoli in de titelrol.

Als Mozart­zanger was Ugo Guagliardo in de titelrol van Le nozze di Figaro te gast in Beijing, als Don Giovanni in Malta, als Masetto in Brussel en Tokio, als Leporello in Florence en als Don Alfonso in Palermo en Treviso. muziek voerde de zanger uit met bekende oudemuziekspecialisten, waaronder Rara, Marc Minkowski en Europa Galante onder leiding van Fabio Biondi.

Ugo Guagliardo debuteert vandaag in Het Concertgebouw (7 februari 2017).

Sen Guo, sopraan

Sen Guo is afkomstig uit de Chinese provincie Shanxi. Ze studeerde aan het conservatorium van Shanghai en aan het Zhou Xiao Yan centrum. In haar geboorteland won ze een aantal belangrijke onderscheidingen.

In 2001 verhuisde ze naar Zürich, voor een studie aan de Musikhochschule bij László Polgár. Ze was in haar nieuwe thuisstad ook verbonden aan de internationale operastudio. Sinds seizoen 2002/03 maakt de sopraan deel uit van het zangersensemble van het Opernhaus Zürich.

Hier vertolkte ze tal van rollen, waaronder Frasquita in Carmen van Bizet, Gilda in Verdi’s Rigoletto en de Koningin van de Nacht in Mozarts Die Zauberflöte. De laatstgenoemde partij zong Sen Guo ook in onder meer de Semperoper Dresden, de Staatsoper Hamburg en de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn.

In Het Concertgebouw maakt ze haar debuut (februari 2017).