Cecilia Bartoli in Glucks Orfeo ed Euridice
Les Musiciens du Prince - Monaco
Il Canto di Orfeo
Gianluca Capuano dirigent
Cecilia Bartoli mezzosopraan (Orfeo)
Mélissa Petit sopraan (Euridice en Amore)
Dit concert wordt voorzien van boventiteling.
Ook interessant:
- Interview Cecilia Bartoli
Christoph Willibald von Gluck (1714-1787)
Orfeo ed Euridice (Wenen 1762; versie Parma 1769 met invoegingen van de versie Parijs 1774)
azione teatrale op een libretto van Ranieri de’ Calzabigi
er is geen pauze
einde ± 21.55 uur
Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door ABNAMRO.
Toelichting
Christoph Willibald von Gluck (1714-1787)
Orfeo ed Euridice
Door Frits Vliegenthart
‘Bekend is Orpheus en beroemd is zijn smart over de voortijdige dood van zijn bruid Eurydice. Zij stierf in Thracië, maar omwille van de eenheid van plaats laat ik haar sterven in de vrolijke streek bij het Meer van Avernus. Volgens de dichters lag daar dichtbij een grot, die de toegang naar de onderwereld vormde. De ongelukkige minnaar bewoog de goden tot medelijden en zij stonden hem toe het Elysium binnen te gaan om zijn geliefde terug te halen, op voorwaarde dat hij niet naar haar zou kijken vóór hun terugkeer op aarde. De tedere echtgenoot wist zijn hartstocht niet te beteugelen en door het overtreden van het verbod verloor hij Eurydice voor altijd. Om het verhaal geschikt te maken voor ons theater heb ik de catastrofe echter moeten wijzigen. Men leze Vergilius’ Georgica IV en Aeneis VI.’
Aldus een beknopte weergave van de plot door Christoph Willibald von Gluck in de gedrukte (1764) van zijn ‘azione teatrale in musica’ Orfeo ed Euridice, die op 5 oktober 1762 in het Weense Burgtheater in première was gegaan.
Kernachtig
De hervormingsgezinde intendant graaf Giacomo Durazzo had Gluck gekoppeld aan de librettist Ranieri de’ Calzabigi, de choreograaf Gasparo Angiolini en de decorontwerper Giovanni Maria Quaglio. In nauwe samenwerking met hen creëerde de componist onder meer de allereerste ’reformopera’, het bovengenoemde Orfeo ed Euridice. Gluck en zijn team zetten zich af tegen de seria, met haar verstarde vormen en overdaad aan virtuositeit. Zij streefden naar een zuiver, kernachtig theater, dat de toeschouwers raakt.
Levende wezens
De verschillen met de opera seria zijn duidelijk. Euridice en Orfeo zijn levende wezens, met wie we kunnen meevoelen. Er is één glashelder verhaal, zonder nevenintriges, met slechts drie personages; de lengte blijft beperkt. Een prominent koor neemt deel aan de handeling of treedt op als getuigen; in markante scènes worden koor en ballet met elkaar verbonden, als in Frans muziektheater. In plaats van een clichématige afwisseling van (secco) recitatieven en ’s schakelt Gluck de delen vloeiend aaneen in doorgecomponeerde scènes. De recitatieven worden door het orkest begeleid. Overeenkomsten met de opera seria zijn er eveneens: de Weense Orfeo ed Euridice heeft een feestelijke ouverture en bestaat uit drie bedrijven. In de hoofdrol stond een castraat, namelijk de beroemde alt Gaetano Guadagni. Een deus ex machina, Amore, zorgt voor een happy end – misschien had dat oorspronkelijk te maken met de naamdag van de keizer. Een mythisch verhaal hoeft natuurlijk niet realistisch te zijn, ook al zijn de protagonisten herkenbaar in hun emoties – en gunnen we ze hun geluk.In hedendaagse ensceneringen wordt die goede afloop (evenals de ouverture) uit artistiek-inhoudelijke overwegingen ook wel weggelaten.
Scène uit het tweede bedrijf van Glucks Orfeo ed Euridice, Théatre Lyrique, 1859
Onaardse schoonheid
Orfeo ed Euridice is in zijn geheel een boeiend werk, maar in het bijzonder geldt dat voor de meeslepende episode vanaf de confrontatie met de Furiën tot het verschijnen van Euridice. Orfeo’s lier klinkt in de harppartij tijdens de smeekbeden ‘Deh, placatevi’, ‘Mille pene’ en ‘Men tiranne’. Plastisch laat het koor het knarsend opengaan van de poorten horen (‘Le porte stridano’).
Van een onaardse schoonheid is het arioso ‘Che puro ciel’, wanneer Orfeo na alle gruwelen de Elysische velden aanschouwt. Het bekendste muzikale hoogtepunt is zijn ‘Che farò senza Euridice’, nadat hij voor de tweede maal zijn geliefde heeft verloren als hij naar haar heeft omgekeken.
De ontvangst
Het Wienerisches Diarium van 6 oktober 1762: ‘Gisteravond werd een muziekdrama getiteld Orpheus en Eurydice uitgevoerd in het theater bij de Hofburg, in aanwezigheid van het hof. Het werd ontvangen met algemene bijval en strekt zijn auteur, heer Calzabigi, en de componist van de muziek, ridder Gluck, tot grote eer.’ Een week later: ‘Volmaakte overheerst; de personages en hun hartstochten komen duidelijk en met veel gevoel tot uiting; de aandacht van de luisteraar wordt voortdurend gestimuleerd door een uitgekiende afwisseling van tempi, plus een goed gekozen en gevarieerde .’ Het grote publiek was voornamelijk verbluft door het nieuwe; de kenners waren meteen enthousiast.
Als Orfeo zal de integere kunstenaar Guadagni Glucks wensen zeker hebben vervuld. Toen hij zo’n tien jaar eerder met Händel in Londen werkte, nam hij acteerlessen bij de Shakespeare-vertolker David Garrick, die al vooruitliep op wat in onze tijd ‘method acting’ wordt genoemd.
Parma en Parijs
Na een reprise in 1763 bleef Orfeo ed Euridice op de plank liggen totdat Gluck het in 1769 dirigeerde in Parma. Hij had van keizerin Maria Theresia de opdracht gekregen muziek te schrijven voor een allegorisch vierluik, Le feste d’Apollo, op tekst van de hofdichter Frugoni. Daarmee moest de bruiloft van aartshertogin Maria Amalia en hertog Ferdinand van Bourbon-Parma worden opgeluisterd.
Weigeren was geen optie, hoewel Gluck midden in de compositie van Paride ed Elena zat en eigenlijk geen tijd had. Hij redde zich eruit door veel bestaand materiaal te gebruiken voor de Proloog, L’atto di Bauci e Filemone en L’atto di Aristeo. De slotakte, L’atto d’Orfeo, was in feite niets anders dan Orfeo ed Euridice, gecomprimeerd tot een eenakter van zeven scènes, zonder pauze.
Gluck transponeerde de Orfeo-partij omhoog voor de sopraancastraat Giuseppe Millico, een heel ander type dan Guadagni. Hij zou uit woede in tranen zijn uitgebarsten bij het zien van de al te ‘simpele’ zanglijnen, maar Gluck wist hem met goede argumenten en een aantal toegevoegde versieringen te overtuigen. Millico werd een van zijn trouwste aanhangers en ze raakten zelfs bevriend. Le feste d’Apollo oogstte veel succes.
Grotere ingrepen volgden toen in Parijs de Franstalige versie van Orfeo – Orphée et Eurydice – werd geproduceerd (1774): het stuk was flink uitgebreid, met in de titelrol de haute-contre (hoge tenor) Joseph Legros.
De versie die we vandaag horen, gaat uit van L’atto d’Orfeo.
Biografie
Les Musiciens du Prince-Monaco, orkest
Het orkest Les Musiciens du Prince – Monaco verzorgde op 8 juli 2016 zijn inauguratieconcert op het Cour d’Honneur van het Prinselijk Paleis van Monaco. Het orkest, dat speelt op authentieke instrumenten, was datzelfde voorjaar opgericht onder de vleugels van de Opéra de Monte-Carlo en geniet de bescherming van Prins Albert II en Prinses Caroline van Monaco.
Cecilia Bartoli is initiatiefnemer en artistiek directeur en ze is er trots op hiermee, als een ‘musicienne de cour’ zoals ze dat zelf zegt, de rijke traditie van de Europese hofmuziek van de zeventiende en achttiende eeuw te laten herleven.
Het eerste optreden van het gezelschap in Het Concertgebouw was op 15 november 2016 met een programma met Cecilia Bartoli onder de titel Händel Heroines. Dit concert was de start van de eerste internationale tournee.
Het Concertgebouw zag Les Musiciens du Prince – Monaco samen met Cecilia Bartoli terug toen het in februari 2017 tourde met een concertante La Cenerentola van Rossini, in november 2018 met een Vivaldi-programma, in december 2019 met een eerbetoon aan de castraatzanger Farinelli en in najaar 2023 met een concertante Giulio Cesare van Händel.
Het orkest heeft een hechte band met de Salzburger Festspiele en reisde ook naar de bekende podia in Zwitserland, Italië, Luxemburg, België, Frankrijk en Duitsland.
Il Canto di Orfeo, ensemble
Il Canto di Orfeo werd in 2006 opgericht door Gianluca Capuano. Vandaag maakt de groep als koor zijn debuut in Het Concertgebouw, maar het ensemble heeft bij gelegenheid ook instrumentalisten in de gelederen.
Kern in het repertoire is de muziek van Giacomo Carissimi en diens studenten en tijdgenoten in Rome. In bredere zin is het ensemble toegewijd aan Italiaanse en Europese muziek uit 1600-1750, al kiest het ook geregeld composities uit de late Renaissance of juist de huidige tijd.
Gianluca Capuano en Il Canto di Orfeo initieerden een vesperreeks in de San Maurizio in Milaan en verschenen op oudemuziekfestivals in Italië, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland, maar de zangers stonden ook in eigentijdse ’s in La Scala in Milaan, zoals A Dog’s Heart van Raskatov en Die Soldaten van B.A. Zimmermann. Alleen de mannen zongen werk van Kurtág op het Milano Musica Festival 2018.
De afgelopen seizoenen waren er optredens van Il Canto di Orfeo in Nantes (L’incoronazione di Poppea van Monteverdi), op de Salzburger Pfingstfestspiele (La morte d’Abel van Caldara) en op de Salzburger Festspiele (Orfeo ed Euridice van Gluck en L’Orfeo van Monteverdi).
In het najaar van 2022 tourde het gezelschap met Gianluca Capuano en Cecilia Bartoli door Europa met Mozarts La clemenza di Tito.
Gianluca Capuano, dirigent
In 2022 won Gianluca Capuano de 42ste Abbiati Award, een belangrijke enprijs. De Italiaan studeerde , compositie en directie in zijn geboorteplaats Milaan, waar hij zich aan de Scuola Civica bovendien specialiseerde in de oude muziek en aan de universiteit afstudeerde in de theoretische filosofie.
Hij trad op in Europa, Amerika, Rusland en Japan voordat hij in 2006 met Il Canto di Orfeo zijn eigen gezelschap oprichtte.
Gianluca Capuano werkte met Michael Chance, Emma Kirkby, Philippe Jaroussky en Diego Fasolis en stond op de bok bij de Oper Köln, de Semperoper Dresden, de Hamburger Staatsoper, de Wiener Staatsoper, de Oper Zürich, het Teatro La Fenice in Venetië, de Maggio Musicale Fiorentino, het Donizetti Festival in Bergamo en de huizen van Rome, Palermo, Bari, Genua en Madrid.
Op de openingsavond van het Edinburgh Festival 2016 viel hij in voor Bellini’s Norma met Cecilia Bartoli in de titelrol, en zij vroeg hem voor de volgende uitvoeringen in Parijs en Baden-Baden. Een jaar later dirigeerde hij voor het eerst in Salzburg: Händels Ariodante en Rossini’s La donna del lago met Les Musiciens du Prince – Monaco. Dat gezelschap benoemde Gianluca Capuano begin 2019 tot chef-.
Zijn dirigeerdebuut in Het Concertgebouw was in februari 2017 Rossini’s La Cenerentola met Les Musiciens du Prince – Monaco en het Choeur de l’Opéra de Monte-Carlo en met Cecilia Bartoli in de titelrol.
Cecilia Bartoli, mezzosopraan
Cecilia Bartoli maakte op 12 mei 1996 haar debuut in de , met ‘arie antiche’ en muziek van Viardot, Delibes, Bellini en Rossini. Dat was achteraf gezien een blauwdruk voor haar verdere carrière, waarin en de hoofdrol zouden spelen. In 2004 kreeg de mezzosopraan de allereerste Concertgebouw Prijs, en ze bleef min of meer jaarlijks terugkeren naar Het Concertgebouw.
Onder de grote en die al vroeg haar talent herkenden waren Daniel Barenboim, Herbert von Karajan en Nikolaus Harnoncourt, en al snel begon ze op te treden met orkesten, in huizen en op festivals in Europa, Noord-Amerika, het Verre Oosten en Australië. Een van de eerste mijlpalen in haar veelbekroonde discografie was The Vivaldi Album (1999), waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht, en haar interesse in vergeten geraakt repertoire resulteerde nog vele keren in thematische albums.
Sinds 2012 is de zangeres artistiek leider van de Salzburger Pfingstfestspiele, waar ze de Oostenrijkse eretitel Kammersängerin kreeg en hoofdrollen neerzette in onder meer Norma van Bellini, Bernsteins West Side Story en Händels Ariodante en Alcina. Ook is ze sinds 2023 directeur van de Opéra de Monte-Carlo. Met de Cecilia Bartoli Music Foundation en het cd-label ‘Mentored by Bartoli’ ondersteunt ze een nieuwe generatie zangers.
Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 30 oktober 2023 (Cleopatra in Händels Giulio Cesare) en op 6 november 2024 (Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice), beide keren met haar in 2016 opgerichte gezelschap Les Musiciens du Prince – Monaco onder leiding van Gianluca Capuano.
Mélissa Petit, sopraan
Mélissa Petit studeerde in haar geboorteplaats Saint-Raphaël en in Nice voordat ze deel ging uitmaken van de studio van de Hamburger Staatsoper. In 2015 trad ze toe tot het ensemble van de Oper Zürich, en sinds 2017 onderhoudt de Franse sopraan een freelance carrière.
Op het festival van Bregenz was ze meermaals te gast, onder meer al als Micaëla in Bizets Carmen, Gilda in Verdi’s Rigoletto en Amenaide in Rossini’s Tancredi (zomer 2024).
De vrouwelijke titelrol in Roméo et Juliette van Gounod gaf Mélissa Petit gestalte in Peking, Düsseldorf en Wenen. Ze werd geëngageerd door de Opéra de Paris (Rossini, Mozart), de Opéra de Monte-Carlo (Mozart) en de Salzburger Pfingstfestspiele (Händel, Mozart) en keerde in de zomers van 2023 en 2024 naar Salzburg terug als respectievelijk Euridice in Orfeo ed Euridice van Gluck en Servilia in La clemenza di Tito van Mozart.
Onder haar recente successen zijn de titelrol in Janáčeks Het sluwe vosje in het Theater an der Wien, haar debuut aan de Staatsoper Berlin in Mozarts Idomeneo, een Europese tournee met Cecilia Bartoli in Mozarts La clemenza di Tito en haar roldebuut als Sophie in Der Rosenkavalier van Richard Strauss aan het Grand Théâtre de Genève. Met il Pomo d’Oro tourde ze in het najaar van 2022 met Händels Ariodante.
In Het Concertgebouw maakt Mélissa Petit haar debuut.





