Cecilia Bartoli: Händel Heroines

Grote Solisten 20.15 uur

Cecilia Bartoli mezzosopraan
Les Musiciens du Prince
Ada Pesch concertmeester

Händel Heroines

 

Georg Friedrich Händel 1685-1759

Arrival of the Queen of Sheba
uit ‘Solomon’, HWV 67 (1748)

Chiudi, chiudi i vaghi rai
Lascia la spina
Come nembo che fugge col vento
uit ‘Il trionfo del tempo e del disinganno’, HWV 46a (1707)

Grave
Allegro
uit ‘Hoboconcert in g kl.t.’, HWV 287 (1712?)
hobo: Pier Luigi Fabretti

Verso già l’alma col sangue
uit ‘Aci, Galatea e Polifemo’, HWV 72 (1708)

Ouverture
uit ‘Rinaldo’, HWV 7 (1711)

Oh Sleep, why Dost Thou Leave Me?
O Ecstasy of Happiness… Myself I
Shall Adore
uit ‘Semele’, HWV 58 (1743)

Battaglia
uit de derde akte van ‘Rinaldo’, HWV 7 (1711)

Mi deride l’amante… Desterò dall’empia dite
uit ‘Amadigi di Gaula’, HWV 11 (1715)

pauze

Felicissima quest’alma
uit ‘Apollo e Dafne’, HWV 122 (1710)
fluit: Jean-Marc Goujon

Ouverture
Ballo: Entrée des songes funestes
E vivo ancora?… Scherza infida
uit ‘Ariodante’, HWV 33 (1735)

Largo
Allegro
uit ‘Concerto grosso in Bes gr.t.’, op. 3 nr. 2, 
HWV 313 (1715-18)

Ah! che sol per Teseo… M’adora l’idol mio
uit ‘Teseo’, HWV 9 (1712)

begin van de pauze ca. 21.15 uur
einde van het concert ca. 22.20 uur

teksten gratis verkrijgbaar aan de zaal
Na afloop van dit concert blijft de Zuidfoyer geopend.

Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Deutsche Bank

Toelichting

Georg Friedrich Händel 1685-1759

Händels Heroines

Tekst: Chris Engeler

Visitekaartje
In het programma van vanavond zijn de drie genres voor de zangstem vertegenwoordigd waarmee Georg Friedrich Händel zich onsterfelijk maakte: de Italiaanse serenata of cantata, de en het . Geboren in Halle in 1685, duikt Händel in 1703 in Hamburg op, waar hij kennismaakt met de Italiaanse opera en het advies krijgt naar Italië te gaan.

Herfst 1706 reist Händel eerst naar Rome. Hoewel over zijn langjarige verblijf weinig bekend is, weten we dat Händel in 1707 Florence bezoekt, in 1708 Napels en in 1709-10 in Venetië verblijft, waar Engelse reizigers hem vertellen over de nog jonge Italiaanse opera in Londen. Juni 1710 arriveert Händel in Hannover, waar hij Kapellmeister van de keurvorst wordt.

Eind 1710 is hij in Londen, waarschijnlijk mede om te ontkomen aan een schandaal over zijn affaire met een getrouwde zangeres. Na opnieuw een verblijf in Hannover, waar hij Engels leert, is hij in 1712 weer in Londen. En zal daar tot het einde van zijn leven blijven, zij het dat er nog enkele reizen naar het Europese vasteland, vooral Italië, volgen om zangers voor zijn Londense operagezelschap te contracteren.

Da capo-
Händel excelleert vanaf het begin van zijn carrière in het componeren voor de zang­stem. Da capo-aria’s, vaak voorafgegaan door een , zijn doorgaans drieledig: A-B-A, waarbij A en B elk eigen verzen hebben. Na het B-deel wordt A herhaald (‘da capo’ betekent ‘van het begin af’) en krijgt de zanger alle gelegenheid te verbluffen met zijn of haar zangtechnisch kunnen: een enkel woord, soms zelfs niet meer dan een syllabe, wordt met virtuoze versieringen gedramatiseerd en emotioneel gekleurd.

De instrumentale begeleiding voert het vaak al onder hoogspanning staande drama nog op door het tempo te versnellen, of juist de tijd bijna stil te zetten. In een recitatief verklankt Händel alle subtiliteiten van de menselijke stem in monoloog: amoureus en erotisch, opstandig of uitdagend, wanhopig of woedend.

Coloraturen
De eerste drie nummers uit het Italiaanse oratorium Il nfo del tempo e del disinganno vormen een eigen verhaaltje. De allegorische Piacere (Plezier) probeert Bellezza (Schoonheid) voor zich te winnen: Chiudi, chiudi i vaghi rai op een lieflijke, uitnodigende . Maar als Bellezza ervan overtuigd raakt dat schoonheid niet eeuwigdurend is, beschouwt Piacere dat als haar ontrouw: Lascia la spina – evenzeer op een langzame melodie (overigens bekender door Händels hergebruik ervan als Lascia ch’io pianga als aria van Almirena in zijn opera Rinaldo). Ten slotte erkent Piacere zijn nederlaag: Come nembo che fugge col vento dat geïrriteerd klinkt, met virtuoze coloraturen en obligate partijen voor twee violen en hobo.

Verso già l’alma col sangue is de stervensaria van Acis uit de serenata Aci, Galatea e Polifemo. Nadat de cycloop Polyphemus Galatea tevergeefs het hof maakt, doodt hij haar geliefde, de herder Acis. De klaaglijke melodie is gebaseerd op de kalme, muziek van Händels Dixit Dominus (psalm 109, HWV 232), het eerste sacrale werk dat hij in 1707 in Rome componeerde. In het van de begeleiding klinkt de wegebbende hartslag.

Semele’s O Sleep, why Dost Thou Leave Me? aan het slot van het tweede bedrijf van het oratorium Semele begint , als een lange zucht van iemand die wakker wordt. De heeft een solorol. Jupiters echtgenote Juno wil Semele misleiden uit jaloezie om de door Jupiter opgevatte liefde – beter is: lust – voor Semele en geeft haar een spiegel opdat zij haar eigen beeltenis ziet. Dan zingt Semele het recitatief Oh, Ecstasy of Happiness! en de air Myself I Shall Adore. In de aaneenschakeling van coloraturen, op een ritme dat de versnelde hartslag verklankt, hoor je de opwinding van het voor het eerst zien van het eigen spiegelbeeld.

Een volgende bravoure-aria is Melissa’s Desterò dall’empia dite, voorafgegaan door het recitatief Mi deride l’amante uit Amadigi di Gaula. Amadigi wees tovenares Melissa af en zijn geliefde Oriana vreest haar toverkunsten niet. Daarom verheugt Melissa zich erop alle furiën van de hel tegen hen te bewapenen. Dit wordt verklankt in strijdlustige melodieën met solopartijen voor hobo en , en coloraturen die Melissa’s stijgende woede onderstrepen.

In de  Felicissima quest’alma van Dafne uit de dramatische  Apollo e Dafne karakteriseert een zangerig siciliano- dansachtig wiegend de pastorale nimf, terwijl haar zanglijnen vooral zijn. De is kleurrijk en de fluit, die vanaf het begin klinkt, gaat een dialoog aan met de zangstem.
 E vivo ancora? en aria Scherza infida van Ariodante uit de gelijknamige behoeven nauwelijks toelichting, zo geliefd is deze jaloezie, verbolgenheid en wanhoop tot uitdrukking brengende muziek. Ariodantes leed klinkt in lange melodische bogen, en de obligate hobopartij, gedempte violen en een sombere cantilene voor versterken het dramatische effect.

Als afsluiting klinkt een ware uitsmijter: de aria, na een uitgebreid recitatief, M’adora l’idol mio uit Händels enige Italiaanse opera in vijf bedrijven Teseo. Agilea houdt van Teseo, maar koning Egeo wil haar huwen. Met ongekende felheid zingt Agilea dat zij alleen Teseo als echtgenoot wenst. Een virtuoze aria, rijk aan verbluffende coloraturen en een evenzeer verbluffende hobopartij. Zangstem en hobo dagen elkaar uit, en beide winnen.

Instrumentale intermezzo’s
Wat overbekend is als Arrival of the Queen of Sheba is feitelijk de die het derde deel van het  Solomon opent: een -vorm waarin bruisende tuttipassages afwisselen met contrasterende solosecties voor twee hobo’s. Het hoboconcert is in Italiaanse concerto-stijl gecomponeerd: de muziek is met ‘verrukkelijk’ afdoende gekarakteriseerd.

De ouverture tot Rinaldo is een fascinerende samensmelting van de belangrijkste stijlen: de Franse ouverture als grondplan met een puntig ritme ter opening, een tweede deel met passages voor soloviool, en een kort dat voorafgaat aan een gigue als derde deel. De Battaglia uit deze opera bootst in klank na wat dit woord betekent: strijd, veldslag.

De Ariodante-ouverture kent slechts twee delen: het eerste schildert de gemoedelijke sfeer die nog heerst, het tweede is qua ritme een opmaat tot later klinkende balletmuziek, bijvoorbeeld Entrée des songes funestes, behorend tot het ballet dat het tweede bedrijf afsluit, als Ginevra droomt.

Het concerto grosso, een compositievorm met twee tot vijf delen voor een of meerdere solisten, is als genre een voorloper van het soloconcert; Corelli, Vivaldi, Locatelli maar ook Bach schreven ze, en die van Händel zijn alom geliefd.

Biografie

Cecilia Bartoli, mezzosopraan

Cecilia Bartoli maakte op 12 mei 1996 haar debuut in de , met ‘arie antiche’ en muziek van Viardot, Delibes, Bellini en Rossini. Dat was achteraf gezien een blauwdruk voor haar verdere carrière, waarin en de hoofdrol zouden spelen. In 2004 kreeg de mezzo­sopraan de allereerste Concertgebouw Prijs, en ze bleef min of meer jaarlijks terugkeren naar Het Concertgebouw.

Onder de grote en die al vroeg haar talent herkenden waren Daniel Barenboim, Herbert von Karajan en Nikolaus Harnoncourt, en al snel begon ze op te treden met orkesten, in huizen en op festivals in Europa, Noord-Amerika, het Verre Oosten en Australië. Een van de eerste mijlpalen in haar veelbekroonde discografie was The Vivaldi Album (1999), waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht, en haar interesse in vergeten geraakt repertoire resulteerde nog vele keren in the­matische albums.

Sinds 2012 is de zangeres artistiek leider van de Salzburger Pfingstfestspiele, waar ze de Oostenrijkse eretitel Kammersängerin kreeg en hoofdrollen neerzette in onder meer Norma van Bellini, Bernsteins West Side Story en Händels Ariodante en Alcina. Ook is ze sinds 2023 directeur van de Opéra de Monte-Carlo. Met de Cecilia Bartoli Music Foundation en het cd-label ‘Mentored by Bartoli’ ondersteunt ze een nieuwe generatie zangers.

Haar vorige optredens in Het Concertgebouw waren op 30 oktober 2023 (Cleopatra in Händels Giulio Cesare) en op 6 november 2024 (Orfeo in Glucks Orfeo ed Euridice), beide keren met haar in 2016 opgerichte gezelschap Les Musiciens du Prince – Monaco onder leiding van Gianluca Capuano.

Les Musiciens du Prince-Monaco, orkest

Het orkest Les Musiciens du Prince – Monaco verzorgde op 8 juli 2016 zijn inauguratieconcert op het Cour d’Honneur van het Prinselijk Paleis van Monaco. Het orkest, dat speelt op authentieke instrumenten, was datzelfde voorjaar opgericht onder de vleugels van de Opéra de Monte-Carlo en geniet de bescherming van Prins Albert II en Prinses Caroline van Monaco.

Cecilia Bartoli is initiatiefnemer en artistiek directeur en ze is er trots op hiermee, als een ‘musicienne de cour’ zoals ze dat zelf zegt, de rijke traditie van de Europese hofmuziek van de zeventiende en achttiende eeuw te laten herleven.

Het eerste optreden van het gezelschap in Het Concertgebouw was op 15 november 2016 met een ­programma met Cecilia Bartoli onder de titel Händel Heroines. Dit concert was de start van de eerste internationale tournee.

Het Concertgebouw zag Les Musiciens du Prince – Monaco samen met Cecilia Bartoli terug toen het in februari 2017 tourde met een concertante La Cenerentola van Rossini, in november 2018 met een Vivaldi-programma, in december 2019 met een eerbetoon aan de castraat­zanger Farinelli en in najaar 2023 met een concertante Giulio Cesare van Händel.

Het orkest heeft een hechte band met de Salzburger Festspiele en reisde ook naar de bekende podia in Zwitserland, Italië, Luxemburg, België, Frankrijk en Duitsland.

Ada Pesch, concertmeester

Ada Pesch ­studeerde aan de University of Indiana bij Josef Gingold; master­classes volgde ze bij onder anderen ­Arthur Grumiaux en György Sebök. In 1984 werd ze concertmeester bij de Hofer Symphoniker en in 1990 verwierf ze diezelfde positie bij de Philharmonia Zürich. Samen met een aantal andere leden van dit gezelschap richtte de violiste in 1996 Orchestra La Scintilla op.

Als gastconcertmeester werkte Ada Pesch met onder meer Les Arts Florissants, Les Musiciens du Louvre en het orkest van de Scala in Milaan. Sinds 2004 is ze artistiek leider van Musikdorf Ernen, een door haar opgericht festival in Zwitserland.